Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 945 X Jaarverslag en slotwet Ministerie van Defensie 2025
Nr. 15
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 24 juni 2026
De vaste commissie voor Defensie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel
van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met
de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 27 mei 2026 voorgelegd aan de Minister van Defensie. Bij brief van
9 juni 2026 zijn ze door de Minister van Defensie beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
1 Welke effecten heeft de steun aan Oekraïne gehad op de inzetgereedheid van de Nederlandse
krijgsmacht?
De effecten van de geleverde steun op de inzetgereedheid van de Nederlandse strijdkrachten
worden, gezien het Nederlands belang van een veilig Europa door Defensie als significant,
maar acceptabel beoordeeld. Defensie neemt maatregelen om deze gevolgen zoveel mogelijk
te mitigeren. Zo zijn er maatregelen om de aankoop van vervangend materieel te versnellen
en wordt project- en inkoopcapaciteit versterkt. Ook weegt Defensie continu de belangen
van enerzijds de steunvoorziening aan Oekraïne en anderzijds het belang van het opleiden
en training van het eigen personeel.
Tevens volgt Defensie de ontwikkelingen die voortvloeien uit het conflict. Bijvoorbeeld
rond de inzet van o.a. onbemenste systemen en de wijze van command and control in
Oekraïne nauwgezet en doet daar haar voordeel mee bij de inrichting van de krijgsmacht
en de wijze waarop de krijgsmacht optreedt. Zo schaft Defensie bijvoorbeeld op grote
schaal verschillende typen drones aan voor de oprichting van specifieke drone-eenheden
bij de Koninklijke Landmacht. Daarnaast zijn observaties en lessen rondom deze ontwikkelingen
belangrijke input bij het ontwikkelen van concepten en het beschrijven van onze wijze
van optreden in doctrines.
In 2025 zijn lessen uit de oorlog in Oekraïne verwerkt in de Nederlandse militaire
opleidingen en trainingsprogramma’s. Daarbij ligt de nadruk op realistisch opleiden
voor de uit te voeren taken, drone-oorlogsvoering, technologische en digitale vaardigheden
en commandovoering onder hoge dreiging. Defensie past opleidings- en trainingsconcepten
continu aan op basis van actuele ontwikkelingen. Daarnaast zijn opleidingen waar mogelijk
verkort en efficiënter ingericht, zodat meer personeel sneller inzetbaar kan worden
gemaakt.
2 Hoeveel beroepsmilitairen, reservisten en burgerpersoneel zijn in 2025 netto ingestroomd?
Defensie hanteert niet het begrip netto instroom. Om de ontwikkeling van het personeelsbestand
weer te geven, is daarom gekeken naar de groei van het aantal medewerkers in 2025.
In 2025 is het aantal beroepsmilitairen toegenomen met 1.854 VTE, het aantal reservisten
met 1.513 personen en het aantal burgerpersoneel met 2.236 VTE.
3 Welke operationele capaciteiten voldeden ultimo 2025 niet aan de NAVO-capaciteitsdoelstellingen?
Zie antwoord op vraag 1 van de feitelijke vragen over het Jaarverslag Ministerie van
Defensie 2025. Uw kamer wordt t.z.t. (vertrouwelijk) geïnformeerd over de uitkomst
van de tweejaarlijkse NATO Defence Capability Review.
4 Welke knelpunten beperken momenteel de verdere groei van de krijgsmacht het meest?
De groei van de krijgsmacht is in belangrijke mate afhankelijk van de capaciteit om
de personele groei te realiseren (beroeps en reservisten) die past bij de ambities.
Er is gelijktijdige groei nodig van essentiële randvoorwaarden, waaronder vastgoed,
opleidings- en trainingscapaciteit, kleding en uitrusting, wapens, munitie, simulatiecapaciteit.
Defensie werkt hard aan het organiseren van deze randvoorwaarden. Zo is de opdracht
gegeven tot de aanschaf van extra kleding, uitrusting en munitie om de nieuwe instroom
op tijd te voorzien. Er is echter blijvende inzet nodig om tot realisatie te komen.
Een dergelijke instroom vraagt voldoende aanpassingsvermogen van de hele organisatie.
5 Hoe heeft de operationele gereedheid van hoofdwapensystemen zich ontwikkeld gedurende
2025?
De Materiële Gereedheid (MG) betreft de beschikbaarheid en geschiktheid van het materieel
voor de uitoefening van operationele taken door een eenheid.
De gemiddelde materiele gereedheid over alle A-(wapen)systemen is het afgelopen jaar
licht gestegen. Dit geldt ook voor het aantal A-(wapen)systemen
Voor meer informatie verwijs ik naar de vertrouwelijke bijlage van de «Stand van Defensie»,
waarin uw Kamer twee keer per jaar wordt geïnformeerd over de gedetailleerde ontwikkelingen
in de MG.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.