Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van den Berg over het voordeel van meer gebruik van steenkolen ten opzichte van geïmporteerd gas
Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het voordeel van meer gebruik van steenkolen ten opzichte van geïmporteerd gas (ingezonden 22 mei 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
12 juni 2026).
Vraag 1
Klopt het dat het vullen van de Nederlandse gasvoorraden op dit moment door de huidige
gasprijzen in bepaalde scenario’s duurder kan uitpakken dan de verwachte gasprijs
in de komende winter? Bent u bereid dit te kwantificeren aan de hand van actuele marktprijzen
en winter-forwardprijzen?
Antwoord 1
De gasprijzen zijn momenteel hoger dan de prijs voor gas in de komende winter. Het
verschil tussen de prijs voor gas die in de zomer moet worden betaald, en de prijs
voor aankomende winter (de zogenoemde «spread») is een belangrijke prikkel voor het
opslaan van gas. Op dit moment is er sprake van een negatieve spread (een hogere zomerprijs
ten opzichte van de prijs in de aankomende winter). In eerdere jaren kon een positieve
spread de kosten van het opslaan van gas (deels) dekken.
Gasleveranciers hebben verplichtingen om te leveren in de winter en kiezen zelf hoe
ze dat doen, bijvoorbeeld door import van LNG, gas via pijpleidingen of gebruik van
gasopslagen. Zij moeten ook bij een zeer koude periode, een periode met uitzonderlijk
hoge vraag, of bij uitval van een installatie in staat zijn om hun afnemers te beleveren.
Ik kan niet aangeven of en zo ja hoeveel méér kosten leveranciers zullen maken als
gevolg van het vullen van gasopslagen, omdat commerciële informatie voor mij onbekend
is.
Vraag 2
Kunt u per gasopslag aangeven wat de actuele vulgraad is, welke vuldoelen gelden,
welke volumes nog moeten worden ingekocht en tegen welke verwachte kosten?
Antwoord 2
Nederland heeft een nationaal vuldoel gesteld van 115 TWh voor de Nederlandse seizoensopslagen
op 1 november 2026. Dat doel komt overeen met een vulgraad van 80%. Dit doel houdt
rekening met een koude winter die zich eens in de 30 jaar voordoet, waarbij tegelijkertijd
de grootste bron van aanvoer uitvalt, waarbij wordt aangenomen dat de LNG-terminals
in Europa geen extra gas leveren in de winter (wat zij doorgaans wel kunnen) én waarbij
de vraag uit buurlanden als constant wordt aangenomen. Het nationale vuldoel is hoger
vastgesteld dan waar Europa ons toe verplicht.
Voor Nederland zijn de belangrijkste gasopslagen Norg, Grijpskerk, Bergermeer en de
PGI Alkmaar. Voor de meest actuele cijfers verwijs ik naar de Aggregated Gas Storage Inventory.1 Zoals bekend heeft EBN de opdracht om 80 TWh gas op te slaan, voor zover de markt
dat niet doet. Daarnaast is 5 TWh opgeslagen in de PGI Alkmaar als tijdelijke noodvoorraad.
Vraag 3
Welke financiële risico’s lopen inwoners, gebruikers van het gasnetwerk, marktpartijen,
Energie Beheer Nederland (EBN) en de Nederlandse Staat wanneer gas nu tegen relatief
hoge prijzen wordt ingekocht om de voorraden te vullen, terwijl de gasprijs in de
winter lager blijkt te liggen?
Antwoord 3
Het financiële risico hangt af van het verschil tussen zomer- en winterprijzen, hoe
die prijzen zich ontwikkelen en de volumes die tegen bepaalde prijsverschillen gekocht
en al dan niet opgeslagen worden.
Vraag 4
Kunt u aangeven welk deel van het in Nederland opgeslagen gas naar verwachting daadwerkelijk
beschikbaar blijft voor Nederlandse huishoudens, bedrijven en elektriciteitsproductie,
en welk deel mogelijk via de interne Europese gasmarkt naar het buitenland stroomt?
Antwoord 4
Het is niet mogelijk om aan te geven waar het gas uit de Nederlandse gasopslagen uiteindelijk
voor bestemd is. Internationale gastromen zijn een integraal en onmisbaar onderdeel
van de normale werking van een goed functionerende Europese interne markt.
Vraag 5
Welke gevolgen heeft het voor EBN en uiteindelijk voor de Rijksbegroting wanneer EBN
of andere door de Staat aangewezen partijen gas inkopen tegen hoge zomerprijzen en
dit gas later tegen lagere marktprijzen moeten verkopen of beschikbaar stellen? Kunt
u aangeven hoe eventuele verliezen worden gedragen en of deze uiteindelijk bij de
belastingbetaler terecht kunnen komen?
Antwoord 5
De netto-kosten die EBN maakt in het uitvoeren van opslagactiviteiten (d.w.z. de kosten
na aftrek van de opbrengsten van de uitvoering van deze activiteiten), worden verhaald
door een heffing bovenop de tarieven van het landelijk transmissiesysteem voor gas
van GTS volgens het principe «de gebruiker betaalt».
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat het vanuit betaalbaarheid en leveringszekerheid onwenselijk
is als Nederland tegen te hoge kosten gasvoorraden vult, terwijl dat gas vervolgens
niet primair ten goede komt aan Nederlandse huishoudens en bedrijven?
Antwoord 6
Zoals ik heb aangegeven in mijn brief2 van 28 mei 2026, zoek ik samen met EBN de balans tussen het borgen van de leveringszekerheid
voor volgende winter, het beperken van marktverstoring, en het zo laag mogelijk houden
van de kosten.
Ik acht het niet onredelijk dat de kosten voor het opslaan van gas worden verhaald
op buitenlandse gebruikers voor zover zij gebruik maken van de Nederlandse opslagen.
Temeer omdat Nederland ten opzichte van andere landen relatief veel opslagcapaciteit
heeft. Het exclusief bestemmen of reserveren van bepaald gas voor Nederlandse afnemers
met uitsluiting van afnemers in andere lidstaten is op grond van Europese regelgeving
daarbij niet toegestaan.
Dit kabinet zet zich in de Raad van de Europese Unie in om een eerlijke kostendeling
te bewerkstelligen.
Vraag 7
Hoeveel aardgas wordt in Nederland gemiddeld ingezet voor elektriciteitsproductie,
en welk deel daarvan is volgens u direct of indirect nodig om schommelingen in wind-
en zonne-energie op te vangen?
Antwoord 7
Uit cijfers van het CBS blijkt dat de laatste jaren gemiddeld ca. 45 TWh elektriciteit
per jaar uit gas is opgewekt3 en hiervoor gemiddeld circa 12 bcm gas per jaar is ingezet. Er is geen specificatie
mogelijk welk deel van het gasgebruik voor elektriciteitsproductie nodig is om schommelingen
in wind- en zonne-energie op te vangen.
Vraag 8
Kunt u berekenen hoeveel aardgas Nederland kan besparen wanneer bestaande kolencentrales
tijdelijk meer elektriciteit produceren en gascentrales daardoor minder draaiuren
maken?
Antwoord 8
Nee, dit is niet mogelijk. Het valt niet te voorspellen welke gascentrale in Nederland
en welke gas- of kolencentrale in het buitenland in dat geval zou uitgaan en welke
besparing dat zou opleveren.
Vraag 9
Welke technische, juridische, vergunningtechnische en Europese belemmeringen bestaan
er op dit moment om Nederlandse kolencentrales tijdelijk extra te laten draaien met
als doel gas te besparen?
Antwoord 9
Er zijn op dit moment geen belemmeringen voor kolencentrales in Nederland tot en met
31 december 2029, volgens de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie. De markt
bepaalt autonoom via de prijs wanneer welke centrales aan en uit gaan.
Vraag 10
Bent u bereid op korte termijn te onderzoeken of de inzet van bestaande kolencentrales
tijdelijk kan worden verruimd zolang gasprijzen hoog zijn, gasvoorraden kostbaar moeten
worden gevuld en de leveringszekerheid onder druk staat? Kunt u dit onderzoek vóór
Prinsjesdag aan de Kamer sturen?
Antwoord 10
Nee, de kolencentrales in Nederland mogen nog steeds produceren en de markt bepaalt
autonoom welke centrales aan en uit gaan op basis van de prijs.
Vraag 11
Welke gevolgen zou een tijdelijke hogere inzet van kolencentrales hebben voor de elektriciteitsprijs,
de gasvraag, de netstabiliteit en de energierekening van huishoudens en het mkb?
Antwoord 11
De kolencentrales zijn vrij om meer elektriciteit op te wekken. Ook kunnen kolencentrales
vrij ingezet worden voor netstabiliteit als dat nodig en concurrerend is met alternatieven.
De elektriciteitsprijs komt tot stand op de Europese markt, waardoor het effect van
drie kolencentrales uit Nederland beperkt is op de Europese prijsvorming.
Vraag 12
Hoe weegt u het risico dat Nederland door het huidige beleid afhankelijker wordt van
duur geïmporteerd LNG, terwijl bestaande Nederlandse kolencentrales mogelijk tijdelijk
kunnen bijdragen aan het beperken van gasverbruik en LNG-import?
Antwoord 12
De kolencentrales zijn, zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 8 t/m 11, vrij
om meer elektriciteit op te wekken. Ik zie geen risico dat Nederland door het huidige
beleid afhankelijker wordt van LNG.
Vraag 13
Hoeveel LNG heeft Nederland in 2024, 2025 en tot dusver in 2026 geïmporteerd, uitgesplitst
naar land van herkomst? Welk deel daarvan is afkomstig uit de Verenigde Staten en
in hoeverre bestaat dit LNG uit, of hangt het samen met, Amerikaans schaliegas?
Antwoord 13
In de afgelopen jaren heeft Nederland de volgende LNG-volumes geïmporteerd:
bcm
2023
20241
20251
Totale LNG import Nederland
24,7
21,1
26,6
Verenigde Staten
17,5
14,4
19,9
Noorwegen
1,4
1,4
0,9
Rusland2
1,1
2
2,4
Afrika
2,5
1
2,2
Azië
0,8
0
0
Amerika excl. de VS
1,2
2,3
1,2
Overig/onbekend
0,2
0
0
Bron: CBS (update 21 mei 2026).
X Noot
1
(Nader) voorlopige cijfers
X Noot
2
Vanaf 1 januari 2027 is import van Russische LNG onder REPowerEU en het 19e sanctiepakket volledig verboden (zie Kamerstukken II, 2025/2026 29 023, nr. 664). Eerdere volumeontwikkelingen zijn toegelicht in onder meer aanhangsel van de Handelingen
2023–2024, nr. 2515 en aanhangsel van de Handelingen 2024–2025, nr. 136.
Nederland produceert ongeveer 1/3e van ons gas zelf, importeert ongeveer 1/3e via pijpleidingen en importeert ongeveer 1/3e aan LNG. Uit bovenstaande tabel is af te leiden dat van die LNG-import sinds 2023
gemiddeld 71% van de LNG afkomstig is uit de Verenigde Staten. Het overgrote deel
van de totale gasproductie in de Verenigde Staten wordt gewonnen uit schaliegasvelden
(78% in 2023 (IEA))4. Het is niet mogelijk om precies te bepalen hoeveel van de geïmporteerde Amerikaanse
LNG afkomstig is uit schaliegasvelden. De reden is dat in de VS het schaliegas gemengd
wordt op het gasnet met conventioneel gas.
Vraag 14 en 15
Bent u bereid de volledige levenscyclusuitstoot van elektriciteitsproductie met Nederlandse
kolencentrales te vergelijken met elektriciteitsproductie met gascentrales op basis
van geïmporteerd Amerikaans LNG of schaliegas?
Klopt het dat in bepaalde scenario’s, afhankelijk van de aannames over methaanlekkage
en LNG-ketenemissies, elektriciteitsproductie met steenkool mogelijk een lagere totale
ketenemissie kan hebben dan elektriciteitsproductie met uit Amerika geïmporteerd schaliegas/LNG?
Antwoord 14 en 15
Het IEA stelt dat de klimaatimpact van steenkool aanzienlijk hoger ligt dan van aardgas.
Bij aardgas speelt het type gas een rol: geïmporteerd LNG heeft een grotere klimaatimpact
dan in Nederland gewonnen aardgas of aardgas dat via pijpleidingen afkomstig is uit
bijvoorbeeld Noorwegen. Over het algemeen is de klimaatimpact van LNG echter nog altijd
aanzienlijk lager dan die van steenkool. Uit onderzoek van het IEA bleek dat in 2024
99% van het geconsumeerde LNG een lagere klimaatimpact had dan steenkool. Er mag dan
ook redelijkerwijs worden verondersteld dat dit ook voor de Nederlandse centrales
geldt. Ook stelt het IEA dat wereldwijd de gemiddelde levenscyclusuitstoot van broeikasgassen
per eenheid elektriciteit uit LNG ongeveer 40% lager is dan die van elektriciteit
uit steenkool. Dit komt doordat gascentrales over het algemeen efficiënter elektriciteit
opwekken dan kolencentrales (de wereldwijde gemiddelde efficiëntie van gascentrales
is 48%, tegen 37% voor kolencentrales) (Bron IEA5). Met dit antwoord wil ik ook mijn toezegging aan het lid Boomsma6 (JA21) tijdens het Commissiedebat van 15 april over Hernieuwbare Energie gestand
doen.
Vraag 16
Bent u bereid vóór Prinsjesdag een kosten-batenanalyse aan de Kamer te sturen van
een scenario waarin Nederlandse kolencentrales tijdelijk extra draaien om aardgas
te besparen, gasopslagkosten te beperken en de afhankelijkheid van LNG-import te verminderen?
Antwoord 16
Nee, zie hiervoor het antwoord op vraag 10.
Vraag 17
Bent u bereid vóór Prinsjesdag een concreet scenario uit te werken waarin Nederland
(tijdelijk) meer inzet op bestaande kolencapaciteit en minder op gasgestookte elektriciteitsproductie,
inclusief de effecten op leveringszekerheid, energiekosten, gasvoorraden, importafhankelijkheid
en CO2-uitstoot?
Antwoord 17
Nee, zie hiervoor het antwoord op vraag 10.
Vraag 18
Kunt u deze vragen één voor één uitwerken?
Antwoord 18
Enkel de vragen 14 & 15 heb ik gezamenlijk beantwoord.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.