Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op Vragen van het lid Jimmy Dijk over het bericht ‘Pensioenfondsen lopen door ‘verkeerde beslissingen’ miljarden aan rendement mis: ‘Op een bepaald moment is het geen toeval meer’'
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Pensioenfondsen lopen door «verkeerde beslissingen» miljarden aan rendement mis: «Op een bepaald moment is het geen toeval meer»» (ingezonden 7 mei 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 8 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2090.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Pensioenfondsen lopen door «verkeerde beslissingen»
miljarden aan rendement mis: «Op een bepaald moment is het geen toeval meer»»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het artikel.
Vraag 2
Deelt u de mening dat pensioenfondsen te weinig terugkijken op hun beleggingsbeslissingen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Deze mening deel ik niet. Pensioenfondsen toetsen jaarlijks vooraf of hun strategisch
beleggingsbeleid nog in lijn is met het beleggingsrisico dat deelnemers en gepensioneerden
willen en kunnen nemen. Op deze manier zorgen pensioenfondsen ervoor dat het beleggingsbeleid
in het belang van deelnemers en gepensioneerden wordt gevoerd. DNB houdt ook toezicht
op deze jaarlijkse toetsing van het beleggingsbeleid. De uitkomst van het nagestreefde
beleggingsbeleid kan achteraf mee- of tegenvallen door onverwachte ontwikkelingen
op financiële markten. Ik verwijs verder naar de kamerbrief «Het beleggingsbeleid
van Nederlandse pensioenfondsen» voor uitgebreide uitleg van het toezicht van DNB
op het beleggingsbeleid van pensioenfondsen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat pensioenfondsen in hun jaarverslagen duidelijk zouden moeten
opschrijven waarin is geïnvesteerd en wat dat wel of niet heeft opgeleverd? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 3
Die mening deel ik. Pensioenfondsen geven reeds in hun jaarverslagen aan hoe het pensioenvermogen
wordt belegd. Daarbij kan er in de jaarverslagen ook worden gevonden wat de beleggingsresultaten
van de verschillende beleggingscategorieën zijn geweest.
Vraag 4
Wat vindt u van het feit dat pensioen deelnemers zelf heel weinig te zeggen hebben
over waar hun pensioengeld in wordt geïnvesteerd, en dus welke risico’s er met hun
geld wordt genomen?
Antwoord 4
Het pensioenfondsbestuur belegt in het belang van de deelnemers, gewezen deelnemers
en gepensioneerden en dient bij het bepalen van het beleid hun belangen zorgvuldig
af te wegen. Over het beleid en de wijze waarop het beleid is uitgevoerd legt het
pensioenfondsbestuur verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan. Het verantwoordingsorgaan,
waar onder andere deelnemers zitting in hebben, beoordeelt het uitgevoerde beleid,
waaronder het beleggingsbeleid, en de gemaakte beleidskeuzes voor de toekomst. Daarbij
toetst het verantwoordingsorgaan of het pensioenfondsbestuur een evenwichtige afweging
heeft gemaakt tussen de belangen van alle belanghebbenden.
Verder is een duidelijke en evenwichtige communicatie aan deelnemers van belang. Door
transparant te zijn over het beleggingsbeleid, de gemaakte keuzes en de bijbehorende
risico’s, kunnen deelnemers meer inzicht krijgen hoe hun pensioen wordt beheerd. In
combinatie met de rol van het verantwoordingsorgaan, waarin deelnemers zitting hebben
en invloed kunnen uitoefenen, draagt het ook bij aan een gecontroleerde uitvoering
van het gevoerde beleid.
Vraag 5
Bent u het eens dat pensioendeelnemers hier meer over zouden moeten kunnen meebeslissen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zoals in de vorige beantwoording is aangegeven nemen deelnemers via verantwoordingsorganen
deel aan de besluitvorming binnen het pensioenfonds over het beleggingsbeleid.
Vraag 6
Welke stappen neemt het kabinet om deze positie te verbeteren?
Antwoord 6
In de bestaande besluitvormingsprocessen van pensioenfondsen zijn verschillende checks and balances opgenomen om een evenwichtige belangenafweging te borgen. Om te bezien of de vertegenwoordiging
door de belanghebbenden, waaronder deelnemers, in het pensioenfonds nog steeds afdoende
is voor de evenwichtige besluitvorming binnen het stelsel van de Wet toekomst pensioenen,
wordt momenteel een onderzoek uitgezet. Over de bevindingen wordt uw Kamer naar verwachting
in de eerste helft van 2027 geïnformeerd.2
Vraag 7
Wat vindt u van de stelling dat sommige fondsen bij een risicovrije belegging vaak
al beter af waren geweest?
Antwoord 7
Achteraf is het makkelijk te zien dat een bepaalde portefeuille een betere prestatie
heeft geleverd dan een andere, maar vooraf is dit niet evident. Het is de vraag of
een theoretisch portefeuille, zoals deze in het artikel wordt aangehaald, te vergelijken
is met een portefeuille van een pensioenfonds. Pensioenfondsen houden onder andere
rekening met de fluctuaties in de rentestand, waarvoor ze instrumenten in zetten ter
afdekking van rentedalingen zoals rentederivaten. Fondsen boeken bij een stijgende
rentestand een negatief rendement op deze instrumenten. Dit leidt tot een lager rendement
op de totale portefeuille. Daarnaast belegt een fonds in verschillende beleggingscategorieën
om risico te spreiden in omvang, tijd en geografisch. Dit maakt dat portefeuilles
van pensioenfondsen minder goed vergelijkbaar zijn met een portefeuille die is samengesteld
uit enkel risicovrije beleggingen, dan wel een mix van risicovrije beleggingen en
liquide aandelen.
Vraag 8
Wat vindt u van het in het artikel aangehaalde feit dat pensioenfondsen vaak grotere
beleggingsrisico’s nemen dan nodig?
Antwoord 8
Pensioenfondsen dienen conform de wettelijke vereisten, te handelen in belang van
deelnemers en gepensioneerden en moeten het beleggingsbeleid afstemmen op de risicohouding
van deelnemers. Hierbij wordt rekening gehouden met het beleggingsrisico dat deelnemers
willen en kunnen nemen. Om inzicht te hebben in het beleggingsrisico dat deelnemers
willen nemen wordt een risicopreferentieonderzoek periodiek verricht door de pensioenfondsen
en de AFM houdt hier toezicht op. Ik verwijs verder naar de kamerbrief «Het beleggingsbeleid
van Nederlandse pensioenfondsen» voor uitgebreide uitleg van het toezicht van DNB
op het beleggingsbeleid van pensioenfondsen. Mij zijn geen signalen bekend dat fondsen
niet hebben voldaan aan de wettelijke waarborgen.
Vraag 9
Ziet u dit ook als het nemen van onnodig risico’s met pensioengeld van deelnemers?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Zoals ik bij de vorige vraag heb aangegeven houdt het fonds rekening met de risicohouding
van deelnemers, waarbij DNB vervolgens toezicht houdt op het naleven van het prudent person-beginsel, wat inhoudt dat het beleggingsbeleid in het belang van de deelnemers wordt
gevoerd.
Vraag 10
Bij hoeveel pensioenfondsen heeft het nemen van een hoger beleggingsrisico de afgelopen
vijf jaar ook echt een hoger pensioen opgeleverd? Bij hoeveel gevallen niet?
Antwoord 10
Er is geen openbare informatie beschikbaar voor alle pensioenfondsen in hoeverre ze
meer beleggingsrisico vooraf hebben genomen de afgelopen vijf jaar en welk rendement
deze verandering van beleggingsrisico hen achteraf heeft opgeleverd.
Vraag 11
Welke gesprekken heeft u of uw voorganger het afgelopen jaar gevoerd met pensioenfondsen
over het nemen van onnodige risico’s? Indien hierover geen gesprekken zijn gevoerd,
waarom niet?
Antwoord 11
Ik deel uw mening niet dat er door pensioenfondsen onnodig risico’s zijn genomen.
Het risico dat fondsen nemen in hun beleggingsbeleid moet overeenkomen met de risicohouding
van deelnemers, waarbij wordt gekeken naar welk risico ze willen, maar ook kunnen
nemen. DNB houdt hierbij toezicht op dat fondsen het prudent person-beginsel hanteren. Mij zijn geen signalen bekend dat fondsen niet aan de wettelijke
waarborgen hebben voldaan.
Vraag 12
Bent u het eens dat pensioenbestuurders door pensioendeelnemers geconfronteerd zouden
moeten kunnen worden over waar hun pensioengeld in is geïnvesteerd, welk rendement
dat heeft opgeleverd en welke risico’s daarbij zijn genomen?
Antwoord 12
Pensioenfondsen leggen in de jaarverslagen verantwoording af over de resultaten die
het gevoerde beleggingsbeleid heeft opgeleverd. DNB ziet erop toe dat de voorgeschreven
stappen om te komen tot een passend beleggingsbeleid door het fonds zijn doorlopen
en het bestuur de strategie periodiek herijkt indien nodig. Daarbij wordt ook gekeken
of verantwoordingsorganen (waarin deelnemers en werkgevers zitting hebben) in voldoende
mate betrokken zijn in het beslissingsproces.3 Zo moet worden aangegeven en onderbouwd hoe met de verschillende inzichten van de
verantwoordingsorganen is omgegaan.4
Vraag 13
Welke gesprekken heeft u of uw voorganger het afgelopen jaar gevoerd over het verhogen
van de pensioen nu het rentepercentage weer stijgt? Indien hierover geen gesprekken
zijn gevoerd, waarom niet?
Antwoord 13
Binnen de kaders van de Pensioenwet besluiten pensioenfondsbestuurders eigenstandig
over de indexatie aan deelnemers en gepensioneerden. In dit besluit betrekken ze de
evenwichtige belangenafweging voor alle deelnemers, het reglementair vastgelegde indexatiebeleid
en de financiële positie van het fonds. DNB houdt toezicht op of het pensioenfonds
zich aan de wettelijke kaders houdt. Onder het nieuwe stelsel wordt het voor fondsen
makkelijker om de pensioenen te verhogen bij goede financiële resultaten, maar daarbij
zal er ook een belangenafweging plaats moeten vinden voordat uitkeringen worden verhoogd.
Vraag 14
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 14
Ja.
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.