Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Piri over het bericht “Iraniers worden van alle kanten bedreigd, ook uit naam van 'democraat' Pahlavi''
Vragen van het lid Piri (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Justitie en Veiligheid over het bericht «Iraniërs worden van alle kanten bedreigd, ook uit naam van «democraat» Pahlavi» (ingezonden 22 april 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) en de Minister van Justitie en
Veiligheid (ontvangen 12 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Iraniërs worden van alle kanten bedreigd, ook uit naam
van «democraat» Pahlavi» van Nieuwsuur, d.d. 19 april 2026?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Bent u bekend met signalen van intimidatie tegen Iraanse Nederlanders die zowel tegen
het regime van de ayatollahs als tegen de terugkeer van de zoon van de sjah zijn?
Zo ja, waar bestaan die signalen uit?
Staat u direct of indirect in contact met de Iraanse diaspora in Nederland, ook met
de Iraanse Nederlanders die zowel tegen het regime van de ayatollahs als tegen de
terugkeer van de zoon van de sjah zijn? Zo ja, ervaren deze groepen druk vanuit het
Iraanse regime dan wel vanuit kringen rondom de zoon van de sjah? Zo nee, bent u bereid
met deze groepen in contact te treden?
Antwoord 2 en 3
Het kabinet herkent dergelijke signalen. Naar aanleiding van de ontwikkelingen in
het Midden-Oosten hebben verschillende gesprekken met groepen binnen de Iraanse diaspora
plaatsgevonden. Daaruit komt een gedifferentieerd beeld naar voren. Zorgen zijn onder
meer geuit over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de gevolgen voor familieleden
en vrienden aldaar. Ook klonken zorgen over spanningen binnen de Iraanse diaspora
en over gevoelens van onveiligheid die hier in Nederland worden ervaren. Het kabinet
blijft de situatie in het Midden-Oosten nauwlettend volgen en continueert de gesprekken
met verschillende groepen binnen de Iraans-Nederlandse gemeenschappen.
Vraag 4
Hoeveel aangiftes zijn er gedaan vanwege misdrijven gericht tegen Iraanse Nederlanders
waaronder doxing? Wat is de stand van zaken van deze aangiftes?
Antwoord 4
Daar waar naar aanleiding van een aangifte voldoende verdenking is van strafbare feiten,
kan het OM een strafrechtelijk onderzoek starten. Er vindt geen aparte registratie
plaats ten aanzien van de vraag of een strafrechtelijk onderzoek verband houdt met
een mogelijk motief vanuit de context van diasporaproblematiek. Het Openbaar Ministerie
doet geen mededelingen over eventueel lopende onderzoeken naar aanleiding van aangiftes.
Vraag 5 en 6
Acht u het nodig dat Iraanse Nederlanders beter beschermd gaan worden tegen vormen
van intimidatie waaronder strafbare feiten? Zo ja, aan welke maatregelen denkt u?
Zo nee, waarom niet?
Is de politie extra alert op bedreigingen van Iraniërs in Nederland? Zo ja, waar blijkt
dat uit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5 en 6
Het kabinet is bekend met het algehele dreigingsbeeld vanuit statelijke actoren –
ook ten aanzien van de specifieke dreiging vanuit Iran.2 Voortdurend en op basis van het dreigingsbeeld wordt daarbij bezien wat mogelijk
is om dreigingen te voorzien, verstoren, verijdelen en/of mitigeren.
Bij vermoedens van bijvoorbeeld bedreigingen richting Iraanse diaspora kan er melding
of aangifte worden gedaan bij de politie. De politie behandelt deze meldingen en aangiftes
zorgvuldig en heeft daarbij oog voor de huidige internationale situatie.
In lijn met eerdere toezeggingen aan en moties van uw Kamer, werkt het kabinet aan
de totstandkoming van een centraal meldpunt buiten de Rijksoverheid.3 Daar moeten slachtoffers van ongewenste buitenlandse inmenging terecht kunnen voor
een luisterend oor en advies op handelingsperspectief.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.