Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over de overlast van invasiewaterplanten
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de overlast van invasiewaterplanten (ingezonden 7 mei 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
9 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2006.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Overlast invasieve waterplanten. «Boosdoeners» én methoden
van bestrijding in beeld» in het mei-nummer 2026 van het VISblad?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Deelt u de constatering dat invasieve uitheemse waterplanten, zoals de waterteunisbloem
(Ludwigia grandiflora), zich steeds verder verspreiden in Nederlandse wateren en daarbij
inheemse flora en fauna verdringen?
Antwoord 2
Ja
Vraag 3
Kunt u een actueel overzicht geven van de verspreiding in Nederland van invasieve
waterplanten, waaronder watercrassula (Crassula helmsii) en grote waternavel (Hydrocotyle
ranunculoides), en aangeven hoe deze verspreiding zich in de afgelopen jaren heeft
ontwikkeld?
Antwoord 3
Op verspreidingsatlas.nl2 is de verspreiding van een groot aantal soorten (water)planten binnen Nederland door
de tijd te volgen. Zowel watercrassula (Crassula helmsii)3 als grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides)4 nemen sterk toe.
Vraag 4
Welke ecologische gevolgen hebben deze invasieve waterplanten voor visstanden, waterkwaliteit
en biodiversiteit?
Antwoord 4
De exacte effecten verschillen per gebied en per soort. Sommige invasieve waterplanten
kunnen bijvoorbeeld waterlichamen met een dichte mat van stengels en bladeren overgroeien.
Hierdoor worden inheemse planten verdrongen, onderwaterplanten sterven af en aanwezige
dieren verdwijnen. De dichte matten en het afsterven van grote massa’s waterplanten
kunnen leiden tot zuurstofgebrek in het water. Dit heeft een negatieve invloed op
andere waterorganismen en kan leiden tot vissterfte.
Vraag 5
In hoeverre belemmeren invasieve waterplanten het recreatief gebruik van wateren,
waaronder sportvisserij, waterrecreatie en onderhoud van watergangen?
Antwoord 5
Bij overvloedige groei van invasieve waterplanten kunnen watergangen en waterinlaten
verstopt raken. Planten kunnen hinder veroorzaken voor de pleziervaart en recreatieve
mogelijkheden zoals zwemmen, duiken en sportvisserij beperken. Het beheer en onderhoud
van watergangen wordt bemoeilijkt door verstopping van waterlopen en ophoping van
plantenmassa bij kunstwerken, wat kan leiden tot wateroverlast.
Recreatie kan zelf ook een bron van verdere verspreiding van invasieve exoten vormen,
doordat (delen van) planten meeliften met bijvoorbeeld scheepsschroeven en visgerei.
Vraag 6
Welke rol spelen waterschappen bij de signalering, beheersing en bestrijding van invasieve
waterplanten en op welke wijze vindt landelijke coördinatie plaats?
Antwoord 6
In het landelijk aanvalsplan invasieve exoten5, dat door voormalig Staatssecretaris Rummenie in januari van dit jaar naar de Tweede
Kamer is gestuurd, staat beschreven hoe de aanpak van invasieve exoten in ons land
is georganiseerd.
Vanuit hun verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de waterveiligheid, voldoende
waterafvoer en een goede waterkwaliteit, monitoren waterschappen actief de aanwezigheid
en ontwikkeling van waterplanten. Hierdoor zijn waterschappen vaak de eerste overheden
die nieuwe vestigingen van invasieve waterplanten signaleren.
Wanneer invasieve soorten de doorstroming negatief beïnvloeden, kunnen de waterschappen
vanuit hun waterbeheertaak maatregelen treffen om verspreiding te voorkomen en schade
te beperken, bijvoorbeeld preventieve maatregelen, snelle verwijdering bij nieuwe
introducties of beheersing van gevestigde populaties.
De uitvoering van bestrijdings- en beheersmaatregelen van invasieve uitheemse soorten
is in Nederland grotendeels gedecentraliseerd naar provincies. Provincies zijn primair
verantwoordelijk voor het natuurbeleid en de aanpak van de meeste invasieve uitheemse
soorten van de Europese Unielijst, met het oog op bescherming van de biodiversiteit.
De landelijke afstemming vindt plaats via verschillende overleg- en samenwerkingsstructuren,
waaronder interbestuurlijke overleggen tussen Rijk, provincies en waterschappen en
gezamenlijke programma’s.
Vraag 7
Welke bestrijdings- en beheersmaatregelen worden momenteel toegepast en wat is bekend
over de effectiviteit en duurzaamheid van deze maatregelen?
Antwoord 7
Waterschappen en provincies geven aan dat zij diverse methodes toepassen, zoals machinaal
en handmatig verwijderen, peilverlaging en machinaal afgraven. Er wordt ook geëxperimenteerd
met nieuwe methodes zoals elektrocutie en bevriezen met droogijs.
De effectiviteit en duurzaamheid van deze maatregelen zijn in de praktijk echter vaak
beperkt. Veel invasieve waterplanten kunnen zich snel herstellen en verspreiden zich
via fragmenten, waardoor herhaald beheer noodzakelijk is. Bestrijding leidt zelden
tot volledige uitroeiing en het langdurig treffen van beheersmaatregelen blijft vaak
nodig. Om die reden wordt veelal ingezet op het beperken van schade en risico’s in
plaats van volledige eliminatie.
Vraag 8
Zijn er volgens u voldoende financiële en personele middelen beschikbaar bij waterschappen
en andere beheerders om de problematiek van invasieve waterplanten effectief aan te
pakken?
Antwoord 8
In het kader van het landelijk aanvalsplan invasieve exoten is over specifieke invasieve
exoten die de waterschappen aangaan (waaronder invasieve uitheemse waterplanten) tussen
LVVN, provincies en de Unie van Waterschappen (UvW) ambtelijk afstemming geweest.
Voor waterplanten geldt dat waterschappen deze ruimen als ze de water aan- en afvoer
belemmeren.
De aanpak van invasieve waterplanten vraagt om een structurele inzet van financiële
en personele middelen. Hoewel waterschappen en andere beheerders zich actief inzetten,
staan deze middelen in de praktijk onder druk. Bestrijding is arbeidsintensief, langdurig
en moet vaak worden herhaald, terwijl de effectiviteit van maatregelen beperkt kan
zijn. In de praktijk wordt de inzet gericht op prioritering en het beheersen van de
grootste risico’s.
Ik heb geen zicht op de financiële en personele middelen bij beheerders. Waterschappen
hebben echter aangegeven in 2024 € 6,1 mln. uitgegeven te hebben aan de bestrijding
van invasieve waterplanten, uitgevoerd door externe partijen. Ten algemene geldt dat
LVVN en provincies vanuit het natuurbeleid (waaronder het exotenbeleid) afspraken
maken over prioritering en de aanpak van invasieve exoten, met daarbij de ambities
per soort en een financieringsopgave voor de komende vier jaar. Deze afspraken zijn
opgenomen in het aanvalsplan invasieve exoten. Met de beschikbare middelen wordt prioriteit
gegeven aan preventie en vroegtijdige detectie en eliminatie van invasieve exoten
waarvoor eliminatie het doel is. Daarnaast heb ik dit jaar specifiek voor de aanpak
van invasieve waterplanten in natuurgebieden door provincies € 6,5 mln. euro gereserveerd
op de LVVN-begroting, om in een aantal natuurgebieden een eerste start te maken.
Vraag 9
In hoeverre draagt de verkoop van potentieel invasieve waterplanten via tuincentra
en webshops bij aan verdere verspreiding in het Nederlandse watersysteem?
Antwoord 9
Van een aantal invasieve waterplanten is bekend dat ze in het verleden verhandeld
werden in de vijver- en aquariumhandel. Hoewel de handel in soorten van de Europese
Unielijst van zorgwekkende invasieve exoten (verder: Unielijst) inmiddels is verboden,
worden nog steeds waterplanten aangeboden waarvan bekend is dat ze onder bepaalde
omstandigheden invasief kunnen worden. De handel heeft dus bijgedragen aan de aanwezigheid
van invasieve waterplanten in Nederland. Daadwerkelijke introductie in het milieu
gebeurt veelal door bewust of onbewust weggooien van invasieve vijver- of aquariumplanten
door consumenten. Verdere verspreiding kan vervolgens op uiteenlopende manieren plaatsvinden,
onder andere door werkzaamheden en recreatie. Vanuit het landelijk aanvalsplan invasieve
exoten worden daarom acties voorbereid die gericht zijn op preventie en bewustwording
van onder andere consumenten en tuinbranche.
Vraag 10
Kunt u toelichten hoe Nederland uitvoering geeft aan de Europese exotenverordening
(Verordening (EU) nr. 1143/2014) voor wat betreft invasieve waterplanten?
Antwoord 10
Het landelijk aanvalsplan invasieve exoten beschrijft hoe de aanpak vanuit het natuurbeleid
op dit moment is georganiseerd, binnen Nederland en in Europees verband. Het bevat
voorstellen voor doorontwikkeling en versteviging van het exotenbeleid.
Rijk, provincies en waterschappen werken samen om invasieve exoten aan te pakken.
Ze hebben daarbij ieder hun eigen verantwoordelijkheden. Het Ministerie van LVVN is
verantwoordelijk voor nationaal beleid op het gebied van natuur en biodiversiteit
en systeemverantwoordelijk voor het exotenbeleid. Met betrekking tot invasieve exoten
vallen onder de verantwoordelijkheid van LVVN taken zoals preventie, onderzoek, monitoring,
communicatie, toezicht en handhaving, risicobeoordelingen, rapportage aan Brussel.
Uitvoering van het natuurbeleid is in Nederland in 2012 grotendeels gedecentraliseerd
naar de provincies. Na de inwerkingtreding van de Exotenverordening is vervolgens
in 2018 ook de verantwoordelijkheid voor het treffen van bestrijdings- en beheersmaatregelen
tegen de meeste invasieve exoten van de Unielijst gedecentraliseerd naar de provincies.
Provincies zijn ook verantwoordelijk voor herstelmaatregelen in natuurgebieden met
het oog op bescherming van de biodiversiteit.
Het Rijk en provincies hebben afspraken gemaakt over het ambitieniveau per soort van
de Unielijst. Voor een aantal soorten van de Unielijst is artikel 17 van de Europese
Exotenverordening van toepassing. Dit zijn soorten die nog niet in Nederland voorkomen
of in een vroeg stadium van invasie zijn en waarvoor een eliminatiedoelstelling geldt.
Soorten die wijdverspreid zijn, zijn meestal niet meer volledig te verwijderen en
vallen onder artikel 19 van de Europese Exotenverordening. De Exotenverordening schrijft
voor dat lidstaten beheersmaatregelen moeten treffen tegen deze soorten. Lidstaten
hebben beleidsruimte om zelf te bepalen hoe zij hier invulling aan geven.
De goede ecologische waterkwaliteit conform de Kaderrichtlijn Water (KRW) valt onder
de systeemverantwoordelijkheid van het Ministerie van IenW. In de Rijkswateren is
de uitvoering van deze taak belegd bij Rijkswaterstaat (RWS).
De waterschappen zien toe op het functioneren van het waterbeheer in regionale wateren.
Beheer vindt plaats vanuit hun taken op gebied van waterbeheer (aan- en afvoer) en
waterkwaliteit (KRW). Voor invasieve waterplanten geldt dat waterschappen deze ruimen
als ze de water aan- en afvoer belemmeren.
Vraag 11
Klopt het dat verbodsbepalingen uit de Europese exotenverordening uitsluitend gelden
voor soorten die zijn opgenomen op de zogeheten Unielijst en dat invasieve uitheemse
soorten die niet op deze lijst staan nog steeds verhandeld mogen worden?
Antwoord 11
Ja. Wel geldt sinds 2022 in Nederland ook een nationaal handelsverbod voor drie Aziatische
duizendknopen. Deze staan sinds augustus 2025 ook op de Unielijst.
Vraag 12
Acht u het wenselijk dat ernstig schadelijke invasieve waterplanten die (nog) niet
op de Unielijst staan nationaal beperkender worden gereguleerd, bijvoorbeeld via verkoopverboden
of aanvullende beheersmaatregelen?
Antwoord 12
Voor soorten die (nog) niet op de Unielijst staan kan overwogen worden om een nationaal
handelsverbod in te stellen. In het landelijk aanvalsplan invasieve exoten staat dat
een mogelijk nationaal handelsverbod op «typisch Nederlandse» invasieve exoten, waaronder
de gele bieslelie, wordt verkend. De gele bieslelie staat deels in het water, meestal
op de oever, maar ook op de hogere droge delen.
Een handelsverbod kan een effectieve maatregel zijn om nieuwe introducties binnen
Nederland tegen te gaan. Hier dient wel een goede onderbouwing aan ten grondslag te
liggen. Een nationaal handelsverbod kan ook uitwerking hebben op het ónopzettelijk
verspreiden of importeren van deze invasieve exoten. Zoals in het geval dat de invasieve
exoot of delen daarvan (zaden, stengel- of worteldelen) onopzettelijk meelift in andere
producten of materialen (zoals potplanten, grond of bagger).
Vraag 13
Hoe zijn de verantwoordelijkheden op het terrein van invasieve waterplanten verdeeld
tussen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en leidt deze verdeling in de praktijk tot knelpunten
in de aanpak?
Antwoord 13
Zie mijn antwoord op vraag 10.
Vraag 14
Welke rol spelen maatschappelijke organisaties, waaronder hengelsportorganisaties
en natuurbeheerders, bij het signaleren en bestrijden van invasieve waterplanten?
Antwoord 14
Deze organisaties kunnen bijdragen aan het signaleren, melden en vrijwillig bestrijden
van invasieve waterplanten. Samenwerking tussen waterbeheerders en deze partijen is
van groot belang omdat invasieve waterplanten zich makkelijk via het water kunnen
verspreiden. Deze organisaties hebben een eigen verantwoordelijkheid bij het voorkomen
van verdere verspreiding via onzorgvuldig gebruik of onderhoud van onder meer scheepshuiden,
-schroeven, ballastwater of visgerei.
Vraag 15
Wordt het effect van bestrijding en beheer van invasieve waterplanten structureel
gemonitord en zo ja, hoe worden deze resultaten gebruikt voor beleidsverbetering?
Antwoord 15
Er vindt monitoring van verspreiding plaats via een landelijk systeem waarin de kennisorganisaties
een belangrijke rol spelen. De resultaten van deze monitoring worden gebruikt om verspreiding
en effectiviteit van maatregelen te volgen, beheerstrategieën en prioriteiten bij
te stellen en beleid gericht te verbeteren. Monitoring en kennisuitwisseling vormen
daarmee een essentieel onderdeel van de doorontwikkeling van het exotenbeleid. Ik
ben in overleg met provincies over het ontwikkelen van een online tool waarmee de
verspreiding, de bestrijding en het beheer van invasieve exoten en het effect van
die aanpak structureel gemonitord gaat worden. Invasieve waterplanten kunnen hier
ook een plek in krijgen. Ik ben van plan om voor de ontwikkeling middelen vrij te
maken, als een van de maatregelen uit het landelijk aanvalsplan invasieve exoten.
De waterschappen monitoren de invasieve waterplanten in het kader van de Bedrijfsvergelijkingen.
Deze cijfers worden gebruikt voor het volgen van trends en ontwikkelingen ten behoeve
van het eigen beheer.
Vraag 16
Bent u bereid te komen tot een nationale strategie voor invasieve waterplanten, waarin
preventie, handel, bestrijding, verantwoordelijkheidsverdeling en samenhang met doelen
uit de Kaderrichtlijn Water expliciet worden betrokken?
Antwoord 16
Het landelijk aanvalsplan invasieve exoten dat in januari 2026 door Staatssecretaris
Rummenie naar de Tweede Kamer is gestuurd beschrijft hoe de aanpak vanuit het natuurbeleid
op dit moment is georganiseerd (binnen Nederland en in Europees verband), welke acties
genomen gaan worden om de aanpak te versterken en welke financiële consequenties daaraan
verbonden zijn. Het aanvalsplan bevat voorstellen voor doorontwikkeling en versteviging
van het exotenbeleid. De aanpak van invasieve waterplanten vormt hier een integraal
onderdeel van. Onderliggend doel van het exotenbeleid en van het aanvalsplan is de
nadelige gevolgen van invasieve exoten voor de biodiversiteit en voor ecosysteemdiensten
te voorkomen, tot een minimum te beperken en te matigen. Daarbij draagt het aanvalsplan
direct en indirect ook bij aan andere maatschappelijke doelstellingen, zoals de Kaderrichtlijn
Water (KRW).
Vraag 17
Erkent u dat snelgroeiende waterplanten in onder andere het Markermeer en de Randmeren
leiden tot onveilige situaties voor watersporters en zwemmers?
Antwoord 17
Het is mij bekend dat watersporters en zwemmers hinder kunnen ondervinden van waterplanten
en dat dit in sommige gevallen kan leiden tot onveilige situaties.
Vraag 18
Hoe beoordeelt u het feit dat boten regelmatig vastlopen en zelfs reddingsboten hinder
ondervinden van waterplanten?
Antwoord 18
Dat is vervelend, maar niet altijd te voorkomen. Inheemse waterplanten maken deel
uit van en dragen bij aan een gezond ecosysteem.
Vraag 19
Kunt u aangeven hoe vaak hulpdiensten, zoals de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij
(KNRM), moeten uitrukken vanwege problemen met waterplanten en hoe deze trend zich
ontwikkelt?
Antwoord 19
Hierover zijn binnen mijn ministerie geen cijfers bekend.
Vraag 20
Bent u bereid om met de KNRM in gesprek te gaan over de overlast van waterplanten
zodat voorkomen kan worden dat ze onnodig veel moeten uitrukken.
Antwoord 20
Het verminderen van overlast door waterplanten in vaarwegen is een verantwoordelijkheid
van de betreffende vaarwegbeheerders. Ik zie daarin geen rol voor mij weggelegd.
Vraag 21
Deelt u de zorg dat watersporters soms risicovolle handelingen verrichten om hun schroef
vrij te maken, met mogelijk levensgevaarlijke situaties tot gevolg?
Antwoord 21
Dat is zorgelijk, maar het is ook de eigen verantwoordelijkheid van de recreant om
eventuele waterplanten op een veilige manier te verwijderen.
Vraag 22
Waarom worden waterplanten voornamelijk gemaaid in hoofdvaargeulen, terwijl recreatiegebieden
en zwemlocaties relatief onbehandeld blijven?
Antwoord 22
Het verminderen van overlast door waterplanten in vaargeulen is een verantwoordelijkheid
van de betreffende vaarwegbeheerders. Beheersing van waterplanten is erg intensief
en daardoor kostbaar. Bovendien zijn inheemse waterplanten onderdeel van en dragen
ze bij aan een gezond water ecosysteem. Daarom moeten keuzes worden gemaakt waar welke
inzet op wordt gepleegd. Waterplanten worden in de praktijk vooral door vaarwegbeheerders
gemaaid in hoofdvaargeulen omdat hier doorstroming, waterafvoer en veiligheid leidend
zijn. Het vrijhouden van deze geulen is noodzakelijk om het waterbeheer te kunnen
uitvoeren en om risico’s voor wateroverlast en scheepvaart te voorkomen.
Vraag 23
Welke concrete maatregelen neemt u om de veiligheid buiten de hoofdvaargeulen te verbeteren,
waar juist veel recreanten aanwezig zijn?
Antwoord 23
Dit valt niet onder mijn verantwoordelijkheid als Minister van LVVN, maar is primair
een taak van de waterbeheerders.
Ondertekenaars
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.