Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vliegenthart over erkenning en rechtsherstel voor de Molukse gemeenschap
Vragen van het lid Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over erkenning en rechtsherstel voor de Molukse gemeenschap (ingezonden 22 april 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 11 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1917.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Opinie: Kabinet kan geschiedenis schrijven met rechtsherstel
voor Molukse gemeenschap»?1 Bent u tevens bekend met het bericht «Oud-premier Van Agt vroeg Koning om excuses
aan Molukse gemeenschap»2 en het bericht «Arnhem erkent pijn Molukkers: excuses, plaquette én betalingen voor
grafrechten»?3
Antwoord 1
Ja, dat ben ik.
Vraag 2
Hoe duidt u en het kabinet de oproepen uit de bovengenoemde berichten in het licht
van het feit dat op 21 maart 2026 het herdenkingsjaar 75 jaar Molukkers in Nederland
is gestart?
Antwoord 2
De vele (lokale) herdenkingen en andere initiatieven die dit jaar worden georganiseerd,
laten zien dat de bewustwording over dit belangrijke onderdeel van onze geschiedenis
toeneemt. Het kabinet vindt dit een positieve ontwikkeling en bekijkt hoe hier op
een waardige manier bij stil kan worden gestaan.
Vraag 3
Erkent u dat het Nederlandse overheidsbeleid rond de komst en opvang van Molukse KNIL-militairen
en hun gezinnen in 1951 heeft geleid tot groot onrecht met langdurige gevolgen voor
hun rechtspositie, maatschappelijke positie en vertrouwen in de overheid? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 3
Het kabinet is zich zeer bewust dat het gebrek aan begrip voor de ondergane oorlogsverschrikkingen
in Azië, de kille ontvangst en behandeling in Nederland en het daaropvolgende formalisme
in het rechtsherstel bij de Molukse gemeenschap veel verdriet teweeg heeft gebracht.
Deze slechte behandeling is door de regering erkend.4 Tegelijkertijd is het kabinet zich – onder meer door gesprekken met mensen uit de
Molukse gemeenschap – bewust van het feit dat in de gemeenschap een grote behoefte
bestaat aan meer aandacht voor en erkenning van hetgeen met name de eerste generatie
heeft moeten meemaken.
Vraag 4
Is hierbij naar het oordeel van u en het kabinet sprake van een bijzondere verantwoordelijkheid
van de Staat der Nederlanden, mede in het licht van de militaire dienstverbanden en
de verwachtingen die destijds door de overheid zijn gewekt?
Antwoord 4
Vanwege de gebeurtenissen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog heeft het kabinet een
bijzondere solidariteit en ereschuld aan alle eerste generatie Nederlandse oorlogsgetroffenen
en verzetsdeelnemers, waaronder de Molukse. In dit kader is in de loop der tijd een
stelsel van zorg en dienstverlening opgebouwd. Daarbij is de toezegging gedaan dat
kwalitatief goede zorg en dienstverlening tot de laatst levende van de 1e generatie in stand blijft.
Daarnaast ben ik, als coördinerend bewindspersoon voor oorlogsgetroffenen en herinnering
Tweede Wereldoorlog, verantwoordelijk voor het beleid van collectieve erkenning van
de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland.
Het ontstaan van het beleid van de collectieve erkenning gaat is het resultaat van
een langer proces in het kader van het zogenoemde Indische en Molukse rechtsherstel.
Het rechtsherstel bestond onder andere uit verschillende individuele en collectieve
regelingen die ten doel hadden het leed en de schade die het gevolg waren van de Tweede
Wereldoorlog en de nasleep daarna te compenseren, voor zover dat überhaupt mogelijk
was.
Het doel van het beleid van de collectieve erkenning is om een nieuwe fase in te gaan
in de relatie tussen de gemeenschappen, de bredere samenleving en de overheid, door
middel van een brede collectieve erkenning van de gebeurtenissen en het leed dat mensen
in Nederlands-Indië/Indonesië hebben doorstaan gedurende de Tweede Wereldoorlog en
de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië en datgene dat zij na aankomst in Nederland
hebben meegemaakt.5 Dit gebeurt door verankering van het (cultureel)erfgoed in Nederland en het vergroten
van de kennis van de geschiedenis van gemeenschappen met wortels in Nederlands-Indië/Indonesië.
Vraag 5 en 6
Bent u bereid concrete voorstellen uit te werken voor vormen van rechtsherstel en
de Kamer hierover voor het einde van het herdenkingsjaar te informeren?
Bent u bereid hierover actief in gesprek te gaan met vertegenwoordigers van de Molukse
gemeenschap en betrokken medeoverheden, en de Kamer?
Antwoord 5 en 6
Het kabinet vindt het van belang op een passende manier stil te staan bij 75 jaar
Molukkers in Nederland en te bekijken hoe – in aanvulling op het hetgeen reeds is
gebeurd – tegemoet kan worden gekomen aan de behoeften van de gemeenschap. Het is
hierover met de gemeenschap in gesprek.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.