Schriftelijke vragen : Alternatieve fiscale routes voor de CV/BV structuur en andere belastingontwijkende structuren
Vragen van het lid Stultiens (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Financiën over alternatieve fiscale routes voor de CV/BV structuur en andere belastingontwijkende structuren (ingezonden 9 juni 2026).
Vraag 1
Bent u zich ervan bewust dat uw ambtsvoorganger bij de behandeling van de Wet implementatie
tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking heeft aangegeven1 te verwachten dat het grootste deel van de belastingplichtigen met een CV/BV-structuur
de structuur zal wijzigen, dat het niet valt uit te sluiten dat een groep belastingplichtigen
daarbij op zoek zal gaan naar een andere wijze om de belastingdruk te verlagen en
dat hij niet kon overzien hoe dergelijke structuren zouden worden vormgegeven?
Vraag 2
Kunt u thans wel overzien hoe belastingplichtigen met een CV/BV-structuur hun structuur
naar aanleiding van de Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking
hebben aangepast? Zo ja, kunt u een overzicht verstrekken van alternatieve structuren
die zij in dat kader hebben geïmplementeerd? Zo nee, bent u bereid om dit door het
Ministerie van Financiën in samenwerking met de Belastingdienst te laten onderzoeken,
op vergelijkbare wijze als in 2016 met het onderzoek dat heeft geleid tot de notitie
CV/BV-structuren in Nederland2?
Vraag 3
Klopt het dat één van de alternatieve structuren die in dit kader zijn geïmplementeerd
het tussenschuiven van een Singaporese vennootschap behelst, zodanig dat de Amerikaanse
vennootschap daarna de aandelen in de Singaporese vennootschap houdt, de Singaporese
vennootschap vennoot is in de CV met een winstaandeel van meer dan 99 procent en de
CV de aandelen houdt in de BV?
Vraag 4
Klopt het dat het mogelijk is of was om de CV voor toepassing van de Singaporese belastingwet
als transparant te kwalificeren?
Vraag 5
Klopt het dat Singapore een territoriaal belastingstelsel heeft of had en dat dit
er in deze structuur toe zou leiden of heeft geleid dat de winst die de Singaporese
vennootschap geniet ter zake van haar deelname als vennoot in de CV door Singapore
niet werd of wordt belast?
Vraag 6
Klopt het, ervan uitgaande dat Singapore de CV als transparant zou zien, dat voor
de jaren 2020 en 2021 royalty’s die de BV aan de CV betaalde, aftrekbaar bleven omdat
de aftrekbeperking van de antimismatchregels niet van toepassing was aangezien er
geen sprake was van een mismatch omdat Singapore de CV net als Nederland als transparant
beschouwde?
Vraag 7
Klopt het dat de CV sinds 2022 als een zogenoemde omgekeerde hybride wordt beschouwd
omdat de Amerikaanse vennootschap als aandeelhouder van de Singaporese vennootschap
een indirect belang heeft in de CV en de Verenigde Staten de CV als niet-transparant
zien? Zo ja, betekent dit dat de CV belastingplichtig wordt voor de vennootschapsbelasting
maar dat de winst die toerekenbaar is aan de Singaporese vennootschap aftrekbaar is
indien wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 9, eerste lid, onderdeel e, van
de Wet op de vennootschapsbelasting 1969?
Vraag 8
Kwalificeert of kwalificeerde de wijze waarop Singapore het inkomen van de Singaporese
vennootschap als vennoot in de CV in de heffing betrok of betrekt als «in een naar
de winst geheven belasting wordt betrokken» in de zin van artikel 9, eerste lid, onderdeel
e, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zelfs indien daarbij wordt aangenomen
dat Singapore over dit inkomen vanwege het aldaar vigerende territoriale belastingsysteem
niet daadwerkelijk belasting heft? Is het mogelijk om over deze kwalificatie afspraken
te maken met de Nederlandse fiscus? Zijn er met de Nederlandse fiscus afspraken gemaakt
over deze kwalificatie en zo ja, hoeveel?
Vraag 9
Veronderstellend dat de voorgaande vraag bevestigend wordt beantwoord, leidt één en
ander er dan toe dat de CV vanaf 2022 weliswaar belastingplichtig is voor de Nederlandse
vennootschapsbelasting maar dat er niettemin weinig Nederlandse vennootschapsbelasting
kan worden geheven omdat bij het bepalen van de omvang van de winst van de CV de winst
die toerekenbaar is aan de Singaporese vennootschap (ruim 99 procent) aftrekbaar is?
Vraag 10
Klopt het dat deze structuren zo kunnen worden opgezet dat de Singaporese vennootschap
niet buitenlands belastingplichtig wordt voor de Nederlandse vennootschapsbelasting
in de zin van artikel 17, onderdeel g, van de Wet vennootschapsbelasting 1969? Is
het mogelijk om hierover afspraken te maken met de Nederlandse fiscus? Zijn hierover
afspraken gemaakt en zo ja hoeveel?
Vraag 11
Klopt het dat er afspraken over de in de voorgaande vragen bedoelde structuur met
de Nederlandse fiscus zijn gemaakt en zijn er samenvattingen van deze afspraken gepubliceerd?
Zo ja, kunt u specificeren waar deze afspraken in de ruling-database zijn terug te
vinden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Leidt één en ander dan tot de slotsom dat na het tussenschuiven van een Singaporese
vennootschap de CV/BV-structuur ondanks de Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking
heeft kunnen voortbestaan? Zo ja, is de conclusie in de Effectmeting ATAD 23 dat deze wet CV/BV structuren effectief tegengaat dan onjuist?
Vraag 13
Klopt het dat sinds 2025 de hiervoor besproken structuur zodanig wordt aangepast dat
de Singaporese vennootschap wordt vervangen door een Zwitserse vennootschap? Kunt
u verklaren waarom dat zo is?
Vraag 14
Kunt u bevestigen dat een reden om de Singaporese vennootschap te vervangen door een
Zwitserse vennootschap kan zijn gelegen in de invoering van de minimumbelasting door
Singapore?
Vraag 15
Kunt u bevestigen dat de minimumbelasting in Zwitserland en/of in sommige Zwitserse
kantons zodanig is geïmplementeerd dat daarvan een zogenoemd gekwalificeerd terugbetaalbaar
belastingkrediet (QRTC) deel uitmaakt?
Vraag 16
Kunt u bevestigen dat het door middel van deze QRTC in Zwitserland mogelijk is om
aldaar winst te behalen die belast wordt naar een effectief tarief dat aanzienlijk
lager is dan 15 procent indien er bij het bepalen van het effectieve tarief anders
dan voor de toepassing van de minimumbelasting vanuit wordt gegaan dat de QRTC in
mindering komt op de belasting? Is het denkbaar om aldus in Zwitserland winst te behalen
die wordt belast naar een effectief tarief dat kan liggen tussen de twee procent en
de acht procent zonder dat daar wordt bijgeheven op grond van de minimumbelasting?
Vraag 17
Is het in Zwitserland mogelijk om immateriële activa ten tijde van de verkrijging
door of inbreng in een Zwitserse vennootschap te waarderen op de waarde in het economisch
verkeer en daarop af te schrijven? Is de rente op een lening die dient ter financiering
van de verkrijging van immateriële activa daar aftrekbaar? In hoeverre spelen dergelijke
afschrijvingen en renteaftrek een rol bij het bepalen van het effectieve tarief over
de daar behaalde winst?
Vraag 18
Kunt u bevestigen dat er Nederlandse belastingplichtigen zijn die immateriële activa
hebben ondergebracht in een Zwitserse (klein)dochtervennootschap en/of een dergelijke
vennootschap gebruiken als concernfinancieringsvennootschap? Zo ja, om hoeveel belastingplichtigen
gaat het bij benadering? Zijn hierover afspraken gemaakt met de Nederlandse fiscus
door deze belastingplichtigen? Zijn er samenvattingen van deze afspraken gepubliceerd?
Zo ja, kunt u specificeren waar deze afspraken in de ruling-database zijn terug te
vinden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 19
Bent u het ermee eens dat om belastingontwijking door multinationals aan te pakken
meer fundamentele maatregelen nodig zijn dan die tot nu toe zijn getroffen? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 20
Klopt het dat in belastingontwijkende structuren van multinationals de winst vaak
wordt verlaagd door middel van de aftrek van rente en royalty’s die zijn verschuldigd
door aan de Nederlandse vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtigen aan
groepsmaatschappijen die zijn gevestigd in landen met een effectief tarief dat lager
is dan 15 procent?
Vraag 21
Kunt u een overzicht geven van de bedragen die zijn gemoeid met aftrekbare rente en
royalty’s die zijn verschuldigd door aan de Nederlandse vennootschapsbelasting onderworpen
belastingplichtigen aan groepsmaatschappijen die zijn gevestigd in landen zoals Zwitserland
waar het mogelijk is een effectief tarief te bereiken dat lager is dan 15 procent?
Is het mogelijk om in dit overzicht per land (van de ontvanger van de rente en/of
royalty’s) een specificatie te geven? Zo nee, bent u bereid om dit door het Ministerie
van Financiën in samenwerking met de Belastingdienst te laten onderzoeken?
Vraag 22
Zou het volgens u mogelijk zijn om in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een
aftrekbeperking op te nemen voor rente en royalty’s die zijn verschuldigd aan groepsmaatschappijen
die zijn gevestigd in niet-EU landen met een effectief tarief dat lager is dan 15
procent?
Vraag 23
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan de technische briefing over belastingontwijkingsconstructies?
Indieners
-
Gericht aan
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën -
Indiener
Luc Stultiens, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.