Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Inge van Dijk en Bühler over het artikel 'Nederland is inventief maar te weinig commercieel'
Vragen van de leden Inge van Dijk en Bühler (beiden CDA) aan de Ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Financiën en de Staatssecretaris van Financiën over het artikel «Nederland is inventief maar te weinig commercieel» (ingezonden 1 juni 2026).
Antwoord van Minister Herbert (Economische Zaken en Klimaat), mede namens de Staatssecretaris
van Financiën (ontvangen 15 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Nederland is inventief maar te weinig commercieel»
van auteur Killian McCarthy?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de analyse dat Nederland internationaal sterk presteert op innovatie en kennisontwikkeling,
maar achterblijft bij de opschaling en commercialisering van innovatieve bedrijven
ten opzichte van andere innovatieve economieën?
Antwoord 2
Ik deel grotendeels de analyse uit het artikel. In de basis heeft Nederland alles
in huis voor innovatie en ondernemende economie (Kamerstuk 32 637, nr. 690). We zijn de «gateway» naar Europa; hebben goed onderwijs, internationaal toponderzoek,
internationaal toonaangevende bedrijven, een hoogopgeleide en internationaal georiënteerde,
ondernemende beroepsbevolking en een fijn leefklimaat. In Nederland worden veel jonge
innovatieve bedrijven opgericht. Echter we zien in Nederland dat de doorgroei van
Nederlandse startups tot succesvolle scale-ups achterblijft, en zien we dat er in
Nederland relatief weinig startups op basis van publieke kennis worden opgericht.
Kortom: de commercialisering en opschaling blijft achter.
Met het startup en scale-up beleid werken wij middels een integrale aanpak aan het
verbeteren van het ondernemingsklimaat voor jonge innovatieve tech-bedrijven. Het
vorige kabinet heeft hiervoor de actieagenda startup en scale-up beleid2 gepresenteerd. Het kabinet zet deze aanpak voort en zal deze agenda uitvoeren. Daarbovenop
zal het kabinet aanvullende maatregelen nemen om het ondernemingsklimaat voor jonge
innovatieve tech-bedrijven te verbeteren. Ik zal u hierover later dit jaar informeren.
Vraag 3
Heeft u inzicht in het aantal Nederlandse unicornbedrijven en de ontwikkeling daarvan
sinds 2010? Zo nee, bent u bereid dit structureel inzichtelijk te maken?
Antwoord 3
Unicorns zijn private bedrijven – oftewel niet-beursgenoteerde bedrijven – met een
waardering van ten minste één miljard dollar. Een bedrijf kan deze status verliezen
door een beursgang, door de verkoop van het bedrijf of als de waardering van het bedrijf
is gedaald. Doordat het private bedrijven betreft zijn de exacte waarderingen niet
openbaar.
Verschillend private dataproviders zoals Dealroom, Crunchbase en CBInsights maken
op basis van investeringsrondes schattingen van waarderingen en maken op basis daarvan
overzichten van unicorns. Tussen de overzichten van verschillende dataproviders zitten
aanzienlijke verschillen.
Sinds 2010 zijn volgens Dealroom 37 tech-bedrijven met een hoofdkantoor in Nederland
op enig moment aan te merken geweest als een unicorn. Hiervan zijn volgens Dealroom
14 bedrijven met een hoofdkantoor in Nederland nog steeds aan te merken als unicorn.
Vraag 4
Wordt het aantal unicornbedrijven door u gebruikt als indicator voor de effectiviteit
van het Nederlandse startup- en scale-up ecosysteem en het investeringsklimaat? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 4
Met het startup en scale-upbeleid streven wij ernaar om het ondernemingsklimaat voor
jonge innovatieve techbedrijven te versterken zodat zoveel mogelijk tech-bedrijven
doorgroeien tot techkampioenen van morgen. Onze stip op de horizon dat Nederland de
komende tien jaar minstens 10 nieuwe technologie- en marktleiders voortbrengt3.
Om de effectiviteit van ons beleid in kaart te brengen kijken wij naar een mix van
indicatoren, waaronder het aantal nieuwe tech-startups, het doorgroei percentage tot
scale-ups en het geïnvesteerd kapitaal over de laatste jaren. Deze indicatoren tezamen
hebben meer voorspellende waarde voor het toekomstig aantal unicorns dan het huidige
aantal unicorns. Dit komt doordat het aantal nieuwe unicorns sterk fluctueert.
Vraag 5
Wat is de actuele stand van zaken van de gesprekken met de pensioensector over investeringen
in Nederlandse technologiebedrijven en scale-ups?
Antwoord 5
Het mobiliseren van institutionele beleggers zoals pensioenfondsen voor durfkapitaalinvesteringen
– en met name Nederlandse technologiebedrijven en scale-ups – is een prioriteit. Hiervoor
ben ik met sector en Invest-NL in gesprek.
Invest-NL werkt aan een fonds-in-fonds waar pensioenfondsen in kunnen investeren ten
behoeve van start- en scale-up investeringen in hoge impact sectoren. Het fonds bevindt
zich momenteel in een vergevorderde fase, waarbij de contouren en voorwaarden grotendeels
zijn uitgewerkt en wordt gewerkt naar het vastleggen van zachte commitments. Daartoe
voert Invest-NL momenteel actief gesprekken met de grootste pensioenfondsen en meerdere
middelgrote en kleine pensioenfondsen, pensioenuitvoerders en verzekeraars.
Daarnaast heeft het Kabinet 200 miljoen euro vrijgemaakt voor het voorgenomen vervolg
op het European Tech Champion Initiative (ETCI 2.0). Een belangrijk doel van ETCI
is het mobiliseren van institutioneel kapitaal, hiertoe worden ook gesprekken gevoerd
met de sector.
Vraag 6
Kunt u inzicht geven in de omvang van investeringen van Nederlandse institutionele
beleggers, waaronder pensioenfondsen en verzekeraars, in durfkapitaal en venturecapitalfondsen
over de afgelopen tien jaar?
Antwoord 6
Pensioenfondsen investeren in toenemende mate in durfkapitaal, zowel direct in start-
en scale-ups als indirect in durfkapitaalfondsen. Zo is er in de afgelopen jaren geïnvesteerd
in private fondsen, zoals Innovation industries (600 miljoen euro), DeepTechXL (110 miljoen
euro) en KEEN Ventures (40 miljoen).
In de bijlage van de Kamerbrief «Investeringen institutionele beleggers in durfkapitaal»
wordt een overzicht gegeven van de durfkapitaal investeringen sinds 20104.
Daarnaast analyseert de NVP ook de investeringen van pensioenfondsen. Uit recente
data blijkt dat er in 2023 en 2024 meer dan 3 miljard euro is opgehaald door durfkapitaalfondsen
maar dat dit in 2025 wat is teruggezakt naar 816 miljoen euro (bron). Deze daling
lijkt voornamelijk te komen doordat pensioenfondsen nu vaker direct investeren in
Nederlandse scale-ups.
Vraag 7
Welke aanvullende maatregelen neemt u om de beschikbaarheid van groeikapitaal voor
startups en scale-ups te vergroten, aanvullend op de inzet via Invest-NL, de Nationale
Investeringsinstelling, het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)
en de gesprekken met pensioenfondsen?
Antwoord 7
Het kabinet neemt verschillende aanvullende maatregelen om de beschikbaarheid van
groeikapitaal voor startups en scale-ups te vergroten. Deze maatregelen bouwen voort
op het bestaande durfkapitaalinstrumentarium en richten zich zowel op de vroege fase
als op de opschalingsfase.
Voor de vroege fase blijven de Vroegefasefinanciering (VFF), SEED Capital, het Innovatiekrediet
en de Thematische Technology Transfer-regeling van belang. Deze regelingen zijn tot
2030 verlengd. Met deze regelingen levert het kabinet een aanzienlijke bijdrage aan
zowel valorisatie als de financiering van startups en scale-ups. Deze regelingen grijpen
aan op knelpunten in de markt die voortkomen uit marktfalen of bij risicovolle investeringen
in innovatieve projecten. Ook de ROM’s blijven hierbij een belangrijke rol spelen.
Zij vormen een landelijk dekkend netwerk en ondersteunen innovatieve bedrijven in
de vroege fase met risicokapitaal, innoveren en internationaliseren. Dit jaar vindt
ook de verplichte beleidsevaluatie van de ROM’s plaats over de periode 2021–2025.
Voor de scale-up fase versterkt het kabinet bestaande en nieuwe initiatieven. Zo is
voorgenomen € 130 miljoen beschikbaar te stellen voor versterking van het Deep Tech
Fund bij Invest-NL. Samen met de inleg van Invest-NL groeit het fondsvermogen met
€ 360 miljoen naar € 610 miljoen. Daarmee kan het fonds blijven investeren in sleuteltechnologieën
zoals fotonica, halfgeleiders, quantumtechnologie en kunstmatige intelligentie. Ook
vergroot het kabinet haar inzet door middel van een Blended Finance Instrument waarvoor
€ 250 miljoen beschikbaar is gesteld. Dit instrument richt zich op het financieringsknelpunt
bij opschaling en grotere tickets, met name voor kapitaalintensieve investeringen.
Door zachte voorwaarden aan te bieden kan het instrument aanvullende private investeringen
mobiliseren. Het instrument wordt momenteel uitgewerkt in nauw overleg met de Europese
Commissie, vanwege de vereiste staatssteun-goedkeuring. Ook zet het kabinet in op
Europese opschalingsfinanciering. Het kabinet heeft € 200 miljoen vrijgemaakt voor
ETCI 2.0. Daarmee wordt de slagkracht van Europese durfkapitaalfondsen vergroot en
krijgen Nederlandse en Europese tech scale-ups betere toegang tot grotere financieringsrondes.
Daarnaast verwelkomt het kabinet Europese initiatieven zoals het Scale-up Europe Fund,
de EIC Accelerator en opschalingsfaciliteiten onder het toekomstige Fonds voor Europees
Concurrentievermogen.
Tot slot is in 2025 de innovatiedekking binnen het exportkredietinstrumentarium geïntroduceerd.
Met deze dekking kan de Staat garanties verstrekken op financiering van innovatieve
bedrijven die investeren in sleuteltechnologieën met exportpotentieel. Hierdoor wordt
het risico voor financiers verlaagd en kan aanvullend privaat kapitaal worden gemobiliseerd
voor innovatieve startups en scale-ups, met name in de fase waarin substantiële investeringen
nodig zijn voor opschaling.
Vraag 8
Bent u bereid te onderzoeken of het huidige beleid voldoende aansluit bij de behoeften
van bedrijven in de zogenoemde grow-upfase? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 8
Ik onderschrijf het belang van een goede aansluiting van ons beleid bij de financieringsbehoeften
van ondernemingen. Het beleid en de aansluiting daarvan bij de praktijk zijn uitgebreid
in beeld gebracht in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Bedrijfsfinanciering5. Hieruit bleek onder meer een hardnekkig knelpunt op het gebied van opschalingsfinanciering,
met name bij investeringsrondes vanaf € 50 miljoen.
Het kabinet zet zich in om een dergelijk knelpunt aan te pakken, bijvoorbeeld met
een nieuw blended finance instrument en een voorgenomen aanvullende bijdrage aan het
Deep Tech Fonds (DTF) onder Invest-NL, evenals een voorgenomen bijdrage aan het vervolg
op het European Tech Champions Initiative (ETCI 2.0).
Het kabinet blijft de ontwikkelingen in de markt volgen en benut daarbij de inzichten
uit bestaande onderzoeken, evaluaties en de uitvoering van deze maatregelen om het
beleid waar nodig verder te versterken. Zo staat in 2027 een evaluatie van Invest-NL
gepland, die naar verwachting verdere inzichten zal bieden in de doelmatigheid en
doeltreffendheid van dit voor startups en scale-ups relevante instrument.
Vraag 9
In hoeverre richt het kabinetsbeleid zich op het vergroten van exitmogelijkheden voor
startups en scale-ups, waaronder beursgangen en strategische overnames?
Antwoord 9
We erkennen dat de exit-mogelijkheden binnen Nederland en Europa onvoldoende zijn
voor start- en scale-ups. Uit onderzoek van KPMG6 en EIF7 blijkt dat de afgelopen jaren de slechtste jaren waren sinds lange tijd voor de exit-markt,
zowel voor beursgangen als acquisities. Dit remt volgens KPMG de durfkapitaalcyclus
waardoor onderinvesteringen ontstaan, zowel op fonds- als op deal-niveau.
Hoewel er signalen zijn van voorzichtig herstel, blijft beleggersvertrouwen kwetsbaar.
De stagnerende exitmarkt is wereldwijd een knelpunt en dit wordt versterkt door de
huidige geopolitieke spanningen.
Juist onder deze omstandigheden is publiek-private samenwerking essentieel. Het kabinetsbeleid
is erop gericht om vanuit de publieke fondsen en instrumenten zoals Invest-NL te zorgen
voor tijdig verkennen van exit mogelijkheden voor deze bedrijven of te zorgen voor
tijdelijke overbruggingsfinanciering
Vraag 10
Wat is naar verwachting het effect van het wetsvoorstel Implementatiewet noteringen
en benchmarks8 op het aantal beursgangen (IPO’s) en het vestigingsklimaat voor groeibedrijven in
Nederland?
Antwoord 10
Het wetsvoorstel strekt tot implementatie en uitvoering van een Europees wetgevingspakket
(de Listing Act).9 Hiermee wordt beoogd de toegang tot de publieke markten voor ondernemingen te verbeteren
door de regels voor de toegang tot de handel op een gereglementeerde markt, multilaterale
handelsfaciliteit (MTF) of mkb-groeimarkt te vereenvoudigen en te harmoniseren alsmede
de administratieve lasten te verminderen. Onderdeel van het wetsvoorstel is een verhoging
van de vrijstellingsgrens van de prospectusplicht bij aanbiedingen van effecten aan
het publiek (van € 5 miljoen naar € 12 miljoen).
Door de maatregelen uit het Listing Act wetgevingspakket wordt het met name voor mkb-ondernemingen
makkelijker om een beursnotering te krijgen, zodat hun aandelen (en andere effecten)
breed verkrijgbaar zijn op de publieke kapitaalmarkt. Dit maakt het voor mkb-ondernemingen
eenvoudiger om financiering aan te trekken bij een breed beleggerspubliek en stelt
bijvoorbeeld startups en scale-ups in staat om door te groeien na eerdere private
investeringsrondes. De verwachting is dan ook dat het wetsvoorstel zal bijdragen aan
een toename van het aantal beursnoteringen en verruiming van de financieringsmogelijkheden
van (mkb)ondernemingen en daarmee aan versterking van hun groei- en innovatievermogen
alsmede hun concurrentiepositie.
Vraag 11
Wat is uw inzet om het ondernemersvliegwiel te verbeteren en werknemersparticipatie
bij start ups aantrekkelijker te maken?
Antwoord 11
Het kabinet komt in september met een wetsvoorstel waarin ook een fiscale regeling
is opgenomen om werknemersparticipatie bij startups en scale-ups te stimuleren met
een lagere belastingheffing en een heffingsmoment bij verkoop van de aandelen. Een
positief effect van medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups ingeval van
een succesvolle groei is dat een grotere groep van medewerkers profiteert van de waardestijging
van de onderneming. Deze waardestijging komt via deze vorm van beloning ook deels
beschikbaar om te investeren in andere startups en scale-ups. Daarmee verbetert het
ecosysteem voor startups en scale-ups en het ondernemersvliegwiel, zoals ook in het
artikel wordt betoogd.
Vraag 12
Welke maatregelen zijn er op fiscaal vlak in de in het artikel genoemde landen Zweden,
Estland en Ierland, maar ook in de VS, Israël en Singapore, die specifiek innovaties
verder ondersteunen?
Antwoord 12
Om de toegang tot kapitaal te verbeteren voor startups en scale-ups bestaan verschillende
fiscale regelingen in de genoemde landen. De toegang tot kapitaal is een van de randvoorwaarden
voor succesvolle innovatie bij startups en scale-ups en is fundamenteel voor het opschalen
van de onderneming. De belastingstelsels van deze landen zijn niet een-op-een vergelijkbaar
met het Nederlandse belastingstelsel, maar een aantal elementen kunnen worden onderscheiden
in de verschillende regelingen.
Het stimuleren van initiële investeringen: landen als Ierland, Israël en Singapore
kennen fiscale faciliteiten voor particuliere investeerders, business angels of investeringen
in jonge innovatieve ondernemingen.
Het belonen van succesvolle investeringen bij realisatie: in bijvoorbeeld de Verenigde
Staten en het Verenigd Koninkrijk bestaat een regeling waarbij vermogenswinst op aandelen
in kwalificerende kleine ondernemingen onder voorwaarden fiscaal gunstig wordt behandeld.
Het stimuleren van herinvestering: in onder andere Estland, het Verenigd Koninkrijk
en de Verenigde Staten worden winsten onder voorwaarden in beginsel pas bij uitkering
belast. Onder voorwaarden is het ook mogelijk om zonder belastingheffing gerealiseerde
winsten te investeren in andere startups en scale-ups. Zweden kent geen specifieke
fiscale regeling met dit doel, maar wel een relevante aanvullende uitzondering binnen
hun deelnemingsvrijstelling. Vermogensresultaten op bepaalde aandelenbelangen, waaronder
niet-beursgenoteerde deelnemingen, worden onder voorwaarden fiscaal gunstig behandeld.
Voor het zomerreces informeer ik u mede namens de Staatssecretaris van Financiën over
het onderzoek naar een fiscale stimulans om privaat kapitaal voor startups en het
mkb te versnellen, mede naar aanleiding van het in het coalitieakkoord opgenomen onderzoek
naar een win-win-lening en de moties Dassen/Martens-America (motie 21 501-30, nr. 642), Vermeer (motie 32 637, nr. 721) en Bontenbal (motie 36 933, nr. 31).
Vraag 13
Welke aanvullende beleidsmaatregelen overweegt u om ervoor te zorgen dat Nederlandse
innovaties vaker doorgroeien tot internationaal concurrerende ondernemingen?
Antwoord 13
In lijn met de inzet van het vorige kabinet, blijft het kabinet zich inzetten op het
versterken van het Nederlandse startup- en scale-up ecosysteem. In de kamerbrief «Bouwen
aan de tech-kampioenen van morgen»10, heeft het kabinet hiervoor reeds een aantal gerichte maatregelen aangekondigd. Op
dit moment ligt de focus op de uitvoering van deze actieagenda. Bij de uitwerking
van deze inzet wordt nadrukkelijk gekeken naar knelpunten die innovatieve bedrijven
ervaren in de opschalingsfase, waaronder toegang tot talent, financiering en internationale
markten.
Daarbij wordt onder meer ingezet op een meer structurele ondersteuning van deeptech
bedrijven, onder andere via Techleap. Verder zet het kabinet in op het versterken
van valorisatie. Het kabinet onderzoekt daarom naar aanleiding van de motie Oualhadj
(motie 32 637, nr. 746) hoe valorisatie kan worden versterkt door structurele financiering voor academische
spin-offcreatie te bieden en dit te koppelen aan ondernemersvriendelijke randvoorwaarden.
Daarnaast zet Nederland zich actief in voor een Europees startup- en scale-upbeleid.
Het kabinet levert input aan de ontwikkeling van de Europese Startup and Scale-up
Strategy en zal bezien hoe de uitkomsten hiervan kunnen bijdragen aan een beter functionerende
Europese interne markt voor innovatieve ondernemingen. In dat kader volgt het kabinet
ook de ontwikkelingen rond een mogelijke pan-Europese ondernemingsvorm die grensoverschrijdend
ondernemerschap binnen de Europese Unie kan vereenvoudigen.
Ten slotte blijft het kabinet werken aan een aantrekkelijk ondernemings- en arbeidsmarktklimaat
voor innovatieve bedrijven. Daarbij gaat het onder meer om het behouden van een concurrerend
vestigingsklimaat voor internationaal talent.
Met deze inzet werkt het kabinet aan een samenhangend pakket van maatregelen om ervoor
te zorgen dat meer Nederlandse innovaties kunnen doorgroeien tot internationaal concurrerende
ondernemingen.
Vraag 14
Zou u deze vragen kunnen beantwoorden voor het rondetafelgesprek in de Kamer over
belastingmaatregelen ter ondersteuning van startups en scale-ups op 11 juni 2026?
Antwoord 14
Gezien de complexiteit van de vragen en de benodigde interdepartementale afstemming
was dit helaas niet mogelijk. We hebben er naar gestreefd om de vragen zo snel mogelijk
te beantwoorden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Mede namens
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.