Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op het lid Van Baarle over het bericht ‘Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord’
Vragen van het lid Van Baarle (DENK) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord» (ingezonden 1 mei 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 11 juni 2026). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1975.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta,
ook Nederlanders aan boord»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u de Israëlische aanvallen op de flotilla in de meest krachtige termen veroordelen
als een schending van het internationaal recht? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 2
Op basis van de beschikbare informatie acht het kabinet de recente onderscheppingen
van de Flotilla een schending van het internationaal (zee)recht. Het kabinet heeft
de Israëlische autoriteiten om opheldering gevraagd en meermaals opgeroepen zich aan
het internationaal recht te houden.
Vraag 3
Bent u bereid om de onmiddellijke vrijlating van de gegijzelde opvarenden te eisen?
Antwoord 3
Rondom de recente onderscheppingen van de Flotilla heeft het kabinet de Israëlische
autoriteiten meermaals opgeroepen de betrokken Nederlanders zo snel mogelijk vrij
te laten.
Het kabinet heeft kennisgenomen van de schokkende en ontoelaatbare beelden van de
aangehouden Flotilladeelnemers die de Israëlische Minister Ben-Gvir op 20 mei jl.
heeft gedeeld. Volgens het kabinet gaat deze behandeling in tegen de menselijke waardigheid.
Het kabinet heeft de Israëlische regering daarop aangesproken en de Israëlische ambassadeur
ontboden om opheldering te vragen. Daarbij heeft het kabinet opnieuw benadrukt dat
alle opvarenden in lijn met het internationaal recht moeten worden behandeld, de veiligheid
van Nederlandse opvarenden moet worden gegarandeerd en ze zo snel mogelijk moeten
worden vrijgelaten. Ook heeft het kabinet om formele excuses van de Israëlische regering
gevraagd. Deze oproep heeft Nederland ook herhaald in Europees verband in lijn met
de motie-Van Baarle (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3421). Israël ging de dag erna, op 21 mei jl., over tot vrijlating van alle deelnemers.
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat de Israëlische blokkade van Gaza illegaal is en doorbroken
moet worden? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 4
Momenteel is er geen veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire toegang
voor professionele hulporganisaties, zoals de VN, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging
en internationale ngo’s, om hulp te verlenen in Gaza. In oktober 2025 oordeelde het
Internationaal Gerechtshof dat Israël als bezettende macht verplicht is essentiële
humanitaire hulp door onpartijdige (VN-)organisaties toe te staan, wanneer de lokale
bevolking onvoldoende voorzien is van dergelijke hulpgoederen. Dit onderstreept het
kabinet volledig, en dit gebeurt onvoldoende. Humanitaire en commerciële goederen
komen zeer beperkt binnen. Hulporganisaties ondervinden een scala aan belemmeringen,
waaronder de beperkte toegang, de Israëlische restricties voor dual use goederen en de Israëlische herregistratieplicht voor internationale ngo’s, die hen
verhindert om adequaat hulp te bieden aan de populatie in Gaza, terwijl de humanitaire
noden enorm zijn. Tegelijkertijd is de humanitaire hulp die de Sumud Flotilla hoopte
af te leveren voornamelijk symbolisch van aard en niet voldoende om de hoge noden
in Gaza werkelijk te verlichten.
Vraag 5
Heeft u contact gelegd met de flotilla en in het bijzonder met de Nederlandse opvarenden?
Zo neen, waarom niet?
Antwoord 5
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Nederlandse deelnemers aan de Flotilla
die daar om verzochten consulair bijgestaan. Het ging onder meer om het faciliteren
van contact met familieleden en het op weg helpen bij de zelfstandige doorreis vanuit
Griekenland en Turkije, via de posten ter plaatse. Ook stond het Ministerie van Buitenlandse
Zaken in contact met familieleden en naasten van betrokken Nederlanders.
Vraag 6
Hoe zorgt Nederland ervoor dat Israël de veiligheid van de flotilla en diens opvarenden
respecteert? Zal Nederland er politieke consequenties aan verbinden indien dit niet
gebeurt?
Antwoord 6
Rondom de recente onderscheppingen van de Flotilla heeft het kabinet de Israëlische
autoriteiten meermaals opgeroepen de veiligheid van betrokken Nederlanders te waarborgen,
hen goed te behandelen en hen zo snel mogelijk vrij te laten.
Zoals uw Kamer bekend, acht het kabinet het gedrag van de Israëlische Minister van
Nationale Veiligheid rondom de detentie van Flotilla-demonstranten ontoelaatbaar.
Nederland heeft de extremistische Israëlische Ministers Ben-Gvir en Smotrich vanwege
hun extremistische uitspraken en oproepen tot geweld reeds in juli 2025 persona non
grata verklaard en hen als ongewenste vreemdeling in het Schengen Informatiesysteem
(SIS) gesignaleerd. Op dat moment bleef Europees draagvlak uit om tegen deze Ministers
EU-sancties aan te nemen.
Het sanctioneren van Minister Ben-Gvir ligt in Brussel opnieuw voor, hetgeen dit kabinet
steunt. Het kabinet onderstreept daarbij ook dat Nederland ook voorstander is van
sancties tegen Minister Smotrich.
Zie ook het antwoord op vraag 3.
Vraag 7
Op welke wijze staat u de opvarenden en in het bijzonder de Nederlandse staatsburgers
bij?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 5 en 6.
Vraag 8
Bent u bereid om sancties te treffen tegen Israël vanwege de illegale entering van
de flotilla?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 3 en 6.
Nederland heeft tijdens de informele Raad Buitenlandse Zaken opgeroepen tot het sanctioneren
van Ministers Ben-Gvir en Smotrich. Nederland ging eerder nationaal over tot deze
stap vanwege het ontbrekende EU-draagvlak.
Verder steunt het kabinet, conform de motie-Van Baarle (21501-02-3420), de oproep van de Canadese Minister-President van 26 mei jl., richting de Israëlische
autoriteiten, tot een onafhankelijk onderzoek naar de behandeling van de aangehouden
Flotilla-opvarenden. Het kabinet zal in dat kader ook in contact blijven met landen
die ook duidelijkheid willen over de behandeling van Flotilla-opvarenden, ook in Europees
verband.
Vraag 9
Bent u bereid om deze vragen binnen 24 uur te beantwoorden?
Antwoord 9
De vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.