Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht 'Excuses maar geen geld. Waarom Nederland de slachtoffers in Hawija niet compenseert'
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Defensie over het bericht «Excuses, maar geen geld. Waarom Nederland de slachtoffers in Hawija niet compenseert» (ingezonden 11 mei 2026).
Antwoord van Minister Yeşilgöz-Zegerius (Defensie) (ontvangen 4 juni 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht van de Groene Amsterdammer, Investico en BOOS over
het gebrek aan compensatie in Hawija?1
Antwoord 1
Op 14 april 2026 publiceerde BNN-VARA programma BOOS een online aflevering, in samenwerking
met onderzoek platform Investico en de Groene Amsterdammer, over de gevolgen van de
Nederlandse wapeninzet in Hawija op 2-3 juni 2015. Tijdens het ordedebat van 15 april
2026 verzocht de Kamer om een aanvullende reactie van de regering op de uitzending
van BOOS. Op 19 mei heeft het kabinet als reactie hierop de brief «Reactie BOOS-uitzending
over Hawija, april 2026» gestuurd.2 In deze brief wordt ingegaan op de overwegingen ten aanzien van vrijwillige tegemoetkomingen
inzake de luchtaanval in Hawija en het algemeen beleid van Defensie ten aanzien van
vrijwillige tegemoetkomingen.
Vraag 2
Welke stappen zijn gezet om te komen tot de gemaakte excuses in Hawija en hoe zijn
slachtoffers daarbij betrokken?
Antwoord 2
Naar aanleiding van de uitkomsten van het rapport van de commissie Sorgdrager bood
het kabinet in 2025 excuses aan voor de onbedoelde gevolgen van de Nederlandse luchtaanval
in 2015. Toenmalig Minister van Defensie bracht deze excuses ook over aan de burgemeester
van Hawija. Op 15 januari 2026 bracht de toenmalig Minister van Defensie een bezoek
aan Hawija om in gesprek te gaan met slachtoffers en nabestaanden, de gouverneur van
de provincie Kirkuk en de burgemeester van Hawija. Tijdens dit bezoek heeft hij persoonlijk
de excuses overgebracht. Daarbij is gesproken met lokale autoriteiten, betrokkenen
en inwoners van het getroffen gebied.
Vraag 3
Waarom is er geen contact opgenomen met het compensatiekantoor in Kirkuk om informatie
te achterhalen over wie de slachtoffers zijn van het bombardement?
Antwoord 3
Het kabinet heeft in 2020 besloten niet over te gaan tot het uitkeren van vrijwillige
vergoedingen op individueel niveau. Uw Kamer is de afgelopen jaren meermaals geïnformeerd
over de overwegingen hieromtrent, zoals ook recent uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending
over Hawija, april 2026».3 Gelet op dit besluit, zijn er geen stappen ondernomen om tot concrete vormgeving
of uitvoering van een individueel tegemoetkomingstraject te komen.
Vraag 4
Waarom is er nooit doorgevraagd naar het dossier van PAX, de Universiteit Utrecht
en Ashor om informatie te achterhalen wie de slachtoffers zijn van het bombardement?
Antwoord 4
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Hoe kijkt u zelf naar uw uitspraken over dat individuele compensatie van slachtoffers
niet mogelijk zou zijn, omdat individueel slachtofferschap en schade niet te achterhalen
zouden zijn? Kunt u expliciet maken welke stappen er dan wel zijn gezet om te achterhalen
wie de slachtoffers zijn van het bombardement in Hawija?
Antwoord 5
De vraag wat Defensie voor de slachtoffers en nabestaanden kan doen is een belangrijk
en terugkerend onderdeel geweest van de inspanningen van Defensie. Ten aanzien van
de overwegingen om niet over te gaan tot individuele tegemoetkoming is uw Kamer de
afgelopen jaren meermaals geïnformeerd, zoals ook uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending
over Hawija, april 2026».4
Vraag 6
Waarom stelt u, zonder navraag naar de informatie te hebben gedaan, dat de informatie
van PAX, Ashor en de Universiteit Utrecht niet voldoet aan de «juridische lat»? Kunt
u dat onderbouwen?
Antwoord 6
Het kabinet heeft in 2020 besloten niet over te gaan tot vrijwillige compensatie op
individueel niveau.
In generieke zin geldt dat bij iedere vorm van compensatie (of die nu vrijwillig is
of verplicht) zal moeten worden vastgesteld onder welke voorwaarden en op basis van
welk bewijs (c.q. juridische lat) iemand in aanmerking komt voor een vergoeding.
Vraag 7
Waar zal de 10 miljoen euro aan compensatie voor de gemeenschap in Hawija aan worden
besteed? Wie is betrokken bij het besluit waar dit geld aan zal worden besteed en
hoe zijn of worden slachtoffers betrokken?
Antwoord 7
In het debat over het rapport van de commissie Sorgdrager op 15 mei 2025 heeft Defensie
toegezegd circa 10 miljoen euro beschikbaar te maken voor aanvullende projecten. De
invulling hiervan wordt op dit moment vormgegeven door het Ministerie van Defensie
in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Tijdens het bezoek van
de voormalig Minister van Defensie aan Hawija in januari jl., heeft hij met verschillende
belanghebbenden gesproken over de noden en wensen van de gemeenschap. Deze behoeften
zullen in de besteding worden meegenomen.
Vraag 8
Deelt u de mening van advocaat Zegveld die stelt dat er geen verschil in slachtofferregeling
zou hoeven zijn tussen Mosul en Hawija? Zo niet, kunt u dat beargumenteren?
Antwoord 8
Zoals uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending over Hawija, april 2026»
is het beleid van Defensie ten aanzien van vrijwillige financiële compensatie (zogenoemde
ex-gratiabetalingen) het leveren van maatwerk.5 Vrijwillige compensatie kan verschillende vormen aannemen en dient telkens nauwkeurig
te worden afgestemd op de aard van de wapeninzet en geleden schade, binnen de context
van het desbetreffende conflict. Deze variabelen zijn in elke situatie anders.
Inzake Mosul is de Kamer op 25 maart 2026 geïnformeerd over de hoofdconclusies van
het interne onderzoek naar de luchtaanval op 22 maart 2016 te Mosul (Irak). Gelet
op de uitzonderlijke omstandigheden van de Nederlandse wapeninzet in Mosul, heeft
Defensie besloten de nabestaanden een vrijwillige financiële tegemoetkoming aan te
bieden. Er was, met de kennis van nu, geen sprake van een legitiem militair doelwit.
Bovendien heeft Defensie de geleden schade met grote waarschijnlijkheid eigenstandig
in kaart kunnen brengen. Een tegemoetkoming is daarom gepast en uitvoerbaar.
In Hawija is daarentegen het standpunt van Defensie dat de aanval rechtmatig was.
Het kabinet heeft destijds besloten niet over te gaan tot het uitkeren van vrijwillige
vergoedingen op individueel niveau, om de redenen uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending
over Hawija, april 2026».6
Tot slot, wijs ik u op de lopende rechtszaak die slachtoffers en nabestaanden van
de wapeninzet in Hawija hebben aangespannen tegen de Nederlandse Staat. In deze zaak
buigt de rechtbank zich over de vraag of de gevolgen van de wapeninzet in Hawija te
wijten zijn aan onrechtmatig handelen door de Staat. Defensie wacht de uitspraak van
de rechtbank af.
Vraag 9
Waarom was het bij andere oorlogen met burgerslachtoffers wel mogelijk om individuele
schadevergoedingen uit te keren, en bij de slachtoffers van Hawija niet? Kunt u in
uw antwoord ingaan op de voorbeelden die genoemd worden in het artikel van de Groene
Amsterdammer, Investico en BOOS?
Antwoord 9
Zie het antwoord op de bovenstaande vraag. In het specifieke geval van Afghanistan
heeft Nederland, net als meerdere partnerlanden, in de periode 2002–2021 vrijwillige
betalingen uitgekeerd.7 De aard van de inzet in Afghanistan was een andere dan die in Irak tegen ISIS. In
Afghanistan was sprake van een wederopbouwmissie, terwijl de inzet in Irak gericht
was op het bestrijding van ISIS. Dit verschil in karakter van de missie is van invloed
op de overwegingen ten aanzien van vrijwillige tegemoetkomingen.
Het is tevens voorgekomen dat na een rechterlijke uitspraak Nederland alsnog individuele
schadevergoedingen heeft toegekend, zoals eerder is gedaan naar aanleiding van rechtszaken
die zijn aangespannen door slachtoffers en/of nabestaanden uit Srebrenica (Bosnië)
en Chora (Afghanistan).
Vraag 10
Bent u bereid om alsnog te onderzoeken op welke manier individuele compensatie van
slachtoffers van het bombardement in Hawija uitgekeerd kan worden met de beschikbare
informatie over slachtoffers van het bombardement die tot nu toe nog niet is betrokken?
Antwoord 10
Nee. Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 11
Kunt u deze vragen in ieder geval beantwoorden voor het plenaire debat over het addendum
op het rapport van de Commissie onderzoek wapeninzet Hawija?
Antwoord 11
Ja.
Vraag 12
Kunt u elke vraag afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 12
Ja.
Ondertekenaars
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.