Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie over het bericht ‘Grote onrust in wijk om fatbiketerreur, bewoners bewapenen zich en dreigen met ‘wijkoorlog’ in brief aan politie’
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Grote onrust in wijk om fatbiketerreur, bewoners bewapenen zich en dreigen met «wijkoorlog» in brief aan politie» (ingezonden 22 april 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 8 juni 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1915.
Vraag 1
Wat is uw reactie op het feit dat in steeds meer gemeenten, waaronder Delfzijl, sprake
is van ernstige overlast en intimidatie door groepen «jongeren» in de openbare ruimte,
waarbij het lokale gezag zichtbaar moeite heeft om grip te krijgen op de situatie?1
Antwoord 1
Intimidatie en ernstige overlast in de openbare ruimte zijn onacceptabel. Iedereen
moet zich veilig kunnen voelen op straat.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat inwoners van Delfzijl kennelijk het vertrouwen verliezen dat
de overheid hen nog voldoende kan beschermen? Deelt u de opvatting dat dit buitengewoon
zorgelijk en beschamend is voor een rechtsstaat?
Antwoord 2
Het is zorgelijk als burgers onvoldoende bescherming vanuit gemeenten en politie ervaren.
De inzet vanuit gemeenten, Openbaar Ministerie en politie is juist ook gericht op
het bieden van een leefbare woonomgeving waarin overlast wordt tegengegaan en strafbare
feiten worden vervolgd.
Vraag 3
Kunt u aangeven in hoeveel gemeenten sprake is van vergelijkbare problematiek met
overlastgevende of criminele jeugdgroepen waarbij het de gemeente of een wijk compleet
ontwricht?
Antwoord 3
Er is geen recent landelijk beeld beschikbaar van het aantal overlastgevende of criminele
jeugdgroepen; deze zijn overigens veelal fluïde en wijzigen voortdurend in bestaan
en samenstelling. Voor de aanpak van problematische jeugdgroepen is reeds jaren geleden
het – mede op basis van ervaringen van gemeenten – 7-stappenmodel ontwikkeld voor
de aanpak van problematische jeugdgroepen en groepsgedrag. Dit 7-stappenmodel wordt
door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid in opdracht van het Ministerie
van Justitie en Veiligheid aan de hand van de lokale problematiek benut en waar nodig
en op basis van nieuwe ervaringen verrijkt.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat wanneer het bevoegd gezag aantoonbaar tekortschiet, of onvoldoende
capaciteit en gezag heeft om hardnekkig overlastgevend en intimiderend tuig van straat
te halen, het vanuit menselijk oogpunt voorspelbaar en logisch is dat bewoners zich
uiteindelijk genoodzaakt voelen hun wijk zelf te verdedigen? Kunt u hier een heldere
reactie op geven?
Antwoord 4
Het is aan de bevoegde autoriteiten om zorg te dragen voor de handhaving van de openbare
orde en ook hardnekkig overlastgevend en intimiderend gedrag aan te pakken wanneer
dit de openbare orde verstoort of wanneer daarbij strafbare feiten worden gepleegd.
De autoriteiten opereren daarbij op grond van en binnen wettelijke kaders.
In de praktijk vraagt de lokale aanpak van overlast soms om lange adem, onder andere
voor de opbouw van dossiers. Ik begrijp goed dat dit heel vervelend is voor de direct
omwonenden. Maar eigenrichting is nooit het antwoord. Daarvoor is geen ruimte in onze
democratische rechtsstaat. Opeenvolgende kabinetten hebben de operationele formatie
van de politie fors uitgebreid.
Vraag 5
Welke rol spelen capaciteitsproblemen bij politie, boa’s en handhaving volgens u bij
het ontstaan of voortduren van dit soort situaties?
Antwoord 5
Er is ook hard gewerkt aan het vullen van de bezetting. Als het gaat om politiecapaciteit
is er in de praktijk altijd meer vraag dan aanbod. Het is aan het lokaal gezag om
hierop te prioriteren en de juiste keuzes te maken op basis van hun kennis van de
lokale situatie.
Enkele Preventie met Gezag-gemeenten hebben met de PmG-middelen extra capaciteit (jeugd-)boa’s
kunnen organiseren. Daarnaast is het aan gemeenten hierin op basis van de lokale situatie
zelf te prioriteren.
Vraag 6 en 7
Vanaf welk punt bent u bereid het geweldsmonopolie van de staat zichtbaarder, steviger
en dwingender in te zetten om de openbare orde te herstellen en inwoners weer veiligheid
te bieden? Kunt u daarbij een concreet tijdspad geven?
Welke extra maatregelen bent u bereid te nemen om gemeenten sneller en effectiever
te helpen bij de aanpak van dit soort overlastgevende jeugdgroepen, zoals ruimere
inzet van gebiedsverboden, groepsverboden, preventief fouilleren, snelle inbeslagname
van voertuigen en persoonsgerichte maatregelen?
Antwoord 6 en 7
De burgemeester en de officier van justitie bepalen in de driehoek welke inzet en
interventies worden toegepast bij de handhaving van de openbare orde en het vervolgen
van strafbare feiten. Daarbij heeft de Minister van Justitie en Veiligheid geen rol.
Voor de aanpak van overlastgevende jeugdgroepen is een uitgebreid (wettelijk) instrumentarium
en bijvoorbeeld vanuit het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid het
al genoemde 7-stappenmodel beschikbaar. Het is aan de burgemeester, de officier van
justitie, de politie en de gemeente om dat daar waar dat wenselijk en noodzakelijk
is deze mogelijkheden toe te passen.
Vraag 8 en 9
Waarom worden gemeenten die hun inwoners willen beschermen nog te vaak tegengewerkt
door regels, procedures of terughoudende instanties wanneer zij extra camera’s, handhaving
of andere veiligheidsmaatregelen willen inzetten, en hoe gaat u daar per direct verandering
in brengen?
Wat doet u op dit moment actief richting gemeenten met vergelijkbare problematiek,
en welk aanvullend pakket aan maatregelen bent u bereid op korte termijn beschikbaar
te stellen?
Antwoord 8 en 9
Met betrokken partijen ben ik voortdurend in gesprek over wat zij nodig hebben om
hun taken goed en beter uit te kunnen voeren. De burgemeester en de officier van justitie
beschikken op dit moment reeds over verschillende bevoegdheden die de politie kan
inzetten om overlast te bestrijden. Daartoe behoren ook de inzet van camera’s en het
inzetten van extra handhavingscapaciteit. In de driehoek wordt de toepassing van deze
bevoegdheden in concrete situaties afgewogen. De politie draagt zorg voor de uitvoering
van deze maatregelen.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.