Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Schilder over onterechte parkeerboetes door scanauto’s
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over onterechte parkeerboetes door scanauto’s (ingezonden 9 april 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
9 juni 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van berichtgeving dat scanauto’s jaarlijks honderdduizenden
onterechte parkeerboetes opleggen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat naar schatting circa een half miljoen parkeerboetes
per jaar onterecht wordt opgelegd en deelt u de opvatting dat dit aantal wijst op
een structureel probleem in de wijze waarop gemeenten scanauto’s en geautomatiseerde
handhaving inzetten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het is natuurlijk nooit goed als naheffingen onterecht worden opgelegd. Dit betreft
echter in de eerste plaats een vraagstuk voor het lokaal bestuur. Of er parkeerbelasting
wordt geheven, hoe hoog die parkeerbelasting is en op welke wijze wordt gecontroleerd
of deze wordt betaald is aan het gemeentebestuur zelf gelaten.
Vraag 3
Welke eisen gelden er momenteel voor de inzet van geautomatiseerde systemen en algoritmes
bij handhaving door gemeenten en in hoeverre wordt vooraf en achteraf gecontroleerd
of deze systemen correct functioneren en geen onterechte besluiten genereren?
Antwoord 3
Bij het gebruik van scanauto’s voor handhavingsdoeleinden kan er in gevallen sprake
zijn van verwerking van persoonsgegevens, in die gevallen is de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Op grond van de AVG is in bepaalde situaties
een beoordeling van het effect op persoonsgegevens (een DPIA) verplicht. Ook moet
een gemeente een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aanwijzen. Deze FG moet bij
het uitvoeren van een DPIA adviseren. Daarnaast is het op grond van de AVG in principe
niet toegestaan om volledig geautomatiseerde besluiten te nemen. Uit het onderzoek
van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), waar het aangehaalde nieuwsbericht naar verwijst,
blijkt dat de onderzochte gemeenten de resultaten van de scanauto’s door een mens
laten controleren.
Wanneer er sprake is van het gebruik van Artificiële Intelligentie (AI) bij handhaving
door gemeenten, is de AI-verordening van toepassing. Welke regels uit de AI-verordening
van toepassing zijn is afhankelijk van de risicoclassificatie van het AI-systeem.
Zo bepalen de regels dat bij reguliere AI-systemen die bij handhaving worden gebruikt
door gemeenten, gebruikers van het systeem onder meer voldoende op de hoogte moeten
zijn van de risico’s van AI («AI-geletterdheid»).
Tot slot kan ik wijzen op de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb verplicht overheidsorganisaties
besluiten zorgvuldig voor te bereiden en te voorzien van een deugdelijke motivering.
Overheidsorganisaties die geautomatiseerde systemen en algoritmes inzetten in hun
processen, zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit hiervan. Interne processen
moeten een zorgvuldige werking en inbedding waarborgen. De AP houdt toezicht op de
naleving van de AVG. In een thans ter consultatie gepubliceerd wetsvoorstel2 wordt een structuur voor toezicht op naleving van de AI-verordening voorgesteld,
waarin ook de AP een rol speelt. Rekenkamers doen onderzoek naar het handelen van
gemeenten. Tot slot is het mogelijk om besluiten van bestuursorganen aan te vechten
bij de bestuursrechter.
Vraag 4
Hoe waarborgt u dat de inzet van scanauto’s niet leidt tot een situatie waarin burgers
feitelijk worden geconfronteerd met een handhavingspraktijk die primair gericht is
op het genereren van inkomsten, met name als er ieder jaar drie tot vijf miljoen parkeerboetes
worden opgelegd? Kunt u inzicht geven in de ontwikkeling van de inkomsten uit parkeerboetes
bij gemeenten vóór en na de invoering van scanauto’s?
Antwoord 4
Dat overzicht is mij niet bekend. De inzet van scanauto’s is als gezegd een lokale
aangelegenheid waarbij het Rijk niet betrokken is. Het is mij dan ook niet bekend
welke gemeenten hier gebruik van maken en dus ook niet wanneer hiertoe eventueel zou
zijn overgegaan. Dat maakt een vergelijking niet mogelijk, los van de vraag of een
vergelijking steun zou geven aan de vooronderstelling dat gemeenten een handhavingspraktijk
zouden inrichten als verdienmodel.
Vraag 5
Deelt u de zorg dat burgers in de praktijk vaak zelf moeten aantonen dat een boete
onterecht is, terwijl de fout bij de overheid ligt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het vraagt soms inderdaad actie van een burger om de overheid op eigen fouten of vergissingen
te wijzen. Hoewel alles er uiteraard op gericht dient te zijn dat fouten zo veel mogelijk
voorkomen worden. In alle gevallen staat bezwaar open tegen een boete.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de toegankelijkheid en effectiviteit van bezwaarprocedures tegen
parkeerboetes, met name voor ouderen en minder digitaal vaardige burgers? In hoeverre
is het wenselijk dat bezwaarprocedures tegen dit soort boetes grotendeels geautomatiseerd
verlopen?
Antwoord 6
Het is altijd mogelijk dat een burger schriftelijk bezwaar aantekent tegen een beslissing
waarmee deze het niet eens is. Een digitaal proces kan dit vergemakkelijken, maar
een burger kan dus ook een bezwaarschrift per post versturen. Ook beroep bij de rechter
kan door natuurlijke personen schriftelijk worden ingesteld.
Vraag 7
Deelt u de mening dat bij een dergelijk hoog foutpercentage een verplichting tot menselijke
controle vooraf noodzakelijk is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Uit het onderzoek van de AP blijkt dat de gemeenten die daaraan hebben meegewerkt,
nadat geautomatiseerd is geconstateerd dat een voertuig geen parkeerrecht heeft, een
mens de situatie laten beoordelen. Menselijke controle geeft dan ook niet de garantie
dat er geen fouten worden gemaakt. In het rapport van de AP worden technische en organisatorische
maatregelen benoemd, die kunnen bijdragen aan het tegengaan van fouten.
Vraag 8
Welke maatregelen worden genomen om het aantal onterechte boetes substantieel terug
te dringen?
Antwoord 8
Welke maatregelen het gemeentebestuur neemt om het foutpercentage te verminderen is
in de eerste plaats aan het gemeentebestuur zelf.
Vraag 9
Bent u bereid gemeenten aan te spreken op hun verantwoordelijkheid en hun wijze van
handhaving? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Het aanspreken van gemeenten suggereert een algemene hiërarchische verhouding die
er niet is. Binnen de kaders van de wet zijn gemeenten ten aanzien van de heffing
van belastingen en de handhaving hiervan zelf verantwoordelijk en aanspreekbaar. Dit
betreft ook geen vorm van medebewind waarin het gemeentebestuur optreedt als uitvoerder
van landelijke regelingen. Binnen de autonome ruimte van het gemeentebestuur is het
niet goed voorstelbaar dat ik als Minister mij bemoei met een lokale uitvoeringspraktijk,
ook niet wanneer uit berichtgeving als deze blijkt dat er zorgen zijn over de wijze
waarop die uitvoering uitpakt.
Vraag 10
Kan worden uitgesloten dat burgers financieel worden benadeeld doordat zij onterecht
opgelegde boetes (tijdelijk) moeten betalen of kosten moeten maken om hun gelijk te
halen?
Antwoord 10
Een onterecht opgelegde naheffing is natuurlijk erg vervelend. Voor de invordering
hiervan gelden regels die rekening houden met financiële gevolgen.
Vraag 11
Deelt u de opvatting dat het vertrouwen in de overheid verder wordt geschaad wanneer
burgers op grote schaal onterecht worden beboet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Het is niet bevorderlijk voor het vertrouwen in de overheid wanneer op een bepaald
vraagstuk een groot foutpercentage lijkt te bestaan. Ik ga er van uit dat in gemeenten
waarin dit aan de orde zou is, dit gesprek serieus wordt gevoerd. In mijn ervaring
werken gemeenten continu aan het versterken van dit vertrouwen.
Vraag 12
In hoeverre zijn er signalen dat ook andere geautomatiseerde of op algoritmes gebaseerde
processen binnen gemeenten leiden tot fouten of onterechte besluiten richting burgers?
Antwoord 12
Ik heb die signalen niet.
Vraag 13
Bent u bereid te onderzoeken of compensatie of herstelmaatregelen nodig zijn voor
burgers die onterecht zijn beboet?
Antwoord 13
Wanneer een naheffing onterecht wordt opgelegd, wordt de naheffing in bezwaar of in
beroep vernietigd en blijft er geen betalingsverplichting over. Eventueel eerder betaalde
bedragen worden dan teruggestort.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.