Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kostić over “de geplande uitbreiding van de handel in apen voor dierproeven”
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de geplande uitbreiding van de handel in apen voor dierproeven (ingezonden 9 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur),
mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 3 juni 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1867.
Vraag 1
Bent u ervan op de hoogte dat in Tilburg een grote apenhandelaar is gevestigd, genaamd
Hartelust, die ongeveer 1.000 apen houdt in een loods op een industrieterrein?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u ermee bekend dat dit bedrijf functioneert als doorvoerhaven voor apen uit het
buitenland en deze dieren vervolgens weer worden doorverkocht aan proefdiercentra
binnen en buiten Europa?
Antwoord 2
Ja, dit bedrijf heeft een vergunning om deze dieren in te voeren, te verhandelen en
te fokken onder de wet op de dierproeven en staat daarmee ook onder toezicht van de
NVWA.
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat Nederlandse onderzoeksinstellingen geen apen kopen van deze
handelaar en dat dit bedrijf dus geen bijdrage levert aan het Nederlandse onderzoeks-
en wetenschapsbeleid (Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 37)?
Antwoord 3
Ja, naar aanleiding van het KNAW advies «Gebruik van niet-humane primaten als proefdier.
Nut en noodzaak?» uit 2014 (Kamerstuk 32 336, nr. 30) is met onderzoeksinstellingen overeengekomen dat onderzoek met niet-humane primaten
(NHP) in Nederland bij voorkeur in het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) of
met dieren afkomstig van het BPRC wordt uitgevoerd. In uitzonderlijke situaties waarbij
het BPRC niet aan de vraag kan voldoen, zoals bij uitbraken van infectiezieken, kunnen
onderzoekinstellingen dieren betrekken van andere gekwalificeerde leveranciers (Kamerstuk
32 336, nr. 44). Ik heb geen signalen ontvangen dat Nederlandse onderzoeksinstellingen in de afgelopen
jaren van deze afspraak zijn afgeweken.
Vraag 4
Bent u ermee bekend dat de apen die door deze handelaar worden verhandeld in buitenlandse
laboratoria worden gedwongen om experimentele medicijnen te nemen, worden ziekgemaakt
met synthetische stoffen zoals heroïne, elektroden in de hersenen krijgen ingeplant
en met opzet worden vetgemest zodat ze diabetes krijgen? Wat vindt u hiervan?1
Antwoord 4
Ik kan me goed voorstellen dat er maatschappelijke verontwaardiging is over het verhandelen
en gebruik van proefdieren en het gebruik van apen in het bijzonder. Ik ben er mee
bekend dat de apen van deze handelaar worden verhandeld naar buitenlandse (hoofdzakelijk
Europese) onderzoeksinstellingen waar zij kunnen worden ingezet voor proefdieronderzoek.
Binnen de EU is deze praktijk alleen toegestaan als is voldaan aan stevige randvoorwaarden
aan onderzoek met proefdieren en met niet-humane primaten in het bijzonder. Ik benoem
hier richtlijn (2010/63/EU) die binnen de EU van toepassing is op proefdieronderzoek.
Deze richtlijn bevat bepalingen voor onderzoek, fok, handel en verzorging van de dieren.
Voor NHP onderzoek gelden er ten opzichte van onderzoek met andere diersoorten binnen
deze richtlijn nog aanvullende eisen. Onderzoek met proefdieren is alleen toegestaan
na een zorgvuldige afweging. Bij een aanvraag voor onderzoek met NHP moet er met een
wetenschappelijke motivering aangetoond worden dat het doel van het onderzoek niet
kan worden bereikt door het gebruik van een andere diersoort. Voor NHP (en tevens
ook voor honden en katten) moet vanaf de geboorte een individueel levensloopdossier
worden bijgehouden, zodat deze dieren de verzorging, huisvesting en behandeling kan
worden geboden die op hun individuele behoeften en kenmerken zijn afgestemd. Op Europees
niveau wordt er gerapporteerd over dierproeven in ALURES (Animal Use Reporting – EU
System). ALURES bestaat uit twee delen, een deel niet-technische samenvattingen (NTS)
en een deel met statistische data. De NTS geeft o.a. inzicht in het geplande onderzoek
over een periode van 5 jaar, het verwachte benodigde aantal dieren en een inschatting
van de mate van ongerief. Daarbij wijs ik erop dat binnen het dierproevendomein «ongerief»
de aantasting van het dierenwelzijn betekent, en niet alleen «pijn». Daarmee wordt
meer bedoeld dan alleen pijn. Ook zaken als stress, alleen-zijn, Ook zaken als angst
en ziekte worden daarin meegerekend. De richtlijn classificeert «ongerief» in drie
categorieën: licht, matig of ernstig. Dieren die zonder voorafgaande handeling onder
verdoving gedood worden, worden geregistreerd als «terminaal onder anesthesie». De
database met statistische data rapporteert per kalender jaar en geeft o.a. inzicht
in het daadwerkelijk gebruikte aantal dieren en de mate van ongerief. Binnen beide
omgevingen is het mogelijk om informatie verder uit te splitsen bijvoorbeeld op basis
van land, diersoort en algemeen onderzoeksdoel.
Het exporteren van deze dieren naar landen buiten de EU is wettelijk gezien toegestaan.
Wel wil ik hierover met betrokken partijen in gesprek om te bezien hoe transporten
van apen ten behoeve van proefdieronderzoek naar derde landen tot een minimum kunnen
worden beperkt.
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat veel van deze apen tijdens de proef overlijden of na afloop
alsnog worden gedood? Wat vindt u hiervan? Zo nee, op welke onafhankelijke bronnen
baseert u zich?
Antwoord 5
Dat dieren overlijden -in veel gevallen doormiddel van euthanasie- is helaas inherent
aan proefdieronderzoek. Het is een confronterende waarheid die nu onlosmakelijk verbonden
is met onderzoek voor medische vooruitgang en veiligheid voor mens dier en milieu.
Op basis van NTS gegevens uit ALURES van 2022 tot en met 2025 is te zien dat er binnen
de EU 553 projecten zijn ingediend waarin onderzoek met NHP is opgenomen. Veruit het
meeste NHP-onderzoek wordt ingeschat op matig (79,4%) of mild (16,3%) ongerief. Onder
de categorie ernstig ongerief valt 3,1% van het onderzoek. De laatste 1,2% valt onder
terminaal onderzoek dat onder narcose plaatsvindt, waaruit de dieren niet meer ontwaken.
Uit deze gegevens blijkt dat in totaal 70% van de NHP tijdens of na het onderzoek
wordt gedood, bijvoorbeeld voor vervolgonderzoek op weefsels. De overige 30% wordt
herplaatst of hergebruikt. Of proefdieren tijdens of na een proef overlijden hangt
af van het soort onderzoek dat wordt gedaan. Dit wordt meegenomen in de toetsing vooraf
en is onlosmakelijk verbonden met het doen van dierproeven.
Daar waar proefdieronderzoek nog absoluut onmisbaar is vind ik het belangrijk dat
dit zeer zorgvuldig gebeurt conform ethische en wettelijke kaders. Daarnaast wil ik
met grote vaart inzetten op de ontwikkeling van proefdiervrije innovaties om zo proefdieronderzoek
zoveel als mogelijk overbodig te maken.
Vraag 6
Bent u ermee bekend dat de betreffende apenhandelaar er in 2024 voor heeft gezorgd
dat er via Nederland een tuberculose-uitbraak is verspreid?2
Antwoord 6
Ja, het betrof hier een specifieke tuberculose variant waarop vóór deze uitbraak niet
standaard werd getest. Inmiddels is de procedure hierop aangepast. Door strikte eisen
in omgang met proefapen is de uitbraak beperkt gebleven tot de dieren en zijn er geen
mensen besmet geraakt.
Vraag 7
Bent u ermee bekend dat zowel de gemeente Tilburg als de provincie Noord-Brabant willen
optreden tegen deze apenhandelaar, maar hier geen juridische mogelijkheden voor hebben
en daarom de toenmalige Minister hebben verzocht om de handel in apen als proefdieren
te verbieden?3,
4
Antwoord 7
Daar ben ik mee bekend. Het bedrijf heeft een vergunning om deze dieren in te voeren,
te verhandelen en te fokken. Een verbod op de handel in apen als proefdieren is binnen
de EU niet mogelijk omdat artikel 2 van de richtlijn lidstaten daar geen ruimte voor
biedt.
Vraag 8
Klopt het dat hier nog altijd geen uitvoering aan is gegeven?
Antwoord 8
Zie antwoord vraag 7.
Vraag 9
Bent u ermee bekend dat Hartelust wil uitbreiden en een nieuwe loods heeft gekocht
waar ze penseelapen willen gaan fokken?5
Antwoord 9
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 10
Wat vindt u ervan dat een commerciële handelaar mogelijk wil uitbreiden met het fokken
van extra apen, terwijl tegelijkertijd steeds meer wetenschappelijke instellingen
juist inzetten op proefdiervrije innovatie?
Antwoord 10
Ik ben blij met de ontwikkeling dat wetenschappelijke instellingen inzetten op proefdiervrije
innovatie. Proefdieronderzoek is nog steeds nodig voor bepaald type onderzoek. Bijvoorbeeld
voor complex onderzoek naar hersenziektes zoals dementie of infectiebestrijding zoals
Covid.
Fokken met en handel in apen is toegestaan binnen de vergunning van dit bedrijf op
basis van de Wet op de dierproeven. Daarbij vind ik het van belang dat de omvang van
de fok van en handel in deze dieren proportioneel blijft in relatie tot de behoefte
en noodzakelijkheid van onderzoek binnen de EU. Daarom ga ik zoals aangegeven in mijn
antwoord op vraag 4 met betrokkenen in gesprek om handel naar derde landen tot een
minimum te beperken.
Vraag 11
Bent u bereid om deze uitbreiding tegen te houden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Ik ben verantwoordelijk voor de Wet op de Dierproeven die gebaseerd is op de EU-richtlijn.
Als het bedrijf voldoet aan de eisen uit die wet heb ik geen grondslag om in te grijpen.
Een bedrijf of organisatie mag enkel proefdieren fokken of afleveren met een instellingsvergunning,
daarmee staat de instelling ook onder toezicht van de NVWA. Een van de eisen is dat
enkel bevoegd en bekwaam personeel met proefdieren mag werken.
Vraag 12
Deelt u de mening dat het verslepen van apen over de hele wereld en het commercieel
verhandelen van apen aan proefdiercentra in het buitenland zeer onwenselijk is? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 12
Ik vind het belangrijk dat proefdieren zo weinig mogelijk ongemak ervaren in hun leven.
Transport is daarvoor niet bevorderlijk, maar soms echter onvermijdelijk om de juiste
proefdieren op de juiste locatie voor onderzoek te krijgen. Ik ben blij dat er strikte
Europese en internationale regels zijn die gezondheid en welzijn van de dieren borgen
en verspreiding van ziekten voorkomen.
Vraag 13
Bent u bereid om een einde te maken aan het houden van apen ten behoeve van de commerciële
handel voor dierproeven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
Daartoe heb ik niet de mogelijkheid, omdat dit in strijd zou zijn met de richtlijn
(2010/63/EU), zie ook mijn antwoord op vraag 7. Wel blijf ik mij onverminderd inzetten
voor het waarborgen van het welzijn van proefdieren en de ontwikkeling van proefdiervrije
innovaties.
Vraag 14
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Antwoord 14
Het is niet gelukt de vragen binnen de gestelde termijn van drie weken te beantwoorden,
vanwege het nodigde uitzoekwerk en afstemming binnen het Ministerie van LVVN, het
Ministerie van OCW en met de NVWA. Hierover heeft u op 11 mei een uitstelbrief ontvangen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede namens
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.