Schriftelijke vragen : De PPWR en de consequenties voor composteerbare verpakkingen
Vragen namens het lid Zalinyan (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en van Infrastructuur en Waterstaat over de PPWR en de consequenties voor composteerbare verpakkingen (ingezonden 9 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de zorgen van producenten van composteerbare en biobased verpakkingen
over de gevolgen van de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR)?
Vraag 2
Herkent u dat een aantal biologisch afbreekbare materialen niet is ingedeeld in recyclingcategorieën
binnen de PPWR en door sorteerders en recyclers wordt geweigerd in zowel de PMD- als
de papierketen?
Vraag 3
Deelt u de analyse van de sector dat deze weigering ertoe leidt dat deze materialen
automatisch een lagere of nulscore op recyclebaarheid krijgen en van de markt worden
geweerd?
Vraag 4
Welke gevolgen verwacht u van de PPWR voor Nederlandse bedrijven die investeren in
dergelijke verpakkingen?
Vraag 5
Bent u voornemens om gebruik te maken van artikel 9, tweede lid, PPWR om aanvullende
verpakkingstoepassingen als verplicht composteerbaar aan te wijzen, en welke inhoudelijke
criteria hanteert u daarbij in relatie tot de uitdagingen en doelen van de gft-inzameling
in Nederland?
Vraag 6
Hoe weegt u bij deze beslissing de rol en bijdrage van composteerbare en biobased
verpakkingen bij de vermindering van fossiel grondstoffengebruik, CO2-uitstoot en het opbouwen van een circulaire economie versus alternatieven? Kunt u
daar inzicht in verschaffen?
Vraag 7
Kijkt u hierbij ook de ervaring in ander EU-landen, zoals Italië, waar ze ervoor gekozen
hebben specifieke producten verplicht composteerbaar te maken om zo contaminatie in
de gft-stroom te verminderen? Hoe weegt u deze ervaringen bij het bepalen van de meest
geschikte aanpak voor de Nederlandse situatie?
Vraag 8
Hoe gaat u invulling geven aan artikel 48 PPWR om inzameling, sortering en verwerking
van composteerbare en andere innovatieve verpakkingsmaterialen te organiseren of te
faciliteren?
Vraag 9
Bent u van plan om vóór 12 augustus 2026 met de relevante stakeholders in gesprek
te gaan over de Nederlandse inzet op zowel artikel 9 als artikel 48?
Vraag 10
Bent u bereid om vóór het commissiedebat Circulaire Economie van 1 juli 2026 de Kamer
te informeren over de Nederlandse inzet ten aanzien van de invulling van de PPWR?
Indieners
-
Gericht aan
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Ani Zalinyan, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.