Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Leijen over het artikel 'Met de juiste financiering levert onderhoud van infrastructuur flink wat op'
Vragen van het lid Van Leijen (D66) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het artikel «Met de juiste financiering levert onderhoud van infrastructuur flink wat op» (ingezonden 20 mei 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 12 juni
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Met de juiste financiering levert onderhoud van infrastructuur
flink wat op» van Swank en Van Der Windt in ESB?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de berekening van de auteurs dat de private arbeidsproductiviteit
per uur over 25 jaar met bijna twee procentpunt toeneemt als de overheid een permanente
impuls geeft aan infrastructuur van jaarlijks twee miljard euro?
Antwoord 2
Dit artikel laat modelmatig zien dat een jaarlijkse impuls van 2 miljard euro gedurende
25 jaar positieve economische effecten heeft. Dat een impuls in infrastructuur een
positief effect heeft op de economie is op zichzelf niet helemaal verrassend en is
ook in lijn met de resultaten uit de brede economische literatuur. Een goed functionerende
infrastructuur draagt bij aan de economische basis van Nederland, verhoogt de arbeidsproductiviteit
en daarmee ook de economische groei.
Economische groei is belangrijk, maar prudent begrotingsbeleid is dat óók. In Nederland
voeren we trendmatig begrotingsbeleid. Om de overheidsfinanciën gedurende de kabinetsperiode
te beheersen, maakt elk kabinet bij de start afspraken over wat er in één jaar maximaal
mag worden uitgegeven (het uitgavenkader) en hoe hoog de beleidsmatige aanpassing
van de belastingen en premies mag zijn (het inkomstenkader). Deze afspraken geven
duidelijke grenzen waarbinnen het begrotingsbeleid kan plaatsvinden. Daarbij weegt
het kabinet verschillende keuzemogelijkheden zorgvuldig tegen elkaar af, waaronder
het belang van investeringen in infrastructuur.
Daarom toetsen wij dit soort investeringsvoorstellen zorgvuldig binnen het reguliere
begrotingsproces en binnen de EMU-normen en de meerjarige schuld, zodat Nederland
ook in de toekomst kan blijven investeren en de rekening niet zonder meer doorgeschoven
wordt naar latere generaties.
Het kabinet erkent uiteraard het belang van een sterke economie. Het belang van een
sterke economie is te zien in de huidige investeringsstrategie van dit kabinet. Hiertoe
worden er, ook in lijn met het rapport van dhr. Wennink (2025), gerichte investeringen
gedaan in innovatie, technologie, duurzaamheid en wordt het verdienvermogen versterkt
door investeringen in onderwijs en kennis met de focus op een verhoging van de arbeidsproductiviteit.
Daarnaast heeft het kabinet structureel extra middelen beschikbaar gesteld voor de
infrastructuur en woningbouw en zoekt het kabinet actief een weg uit de stikstofcrisis,
om op deze manier meer te bouwen.
Vraag 3
Kunt u reflecteren op de drie opties die in het artikel van Swank en Van Der Windt
worden geschetst, die grofweg neerkomen op een combinatie van financiering van schuld
met a) lagere consumptieve uitgaven van de overheid, b) een verhoging van de vennootschapsbelasting,
c) hogere directe belastingen voor huishoudens? Hoe weegt u deze drie opties tegen
elkaar en welke voor- en nadelen ziet u per optie?
Antwoord 3
Het kabinet onderschrijft, net zoals in het coalitieakkoord, de constatering dat investeringen
in infrastructuur zorgen voor economisch succes. Tegelijkertijd hanteert het kabinet
trendmatig begrotingsbeleid, dat gebaseerd is op het uitgangspunt van solide overheidsfinanciën
en macro-economische stabilisatie binnen de geldende nationale en Europese begrotingsregels.
Binnen dat kader worden investeringsuitgaven gefinancierd, waarbij meerdere doelstellingen
tegelijk worden gewogen, waaronder houdbaarheid van de schuld, economische effecten
op korte en lange termijn en de druk op de lastenontwikkeling voor burgers en bedrijven.
Het kabinet weegt concrete investeringsbeslissingen en de bijbehorende financieringsvormen
altijd af tijdens de reguliere besluitvormingsmomenten en spreekt aan het begin van
de kabinetsperiode duidelijke kaders af voor de ontwikkeling uitgaven en de beleidsmatige
ontwikkeling van de lasten en premies.
Schuldfinanciering kan daarbij in voorkomende gevallen mogelijk passend worden geacht,
maar alleen wanneer dit zich verhoudt tot een beheersbare ontwikkeling van de schuldquote
en de budgettaire ruimte binnen de totale rijksbegroting. Gedurende de kabinetsperiode
dienen additionele uitgaven ingepast te worden binnen het afgesproken uitgavenkader,
conform de begrotingsregels.
Daarbij wordt opgemerkt dat ook de alternatieven zoals het verschuiven van uitgaven
naar investeringen of het aanpassen van lasten voor burgers en bedrijven directe gevolgen
kunnen hebben voor bijvoorbeeld de koopkracht of de concurrentiepositie van Nederland.
In het verlengde hiervan wordt momenteel ook onderzoek uitgevoerd naar alternatieve
vormen van private bekostiging van infrastructuur. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden
om partijen die profiteren van infrastructuurinvesteringen meer te betrekken bij de
bekostiging daarvan. Dit onderzoek is bedoeld om verschillende denkbare opties zorgvuldig
in kaart te brengen.
Vraag 4
Deelt u de analyse van Swank en Van Der Windt dat de effecten van infrastructuurinvesteringen
op de economie na vijf jaar groter zijn dan die van overheidsconsumptie?
Antwoord 4
Het kabinet heeft kennisgenomen van de conclusies uit het artikel en stelt dat de
conclusie dat een goed functionerende infrastructuur bijdraagt aan een stabiele economische
groei aansluit bij de bredere economische literatuur. Het kabinet erkent dit belang
ook door in het coalitieakkoord extra middelen te reserveren voor infrastructuur.
Vraag 5
Hoe kijkt u aan tegen de analyse van de auteurs dat een investering in infrastructuur
die gefinancierd wordt uit hogere belastingen, of een combinatie van hogere belastingen
en overheidsschuld, per saldo positieve economische effecten heeft?
Antwoord 5
Het kabinet hanteert trendmatig begrotingsbeleid, wat is gebaseerd op het uitgangspunt
van solide overheidsfinanciën en macro-economische stabilisatie binnen de geldende
nationale en Europese begrotingsregels. Binnen dat kader worden investeringsuitgaven
gefinancierd, waarbij meerdere doelstellingen tegelijk worden gewogen, waaronder houdbaarheid
van de overheidsfinanciën, economische effecten op korte en lange termijn, en de druk
op de lastenontwikkeling voor burgers en bedrijven.
Het kabinet weegt concrete investeringsbeslissingen en de bijbehorende financieringsvormen
altijd af tijdens de reguliere besluitvormingsmomenten en spreekt aan het begin van
de kabinetsperiode duidelijke kaders af voor de ontwikkeling uitgaven en de beleidsmatige
ontwikkeling van de lasten en premies. De Kamer wordt hierover geïnformeerd via de
reguliere begrotingsstukken.
Schuldfinanciering kan daarbij in voorkomende gevallen mogelijk passend worden geacht,
maar alleen wanneer dit zich verhoudt tot een beheersbare ontwikkeling van de EMU-schuld
en het EMU-saldo en de budgettaire ruimte binnen de totale rijksbegroting. Gedurende
de kabinetsperiode dienen additionele uitgaven ingepast te worden binnen het afgesproken
uitgavenkader, conform de begrotingsregels.
Daarbij merkt het kabinet op dat ook de alternatieven zoals het verschuiven van uitgaven
naar investeringen of het aanpassen van lasten voor burgers en bedrijven directe gevolgen
kunnen hebben voor bijvoorbeeld de koopkracht of de concurrentiepositie van Nederland.
Vraag 6
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 6
Ja.
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.