Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Westerveld, Bushoff en Vliegenthart over het zorggat voor mensen met een hersenschudding en PCS-klachten
Vragen van de leden Westerveld, Bushoff en Vliegenthart (allen GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het zorggat voor mensen met een hersenschudding en PCS-klachten (ingezonden 20 mei 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 juni
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Ik liep een hersenschudding op en belandde in een «zorggat»
– en ik ben niet de enige»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u de situatie welke geschetst wordt in het artikel, waarbij het bestaande
protocol voor hersenschuddingen onvoldoende passend was bij de casus en de patiënt
tussen wal en schap valt?
Antwoord 2
In Nederland zijn beroepsgroepen verantwoordelijk voor de inhoud van de zorg. Het
Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) ontwikkelt voor huisartsen de professionele
standaarden en richtlijnen. Huisartsen gebruiken deze standaarden en richtlijnen ter
ondersteuning van het medisch beleid in de huisartsenpraktijk. Het kabinet velt geen
oordeel over deze inhoud.
Het NHG geeft aan dat huisartsen zich voor de zorg voor patiënten met een hersenschudding
baseren op de NHG-Standaard Hoofdtrauma. Deze standaard beschrijft dat het merendeel
van deze patiënten binnen enkele weken herstelt en dat afwachtend beleid met goede
voorlichting en adviezen doorgaans passend is. Tegelijkertijd wordt erkend dat een
deel van de patiënten langer aanhoudende klachten kan ontwikkelen. Dit kan gaan om
lichamelijke, psychische (zoals angst- en stemmingsklachten) en/of cognitieve klachten
(zoals overprikkelingsverschijnselen en concentratiestoornissen), vaak een combinatie.
De standaard besteedt hier expliciet aandacht aan. De behandeling bestaat uit gerichte
voorlichting en advies en op indicatie wordt de patiënt doorverwezen. Het NHG geeft
aan dat onderzoek naar specifieke interventies onvoldoende duidelijkheid geeft over
het effect op herstel. De standaard biedt ruimte om de zorg op te schalen wanneer
het herstel niet volgens verwachting verloopt.
Vraag 3
Hoeveel mensen in Nederland, uitgesplitst per geslacht hebben te maken met klachten
van post-commotioneel syndroom (hierna: PCS)? Indien dit niet bekend is, zou u hiervan
een schatting kunnen maken en bent u bereid dit nader te onderzoeken?
Antwoord 3
Het Ministerie van VWS beschikt niet over deze gegevens. PCS wordt niet als afzonderlijke
diagnose geregistreerd in bestaande registraties, waardoor de omvang van deze patiëntengroep
niet precies kan worden vastgesteld. In een prospectief cohortonderzoek2 verricht op Nederlandse SEH’s bleek dat 28% van de niet-opgenomen patiënten met een
hoofdtrauma binnen drie maanden de huisarts bezocht vanwege klachten gerelateerd aan
het doorgemaakte hoofdtrauma (onder andere vermoeidheid, duizeligheid, hoofdpijn,
concentratieproblemen, prikkelbaarheid). Aangezien de incidentie van hoofdtrauma in
de eerste lijn veel hoger en de ernst vaak milder is, is de verwachting volgens de
onderzoekers dat de incidentie van aanhoudende posttraumatische klachten bij patiënten
in de eerste lijn (veel) lager ligt. Bijna alle patiënten zullen, zonder restverschijnselen,
genezen. Een klein deel houdt langdurig klachten. Er is op dit moment geen aanleiding
om dit nader te onderzoeken.
Vraag 4
Zijn er verschillen bekend in effectiviteit van behandelmethoden van PCS op basis
van geslacht? Zo ja, om welke verschillen gaat dit? Zo nee, bent u bereid om dit in
het kader van de Nationale Strategie Vrouwengezondheid mee te nemen?
Antwoord 4
Specifiek onderzoek naar sekseverschillen in de effectiviteit van behandelmethoden
bij PCS ontbreekt vooralsnog. In het Kennisprogramma Gender en Gezondheid3 is eerder onderzoek gedaan naar man-vrouwverschillen bij traumatisch hersenletsel
in bredere zin. Hieruit bleek dat vrouwen over het algemeen slechtere uitkomsten rapporteerden
zes maanden na het letsel, met name ernstiger symptomen na een hersenschudding en
op het gebied van mentale gezondheid. In de behandelmethoden zelf werden geen sekseverschillen
gevonden, maar wel in het zorgtraject.
In de NHG-Standaard Hoofdtrauma is geen onderscheid gemaakt in effectiviteit van behandelingen
naar geslacht, omdat de wetenschappelijke onderbouwing hiervoor ontbreekt. Het is
aan de beroepsgroepen om hier meer onderzoek naar te doen.
Vraag 5
Hoeveel mensen in Nederland zijn (deels) arbeidsongeschikt wegens PCS? Indien dit
niet bekend is, bent u bereid dit nader te onderzoeken?
Antwoord 5
Het UWV geeft aan dat er circa 1600 WIA-uitkeringen geregistreerd zijn met als hoofddiagnose
aandoeningen die gerelateerd zijn aan een hersenschudding. Niet bekend is welk deel
daarvan PCS betreft omdat dit niet wordt geregistreerd. Het kabinet ziet geen aanleiding
voor aanvullend onderzoek.
Vraag 6
Hoeveel zorgaanbieders in Nederland bieden op dit momenteel specifiek gespecialiseerde
hulp aan voor PCS-klachten?
Antwoord 6
Het kabinet heeft geen overzicht van hoeveel zorgaanbieders specifieke expertise hebben
op het gebied van aanhoudende klachten na een hoofdtrauma.
Vraag 7
Herkent u het beeld dat patiënten met een hersenschudding vaak geen intake krijgen
bij een revalidatiecentrum, omdat hun klachten als «te licht» worden beschouwd? Zo
ja, hoeveel procent van de patiënten met een hersenschudding wordt geweigerd door
een revalidatiecentrum? Zo nee, kunt u aangeven waarom u dit beeld niet herkent?
Antwoord 7
Eventuele afwijzingen voor een intake worden niet geregistreerd. Daarmee is het onbekend
of patiënten met een hersenschudding vaak geen intake krijgen bij een revalidatiecentrum
omdat hun klachten als «te licht» worden beschouwd. Het kabinet vertrouwt op de deskundigheid
van zorgprofessionals om te bepalen wat passende zorg is, in overeenstemming met geldende
medische richtlijnen.
Vraag 8
Herkent u het beeld dat bij PCS-klachten er nog onvoldoende een integrale aanpak wordt
toegepast? Zo ja, welke concrete maatregelen wilt u nemen om een integrale aanpak
te stimuleren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Het kabinet herkent het beeld niet. De NHG-standaard besteedt hier aandacht aan. De
NHG-Standaard Hoofdtrauma beschrijft dat in de acute fase het accent ligt op voorlichting,
uitleg van het te verwachten beloop en het alert blijven op complicaties. Bij aanhoudende
klachten adviseert de standaard een meer integrale, klachtgerichte aanpak, waarbij
wordt gekeken welke klachten (lichamelijk, cognitief of psychisch) op de voorgrond
staan.
Vraag 9
Op welke concrete wijze wordt er momenteel ingezet op bewustwording van PCS en risicofactoren
bij huisartsen?
Antwoord 9
De NHG-Standaard Hoofdtrauma ondersteunt huisartsen bij de herkenning en begeleiding
van patiënten met (aanhoudende) klachten na hoofdtrauma. De implementatie wordt versterkt
door scholings- en ondersteuningsmaterialen, zoals de e-learning Hoofdtrauma.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.