Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden van der Werf en Piri over het bericht ‘Minister laat Gazanen met geldig visum nog altijd niet naar Nederland komen’
Vragen van de leden Van der Werf (D66) en Piri (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «Minister laat Gazanen met geldig visum nog altijd niet naar Nederland komen» (ingezonden 13 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 3 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1850.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Nederland, in tegenstelling tot andere Europese
landen, geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om Gazanen met een Nederlands
studievisum via een internationaal konvooi Gaza te laten verlaten?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat er weinig aanleiding kan zijn om personen van wie door de
IND is vastgesteld dat zij recht hebben op tijdelijk studiegerelateerd verblijf in
Nederland, geen mogelijkheid te bieden Gaza te verlaten?
Antwoord 2
De uitspraak is gedaan in een specifieke casus, waarin de rechter op basis van de
feiten en omstandigheden van het geval tot een oordeel is gekomen. Van een nieuwe
interpretatie van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
geeft de uitspraak geen blijk. Het is veeleer een toepassing van deze bepaling in
de praktijk. De normen uit de AVG laten daar ook ruimte toe; zij staan een weging
van belangen en een risicogebaseerde aanpak voor. Op dit moment zie ik in deze uitspraak
dan ook geen aanleiding om te concluderen dat de interpretatie van artikel 15 van
de AVG, zowel op nationaal als in Europees verband, hierdoor wezenlijk wijzigt.
Vraag 3
Bent u, mede gelet op recente uitspraken van de Raad van State en de rechtbank over
uw inspanningsverplichting richting Gazaanse MVV-houders, bereid zich ervoor in te
spannen dat Nederlandse visumhouders kunnen deelnemen aan een volgend konvooi, zodat
zij in Jordanië hun visumsticker kunnen ophalen?
Antwoord 3
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) ziet als onafhankelijke toezichthouder toe op
de naleving van de AVG en kan handhavend optreden wanneer sprake is van een overtreding
van de regels die zijn neergelegd in de AVG. Daarnaast heeft de toezichthouder een
belangrijke rol in voorlichting. Op dit moment biedt de AP via haar website duidelijke
informatie en handvatten voor de uitoefening van het inzagerecht. Indien zij van mening
is dat nieuwe ontwikkelingen aanleiding geven voor een nadere duiding of actualisatie
van deze handvatten, ligt het in de rede dat de AP dit zelfstandig zal bezien. Ik
zie alles bijeengenomen geen reden om de AP hierom te vragen.
Vraag 4
Wilt u deze vragen zo snel mogelijk en uiterlijk binnen een week beantwoorden?
Antwoord 4
Ik beschik niet over deze informatie.
Vraag 5
Hoe wordt er op toegezien dat X (Twitter) de uitspraak van de rechter naar behoren
uitvoert en (nagenoeg) volledige inzage geeft in de persoonsgegevens van de gebruiker,
gezien het feit dat deze partij eerder al weigerde dit te doen?
Antwoord 5
In civielrechtelijke zaken zoals deze is het aan partijen zelf om uitvoering te geven
aan een rechterlijke uitspraak. De uitspraak in kwestie is uitvoerbaar bij voorraad,
wat inhoudt dat aan de uitspraak direct gevolg moet worden gegeven. Indien een partij
dit nalaat, staan voor de wederpartij onder andere civielrechtelijke middelen open
om nakoming af te dwingen.
Vraag 6
Bent u op de hoogte dat X (Twitter) in deze zaak meermaals heeft geprobeerd om de
andere partij een spreekverbod op te leggen? Erkent u dat deze handelingen vanuit
een groot internationaal techbedrijf intimiderend is tegenover één individu?
Antwoord 6
Ik heb kennisgenomen van berichten in de media, waarin wordt gesteld dat X getracht
zou hebben om de andere partij een spreekverbod op te leggen. Behalve wat hierover
naar buiten is gebracht, beschik ik niet over informatie op basis waarvan ik objectief
kan vaststellen wat er tussen partijen is voorgevallen. Ik wil daar dan ook geen uitspraken
over doen.
Vraag 7
Biedt de richtlijn tegen Strategic Lawsuit Against Public Participation (anti-SLAPP-richtlijn)
genoeg bescherming tegen individuen die een zaak aanspannen richting grote internationale
techbedrijven zoals X (Twitter)? Welke aanvullende maatregelen kunt u nemen om individuen
die procederen tegen dit soort bedrijven te beschermen?
Antwoord 7
De richtlijn betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen
tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische
rechtszaken tegen publieke participatie») bevat maatregelen die mensen en organisaties
die actief zijn in het publieke debat, kunnen gebruiken om zich te verweren tegen
juridische procedures die tégen hen worden aangespannen met het doel om hen het zwijgen
op te leggen. Dergelijke rechtszaken staan ook wel bekend onder de Engelstalige afkorting
SLAPP (Strategic Lawsuits Against Public Participation). Er is geen sprake van een
SLAPP als een individu zelf een procedure aanspant tegen een groot internationaal
techbedrijf. Als het bedrijf in reactie op de rechtszaak zelf procedures start tegen
het individu of een tegenvordering indient, dan kan daar onder omstandigheden wel
sprake van zijn. Het Nederlandse procesrecht voorziet in afdoende maatregelen om hiertegen
op te komen. Ter uitvoering van de richtlijn moet enkel de door de richtlijn voorgeschreven
maatregel van zekerheidstelling nog worden geïmplementeerd. Het betreffende wetsvoorstel
is aanhangig bij Uw Kamer2.
Vraag 8
Bent u bekend met de afwijzing van een handhavingsverzoek van de betrokken individu
bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM), mede omdat er al een civiele zaak loopt?3 Kunt u er in samenwerking met de ACM op toezien dat handhavingsverzoeken en civiele
zaken elkaar in het vervolg niet meer uitsluiten?
Antwoord 8
Bij de behandeling van handhavingsverzoeken past de ACM haar prioriteringsbeleid toe.
Daarbij kijkt ACM naar de schadelijkheid van het gedrag waar het verzoek op is gericht,
hoe groot het maatschappelijk belang is en in hoeverre ACM in staat is doeltreffend
en doelmatig op te treden. In het kader van een beoordeling of de inzet van middelen
efficiënt is, of de ingeschatte impact die optreden van ACM kan hebben, kan het reeds
lopen van een civiele procedure een factor zijn die wordt meewegen om een verzoek
al dan niet in behandeling te nemen. Als een civiele rechter het geschil al behandelt,
kan de ACM concluderen dat haar inzet minder noodzakelijk is. De ACM heeft daarin
een eigen verantwoordelijkheid waar zij onafhankelijk van politieke sturing invulling
aan geeft. Het kabinet kan en gaat daar niet in treden.
Vraag 9
Welke gevolgen heeft het als X (Twitter) niet voldoet aan deze uitspraak? Kan het
bedrijf worden gesanctioneerd of alsnog tot openheid gedwongen worden?
Antwoord 9
Voor dit antwoord verwijs ik naar het antwoord op vraag 5. Dit is iets tussen partijen;
het kabinet heeft hierin geen rol.
Vraag 10
Zijn de huidige boetemogelijkheden voor het niet naleven van de AVG volgens u voldoende
effectief? Bent u bereid te onderzoeken of er aanvullende handhavingsmogelijkheden,
zoals het persoonlijk aansprakelijk maken van bestuurders zoals in andere EU-landen,4 wenselijk zijn voor bedrijven die stelselmatig de wet niet naleven?
Antwoord 10
Ik beschik niet over aanknopingspunten dat het bestaande instrumentarium tekort schiet.
Artikel 82 AVG voorziet in een recht op schadevergoeding; de AVG sluit daarbij niet
uit dat bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ontstaan
door schendingen van de AVG. In Nederland biedt het burgerlijk recht hiervoor mogelijkheden.
Verder bestaat de mogelijkheid dat ex artikel 83 AVG een persoonlijke boete aan een
bestuurder of leidinggevende wordt opgelegd, wanneer in strijd met de AVG is gehandeld
en dat handelen als functioneel daderschap aan een of meer personen kan worden toegerekend.
Vraag 11
Erkent u dat, na deze historische uitspraak, elke gebruiker het recht heeft om (nagenoeg)
volledige inzage te verkrijgen in de gegevens die X (Twitter) over hem of haar bijhoudt?
Voor welke andere (soorten) bedrijven zet deze uitspraak een precedent?
Antwoord 11
De uitspraak is een belangrijke invulling van het inzagerecht uit de AVG in de praktijk.
Uit de uitspraak wordt duidelijk dat weigeringsgronden slechts onder uitzonderlijke
omstandigheden met succes kunnen worden ingeroepen. Voor welke andere verwerkingen
deze uitspraak in het bijzonder precedentwerking heeft, kan ik niet overzien. Zoals
ook beschreven in mijn antwoord op vraag 2, heeft de uitspraak betrekking op een specifieke
casus waarin de rechter op basis van concrete feiten, omstandigheden van het geval
en een belangenafweging tot een oordeel is gekomen.
Vraag 12
Bent u het met de indieners eens dat de toegang tot het inzagerecht voor alle gebruikers
toegankelijk moet zijn en uitgeoefend kan worden, ongeacht juridische kennis en middelen?
Antwoord 12
Ik onderschrijf deze stelling. Dat de uitoefening van het recht op inzage zo toegankelijk
mogelijk moet zijn, is ook mijn opvatting. Dit geldt voor alle rechten die onder de
AVG aan de burger toekomen. De AP geeft op haar website duidelijke informatie en handvatten
ten aanzien van verzoeken om inzage. Daarnaast is op de website van de AP een voorbeeldbrief
voor het doen van een verzoek tot het verwijderen persoonsgegevens te vinden.
Vraag 13
Hoe kan de rechtspositie van individuele gebruikers versterkt worden om zich met gemak
te beroepen op het inzagerecht richting grote techbedrijven? Welke maatregelen kunt
u hiertoe nemen?
Antwoord 13
In het Coalitieakkoord 2026–2030, «Aan de slag», is opgenomen dat het kabinet voornemens
is te werken aan een herziening en vereenvoudiging van de AVG in Europees verband
en in de toepassing van de huidige AVG in Nederland. Mijn ambtsvoorganger heeft daarnaast
toegezegd om te gaan werken aan een brede revisie van de Nederlandse Uitvoeringswet
AVG (UAVG)5. Hierbij zal ook aandacht zijn voor rechtsbescherming en de toegang daartoe.
Vraag 14
Bent u bereid om in Europees verband te pleiten voor een eensgezinde uitleg van het
inzagerecht van de AVG conform de rechtelijke uitspraak, en de Nederlandse interpretatie
te erkennen als norm binnen alle EU-lidstaten?
Antwoord 14
Zoals ook in mijn antwoord op vraag 2 beschreven, zie ik in deze uitspraak geen nieuwe
interpretatie van het desbetreffende artikel, doch vooral een toepassing in de geest
daarvan. Ik heb geen aanleiding om te concluderen dat de uitleg van artikel 15 van
de AVG zowel op nationaal als in Europees verband, hierdoor wezenlijk anders moet
komen luiden.
Vraag 15
Bent u het met de indieners eens dat grote techbedrijven zoals X (Twitter) zouden
moeten meebetalen aan de handhaving van de wetgeving die zij overtreedt, zoals het
geval is onder de Digital Services Act, maar nog niet het geval is onder de AVG?
Antwoord 15
De Digital Services Act (DSA) voorziet in artikel 43 in een jaarlijkse toezichtsvergoeding
aan de Europese Commissie voor enkele aangewezen online platforms (very large online
platforms, VLOP) en dat bovendien niet in alle, maar slechts in specifieke gevallen.
Het betreft hier een andere systematiek dan onder de AVG, waar bedrijven niet betalen
voor het toezicht of de handhaving op zichzelf, maar pas financiële gevolgen en boetes
dragen als zij de regels overtreden. Ik zie geen reden voor een andere opzet onder
de AVG.
Vraag 16
Hoeveel belastinggeld betaalt X (Twitter) momenteel in Nederland?
Antwoord 16
Gelet op de fiscale geheimhoudingsplicht die is neergelegd in artikel 67 van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen worden door de belastinginspecteur geen uitspraken gedaan
over de fiscale positie van individuele belastingplichtigen.
Vraag 17
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en zo snel mogelijk beantwoorden?
Antwoord 17
De vragen zijn afzonderlijk van elkaar en zo snel mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.