Schriftelijke vragen : Kernenergie
Vragen van het lid Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei over kernenergie (ingezonden 3 juni 2026).
Vraag 1
Kunt u voor de geplande nieuwe kerncentrales een raming van de financieringslasten
bij verschillende scenario’s wat betreft bouwtijd (bijvoorbeeld 10, 14 en 18 jaar)
en wat betreft rente (bijvoorbeeld 2,3%, 3,8% en 7,0%) bezorgen, daarbij rekening
houdende met de studie van Witteveen+Bos die aangeeft dat de financieringslasten al
snel tot 70% van de totale bouwkosten kunnen oplopen?
Vraag 2
Gezien uw voornemen een renteloze lening te verstrekken voor de bouw van kerncentrales,
bent u ook bereid renteloze leningen te verstrekken voor andere energieinvesteringen?
Vraag 3
Gezien de rente die TenneT als netbeheerder moet betalen oploopt tot 5%, bent u bereid
om ook aan TenneT en andere netbeheerders renteloze leningen te verstrekken voor deze
investeringen, die essentieel zijn voor de oplossing van de netcongestie? Zo nee,
kunt u dat motiveren?
Vraag 4
Aangezien investeerders in hernieuwbare bronnen zoals zon, wind en warmte voor leningen
aangewezen zijn op de kapitaalsmarkt, bent u bereid om ook aan deze investeerders
renteloze leningen te verstrekken voor hun investering in de toekomstige energievoorziening
van Nederland? Zo nee, kunt u dat motiveren?
Vraag 5
Welke bedrag zal voor de investering in twee, of vier, kerncentrales via bijkomede
staatsschuld gefinancierd worden?
Vraag 6
Welk deel van de inkomsten van nieuwe kerncentrales zal naar het Rijk vloeien? Op
welke termijn verwacht het Rijk dat het geïnvesteerde bedrag terugverdiend is en welke
rendement verwacht het Rijk op deze investering te halen doorheen de hele levenscyclus
van de nieuwe kerncentrales, daarbij rekening houdende met alle kosten inclusief die
voor berging van afval en ontmanteling van de centrales?
Vraag 7
Gezien geen enkele marktpartij wil investeren in een kerncentrale in Borssele, waarom
maakt u de keuze hier niet het oordeel van de marktwerking te volgen, terwijl de laatste
supermarkt van Borssele dit jaar wel gesloten is door marktwerking en de Rijksoverheid
geen maatregelen nam om de aanwezigheid van een supermarkt in het dorp te garanderen?
Vraag 8
Welk marktfalen ligt ten grondslag aan de oprichting en financiering van het staatsbedrijf
NEO? Is onderzocht op welke andere wijzen de energievoorziening veiliggesteld kan
worden, daarbij in ogenschouw nemend dat TNO in het rapport van (bijlage 4 bij de
brief van 17 oktober 2025) aangeeft dat een betrouwbare energievoorziening zonder
kerncentrales tegen dezelfde kosten mogelijk is?
Vraag 9
Gezien eventuele nieuwe kerncentrales ingezet zouden worden voor het leveren van baseload
en daarmee continu en op vol vermogen 10 á 20% van de benodigde elektriciteit zouden
opwekken en gezien de overige 80 á 90% van de elektriciteit van zonnepanelen en windmolens
zou komen, hoeveel uren per jaar verwacht u dat een deel van de zonne- en windenergie
dan zouden worden afgeschakeld («curtailment») omwille van de inflexibiliteit van
de kerncentrales?
Vraag 10
Kunt u een schatting geven van de hoeveelheid elektriciteit die zo niet zal worden
geoogst?
Vraag 11
Kunt u een schatting geven tot hoeveel inkomstenderving dit leidt bij de exploitanten
van de zonnepanelen en windmolens? Kunt u een schatting geven van welke capaciteit
aan zon- en windprojecten niet gebouwd zullen worden door de verslechtering van het
verdienmodel ten gevolge van de bouw van nieuwe kerncentrales?
Vraag 12
Kunt u een schatting geven van de bedragen die u in deze uren aan de kerncentrales
moet uitkeren op basis van de prijsgarantie die u aan hen geeft (het «Contract for
Difference»)?
Vraag 13
Kunt u, gezien uit eerdere antwoorden op vragen van de Kamer1,
2 bleek dat de Nederlandse kerncentrale afhankelijk is van Rusland door de dominante
positie in de uraniumketen aangeven in hoeverre de inspanningen van het kabinet hebben
geresulteerd in een vermindering van deze afhankelijkheid?
Vraag 14
Verwacht u dat de nieuwe kerncentrales geheel onafhankelijk van Rusland en staten
in diens invloedssfeer kunnen opereren? Op welke termijn zal dit gerealiseerd zijn?
Vraag 15
Welke garanties kunt u daarvoor geven? En waar zal de splijtstof voor nieuwe kerncentrales
vandaan komen?
Vraag 16
Op welke wijze zijn de in oktober 2025 door IPSOS bevraagde inwoners van Groningen,
Zuid-Holland en Zeeland vooraf geïnformeerd over de verschillende aspecten rondom
de bouw van kerncentrales?
Vraag 17
Waarom zijn de inwoners van deze provincies nog niet geïnformeerd over de resultaten
van de enquête?
Vraag 18
Wanneer heeft bureau IPSOS de bevindingen met u gedeeld? Kunt u deze rapportage met
de Kamer en met de ge-enquêteerden delen?
Vraag 19
Welke rol kan een subjectieve peiling als deze spelen bij de locatiekeuze, die op
de objectieve gegevens uit de MER en de IEA zal moeten zijn gebaseerd?
Vraag 20
Kunt u duidelijkheid verschaffen over de hoeveelheid kernafval die de nieuwe centrales
zullen produceren door de volgende feitelijke gegevens te delen met de Kamer:
– een overzicht van de afvalstromen van de huidige kerncentrale en van de twee resp.
vier nieuwe kerncentrales;
– een overzicht van de hoeveelheden die de centrales per jaar genereren aan hoogradioactief
afval, aan middel- en laagradioactief afval en aan verarmd uranium;
– in gewichts- en volume-eenheden;
– met per categorie afval de noodzakelijke bewaartermijn?
Vraag 21
Hoe kijkt u naar de Eemshaven als potentiële locatie voor nieuwe kerncentrales in
het licht van de morele ereschuld van het Rijk naar Groningen na de schade ten gevolge
van het opboren van gas in de provincie en in het licht van de toezeggingen van uw
voorgangers dat de locatie Eemshaven slechts is meegenomen omdat het juridisch niet
anders kon?
Vraag 22
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden voor het eerstvolgende commissiedebat
Kernenergie?
Indieners
-
Gericht aan
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Indiener
Sjoukje van Oosterhout, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.