Schriftelijke vragen : De noodverordening in Zandvoort en de overlast, intimidatie en geweldsincidenten op Nederlandse stranden
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Justitie en Veiligheid over de noodverordening in Zandvoort en de overlast, intimidatie en geweldsincidenten op Nederlandse stranden (ingezonden 9 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Noodverordening moet «hufterigheid» in Zandvoort tegengaan.
«Die meiden zijn net zo brutaal»» in de Volkskrant van 31 mei 2026?1
Vraag 2
Klopt het dat de burgemeester van Zandvoort een noodverordening heeft afgekondigd
wegens ernstig overlastgevend gedrag na de Pinksterdagen, en dat ook het strand bij
Nesselande in Rotterdam is aangewezen als veiligheidsrisicogebied?
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat strandpachters zijn geïntimideerd, een portier een stok in zijn
gezicht kreeg, serveersters zijn lastiggevallen en twee strandpaviljoens daardoor
eerder zijn gesloten?
Vraag 4
Bent u in staat om cijfers aan te leveren over het jaarlijkse aantal vergelijkbare
incidenten van intimidatie, bedreiging en geweld tegen ondernemers, personeel en bezoekers
op stranden van de afgelopen tien jaar?
Vraag 5
Bent u bereid om – gelet op de zware oververtegenwoordiging van mensen met een migratieachtergrond
in de criminaliteitscijfers en het actuele maatschappelijke debat over migratie –
in kaart te brengen wat de herkomst is van de daders van deze overlast- en geweldsincidenten?
Vraag 6
Bent u bereid in dat overzicht niet alleen eerste en tweede generatie migranten op
te nemen, maar ook derde en vierde generatie migranten, zodat een volledig beeld ontstaat?
Vraag 7
Indien u deze gegevens niet paraat heeft, bent u dan bereid hier onderzoek naar te
laten doen?
Vraag 8
Indien het antwoord op bovenstaande vraag ontkennend luidt, waarom niet?
Vraag 9
Bent u bereid een openbaar dashboard in te richten waarop per periode zichtbaar is
hoeveel personen worden verdacht van geweldsmisdrijven, uitgesplitst naar leeftijd,
geslacht en herkomst, inclusief derde en vierde generatie migranten? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 10
Waarom wordt er «weinig onderzoek» gedaan – aldus Ira Helsloot, de in het artikel
genoemde hoogleraar besturen van veiligheid – naar de oorzaak van de overlast en het
geweld? Waarom wordt dat onderzoek niet gedaan?
Vraag 11
Bent u bereid alsnog onderzoek te laten doen naar de oorzaken van deze overlast, inclusief
de migratieachtergrond van de daders? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Herkent u uit politieregistraties het beeld – alsook beschreven door bovenstaande
hoogleraar – dat met name jongeren met een migratieachtergrond niet accepteren dat
vrouwen schaars gekleed op het strand zitten?
Vraag 13
Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat vrouwen op een Nederlands strand worden
lastiggevallen of geïntimideerd vanwege hun kleding of gedrag?
Vraag 14
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat de vrijheid van vrouwen op het strand
wordt ingeperkt door intimiderend gedrag van groepen jongeren?
Vraag 15
Indien u die maatregelen nog niet heeft, op welke termijn komt u hiermee?
Vraag 16
Welke gevolgen voor het beleid verbindt u aan de signalering van de burgemeester dat
de overlastgevende groep steeds jonger wordt – soms 12 of 13 jaar – en een anti-autoritaire
houding heeft?
Vraag 17
Hoeveel aanhoudingen en gebiedsverboden zijn er dit voorjaar landelijk opgelegd wegens
strand- en uitgaansoverlast?
Vraag 18
Acht u de huidige bevoegdheden van politie en handhaving toereikend om dit soort overlast
aan te pakken?
Vraag 19
Zo nee, welke aanvullende bevoegdheden acht u nodig?
Vraag 20
Bent u bereid bij geweld en intimidatie door minderjarigen ook de ouders aansprakelijk
te stellen, mede gelet op de constatering dat ouders minder betrokken zijn?
Vraag 21
Welke consequenties verbindt u aan herhaalde overlast voor de verblijfsstatus of het
inburgeringstraject van daders, voor zover dit van toepassing is?
Vraag 22
Deelt u de analyse dat het toenemende aantal overlast- en geweldsincidenten op publieke
plaatsen mede samenhangt met de omvang en samenstelling van de immigratie van de afgelopen
decennia?
Vraag 23
Indien u deze analyse niet deelt, op welke gegevens baseert u dat?
Vraag 24
Deelt u de mening dat de burger recht heeft op een veilig en onbezorgd strandbezoek,
en dat de overheid op dit moment tekortschiet in het faciliteren hiervan?
Vraag 25
Bent u bereid deze vragen afzonderlijk en vóór het zomerreces te beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Indiener
Tom Russcher, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.