Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over diepzeemijnbouw
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei, van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Buitenlandse Zaken over diepzeemijnbouw (ingezonden 1 april 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken), mede namens de Ministers van
Klimaat en Groene Groei, van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, van Minister
van Economische Zaken en Klimaat, van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
en van Minister van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 5 juni 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1698.
Vraag 1
Kunt u bevestigen dat de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA)-Raad van maart 2026
het besluit heeft genomen om onderzoek naar mogelijke schendingen van contractuele
verplichtingen door contractanten voort te zetten, en welke positie heeft Nederland
hier tijdens de Raad over ingenomen?
Antwoord 1
Het besluit van 19 maart 2026 van de Raad van de Internationale Zeebodemautoriteit
(Autoriteit) biedt de Juridische en Technische Commissie van de Autoriteit (JTC) inderdaad
grondslag om het onderzoek voort te zetten naar contractanten die mogelijk hun contractuele
verplichtingen hebben geschonden of het risico lopen hun contractuele verplichtingen
te schenden. Dat onderzoek richt zich onder andere op de vraag of deze contractanten
handelen in overeenstemming met het multilaterale juridische raamwerk dat is opgetuigd
door het VN-Zeerechtverdrag en de daarbij horende Overeenkomst betreffende de uitvoering
van Deel XI van het VN-Zeerechtverdrag (1994 Overeenkomst). Nederland heeft dit jaar
geen stem in de totstandkoming van Raadsbesluiten, omdat Nederland in 2026 geen Raadszetel
heeft. Niettemin heeft Nederland als waarnemer bij de Raadsvergadering onder meer
uitgesproken de JTC te steunen in het voortzetten van dit onderzoek. Ook heeft Nederland
nogmaals herhaald dat alle activiteiten op de zeeën en de oceaan, met inbegrip van
de zeebodem en de ondergrond daarvan, dienen plaats te vinden binnen het alomvattend
juridisch kader van het VN-Zeerechtverdrag.
Vraag 2
Is er voor Nederland nog een bijzondere rol binnen de ISA weggelegd, aangezien één
van de contractanten een Zwitsers-Nederlands bedrijf is? Zijn er door de ISA ook directe
vragen gesteld aan de Nederlandse overheid? Zo ja, wat was de reactie van het kabinet
hierop?
Antwoord 2
De JTC heeft voor het onderzoek, zoals benoemd in het antwoord op vraag 1, enkel vragen
gesteld aan contractanten van de Autoriteit. De JTC heeft dan ook geen vragen gesteld
aan Nederland. Contractanten zijn namelijk in eerste instantie ook zelf verantwoordelijk
voor hun diepzeemijnbouwactiviteiten, en het naleven van alle contractuele verplichtingen.
Zoals ook toegelicht in de beantwoording van Kamervragen van het lid Teunissen (PvdD)1, is in het VN-Zeerechtverdrag verder geregeld dat contractanten een Sponsoring State moeten hebben die garant staat voor naleving van de internationale regels voor diepzeemijnbouw
onder het VN-Zeerechtverdrag door hun contractanten, en die de Autoriteit ondersteunen
bij het toezicht op de activiteiten van en handhaving van de naleving door contractanten.
Nederland is niet betrokken bij de activiteiten van bedrijven in het kader van de
Autoriteit, niet als Sponsoring State en niet als vlaggenstaat. Het kabinet zal zich ervoor blijven inzetten dat diepzeemijnbouwactiviteiten
op de internationale zeebodem plaatsvinden in overeenstemming met het VN-Zeerechtverdrag
en onder auspiciën van de Autoriteit.
Vraag 3
Bent u bekend met het rapport «Inquiry On Potential Breaches By ISA Contractors» van
Greenpeace International2?
Antwoord 3
Ja.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat Allseas inderdaad valt onder het ISA-onderzoek, aangezien in
het rapport staat dat Allseas, via dochterbedrijf Blue Minerals Jamaica (BMJ) en de
samenwerking met TMC, mogelijk onder het lopende ISA-onderzoek valt naar overtreding
van contractregels?
Antwoord 4
Het tussentijdse rapport van de voorzitter van de JTC noemt geen namen van partijen
waar de JTC (vervolg)onderzoek naar doet. Het is wel bekend dat de Autoriteit vragen
heeft gesteld aan alle contractanten van de Autoriteit in hoeverre zij voldoen aan
contractuele verplichtingen om zich aan het VN-Zeerechtverdrag en de 1994 Overeenkomst
te houden. Ook is bekend dat alle contractanten van de Autoriteit hierop hebben gereageerd.
Vraag 5
Erkent u dat Allseas een sleutelpositie inneemt binnen de plannen voor diepzeemijnbouw
door The Metals Company via de Amerikaanse vergunningaanvraag, aangezien het bedrijf
de essentiële technologie en het diepzeemijnbouwschip «Hidden Gem» levert? Hoe weegt
u deze rol?
Antwoord 5
Het kabinet is ermee bekend dat Allseas een samenwerkingspartner is van The Metals
Company (TMC). Het kabinet kan geen uitspraken doen over de bedrijfsvoering en samenwerkingsrelaties
van individuele bedrijven.
Vraag 6
Erkent u dat Nederland, gezien de betrokkenheid van een Nederlands bedrijf in deze
keten, daarmee ook een sleutelrol vervult en een verantwoordelijkheid draagt om het
mandaat van de ISA en het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS) actief te beschermen en te handhaven?
Antwoord 6
Nederland is niet betrokken bij de activiteiten van bedrijven (of andere partijen)
in het kader van de Autoriteit, niet als Sponsoring State en niet als vlaggenstaat. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, regelt het
VN-Zeerechtverdrag ten aanzien van diepzeemijnbouwactiviteiten op de internationale
zeebodem dat elke contractant een zogenaamde «Sponsoring State» moet hebben, die garant staat voor naleving van de internationale regels voor diepzeemijnbouw
onder het VN-Zeerechtverdrag door de contractant, en die de Autoriteit ondersteunt
bij toezicht op en handhaving van naleving van de regels door de contractant. Als
verdragspartij zal Nederland zich ervoor blijven inzetten dat alle activiteiten op
de zeeën en de oceaan, met inbegrip van de zeebodem en de ondergrond daarvan, dienen
plaats te vinden binnen het juridisch kader van het VN-Zeerechtverdrag. Nederland
staat voor de integriteit van het VN-Zeerechtverdrag en de Autoriteit als de exclusief
aangewezen instantie om diepzeemijnbouwactiviteiten op en in de internationale zeebodem
te organiseren en daar toezicht op uit te oefenen.
Vraag 7
Het kabinet heeft eerder met Allseas gesproken naar aanleiding van de motie-Postma,
en heeft daarbij benadrukt dat Nederland staat voor de integriteit van UNCLOS en dat
diepzeemijnbouw in internationale wateren alleen binnen het ISA-kader mag plaatsvinden;
wat was de reactie van Allseas op deze boodschap? Heeft het bedrijf zich daarbij expliciet
gecommitteerd om uitsluitend binnen het ISA-kader te opereren?
Antwoord 7
Het kabinet kan geen verdere uitspraken doen over de inhoud van gesprekken met individuele
bedrijven, omdat deze vertrouwelijk zijn.
Vraag 8
Gezien het feit dat Allseas de plannen om via de Verenigde Staten buiten het ISA-kader
te opereren voortzet en een dergelijke vergunning op korte termijn verleend kan worden,
welke concrete stappen zal Nederland zetten op het moment dat zo’n buitenlandse vergunning
wordt verleend voor diepzeemijnbouw buiten het ISA-kader, waarbij een Zwitsers-Nederlands
bedrijf zoals Allseas betrokken is?
Antwoord 8
Indien een dergelijk scenario zich voordoet, zal het kabinet deze op zijn merites
beoordelen. Hierbij zal het kabinet de geldende juridische kaders in acht nemen. Het
kabinet doet verder geen uitspraken over de bedrijfsvoering en samenwerkingsrelaties
van individuele bedrijven.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede namens
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Mede namens
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.