Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bamenga, Kröger en Dobbe over het bericht 'Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta'
Vragen van de leden Bamenga (D66), Kröger (GroenLinks-PvdA) en Dobbe (SP) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta» (ingezonden 6 mei 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 11 juni 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1973.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Israëlische strijdkrachten schepen met (onder meer)
Nederlandse opvarenden in internationale wateren hebben geënterd en daarbij personen
hebben aangehouden?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Hoe beoordeelt u het besluit van de Israëlische autoriteiten om op zo’n 1.000 km buiten
de eigen territoriale wateren en Exclusieve Economische Zone over te gaan tot aanhouding
en detentie van Nederlandse burgers?
Bent u het ermee eens dat het aanhouden en detineren van Nederlandse burgers door
Israël in internationale wateren in strijd is met het internationaal zeerecht en in
het bijzonder met het beginsel van vrijheid van navigatie?
Antwoord 2 en 3
Op basis van de beschikbare informatie acht het kabinet de recente onderscheppingen
van de schepen van de Global Sumud Flotilla een schending van het internationaal (zee)recht.
Vraag 4 en 5
Deelt u de opvatting dat dergelijk optreden een risicovol precedent kan scheppen voor
extraterritoriale handhaving door staten?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen zet u om dit tegen te gaan?
Antwoord 4 en 5
Het standpunt van het kabinet is dat de exclusiviteit van rechtsmacht van de vlaggenstaat
op volle zee met zich mee brengt dat niet zonder (voorafgaande) toestemming van de
vlaggenstaat handhavend kan worden opgetreden tegen vreemde (koopvaardijschepen en
daarmee gelijkgestelde) schepen op volle zee. Het internationaal recht erkent enkele
uitzonderingen hierop, die volgens het kabinet niet van toepassing waren op de huidige
situatie. Het kabinet heeft de Israëlische autoriteiten om opheldering gevraagd en
meermaals opgeroepen zich aan het internationaal recht te houden.
Vraag 6
Welke maatregelen neemt het kabinet om Nederlandse zeevarenden in het algemeen, maar
ook resterende opvarenden van de flotilla, in de toekomst te beschermen tegen onrechtmatige
aanhouding (in internationale wateren) door derde staten?
Antwoord 6
Rondom de recente onderscheppingen van de Flotilla heeft het kabinet de Israëlische
autoriteiten meermaals opgeroepen de veiligheid van betrokken Nederlanders te waarborgen,
hen goed te behandelen en hen zo snel mogelijk vrij te laten. Ook heeft het kabinet
de Israëlische autoriteiten om opheldering gevraagd en meermaals opgeroepen zich aan
het internationaal recht te houden. Verder heeft het kabinet aan de Griekse en Cypriotische
autoriteiten verzocht Nederlandse deelnemers aan de Flotilla in nood desgevraagd bij
te staan.
Verder ligt in algemene zin de verantwoordelijk voor de veiligheid van zeevarenden
op internationale wateren, afhankelijk van de situatie, primair bij de vlaggenstaat
of kuststaat, naast de rol van de kapitein en de eventuele reder. Zie ook het antwoord
op vraag 4 en 5.
Vraag 7
Deelt u de zorg, die ook onder de opvarenden leeft, dat Israëlische autoriteiten structureel
onvoldoende humanitaire hulp Gaza in laten?
Antwoord 7
Ja. Het kabinet deelt de zorgen over de beperkte humanitaire toegang. In Gaza zijn
tekorten aan vrijwel alles, van voedsel en water tot medische zorg en onderdak. Tegelijkertijd
zien we dat de grensovergangen slechts zeer beperkt geopend zijn, en dat hulporganisaties
zich geconfronteerd zien met restricties die hun operaties ernstig bemoeilijken.
Vraag 8
Zo ja, welke concrete stappen zet Nederland, bilateraal en in EU-verband, om Israël
te bewegen zich te houden aan zijn verplichtingen onder het internationaal recht en
het staakt-het-vuren, waaronder het toelaten van voldoende humanitaire hulp?
Antwoord 8
Het kabinet zet zich in om de situatie in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever
te verbeteren, en doet dit door een combinatie van druk en dialoog in zowel bilateraal
als multilateraal verband. Nederland heeft tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van
februari 2026 onderstreept dat de ontwikkelingen in Gaza en de bezette Westelijke
Jordaanoever als gevolg van Israëlisch handelen het nodig kunnen maken om de door
de Commissie voorgestelde EU-maatregelen opnieuw te agenderen. In de Raad Buitenlandse
Zaken van 21 april jl. werd duidelijk dat er voor maatregelen, zoals het (gedeeltelijk)
opschorten van het associatieakkoord, vooralsnog niet de benodigde meerderheid bestaat.
Op 22 mei jl. heeft de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
de Nederlandse inzet op dit vlak nogmaals benadrukt. Diverse moties indachtig blijft
het kabinet toewerken naar draagvlak hiervoor.
Op gebied van humanitaire hulp in het bijzonder, blijft het kabinet er bij Israël
op aandringen om professionele hulporganisaties, zoals de VN, Rode Kruis- en Halve
Maanbeweging en internationale ngo’s ongehinderde humanitaire toegang te verschaffen.
Ook hier oefent Nederland druk uit op alle niveaus, zowel bilateraal als multilateraal.
In dit kader blijft het kabinet zich ervoor inspannen dat Israël zijn herregistratieplicht
voor internationale ngo’s niet implementeert. Zo heeft de Minister-President zijn
gesprek met de Israëlische president op 1 april jl. benadrukt dat de humanitaire situatie
in Gaza moet verbeteren en dat Israël alle grensovergangen moet openstellen voor humanitaire
hulp. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft dit nogmaals benadrukt in het gesprek
met de Israëlische Minister van Buitenlandse Zaken op 15 april jl.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.