Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Moinat en Claassen over het bericht dat steeds meer dak- en thuisloze kinderen in de klas zitten als gevolg van woningnood
Vragen van de leden Moinat en Claassen (beiden Groep Markuszower) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat steeds meer dak- en thuisloze kinderen in de klas zitten als gevolg van woningnood (ingezonden 21 april 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport), mede namens de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 9 juni 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1896.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat leraren steeds vaker dak- en thuisloze kinderen
in de klas zien en dat scholen hiervoor steeds vaker hulp moeten inschakelen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de constatering dat woningnood directe en ernstige gevolgen heeft voor de
ontwikkeling en onderwijskansen van kinderen? Zo ja, hoe beoordeelt u deze ontwikkeling?
Antwoord 2
Ja, woningnood kan directe en ernstige gevolgen hebben voor de ontwikkeling en onderwijskansen
van kinderen. Ieder kind verdient (passend) onderwijs. Het moet vanzelfsprekend zijn
dat alle kinderen deel kunnen nemen aan het onderwijs, zich optimaal kunnen ontwikkelen
en zich kunnen voorbereiden op vervolgonderwijs en deelname aan de maatschappij. De
schrijnende situaties die worden beschreven in het artikel, waarbij kinderen geen
stabiele en veilige thuisbasis hebben, belemmeren de mogelijkheden voor de kinderen.
Ik deel de zorgen rondom deze signalen.
Door de schaarste op de woningmarkt is het voor veel gezinnen moeilijk om een passende
woning te vinden. Soms lukt het helemaal niet om een eigen woonplek te vinden en komen
zij noodgedwongen terecht bij vrienden of familie, in vakantieparken of in de maatschappelijke
opvang. Geen enkel kind zou een verwoestende en vaak traumatische periode van dakloosheid
in hun leven mee moeten maken. Juist in gevallen van dakloosheid waar kinderen bij
betrokken zijn, moet een gemeente er alles aan doen om het gezin te helpen.
Vraag 3
Hoeveel minderjarige kinderen in Nederland verkeren momenteel in een situatie van
dak- of thuisloosheid? Kunt u deze cijfers uitsplitsen naar leeftijd, regio en type
onderwijsdeelname?
Antwoord 3
Er zijn geen landelijke cijfers bekend hoeveel minderjarige kinderen verkeren in een
situatie van dakloosheid. De regionale Ethos-tellingen waarnaar verwezen wordt in
het bericht, geven voor een aantal regio’s een duidelijk beeld. De aantallen uit het
bericht zijn een weergave van het aantal dakloze kinderen (totaal 4.062) dat op 8 april
2025 in 9 regio’s (totaal 57 gemeenten) geteld is. Deze Ethos-telingen zijn de afgelopen
jaren in 124 gemeenten uitgevoerd en in 2026 volgen nog eens 96 gemeenten. Zodoende
hebben deze regio’s goed zicht op het aantal dakloze, minderjarige kinderen en hun
verblijfsituatie. Het is onbekend welk type onderwijs deze kinderen volgen.
Vraag 4
In hoeverre is er zicht op «verborgen dakloosheid», zoals kinderen die tijdelijk bij
familie of kennissen verblijven? Acht u de huidige registratie toereikend?
Antwoord 4
Zie ook het antwoord op vraag 3. De Ethos-tellingen zijn gebaseerd op een brede definitie,
waar verborgen dakloosheid (verblijven bij vrienden/familie, verblijf op een vakantiepark,
etc.) onderdeel van is. Met een telling krijgt een regio goed zicht op het aantal
dakloze kinderen én de wijze van hun verblijf. Op basis van deze informatie kan een
regio zorgen dat beleid en uitvoering beter aansluit op de behoefte van dakloze mensen.
VWS wil de aankomende jaren faciliteren dat in alle regio’s periodiek tellingen worden
uitgevoerd. Zodoende krijgen gemeenten en regio’s goed zicht op verborgen dakloosheid
én dakloosheid onder minderjarigen.
Vraag 5
Welke ondersteuning ontvangen scholen momenteel om deze kwetsbare groep leerlingen
te begeleiden, zowel op sociaal als medisch vlak?
Antwoord 5
Scholen zijn er in de eerste plaats om goed onderwijs te verzorgen voor alle leerlingen,
ook voor kwetsbare leerlingen. School moet daarvoor een veilige omgeving zijn waarin
alle kinderen zich kunnen ontwikkelen. Zo’n schoolklimaat leidt behalve tot betere
leerprestaties en een hogere motivatie, ook tot een sterker welbevinden van kinderen.
Scholen met veel kwetsbare leerlingen ontvangen extra bekostiging om hierin te voorzien.
School speelt verder een centrale rol in de pedagogische basis als plek voor ontwikkeling
en ontmoeting. School kan samen met partners bijdragen aan het versterken van sociale
netwerken, de zelfredzaamheid en de veerkracht van gezinnen, bijvoorbeeld door ouders
met elkaar in contact te brengen of door hen te betrekken bij schoolactiviteiten.
Waar nodig kan de school ondersteuning bieden om te kunnen leren, zoals een gevulde
maag met een schoolmaaltijd, een plek om huiswerk te maken of naschoolse activiteiten.
Het kabinet werkt aan het verstevigen van het schoolklimaat en de pedagogische basis
op iedere school. Ook verbeteren we de samenwerking tussen de school en de partners
rondom de school zoals kinderopvang, jeugdgezondheidszorg, welzijn en jeugdhulp. Vanaf
2027 investeert het Ministerie van OCW 650 miljoen euro per jaar in de verduurzaming
van programma’s School & Omgeving, Brugfunctionaris en Schoolmaaltijden.
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat het niet de kerntaak van het onderwijs is om structurele
maatschappelijke problemen zoals dakloosheid op te vangen? Zo ja, hoe voorkomt u dat
deze verantwoordelijkheid alsnog bij scholen terechtkomt?
Antwoord 6
De problemen die gepaard gaan bij een situatie van dakloosheid, worden door veel partijen
gevoeld, maar iedere partij heeft een andere verantwoordelijkheid. De gemeente heeft
een regierol als het gaat om het voorkomen van dakloosheid. Ik deel de opvatting dat
het niet de kerntaak is van het onderwijs om het probleem van dakloosheid op te vangen.
Het onderwijs is immers bedoeld om kinderen te ontwikkelen, zodat ze kunnen meedoen
in de maatschappij. School is wel een plaats waar zorgelijke situaties aan het licht
kunnen komen, zoals ook in het artikel wordt geïllustreerd. Vanuit school kan daarna
contact gelegd worden met de bredere ondersteuningsstructuur rondom de school. Hierbij
kan gedacht worden aan jeugdgezondheidszorg, maatschappelijk werk of lokale teams.
Vraag 7
Welke rol spelen jeugdzorg, gemeenten en de publieke gezondheidszorg bij de ondersteuning
van deze kinderen, en is deze inzet naar uw oordeel voldoende?
Antwoord 7
Gemeenten zijn op basis van de Jeugdwet en de Wmo 2015 verantwoordelijk voor het organiseren
van passende ondersteuning en zorg aan volwassenen en kinderen die kampen met sociale
en/of psychische problematiek. Zij kopen verschillende vormen van ondersteuning en
(maatschappelijke) opvang in waar inwoners gebruik van kunnen maken. Slechts een deel
van de dakloze gezinnen heeft te maken met sociale of psychische problemen. Vaak is
het gezin in de eerste plaats geholpen met het vinden van passende woonplek. Hoe langer
de periode van dakloosheid duurt, hoe groter de kans dat sociale en/of psychische
problemenontstaan of verergeren. Daarom werkt het kabinet samen met provincies, gemeenten,
corporaties en ontwikkelaars aan het tegengaan van de wooncrisis door het versnellen
van de woningbouw en het beter benutten van bestaande woonruimte. Gemeenten doen er
alles aan om dakloze gezinnen zo goed mogelijk te helpen. De schaarste op de woningmarkt
en in de opvang, maakt dat er niet altijd op korte termijn een passende plek beschikbaar
is.
Vraag 8
Hoe wordt voorkomen dat deze kinderen onderwijsachterstanden oplopen als gevolg van
instabiele woonomstandigheden, stress en verzuim?
Antwoord 8
De basis om goed onderwijs te kunnen volgen, is een veilige leeromgeving waar een
leerling zich gezien weet. Toch is het niet volledig te voorkomen dat leerlingen met
stress, door bijvoorbeeld dakloosheid, het risico op achterstanden lopen. Door programma’s
als Schoolmaaltijden, Brugfunctionaris en School en Omgeving en het onderwijsachterstandenbeleid
wordt ingezet op het verminderen van de effecten van stress en het vergroten van de
leer- en ontwikkelmogelijkheden van de meest kwetsbare leerlingen. Scholen met een
hoge populatie kwetsbare leerlingen kunnen aanvullende middelen ontvangen om het negatieve
effect dat omgevingsfactoren kunnen hebben op de leerkansen te verminderen. Dit stelt
scholen in staat om aanvullende ondersteuning te bieden die het risico op achterstanden
verkleinen in de vorm van bijvoorbeeld een schoolmaaltijd of ontwikkelactiviteiten,
zodat ook deze leerlingen beter kunnen deelnemen aan het onderwijs. Brugfunctionarissen
kunnen daarbij een voor de leerkrachten ontlastende rol vervullen.
Vraag 9
Hoeveel gezinnen met minderjarige kinderen vallen momenteel buiten de reguliere opvang
of hulpverlening, en wat zijn daarvan de oorzaken?
Antwoord 9
Het is niet bekend hoeveel dakloze gezinnen met minderjarige kinderen buiten de opvang
of hulpverlening vallen. Om te bepalen of een gezin überhaupt in aanmerking komt voor
gemeentelijke jeugdhulp of Wmo-ondersteuning (waaronder maatschappelijke opvang),
voert de gemeente een onderzoek uit. Het niet beschikken over passende woonruimte
is op zichzelf geen reden om in aanmerking te komen voor opvang. Op het moment dat
het gezin zelfredzaam wordt bevonden, is een gemeente niet verplicht een voorziening
te verstrekken. De gemeente mag een zelfredzaam gezin wel toegang geven tot de opvang,
al zijn de gezinnen vooral gebaat bij passende huisvesting. Ik begrijp de complexiteit
daarvan vanwege de schaarse woningmarkt, maar ik roep lokale partijen wel op om passende
oplossingen te vinden.
Vraag 10
Welke concrete maatregelen neemt u om dakloosheid onder minderjarigen terug te dringen
en verdere toename te voorkomen?
Antwoord 10
Sinds de start van de ETHOS-tellingen zijn dakloze vrouwen en kinderen beter in beeld,
waarbij opvalt dat de groep groter is dan eerder werd gedacht. Steeds meer regio’s
nemen deze groepen daardoor beter mee in besluiten rondom woningbouw, tijdelijke huisvesting
/ flexwonen en het organiseren van kleinschalige opvang. Daarnaast werkt de Minister
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan het wetsvoorstel Versterking regie
op de volkshuisvesting. Met het aangenomen amendement Grinwis2 worden (dreigend) dakloze mensen met minderjarige kinderen aangemerkt als een urgentiecategorie.
Dit betekent dat deze gezinnen onder bepaalde voorwaarden met voorrang recht krijgen
op een woning. Aanvullend hierop zetten we in op de uitvoering van de «Actie-agenda
Voorkomen van jongerendakloosheid (16–27 jaar)»3, waarmee we het aantal dakloze jongeren willen reduceren en een verdere toename willen
voorkomen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.