Schriftelijke vragen : Een Instagrampost van de minister over een onderhoud van de minister met leden van de Moslim Studenten Associatie (MSA)
Vragen van de leden Boomsma en Nanninga (beiden JA21) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over een Instagrampost van de Minister over een onderhoud van de Minister met leden van de Moslim Studenten Associatie (MSA) (ingezonden 15 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de post op Instagram van 11 juni 2026 waarin u vertelt over uw ontmoeting
met leden van de Moslim Studenten Associatie (hierna: MSA)?1
Vraag 2
In deze post zegt u dat «veel moslimstudenten» zich «nog niet altijd» thuis voelen
op hun onderwijsinstelling, heeft u een idee hoeveel studenten dit betreft en wat
hun klachten precies zijn?
Vraag 3
Was u ervan op de hoogte dat de MSA is aangesloten bij Femyso, het Forum of European Muslim Youth and Student Organisations, dat volgens de inlichtingendiensten van België, Duitsland en Frankrijk en verschillende
wetenschappers de officieuze jongerentak is van de Council of European Muslims, een organisatie die de strategie voor de Europese Unie coördineert van de Moslimbroederschap
die streeft naar de islamisering van het Westen? Zo ja, heeft u hierover gesproken
met de delegatie van MSA?2,
3,
4,
5,
6,
7
Vraag 4
Wat vindt u van de bevinding dat Femyso en de bij haar aangesloten verenigingen zoals
MSA strijden volgens de in vraag 3 genoemde inlichtingendiensten en wetenschappers
tegen islamofobie of moslimdiscriminatie en voor «sociale veiligheid» omdat officieel
erkend slachtofferschap helpt bij het behouden en verkrijgen van subsidies en het
verwezenlijken van faciliteiten zoals bijvoorbeeld gebeds- of stilteruimten waarmee
de «ongelovige» omgeving kan worden aangepast aan de islamitische norm?
Vraag 5
Wat vindt u van de bevinding dat volgens de Franse sociologe en kenner van de ideologie
van de Moslimbroederschap Florence Bergeaud-Blackler en van een in mei vorig jaar
verschenen onderzoek dat is verricht in opdracht van het Franse Ministerie van Binnenlandse
Zaken dat Femyso en bij haar aangesloten verenigingen zoals MSA opleidingsstructuren
voor hooggekwalificeerde kaderleden van de Moslimbroederschap zijn die een rol moeten
spelen in de strategie die entryismwordt genoemd, dat wil zeggen het ideologisch bewerken en verleiden van overheidsorganisaties
om deze een «inclusieve» koers te laten varen die de islam accommodeert? Bent u bekend
met het onderzoek van Florence Bergeaud-Blackler en hoe beoordeelt u de bevindingen
en waarschuwingen daarin?8
Vraag 6
Het onderzoek van het Franse Ministerie van Binnenlandse Zaken was voor de Franse
president Macron aanleiding om aan te dringen op maatregelen, het rapport waarschuwt
onder andere dat de organisaties van het moslimbroedernetwerk heel bedreven zijn in
het exploiteren van slachtofferschap («victimisation») om de eigen agenda vooruit
te helpen, herkent u het beeld? Zo nee, waarom niet?9,
10
Vraag 7
Meent u – in het licht van deze waarschuwing – dat het verstandig was om leden van
de MSA niet alleen te ontvangen maar ook hun narratief over te nemen dat «veel moslimstudenten»
zich niet thuis voelen op universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen waardoor
deze klacht die draait om een niet nader omschreven gevoel wint aan legitimiteit?
Graag een toelichting.
Vraag 8
Lokale afdelingen van de MSA – zoals de MSA Rotterdam (Erasmus Universiteit), de MSA
UAS (Amsterdam) en de EMSA (Universiteit Twente) – zijn erkende studentenorganisaties
die in aanmerking komen voor subsidies van de onderwijsinstellingen zoals «bestuursmaanden»
en activiteitensubsidies, daarnaast kunnen zij een beroep doen bij gemeenten op een
bijdrage uit welzijns- en diversiteitspotjes, bent u bereid met de betrokken onderwijsinstellingen
en gemeenten in overleg te treden om te zien hoeveel subsidie de MSA via al deze kanalen
ontvangt?
Vraag 9
Hoe beoordeelt u de financiering van deze organisaties, in het licht van de formele
banden van MSA met Femyso en vindt u het wenselijk? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Bent u bereid kennis te nemen van de actuele wetenschappelijke literatuur over de
Moslimbroederschap en het zogenoemde «broederisme» alsmede het rapport van de Franse
overheid dat beschrijft hoe verenigingen die zich presenteren als ngo’s voor burgerrechten
en non-discriminatie in feite religieuze lobbyorganisaties zijn die de taal spreken
van diversiteit en inclusie om groepsprivileges af te dwingen zoals gebedsruimten,
inclusief tentamenbeleid – flexibiliteit rondom religieuze feestdagen – en halal-opties
in de kantine? Graag een toelichting.11,
12
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Raijer en
Wilders (beiden PVV), ingezonden 15 juni 2026 (vraagnummer 2026Z13069)
Indieners
-
Gericht aan
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Diederik Boomsma, Kamerlid -
Medeindiener
Annabel Nanninga, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.