Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie over het bericht 'Aantal kinderen in Rotterdam in de jeugdzorg voor het vierde jaar op rij gestegen'
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Aantal kinderen in Rotterdam in de jeugdzorg voor het vierde jaar op rij gestegen» (ingezonden 26 mei 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 16 juni
2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Aantal kinderen in Rotterdam in de jeugdzorg voor het
vierde jaar op rij gestegen», waarin wordt gemeld dat in Rotterdam inmiddels 15.160
jongeren tot 23 jaar met jeugdzorg te maken hadden, dat dit neerkomt op ongeveer één
op de elf jongeren, en dat dit afwijkt van de landelijke dalende trend?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit artikel.
Vraag 2
Kunt u voor de jaren 2020 tot en met 2025, uitgesplitst naar gemeente, jeugdregio
en provincie, aangeven hoeveel jongeren jeugdzorg ontvingen, zowel absoluut als als
percentage van het aantal jongeren tot 23 jaar?
Antwoord 2
De door u opgevraagde informatie is dusdanig uitgebreid dat deze niet goed weer te
geven is in tabellen in deze schriftelijke beantwoording. Daarom zijn hieronder verschillende
verwijzingen opgenomen, die u direct naar deze cijfers op de website van het CBS toeleiden:
• data jongeren met jeugdzorg 2021 – 2025 uitgesplitst naar gemeente2
• data jongeren met jeugdzorg 2021 – 2025 uitgesplitst naar jeugdregio3
• data jongeren met jeugdzorg 2021 – 2025 uitgesplitst naar provincie4
Vanwege doorgevoerde verbeteringen in de verwerking van gegevens over jeugdzorg tussen
2020 en 2021, wordt data over de jeugdzorg door het CBS gepresenteerd in twee afzonderlijke
periodes: periode 2015 – 2020 en periode 2021 tot heden. Hierdoor zijn de uitkomsten
over jeugdhulp over de jaren 2021 en later niet goed te vergelijken met de uitkomsten
over de jaren 2015 t/m 2020. Meer informatie is te vinden in de Methodewijzigingen
Beleidsinformatie jeugd.5 Indien data over de jeugdzorg 2020 toch gewenst is, dan is deze online beschikbaar.6
Vraag 3
Kunt u deze cijfers uitsplitsen naar jeugdhulp zonder verblijf, jeugdhulp met verblijf,
pleegzorg, gezinsgerichte opvang, gesloten jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering?
Antwoord 3
De door u gewenste selecties bevat te veel data (bij de uitsplitsing naar gemeente)
om online (via de website van het CBS) te kunnen weergeven in tabellen. Wel kunnen
deze als CSV-bestand gedownload worden via de open data API van het Dataportaal.7 Voer daar de gewenste selectie in en download de CSV. Een andere optie is om de data
in delen online te filteren. De verwijzingen daarvoor zijn hieronder opgenomen.
Data jongeren met jeugdzorg 2021 – 2025 in delen:
• naar zorgvormen en gemeenten Groningen t/m Utrecht8
• naar zorgvormen en gemeenten Noord-Holland t/m Zeeland9
• naar zorgvormen en gemeenten Noord-Brabant t/m Limburg10
Data naar jeugdregio en provincie:
• data jongeren met jeugdzorg naar zorgvormen 2021 – 2025 per jeugdregio11
• data jongeren met jeugdzorg naar zorgvormen 2021 – 2025 per provincie12
Vraag 4
Kunt u aangeven in welke gemeenten het jeugdzorggebruik het sterkst boven of onder
het landelijke gemiddelde ligt, en welke verklarende factoren daarvoor volgens u het
meest aannemelijk zijn?
Antwoord 4
Hieronder treft u een landkaart met de weergave van het jeugdzorggebruik per gemeente
(jongeren tot 23 jaar). De kleuren van de gemeenten geven een indicatie van of het
jeugdzorggebruik ver boven of onder het landelijke gemiddelde ligt. Er bestaat een
interactieve landkaart online om van iedere gemeente afzonderlijk de percentages te
zien.13 Het CBS doet verder geen duiding van de cijfers. Per gemeente zullen de onderliggende
redenen verschillen, zeker waar het gaat om gemeenten die sterk boven of onder het
landelijk gemiddelde liggen. Vanuit VWS wordt wel nog onderzoek uitgezet naar aanvullend
inzicht in de uitgavenontwikkeling van de jeugdzorg en de onderliggende factoren.
Dit zal in algemene zin ook meer inzicht moeten geven in de ontwikkelingen in jeugdhulpgebruik.
Vraag 5
Kunt u voor de afgelopen vijf jaar aangeven welk deel van de jeugdhulptrajecten is
gestart als crisis, welk deel herhaald beroep betreft en welk deel betrekking heeft
op jongeren die daarnaast ook jeugdbescherming of jeugdreclassering ontvangen?
Antwoord 5
Op basis van de beschikbare informatie van het CBS, geeft onderstaande tabel inzicht
in «gestart met crisis» en «herhaald beroep».14
Tabel: Jeugdhulptrajecten in natura14
Soort Start
Totaal jeugdhulptrajecten
Totaal begonnen trajecten
Herhaald beroep
Gestart met crisis
Perioden
aantal
aantal
aantal
%
aantal
%
2021
652.970
304.760
79.630
26,1
11.715
3,8
2022
667.420
309.615
80.230
25,9
10.610
3,4
2023
702.100
326.450
83.235
25,5
10.935
3,3
2024
709.935
323.860
84.275
26
10.200
3,1
20251
673.075
288.685
77.350
26,8
9.665
3,3
% t.o.v. totaal aantal begonnen trajecten
X Noot
1
Betreft voorlopige cijfers.
Voorts vraagt u naar de uitsplitsing hierin naar jeugdbescherming en jeugdreclassering.
Hieronder is in een tweetal tabellen de beschikbare informatie over het aantal jeugdigen
met jeugdbescherming en/of jeugdreclassering weergegeven. Een verdere uitsplitsing
naar jeugdbescherming of jeugdreclassering (bijvoorbeeld naar de wijze van de start
van het traject) is echter niet mogelijk. Dit komt omdat de betreffende data niet
op deze wijze aan elkaar is gekoppeld. Verder is er data beschikbaar over herhaald
beroep van jeugdreclasseringsmaatregelen en van ondertoezichtstellingen in de jeugdbescherming.15, 16
Tabel: aantal jongeren met jeugdhulp en jeugdbescherming en daarbij wel/geen jeugdreclassering1
Jongeren met meerdere vormen van jeugdzorg
2021
2022
2023
2024
20252
Jongeren met jeugdhulp
Jongeren met jeugdhulp
Jongeren met jeugdhulp
Jongeren met jeugdhulp
Jongeren met jeugdhulp
Jeugdbescherming
Jeugdreclassering (JR)
aantal
aantal
aantal
aantal
aantal
Jeugdbescherming
Wel of geen JR
41.235
38.765
35.720
33.940
32.825
Wel JR
1.040
1.060
1.020
1.085
1.145
Geen JR
40.195
37.705
34.700
32.855
31.675
Alleen voogdij
Wel of geen JR
10.305
9.990
9.480
8.995
8.380
Wel JR
135
145
165
180
170
Geen JR
10.170
9.840
9.315
8.815
8.210
Alleen OTS
Wel of geen JR
29.925
27.970
25.605
24.450
24.005
Wel JR
895
905
845
895
970
Geen JR
29.030
27.065
24.760
23.555
23.040
Zowel voogdij als OTS
Wel of geen JR
1.005
810
640
495
440
Wel JR
10
10
10
10
10
Geen JR
995
800
625
485
430
X Noot
1
CBS StatLine Jongeren met één of meerdere vormen van jeugdzorg te raadplegen via https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85101NED/table?dl=D5E3A.
X Noot
2
Betreft voorlopige cijfers.
Tabel: aantal jongeren met jeugdhulp én jeugdreclassering en daarbij wel/geen jeugdbescherming1
Jongeren met meerdere vormen van jeugdzorg
2021
2022
2023
2024
20252
Jongeren met jeugdhulp
Jongeren met jeugdhulp
Jongeren met jeugdhulp
Jongeren met jeugdhulp
Jongeren met jeugdhulp
Jeugdreclassering (JR)
Jeugdbescherming
aantal
aantal
aantal
aantal
aantal
Wel JR
Wel/geen jeugdbescherming
7.975
7.475
7.665
8.290
8.660
Wel JR
Wel jeugdbescherming
1.040
1.060
1.020
1.085
1.145
Wel JR
Alleen voogdij
135
145
165
180
170
Wel JR
Alleen OTS
895
905
845
895
970
Wel JR
Zowel voogdij als
OTS
10
10
10
10
10
Wel JR
Geen jeugdbescherming
6.935
6.410
6.645
7.205
7.515
X Noot
1
CBS jongeren met één of meerdere vormen van jeugdzorg te raadplegen via https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85101NED/table?dl=D5F80.
X Noot
2
Betreft voorlopige cijfers.
Vraag 6
Kunt u de jeugdzorgcijfers uitsplitsen naar leeftijdscategorie, geslacht, type huishouden,
inkomenskwintiel van het huishouden en onderwijssoort?
Antwoord 6
Voor de gewenste data adviseren wij om de nieuwste CBS rapporten te raadplegen over
jeugdhulp,17 jeugdbescherming,18 en jeugdreclassering.19 In de rapporten staan (interactieve) staafdiagrammen met bijbehorende tabellen (incl.
cijfers van voorgaande jaren) overzichtelijk gepresenteerd tezamen met een begeleidend
schrijven.
Vraag 7
Kunt u, voor zover beschikbaar en met inachtneming van statistische geheimhouding,
de jeugdzorgcijfers tevens uitsplitsen naar geboorteland van de jongere, geboorteland
van de ouders en herkomstland conform CBS-definities?
Antwoord 7
Hieronder treft u de voorlopige cijfers jeugdzorg naar herkomst 2025. Betreffende
data is alleen terug te vinden in CBS rapporten over jeugdzorg,19 jeugdbescherming,20 en jeugdreclassering,21 en zijn niet beschikbaar in online StatLine tabellen.
Tabel: Jeugdzorg naar herkomst19–21
Jeugdzorg naar herkomst
Jongeren jeugdhulp zonder verblijf
Jongeren jeugdhulp met verblijf
Jongeren met jeugdbescherming
Jongeren met jeugdreclassering
%
%
%
%
Jongeren in Nederland geboren
10,4
0,9
1
0,3
Met beide ouders geboren in:
Nederland
10,7
0,9
0,9
0,2
Met minstens één ouder geboren in:
Europa (exclusief Nederland)
10
1
1,1
0,4
Turkije
6,9
0,4
0,6
0,5
Marokko
7,1
0,5
0,7
0,9
Suriname
10,3
1,7
2
1,1
Nederlands-Caribisch gebied
13,9
2,8
2,8
1,9
Indonesië
8,5
0,8
0,7
0,4
Overig Afrika, Azië, Amerika en Oceanië
9,5
0,9
1,1
0,7
Jongeren niet in Nederland geboren
6,1
0,7
1
0,5
Met minstens één ouder geboren in:
Europa (exclusief Nederland)
5,5
0,6
1
0,2
Turkije
6
0,4
0,6
0,2
Marokko
9,5
1
1,6
1,4
Suriname
8,6
1,5
1,5
0,9
Nederlands-Caribisch gebied
10,3
1,9
2,5
1,2
Indonesië
4
0,4
0,5
0,1
Overig Afrika, Azië, Amerika en Oceanië
6,3
0,7
0,9
0,7
Vraag 8
Kunt u daarbij nadrukkelijk onderscheid maken tussen jeugdhulp zonder verblijf, jeugdhulp
met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering, omdat deze vormen inhoudelijk
en beleidsmatig sterk verschillen?
Antwoord 8
De informatie die hierover beschikbaar is, is opgenomen in het antwoord bij vraag
7.
Vraag 9
Welke van deze achtergrondkenmerken hangen volgens bestaande CBS-analyses het sterkst
samen met jeugdzorggebruik, en welke beleidsconclusies verbindt u daaraan?
Antwoord 9
Een soortgelijke analyse als waar u naar vraagt is in 2023 door het CBS uitgevoerd
over het jaar 2021.20 Dit onderzoek had naast herkomst ook betrekking op andere demografische achtergrondkenmerken.
Voor de daaropvolgende jaren zijn dergelijke analyses niet gedaan.
Het onderzoek laat de samenhang zien tussen jeugdhulpgebruik en verschillende factoren.
Dit betekent overigens niet dat ook geconcludeerd kan worden dat er sprake is van
een causaal verband. De samenhang voor jeugdhulp zonder verblijf is het sterkst met
de factoren GGZ gebruik in huishouden, speciaal onderwijs en leeftijd. Voor jeugdhulp
met verblijf is dit speciaal onderwijs, samenstelling van het huishouden en gebruik
van Wmo en/of WLZ in het gezin. Voor Jeugdbescherming is dit ouders wonen op hetzelfde
adres/samenstelling van het huishouden, speciaal onderwijs en gebruik van Wmo en/of
WLZ. Voor Jeugdreclassering is dit verdachte in huishouden, HALT, geslacht en speciaal
onderwijs/hoogst gevolgde opleiding.
Kortom, in algemene zin blijk uit dit onderzoek dat jongeren met jeugdzorg vaker dan
jongeren zonder jeugdzorg te maken hebben met problemen op andere gebieden. Daarmee
sluiten de uitkomsten van het onderzoek aan op de beleidsinzet om een integrale en
brede blik te hanteren wanneer er problemen bij jeugdigen voordoen en/of een beroep
gedaan wordt op jeugdzorg. Onder andere met het met een brede blik kijken naar en
betrekken van het gezin bij hulpvragen (waaronder een verklarende analyse), de inzet
op stevige lokale teams en de inzet op passende zorg en ondersteuning.
Vraag 10
Kunt u aangeven welk deel van de jeugdhulptrajecten wordt gestart via de gemeentelijke
toegang, welk deel via huisarts, jeugdarts of medisch specialist, welk deel via gecertificeerde
instellingen en welk deel via rechterlijke of justitiële route?
Antwoord 10
Hieronder worden de meest actuele cijfers hierover weergegeven.21
20251 (%)
2024 (%)
2023 (%)
2022 (%)
Verwijzer jeugdhulp zonder verblijf2
Huisarts
35
36
38,7
39,5
Gemeentelijke toegang
32,7
32,3
30,9
30,6
Geen verwijzer
16,8
17,5
16,2
15,6
Gecertificeerde instelling
5,7
5,6
5,7
5,8
Medisch specialist
5,5
4,6
4,4
4,5
Jeugdarts
3,7
3,7
3,7
3,5
Rechter, Officier van Justitie, functionaris Justitiële jeugdinrichting
0,3
0,3
0,3
0,3
Onbekend
0,2
0,1
0,1
0,1
Verwijzer jeugdhulp met verblijf2
Gemeentelijke toegang
43,3
44,9
44,4
43,5
Gecertificeerde instelling
38,1
36,3
35
36,1
Huisarts
6,6
6,4
6
5,6
Medisch specialist
6
5,4
6,5
6,4
Rechter, Officier van Justitie, functionaris Justitiële jeugdinrichting
0,9
1,2
0,9
0,8
Jeugdarts
0,4
0,4
0,4
0,4
Geen verwijzer
0
0
0
0
Onbekend
4,6
5,3
7
7,1
X Noot
1
Betreft voorlopige cijfers.
X Noot
2
Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode. Trajecten onder Geen verwijzer
betreft vrij toegankelijke jeugdhulp.
Vraag 11
Klopt het dat gemeenten bij de medische verwijsroute wel financieel verantwoordelijk
zijn, maar beperkt kunnen sturen op de feitelijke toekenning van hulp? Zo ja, welke
gevolgen heeft dit voor kostenbeheersing en voor het terugdringen van onnodige of
lichte jeugdhulp?
Antwoord 11
De Jeugdwet kent meerdere verwijzers naar jeugdhulp. Huisartsen, jeugdartsen en medisch
specialisten (hierna: medisch verwijzers) kunnen bepalen dat een jeugdige aanspraak
kan maken op jeugdhulp. De gemeente moet vervolgens een beschikking afgeven op basis
van wat de jeugdhulpaanbieder inschat dat nodig is. De jeugdhulpaanbieder moet zich
bij deze inschatting houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft
gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie en met de regels die de gemeente
in de verordening heeft gesteld.
Het kunnen bieden van passende jeugdhulp met een brede blik en het kunnen sturen op
de inzet van mensen en middelen in de context van schaarste is een gezamenlijke verantwoordelijkheid
van huisartsen en gemeenten. In het najaar van 2025 zijn hierover bestuurlijke afspraken
gemaakt tussen de Landelijke Huisartsen Verenging (LHV), Artsen Jeugdgezondheidszorg
Nederland (AJN), de VNG en VWS.22 Deze worden verankerd en uitgewerkt in de leidraad.23 In deze bestuurlijke afspraak is de samenwerking tussen gemeenten, huisartsen en
jeugdartsen, zoals beoogd in de Hervormingsagenda jeugd, nader uitgewerkt.
Vraag 12
Welke hulpvormen heeft u concreet op het oog, gezien in de toelichting op het wetsvoorstel
reikwijdte Jeugdwet wordt gesteld dat preventie en basishulp voorliggend moeten worden
op aanvullende jeugdhulp, dat jeugdhulp waar mogelijk groepsgewijs moet worden ingezet
en dat bepaalde hulpvormen bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) buiten de Jeugdwet
kunnen worden geplaatst?
Antwoord 12
In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel reikwijdte Jeugdwet worden bij
de betreffende categorieën voorbeelden genoemd. Het gaat bijvoorbeeld bij de versterking
van de sociaal pedagogische basis om voorzieningen die alledaagse opvoed- en opgroeivragen
in de leefomgeving opvangen zodat jeugdhulp niet nodig is. Concreet gaat het hierbij
om: jongerenwerk, laagdrempelige inloop- en ontmoetingsplekken en informele steunstructuren
zoals Buurtgezinnen. Bij basishulp worden genoemd: opvoed- en opgroeiondersteuning,
begeleiding van jeugdigen met lichte gedragsproblemen en laagdrempelige langdurige
begeleiding bij gezinnen met een kind met een chronische beperking. Bij jeugdhulp
op groepsbasis gaat het om hulpvormen waarbij het bijvoorbeeld gaat om het besef niet
de enige te zijn met een bepaald probleem, onderlinge steun en erkenning, en de mogelijkheid
om sociale vaardigheden in een veilige omgeving met leeftijdsgenoten te oefenen. Voor
de amvb waarbij vormen van jeugdhulp wordt uitgesloten gaat het bijvoorbeeld om ernstige
enkelvoudige dyslexie die niet is vastgesteld volgens het Protocol Dyslexie Diagnostiek
en Behandeling, huiswerk-, studie- en stagebegeleiding, weerbaarheidstraining zonder
ontwikkelings- of gedragsprobleem, outdoor- of survivalactiviteiten zonder behandel-
of begeleidingscomponent, Braingame Brian en HiRO.
Vraag 13
Welke vormen van jeugdhulp worden volgens u op dit moment te vaak ingezet voor problemen
die behoren tot het normale leven, gewone opvoedvragen of ondersteuning die beter
via onderwijs, gezin, sociaal netwerk of algemene voorzieningen kan worden georganiseerd?
Antwoord 13
Bij hulpvragen van jeugdigen rondom het opvoeden en opgroeien is niet één op één aan
te geven welke hulp en/of ondersteuning passend is aangezien problematiek altijd afspeelt
in een bepaalde context. De context bepaalt welke hulp effectief is bij bepaalde hulpvragen.
Zo kan het dus zijn dat eenzelfde hulpvraag, zoals «mijn kind vertoont druk gedrag»,
verschillende oplossingen nodig heeft in verschillende situaties. Dit maakt het dus
ook niet mogelijk om aan te geven welke vormen van jeugdhulp te vaak worden ingezet
voor problemen die behoren tot het normale leven, gewone opvoedvragen of ondersteuning
die beter via het onderwijs, gezin, sociaal netwerk of algemene voorzieningen kunnen
worden georganiseerd. Wel zien we al langer een stijging in de relatief lichtere vormen
van ambulante hulp en ondersteuning zoals begeleiding, basis-ggz behandeling en relatief
lichte vormen van opvoed- en opgroeiondersteuning.
Vraag 14
Kunt u vóór de behandeling van de nieuwe regels over de reikwijdte van de Jeugdwet
een landelijke benchmark aan de Kamer te sturen met per gemeente het feitelijke jeugdzorggebruik,
de modelschatting op basis van achtergrondkenmerken, de afwijking daarvan en een beleidsmatige
duiding van opvallende uitschieters?
Antwoord 14
Het CBS publiceert twee keer per jaar cijfers over jeugdzorg, waarbij o.a. uitsplitsingen
worden gemaakt naar gemeente en zorgvorm (zie ook het antwoord op vraag 2 en 3). Daarnaast
heeft het CBS in 2025 modelschattingen per gemeente gepubliceerd o.b.v. relevante
achtergrondkenmerken voor jeugdzorg. Deze vindt u hier: Modelschattingen jeugdzorggebruik per gemeente, 2023 | CBS.24 Deze cijfers zullen ook betrokken worden in de centrale monitor van het jeugdstelsel,
waarvan het CBS nu de data-infrastructuur bouwt. Een eerste versie van deze monitor
wordt in het najaar gepubliceerd.
Vraag 15
Bent u bereid daarbij expliciet inzichtelijk te maken waar sprake lijkt te zijn van
overgebruik van lichte jeugdhulp, waar sprake lijkt te zijn van onderbereik van kwetsbare
jongeren, en waar sprake is van relatief veel zware jeugdzorg? En kunt u dit beleidsmatig
duiden?
Antwoord 15
Ik beschik niet over cijfers over lichte jeugdhulp, zware jeugdzorg of kwetsbare jongeren.
CBS houdt namelijk andere categorieën van zorgvormen bij, zie vraag 3.
Vraag 16
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden vóór het debat over de nieuwe regels
voor de reikwijdte van de Jeugdwet?
Antwoord 16
Ja.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.