Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Westerveld over private equity bedrijven die geld verdienen met medische keuringen
Vragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over private equity bedrijven die geld verdienen met medische keuringen (ingezonden 20 februari 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 12 juni
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Buitenlandse investeerder verdient aan medische keuringen:
«Absurd en frustrerend»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u aangeven in hoeveel gemeenten de medische keuringen worden verzorgd door een
private equity-partij?
Antwoord 2
Ik beschik niet over deze gegevens. Dit wordt landelijk ook niet bijgehouden. Bij
verschillende gemeentelijke taken, zoals leerlingenvervoer, urgentieverklaringen en
de gehandicaptenparkeerkaart, gaat het om besluiten in de publieke sfeer waarvoor
gemeenten verantwoordelijk zijn. Gemeenten kunnen daarbij gebruikmaken van externe
medische advisering, maar zijn zelf verantwoordelijk voor de besluitvorming. Bij verordening
legt de gemeente vast hoe zij hier mee omgaat en wie zij daarvoor eventueel inschakelt.
De eventuele inkoop van advies geschiedt volgens het reguliere inkoopproces. Daarbij
gelden altijd de algemene beginselen van behoorlijk bestuur uit de Algemene wet bestuursrecht,
waaronder de zorgvuldigheidsplicht, het motiveringsbeginsel en de eisen van rechtsbescherming.
Vraag 3
Kunt u nader toelichten of er op dit moment richtlijnen bestaan voor de bedragen die
gefactureerd worden voor (telefonische) consulten voor bijvoorbeeld het herkeuren
voor een gehandicaptenparkeerkaart? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Er bestaan geen landelijke richtlijnen voor de bedragen die gefactureerd worden voor
(telefonische) consulten voor bijvoorbeeld het herkeuren voor een gehandicaptenparkeerkaart.
Er is wel een richtlijn – de Richtlijn Gehandicaptenparkeerkaart van de VAV – voor de inhoudelijke keuring voor een gehandicaptenparkeerkaart.
Vraag 4
Vindt u het wenselijk dat voor deze diensten een private equity-partij, die primair
gericht is op het maken van winst, wordt gecontracteerd? Deelt u de mening dat dit
onwenselijke prikkels in de hand werkt?
Antwoord 4
Dat bedrijven geld verdienen aan het uitvoeren van gemeentelijke taken is niet per
definitie problematisch. Het behoort tot de beleidsvrijheid van gemeenten om, wanneer
zij ervoor kiezen om medisch advies onderdeel te maken van de besluitvorming, de juiste
partij(en) te vinden voor het uitvoeren van deze keuringen. Het kabinet ziet dat private
investeerders zowel kansen als risico’s bieden voor de zorg. Private equity kan uitkomst
bieden voor zorgaanbieders die moeite hebben met het vinden van financiering of bedrijfsopvolging.
Maar we moeten voorkomen dat partijen kwalitatief goede zorg ondergeschikt maken aan
hun financiële positie. Bijvoorbeeld doordat partijen onnodige risico’s nemen bij
bijvoorbeeld het aangaan van schulden waarbij de continuïteit in gevaar komt. Of doordat
partijen bezuinigen op kwaliteit om zo kosten te besparen en zo de financiële positie
te verbeteren. Gemeenten kunnen bij het contracteren van partijen aanvullende voorwaarden
stellen, te denken valt bijvoorbeeld aan eisen aan de kwaliteit en bedrijfsvoering
en het toepassen van een goede tariefdifferentiatie.
Vraag 5
Deelt u de mening dat dergelijke essentiële diensten primair thuishoren in de publieke
of semi-publieke sector en niet in handen zouden moeten zijn van een organisatie die
primair winstgedreven is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen om te zorgen
dat deze keuringen in publieke handen komt?
Antwoord 5
Het is niet verboden om als gecontracteerde partij winst te maken. Zorgaanbieders
zijn van oudsher private organisaties. Winstgevendheid is daarbij noodzakelijk om
te kunnen innoveren en investeren in de zorg, en noodzakelijk om onderhoud te kunnen
uitvoeren. Dit komt de zorg ten goede. Wel vind ik het belangrijk dat gemeenten bij
contractering duidelijke aanvullende voorwaarden stellen over de uitvoering van de
opdracht, zoals bijvoorbeeld eisen aan de kwaliteit en de bedrijfsvoering en het toepassen
van goede tariefdifferentiatie, maar ook over de onafhankelijkheid en deskundigheid
van de keuring. Dat betekent dat financieel gewin niet de boventoon mag voeren, zoals
dat wel het geval is bij partijen die gericht zijn op snel geld verdienen.
Vraag 6
Kunt u ingaan op de wenselijkheid van hoge kosten voor dergelijke keuringen en hoe
dit zich verhoudt tot de hogere kosten die mensen met een beperking of chronische
ziekte al maken vanwege hun beperking of chronische ziekte?
Antwoord 6
Ik vind het onwenselijk als de kosten voor medische keuringen voor ondersteuning en
voorzieningen hoog oplopen voor mensen. Daarom onderzoek ik de mogelijkheden voor
de samenvoeging van verschillende landelijke indicatiestellingstrajecten. In 2026
wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het samenvoegen van de trajecten die mensen
moeten doorlopen voor het aanvragen van Valys Standaard, Valys Hoog PKB, sportvervoer
en de OV begeleiderskaart. Met deze samenvoeging wordt een verbetering voor de aanvrager
beoogd waarbij de aanvraag voor indicatiestelling(en) meer efficiënt en minder belastend
wordt voor de aanvrager, omdat er dan geen separate medische keuring en administratieve
taken voor elke indicatiestelling nodig is. Ook wordt het tijdens de aanvraag meer
overzichtelijk wat de ondersteuningsbehoefte is, waardoor de relevante voorzieningen
in één keer kunnen worden aangevraagd.
Ook herken ik de signalen dat de tarieven voor het aanvragen van bijvoorbeeld een
gehandicaptenparkeerkaart sterk uiteenlopen. Dat is vooral onderwerp van gemeentelijk
beleid. Uit onderzoek blijkt een bandbreedte van € 0 tot ruim € 300 per aanvraag.
De verantwoordelijkheid voor het vaststellen van leges ligt bij de gemeenteraad. Op
grond van de Gemeentewet geldt als harde norm dat leges niet hoger mogen zijn dan
de werkelijke kosten; gemeenten zijn vrij om onder deze norm te blijven of de kaart
gratis aan te bieden, en een aantal doet dat ook. Daarnaast biedt de Regeling gehandicaptenparkeerkaart
al een instrument om onnodige keuringskosten te voorkomen: in bepaalde gevallen kan
de keuring achterwege blijven. Als het gaat om een stapeling van kosten zouden gemeenten
op grond van artikel van de Wmo 2015 een tegemoetkoming kunnen verstrekken in aannemelijke
meerkosten als gevolg van een beperking. Waar ook dat niet toereikend is, biedt de
bijzondere bijstand een aanvullend vangnet.
Vraag 7
Hoe verhouden de extra kosten die mensen met een beperking maken, zoals bijvoorbeeld
voor de Gehandicaptenparkeerkaart, zich tot het VN-Verdrag voor de Rechten van personen
met een handicap? Kunt u inschatten hoeveel extra kosten gemaakt worden door mensen
vanwege hun beperking?
Antwoord 7
Artikel 20 van het verdrag verplicht staten ertoe doeltreffende maatregelen te nemen
om de persoonlijke mobiliteit van mensen met een handicap te bevorderen op de wijze
en het tijdstip van hun keuze en tegen een betaalbare prijs. De combinatie van legesmaximering
op grond van de Gemeentewet, de tegemoetkomingsmogelijkheid op grond van artikel 2.1.7
Wmo 2015 en de bijzondere bijstand als vangnet vormt de Nederlandse invulling van
die verplichting.
Wat betreft de bredere meerkosten heeft het kabinet in 2024 onderzoek laten uitvoeren
door het NIBUD.2 Daaruit blijkt dat mensen met een beperking tussen € 1.080 en € 4.100 per jaar aan
extra kosten maken vanwege hun beperking, afhankelijk van de aard en ernst van de
beperking, de huishoudsituatie en de inkomenspositie. Het NIBUD stelt daarbij dat
de meerkosten voor vervoer specifiek niet eenvoudig zijn vast te stellen door de grote
verschillen in beperking, zorgbehoefte en reisafstanden.
Vraag 8
Ontvangt u ook signalen van mensen, met een duidelijk zichtbare beperking zoals bijvoorbeeld
een amputatie van een been, die desondanks opnieuw gekeurd moeten worden? Bent u bereid
de herkeuringen zo in te richten dat alleen mensen van wie het duidelijk en aannemelijk
is dat hun fysieke gesteldheid beter kan worden, herkeurd hoeven te worden?
Antwoord 8
Ik ben het met u eens dat overbodige keuringen niet zouden moeten plaatsvinden. Bij
een verlenging van bijvoorbeeld de gehandicaptenkaart kan een keuring achterwege blijven
indien duidelijk is dat de aanvrager nog steeds aan de voorwaarden voldoet. De gemeente
beoordeelt dit aan de hand van de verstrekte actuele informatie.
Vraag 9
Kunt u nader toelichten op basis waarvan de afweging is gemaakt dat dergelijke keuringen
ook uitgevoerd mogen worden door basisartsen, die niet specifiek zijn opgeleid voor
het geven van sociaal-medisch advies?
Antwoord 9
Het is belangrijk dat het onderzoek zorgvuldig is en het besluit goed wordt gemotiveerd.
Hierbij is niet alleen medische kennis noodzakelijk – op het niveau van minimaal een
basisarts – maar ook kennis van de toegangscriteria voor een Gehandicaptenparkeerkaart
en van de uitwerking van het beoordelingskader zoals dit door de beroepsgroep is vastgelegd
in de VAV-Richtlijn Gehandicaptenparkeerkaart. Van een arts Medisch Advies (een basisarts
met aanvullende scholing) mag deze kennis verwacht worden maar dat betekent niet dat
een basisarts zonder deze formele scholing deze kennis niet kan verkrijgen door zich
hierin te verdiepen.
Daarnaast is het belangrijk om grip te houden op de maatschappelijke kosten die keuringen
met zich meebrengen. Een aanvraagproces bestaat uit vele onderdelen. En bij elke aanvrager
is de medische situatie anders. Het kan echter zo zijn dat bepaalde (deel)aspecten
door een basisarts kunnen worden beoordeeld. Daarom werken adviesbureaus veelal met
teams. Zeker als de gemeentelijke opdracht aan het adviesbureau is het college van
B&W van een sociaal medisch advies te voorzien.
Vanuit het Rijk zijn geen nadere inhoudelijke richtlijnen in de wet- en regelgeving
vastgelegd, anders dan dat een arts de beoordeling moet uitvoeren. Het is aan de gemeenten
om een zorgvuldig onderzoek uit te voeren en op basis daarvan een besluit te nemen.
Vraag 10
Kunt u aangeven hoeveel personen op jaarbasis de opleiding volgen voor medisch adviseur?
Antwoord 10
Daarmee wordt neem ik aan gedoeld op de opleiding tot arts medisch advies KNMG. Dit
is de profielopleiding binnen de eerste fase van de medische vervolgopleiding Maatschappij
+ Gezondheid (M+G). Uit het register van de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten
(RGS) blijkt dat voor de periode 2015–2025 elk jaar minder dan 6 aios in opleiding
tot arts medisch advies zijn geregistreerd. Met uitzondering van de periode 2020 tot
2024 – in die jaren zijn er geen aios geregistreerd.3
Vraag 11
Klopt het dat de verantwoordelijkheid voor investeren in opleiding en professionalisering
van artsen voor medisch advies nu bij werkgevers ligt? Zo ja, op welke wijze wordt
dan gegarandeerd dat elk van de artsen hetzelfde «basisniveau van deskundigheid» heeft?
Antwoord 11
Ja, dat klopt. Uiteraard is de opleiding een belangrijke voorwaarde om de zogenoemde
interdoktervariatie te verkleinen en de rechtsgelijkheid van aanvragers te bevorderen.
De opdrachtnemende partij (werkgever) moet voldoen aan de gestelde eisen van de gemeente
in de inkoopuitvraag. Investeringen in het uitvoerend personeel is onderdeel van de
aangeboden prijs. De opdrachtnemer is daarmee ook verantwoordelijk voor de uitvoering
en het benodigde kennisniveau.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.