Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Maeijer over het bericht dat minima noodzakelijke mondzorg mijden vanwege de kosten
Vragen van het lid Maeijer (PVV) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat minima noodzakelijke mondzorg mijden vanwege de kosten (ingezonden 12 mei 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 4 juni
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Tandarts Ruud ziet wanhoop bij minima, maar straks
kunnen zij bij hem terecht: «Iedereen heeft zelfde verhaal»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat Nederlanders met een smalle beurs noodzakelijke mondzorg uitstellen
omdat zij bang zijn de rekening van de tandarts niet te kunnen betalen?
Antwoord 2
Over het algemeen gaan mensen in Nederland vaak naar de tandarts, 82% bezoekt minimaal
een keer per jaar de tandarts. Daar zitten dus ook mensen met een smalle beurs tussen.
Voor veel mensen, en ook mensen met een smalle beurs, is mondzorg financieel toegankelijk.
Bijvoorbeeld via aanvullende verzekeringen of, specifiek voor minima, een gemeentepolis.
Tegelijkertijd is er een groep van naar schatting 640.000 volwassenen die om financiële
redenen afzien van mondzorg. Het kabinet vindt dat een pijnlijke situatie.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat mensen in Nederland met tandpijn rondlopen
en uit financiële wanhoop hun toevlucht nemen tot onverantwoorde noodoplossingen,
zoals het smeren van sambal op het tandvlees, in plaats van tijdig naar de tandarts
te kunnen gaan?
Antwoord 3
Het is zeer pijnlijk als mensen hun toevlucht nemen tot dergelijke noodoplossingen.
Er is helaas geen eenvoudige oplossing voor deze weerbarstige problematiek. Uit een
verkenning2 naar gerichte regelingen voor minima blijkt namelijk dat deze allen de nodige uitdagingen
kennen in het op een doelmatige manier bereiken van de beoogde doelgroep en ook dat
deze regelingen de nodige financiële dekking vragen. Het kabinet heeft, gegeven de
beschikbare financiële middelen, dan ook andere beleidskeuzes gemaakt.
Alhoewel het geen structurele en volledige oplossing is, is het kabinet wel voornemens
om via de ontwikkelagenda van het AZWA een pilot rondom mondzorg voor minima uit te
voeren. Hiervoor is 2 keer 5,5 miljoen euro gereserveerd.
Vraag 4
Klopt het dat in 2024 64% van de volwassen verzekerden aanvullend verzekerd was voor
mondzorg, maar dat daarmee nog niet duidelijk is hoeveel mensen geen aanvullende tandartsverzekering
hebben omdat zij deze niet kunnen betalen? Kunt u dit beter in kaart brengen?
Antwoord 4
Het klopt dat in 2024 64% van de volwassenen een aanvullende verzekering voor mondzorg
had. Dat wil niet zeggen dat de overige 36% van de volwassenen deze verzekering niet
kunnen betalen. Er zijn ook mensen die bewust geen aanvullende tandartsverzekering
afsluiten, bijvoorbeeld omdat zij weinig mondzorgkosten verwachten en/of de kosten
zelf kunnen dragen. Het is niet bekend waarom mensen géén tandartsverzekering afsluiten
en in hoeverre betaalbaarheid daar de reden van is. Naar schatting mijden 640.000
volwassenen mondzorg vanwege financiële redenen. Het kabinet ziet geen aanleiding
dit verder in kaart te brengen.
Vraag 5
Deelt u de mening dat noodzakelijke mondzorg geen luxe is, maar onderdeel is van zorg
die voor Nederlanders betaalbaar en toegankelijk moet zijn?
Antwoord 5
Uiteraard deelt het kabinet het belang van noodzakelijke mondzorg. Over het algemeen
gaan mensen in Nederland vaak naar de tandarts en veel mensen kunnen de mondzorg zelf
financieren of zich aanvullend hiervoor verzekeren. Voor veel mensen is mondzorg,
gelukkig, toegankelijk. Er is helaas ook een groep voor wie dat niet geldt. Voor mensen
met een lager inkomen kan de gemeentepolis, een zorgverzekering voor minima die altijd
mondzorgdekking biedt, een optie zijn. Niet alle deelnemers van een gemeentepolis
weten dat er een vergoeding voor mondzorgdekking in hun verzekerd pakket zit, dat
biedt wellicht nog aanknopingspunten om de toegankelijkheid van mondzorg te verbeteren.
Ook zijn er verschillende andere lokale regelingen of initiatieven. Deze initiatieven
leveren een bijdrage aan het terugdringen van mondzorgmijding en het kabinet is deze
partijen dus erkentelijk voor deze initiatieven. Tegelijkertijd ziet het kabinet dat
deze initiatieven geen volledige oplossing kunnen bieden.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het feit dat in Ridderkerk een lokale regeling nodig is waarbij minima
met acute of urgente mondzorg terechtkunnen bij minimatandartsen?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 7
Vindt u het wenselijk dat noodzakelijke mondzorg voor minima afhankelijk wordt van
lokale initiatieven, vrijwilligers, donaties, kerken, ondernemers en een beperkte
gemeentelijke subsidie?
Antwoord 7
Alhoewel het kabinet deelt dat er een groep mensen is die om financiële redenen afzien
van mondzorg, wordt de vermeende strekking dat mondzorg voor minima afhankelijk wordt
van lokale initiatieven niet gedeeld. Via aanvullende verzekeringen of voor minima
via een gemeentepolis is mondzorg voor een grote groep mensen financieel toegankelijk.
Een gemeentepolis biedt altijd dekking voor mondzorg, al is dat niet altijd bij alle
deelnemers bekend. Tegelijkertijd is er inderdaad een groep volwassenen voor wie mondzorg
niet toegankelijk is en het kabinet is de diverse partijen zeer erkentelijk voor hun
inspanningen om mondzorg voor deze groep verder toegankelijk te maken.
Vraag 8
Wat doet u om te voorkomen dat kleine gebitsproblemen bij mensen met een laag inkomen
uitgroeien tot ernstige pijnklachten, ontstekingen of abcessen?
Antwoord 8
Er is geen eenvoudige oplossing voor deze weerbarstige problematiek. Uit een verkenning3 naar gerichte regelingen voor minima blijkt dat deze allen de nodige uitdagingen
kennen in het op een doelmatige manier bereiken van de beoogde doelgroep en ook dat
deze regelingen de nodige financiële dekking vragen. Het kabinet heeft, gegeven de
beschikbare financiële middelen, andere beleidskeuzes gemaakt.
Alhoewel het geen structurele en volledige oplossing is, is het kabinet wel voornemens
om via de ontwikkelagenda van het AZWA een pilot rondom mondzorg voor minima uit te
voeren. Hiervoor is 2 maal 5,5 miljoen euro beschikbaar. De invulling van de pilot
behoeft nog nadere uitwerking.
Vraag 9
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel (incl.
Pakketbeheer) van 10 juni 2026, zodat de antwoorden bij het debat kunnen worden betrokken?
Antwoord 9
Ja.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.