Schriftelijke vragen : Het opheffen van de afdeling ArtScience door de Hogeschool der Kunsten Den Haag
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het opheffen van de afdeling ArtScience door de Hogeschool der Kunsten Den Haag (ingezonden 9 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat de afdeling ArtScience die gezamenlijk vormgegeven
wordt door de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en het Koninklijk Conservatorium
per september opgeheven wordt?1
Vraag 2
Bent u het ermee eens dat het onwenselijk is dat met het opdelen en elders onderbrengen
van de opleidingen van ArtScience de structuur verdwijnt die deze opleidingen met
elkaar verbindt en waarvoor studenten zich expliciet hadden ingeschreven?
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat het besluit tot opheffing er plotseling toe geleid heeft dat
studenten van het ArtScience-programma sommige cursussen niet meer kunnen volgen,
geen toegang meer hebben tot faciliteiten en geen duidelijke informatie ontvangen
over de toekomst van hun studie?
Vraag 4
Bent u bereid stappen te ondernemen om het gesprek tussen studenten, medewerkers en
het bestuur op gang te brengen om tenminste te kijken wat er gedaan kan worden voor
de studenten wiens studievoortgang door dit besluit bedreigd wordt?
Vraag 5
Vindt u het een wenselijke gang van zaken dat het besluit tot opheffing van een 35
jaar oude afdeling in één vergadering tot stand lijkt te zijn gekomen en door het
hoofd Marketing aan studenten is gecommuniceerd via een bericht op hun online portal?
Vraag 6
Kunt u een overzicht geven van of nagaan welke opleidingen in 2026 en 2027 vanwege
de bezuinigingen van het kabinet Schoof – inclusief de nog voor 2026 staande bezuinigingen
– worden ingekrompen, samengevoegd of geheel verdwijnen?
Vraag 7
Begrijpt het kabinet dat het wrang voelt dat er alsnog drastische bezuinigingen worden
doorgevoerd op hogescholen en universiteiten terwijl bij de presentatie van het coalitieakkoord
bij studenten en medewerkers de hoop werd gewekt dat de bezuinigingen en de gevolgen
daarvan zouden worden teruggedraaid?
Vraag 8
Waarom is ervoor gekozen een jaar te wachten met het terugdraaien van de onderwijsbezuinigingen
van het kabinet Schoof?
Vraag 9
Erkent u dat nieuwe investeringen daarmee voor sommige opleidingen en studenten te
laat zullen komen?
Vraag 10
Bent u van plan om maatregelen te treffen om opleidingen die geheel of als opzichzelfstaande
opleiding verdwijnen vanwege de staande bezuinigingen financieel te ondersteunen om
zo de periode tot het daadwerkelijk terugdraaien van de onderwijsbezuinigingen te
overbruggen?
Vraag 11
In hoeverre wordt bij de in uw Beleidsbrief 2026–2030 genoemde «lastige keuzes» voor
een nieuwe verdeling van middelen specifiek rekening gehouden met het voortbestaan
van kleine of niche studies of studies die anderszins grote gevolgen hebben ondervonden
aan de onderwijsbezuinigingen?
Vraag 12
Wanneer gaat u duidelijkheid geven over deze nieuwe verdeling en bent u het ermee
eens dat als dit niet voor de zomer gebeurt studenten geen goed geïnformeerde keuzes
kunnen maken over hun studie en onderwijsinstellingen in onzekerheid blijven over
het onderwijs dat ze komende jaren kunnen bieden?
Vraag 13
Indien u de hierboven genoemde maatregelen zoals het alsnog terugdraaien van de bezuinigingen
voor 2026, het financieel ondersteunen van instellingen ter overbrugging, of het bij
de herverdeling van middelen rekening houden met studies die geraakt zijn door de
bezuinigingen niet gaat nemen, welke maatregelen bent u dan bereid te nemen om studenten
die hierdoor geraakt zijn te helpen?
Indieners
-
Gericht aan
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Sandra Beckerman, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.