Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Oosterhout en De Hoop over het versoepelen van regels voor zonnepanelen en laadpalen
Vragen van de leden Van Oosterhout en De Hoop (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en van Infrastructuur en Waterstaat over het versoepelen van regels voor zonnepanelen en laadpalen (ingezonden 24 april 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-Van der Meer (Klimaat en Groene Groei), mede namens
de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 9 juni 2026). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1863.
Vraag 1
Bent u ervan op de hoogte dat het Britse Ministerie van Energie op 21 april 2026 met
een plan is gekomen om naar aanleiding van de Iranoorlog het opwekken van hernieuwbare
energie te stimuleren door het vereenvoudigen van de regels rond het plaatsen van
zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen, inclusief laadpalen voor mensen zonder oprit?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u een overzicht bieden van de regels die in Nederland van kracht zijn bij het
installeren van respectievelijk zonnepanelen, warmtepompen, laadpalen op opritten
en laadpalen van mensen zonder een oprit?
Antwoord 2
De regels voor het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen zijn deels
landelijk en deels lokaal vastgelegd. De landelijke regels zijn vastgelegd in het
Besluit bouwwerken leefomgeving (verder: Bbl) en hebben betrekking op onder meer de
veiligheid van de betreffende bouwwerken. De lokale regels zijn vastgelegd in het
gemeentelijk omgevingsplan en gaan met name over het uiterlijk en de plaatsing. Met
name bij de plaatsing van zonnepanelen spelen ook de regels en mogelijk een vergunningplicht
in het kader van de natuurbescherming in de Omgevingswet. Naast de inhoudelijke regels
geldt ook in een aantal gevallen een vergunningplicht voor het mogen plaatsen van
de bouwwerken. Op hoofdlijn geldt voor de vergunningplicht het volgende:
– Zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen moeten voldoen aan technische- en veiligheidseisen,
zoals NEN 1010 en NEN 3140.
– Voor het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen is op grond van het
Bbl in het algemeen geen omgevingsvergunning voor een (technische) bouwactiviteit
nodig. Alleen als een wijziging van de draagconstructie van het gebouw nodig is voor
de plaatsing moet er een vergunning worden aangevraagd.
– Een (ruimtelijke) omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor zonnepanelen
is slechts in een beperkt aantal gevallen nodig. Het Bbl regelt landelijk dat zonnepanelen
op daken grotendeels vergunningsvrij zijn. Voorwaarde is dat de panelen bij hellende
daken de lijn van het dak volgen (niet uitsteken) en dat er bij platte daken een afstand
tot dakrand moet worden aangehouden die minimaal gelijk is aan de hoogte van de panelen.
– Warmtepompen zijn landelijk vergunningvrij voor de Omgevingsplanactiviteit voor zover
ze geplaatst worden op de grond en niet hoger dan 1 meter zijn.
– Laadpalen zijn landelijk vergunningvrij voor de Omgevingsplanactiviteit in de openbare
ruimte en op privéterrein voor zover ze niet hoger zijn dan 1 meter.
– Gemeenten kunnen toestaan dat inwoners een eigen laadpaal plaatsen in de openbare
ruimte en inzetten om een voertuig op te laden dat niet op de eigen oprit staat. Gemeente
bepalen zelf welke ruimtelijke voorwaarden in dat geval gelden.
– In aanvulling op bovenstaande regels geldt een aanvullende vergunningplicht in geval
sprake is van een beschermd (gemeentelijk) monument of het plaatsing in een door het
Rijk aangewezen beschermd stads- en dorpsgezicht betreft. Mogelijk zijn ook regels
vanuit de natuurwetgeving van toepassing, bijvoorbeeld bij plaatsing van zonnepanelen
op daken.
Vraag 3
Wat is de rationale achter elk van die regels?
Antwoord 3
De reden voor het opnemen van technische en ruimtelijk regels is primair gelegen in
respectievelijk de veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en duurzaamheid wat betreft
het Bbl en de kwaliteit van de leefomgeving in het kader van het gemeentelijke omgevingsplan.
Indien sprake is van een vergunningplicht in het kader van natuurbescherming of erfgoed,
berust deze doorgaans op de noodzaak om voorafgaand aan de plaatsing van de betreffende
bouwwerken een individuele afweging te maken. In veel gevallen is de plaatsing dan
niet verboden maar onder specifieke voorwaarden toegestaan.
Specifiek voor het installeren van laadinfrastructuur biedt het Bbl eisen om de uitrol
te versnellen en de aanleg van laadinfrastructuur efficiënter in te richten. Daarnaast
hebben gemeenten beleidsvrijheid om zelf de afweging te kunnen maken of het plaatsen
van laadpalen bij bewoners zonder oprit gewenst is.
Vraag 4
Welke van die regels overweegt u te schrappen of te wijzigen om de installatie van
zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen makkelijker te maken voor burgers?
Antwoord 4
Wat betreft de landelijke regels zijn er niet of nauwelijks belemmeringen bij het
installeren van zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen. Alleen bij plaatsing van
warmtepompen speelt in een aantal gevallen de vergunningplicht. Bij de uitwerking
van het kabinetsvoornemen voor de normering van (hybride) warmtepompen, zal het kabinet
bezien of en op welke wijze de ruimtelijke regels voor vergunningsvrij plaatsen kunnen
worden aangepast zodat ook hier geen belemmering ontstaat. Het Nationaal Kennisplatform
Laadinfrastructuur publiceert voor de zomer een handreiking voor gemeenten over de
keuzen die zij kunnen maken ten aanzien van laadpalen van bewoners zonder oprit, ook
wel Verlengd Private Aansluitingen (VPA’s) genoemd. Het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat heeft met de medeoverheden in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur
in kaart gebracht wat de voor- en nadelen van VPA’s zijn en hoe daar beleid op kan
worden gevoerd. Gemeenten hebben de bevoegdheid en de lokale informatie die nodig
is om hier passend beleid op te voeren.
Vraag 5
Bent u reeds de uitvoerbaarheid van de in categorie 3 van het instrumentarium energieschok
opgenomen punt 15 (het uitbreiden van laadinfrastructuur) aan het verkennen?2 Zo ja, tegen wanneer verwacht u de Kamer daarover te kunnen informeren?
Antwoord 5
Ja. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat informeert de Kamer hierover
voor de zomer in de Nationale Routekaart Bidirectioneel Laden.
Vraag 6
Bent u bereid budget vrij te maken voor de in categorie 3 van het instrumentarium
energieschok opgenomen punt 16 (verlaging en harmonisatie tarief publiek laden elektrische
auto’s)? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
In het huidige energiepakket is deze maatregel niet opgenomen. Komende tijd werkt
IenW deze maatregel verder uit ter voorbereiding op toekomstige besluitvorming over
nieuwe maatregelen.
Vraag 7
Bent u er zich van bewust dat, gezien externe laadpasaanbieders (e-Mobility Service
Providers) vaak hun eigen roamingtarieven en marges hanteren, het kan voorkomen dat
gebruikers via deze laadpassen een hoger tarief betalen om te laden, ook al is de
laadpaal in kwestie op een lager tarief ingesteld? Wat kunt u doen om de transparantie
naar gebruikers hierin te verbeteren?
Antwoord 7
Ja, de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat is zich hiervan bewust. Laadpasaanbieders
kunnen een opslag rekenen voor hun diensten. Ook in dit geval moet de laadprijs transparant
zijn. Zo borgen we dat gebruikers een bewuste keuze kunnen maken en bevorderen we
gezonde marktwerking. Zij onderneemt verschillende acties op prijstransparantie waarover
zij u voor de zomer in de kamerbrief laadinfrastructuur zal informeren.
Vraag 8
Bent u bereid om de uitrol van bi-directioneel laden te versnellen? Zo ja, hoe?
Antwoord 8
Ja, de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat informeert de Kamer hierover
voor de zomer in de Nationale Routekaart Bidirectioneel Laden.
Vraag 9
Bent u bereid om consumenten meer zeggenschap of in elk geval inzicht te geven over
snel of langzaam laden?
Antwoord 9
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat vindt het belangrijk dat consumenten
inzicht en zeggenschap hebben over snel of langzaam laden. In de Nationale Agenda
Laadinfrastructuur werkt de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan
de klantreis van slim laden waarin wordt uitgewerkt wat elektrische rijders kunnen
verwachten en hoe marktpartijen hier invulling aan geven.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.