Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Teunissen en Dassen over het bericht 'Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord'
Vragen van de leden Teunissen (PvdD) en Dassen (Volt) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord» (ingezonden 1 mei 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 11 juni 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1974.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving over de Israëlische marine die humanitaire
schepen van de Global Sumud Flotilla voor de kust van het Griekse eiland Kreta heeft
geënterd en opvarenden heeft ontvoerd?1
Antwoord 1
Het kabinet is bekend met de berichtgeving hierover.
Vraag 2
Bent u ermee bekend dat Nederlandse deelnemers zich aan boord bevonden van de geënterde
schepen?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Welke maatregelen neemt u om hun veiligheid en die van de overige Nederlanders te
garanderen?
Antwoord 3
Rondom de recente onderscheppingen van de Flotilla heeft het kabinet de Israëlische
autoriteiten opgeroepen de veiligheid van betrokken Nederlanders te waarborgen, hen
goed te behandelen en hen zo snel mogelijk vrij te laten. Ook heeft het kabinet de
Israëlische autoriteiten om opheldering gevraagd en meermaals opgeroepen zich aan
het internationaal recht te houden. Verder heeft het kabinet aan de Griekse en Cypriotische
autoriteiten verzocht Nederlandse deelnemers aan de Flotilla in nood desgevraagd bij
te staan.
Vraag 4
Erkent u dat het enteren en aanvallen van schepen met burgers en hulpgoederen in internationale
wateren een ernstige schending van internationaal recht is?
Antwoord 4
Op basis van de beschikbare informatie acht het kabinet de recente onderscheppingen
van de Flotilla een schending van het internationaal recht.
Vraag 5 en 6
Bent u bereid publiekelijk steun uit te spreken voor het recht van burgers en organisaties
om zich vreedzaam in te zetten voor humanitaire doeleinden en solidariteit te tonen
met de Palestijnse bevolking, ook als dit betekent dat zij blokkades vreedzaam proberen
te doorbreken?
Welke stappen heeft Nederland tot nu toe ondernomen, of is het bereid te nemen, om
veilige en ongehinderde toegang van humanitaire hulp tot Gaza te bevorderen?
Antwoord 5 en 6
Het kabinet maakt zich ernstig zorgen over de humanitaire situatie in Gaza. Zowel
in bilateraal als in multilateraal (EU-)verband roept Nederland de Israëlische autoriteiten
op om veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire toegang te faciliteren.
Nederland spreekt zich in dit kader ook uit over de Israëlische herregistratieplicht
voor internationale ngo’s, onder meer door het initiëren van een gezamenlijke verklaring
die werd medeondertekend door een grote groep landen. Nederland heeft binnen de EU
benadrukt dat de ontwikkelingen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever als
gevolg van Israëlisch handelen het nodig kunnen maken om de door de Commissie voorgestelde
EU-maatregelen in het kader van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU en
Israël opnieuw te agenderen.
Vraag 7
Hoe verhoudt het optreden tegen humanitaire schepen zich volgens u tot de verplichtingen
van staten onder het internationaal recht?
Antwoord 7
In algemene zin is het standpunt van het kabinet zoals bekend dat het blokkeren van
humanitaire hulp evident indruist tegen het humanitair oorlogsrecht.
In oktober 2025 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat Israël als bezettende
macht verplicht is essentiële humanitaire hulp door onpartijdige (VN-)organisaties
toe te staan, wanneer de lokale bevolking onvoldoende voorzien is van dergelijke hulpgoederen.
Professionele en gemandateerde humanitaire organisaties dienen veilige, ongehinderde,
en onvoorwaardelijke toegang te krijgen tot Gaza.
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat het blokkeren van humanitaire hulp in strijd kan zijn met
de verplichting om levensreddende hulp toe te laten tot een burgerbevolking in nood?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Ja.
Vraag 9
Bent u bereid deze vragen binnen 24 uur te beantwoorden gezien de noodsituatie?
Antwoord 9
De vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.