Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Diederik van Dijk over de gedupeerde Kind- en Jeugdpsychologen
Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de gedupeerde Kind- en Jeugdpsychologen (ingezonden 20 april 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 3 juni 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1864.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Twentse psychologen vallen tussen wal en schip: «Ik
moet jongeren op hun 18de weer op straat zetten»»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het artikel.
Vraag 2
Erkent u dat vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport duidelijke
verwachtingen zijn gewekt bij Kind- en Jeugdpsychologen (K&J-psychologen) ten aanzien
van de overgangsregeling naar GZ-psycholoog? Bent u van mening dat u heeft gehandeld
in overeenstemming met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur richting zorgverleners
die daarom met de K&J-opleiding is begonnen? Kunt u in uw beantwoording in het bijzonder
ingaan op het vertrouwensbeginsel?
Antwoord 2
Ik ben bekend met de zorgen van een deel van de beroepsgroep K&J-psychologen en de
wijze waarop zij de communicatie rondom het conceptwetsvoorstel heeft ervaren. Zij
zijn van mening dat gedurende beleidsvoorbereiding van een mogelijk wetsvoorstel verwachtingen
zijn gewekt over het reguleren van één nieuw beroep «gz-psycholoog-generalist» (een
samenvoeging van de K&J-psycholoog NIP en de gz-psycholoog). De stelling dat hierbij
vanuit het kabinet verwachtingen zijn gewekt over de doorgang van het wetsvoorstel,
deel ik niet.
In het wetgevingsproces is het gebruikelijk dat over voorgenomen beleid en concepten
voor wetsvoorstellen wordt gecommuniceerd, zoals via nieuwsberichten, brieven aan
uw Kamer en tijdens de internetconsultatie.
De communicatie vanuit het Ministerie van VWS over het conceptwetsvoorstel had betrekking
op een beleidsvoornemen dat nog in voorbereiding was en nog in consultatie moest gaan.
Er was geen sprake van een ingediend voorstel of aangenomen wet. Dit onderscheid is
belangrijk om te begrijpen waarom nieuwsberichten over dit conceptwetsvoorstel zich
beperken tot hoofdlijnen en waarom er nog geen details over de verdere uitwerking
en voorwaarden konden worden verstrekt. Uiteraard is VWS niet verantwoordelijk voor
communicatie of verwachtingen die door derden in het veld worden geuit.
Na een analyse van de ruim 2.300 overwegend negatieve reacties op de internetconsultatie
bleek dat het voorstel onvoldoende bijdraagt aan de beoogde doelstellingen, zoals
het vereenvoudigen van de beroepenstructuur en het verbeteren van transparantie. Onder
meer bleek uit de reacties dat het voorstel juist tot meer verwarring kan leiden,
zowel bij zorgprofessionals als bij cliënten. Bovendien was er voor het voorstel onvoldoende
draagvlak onder BIG-geregistreerde en niet-BIG geregistreerde beroepsgroepen. Hiernaast
kan omzetting van K&J- psychologen naar een BIG-beroep leiden tot onnodige hoge zorgkosten,
is dit niet proportioneel, en niet nodig voor het borgen van de kwaliteit van zorg,
de patiëntveiligheid en continuïteit van jeugdhulp. Om voornoemde redenen is de Tweede
Kamer op 21 november 2024 via de Verzamelbrief Wet BIG 2024 geïnformeerd over het
besluit om het conceptwetsvoorstel ter vereenvoudiging van de beroepenstructuur in
de psychologische zorg niet door te zetten.2
Zoals mijn voorganger in het tweeminutendebat op 26 november 20253 heeft aangegeven, heeft een groep K&J-psychologen vooruitlopend op politieke besluitvorming,
geheel op eigen initiatief geanticipeerd op het conceptwetsvoorstel door te kiezen
voor bepaalde opleidingen met het oog op de mogelijk toekomstige situatie.4 Tijdens een wetgevingsproces kunnen plannen regelmatig wijzigen of worden ingetrokken.
Een wetsvoorstel is pas definitief nadat het door beide Kamers is aanvaard en vervolgens
tot wet is verheven. Tot dat moment zijn conceptwetsvoorstellen uitsluitend beleidsvoornemens
waarop geen aanspraken kunnen worden gebaseerd. Het zorgvuldigheidsbeginsel is in
acht genomen door het conceptwetsvoorstel in consultatie te brengen en de reacties
zorgvuldig te analyseren voordat een besluit werd genomen over het al dan niet voortzetten
van het voorstel. De internetconsultatie liet zien dat het voorstel de beoogde doelen
niet zou realiseren, zelfs negatieve effecten met zich mee zou brengen, en op onvoldoende
draagvlak kon rekenen, hetgeen het besluit om het conceptwetsvoorstel niet door te
zetten rechtvaardigt. In dat licht deel ik niet de conclusie dat door het Ministerie
van VWS duidelijke verwachtingen zijn gewekt over dat de in het conceptvoorstel voorgestelde
beroepenstructuur ongewijzigd zou worden ingevoerd of dat een overgangsregeling zou
volgen. Ik ben daarom van mening dat is gehandeld in overeenstemming met de algemene
beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel.
Overigens staat het zorgverleners vrij om op basis van een beleidsvoornemen keuzes
te maken in opleiding of loopbaan, maar deze keuzes worden dan gemaakt in een context
waarin het wetgevingsproces nog niet is afgerond en uitkomsten kunnen wijzigen of
niet doorgaan. Net als bij andere conceptwetsvoorstellen en beleidsvoornemens die
uiteindelijk niet worden doorgezet, leidt het niet doorzetten van dit conceptwetsvoorstel
en de communicatie hierover niet tot een overgangs- of coulanceregeling voor K&J-psychologen
die zich hebben omgeschoold.
Zoals in mijn brief op 18 maart 2026 aan uw Kamer5 gemeld is dit op 4 februari 2026 door mijn ambtsvoorganger in het rondetafelgesprek
met veldpartijen uit de ggz6 nogmaals toelicht. Veldpartijen hebben bevestigd dat zij dit standpunt begrijpen.
Bovendien is tijdens het rondetafelgesprek afgesproken dat partijen met elkaar onderzoeken
hoe K&J-psychologen breed ingezet kunnen worden.
Vraag 3
Bent u bereid om alsnog spoedig in overleg te treden met deze groep van ongeveer 1.000
K&J-psychologen die door het intrekken van het wetsvoorstel (financieel) gedupeerd
is, om met hen tot een passende overgangsregeling te komen, zoals de motie Bushoff/Van
den Hil (Kamerstuk 29 282, nr. 598) eerder al vroeg?
Antwoord 3
Met het organiseren van een rondetafelgesprek met relevante veldpartijen heb ik uitvoering
gegeven aan de motie Bushoff/Van den Hil.7 Zoals ook in mijn brief van 18 maart 20268 aan uw Kamer gemeld, had het rondetafelgesprek van 4 februari 2026 als doel om vanuit
een faciliterende rol veldpartijen met elkaar in gesprek te brengen over knelpunten
in de praktijk rond de inzet van K&J-psychologen, in het bijzonder in relatie tot
het Landelijk Kwaliteitsstatuut ggz en het regiebehandelaarschap, en om ruimte te
bieden voor het bespreken van mogelijke verbeteringen in de inzet en benutting van
deze beroepsgroep.
De agenda voor dit rondetafelgesprek is in overleg met het Nederlands Instituut van
Psychologen (NIP), de beroepsvereniging van psychologen, waaronder zowel K&J-psychologen
als gz-psychologen, opgesteld. Voor dit rondetafelgesprek zijn de partijen uitgenodigd
die betrokken zijn bij de betreffende veldnormen en kaders. Het NIP heeft aangegeven
de belangen van K&J-psychologen te vertegenwoordigen. Daarnaast is aan het collectief
van K&J-psychologen kenbaar gemaakt dat zij hun inbreng via het NIP konden aanleveren.
In reactie op de motie is uw Kamer ook geïnformeerd over het feit dat aan beleidsvoornemens
bij een conceptwetsvoorstel geen rechten kunnen worden ontleend en dat een overgangsregeling
voor K&J-psychologen niet aan de orde is.9 Ik ben continu in overleg met vertegenwoordigers van beroepsverenigingen, brancheorganisaties
en cliëntenorganisaties en verwijs hierbij ook graag naar mijn antwoord op uw tweede
vraag en het feit dat veldpartijen hebben bevestigd dat zij dit standpunt begrijpen.
Vraag 4
Waarom heeft u niet overwogen om de wijziging van de wet BIG te beperken tot het opnemen
van de K&J-psycholoog, aangezien uit de analyse van KPMG bleek dat de kritiek op het
wetsvoorstel zich vrijwel uitsluitend richtte op het samenvoegen van de beroepen klinisch
psycholoog en psychotherapeut?10
Antwoord 4
Ik herken die conclusie niet, aangezien uit de analyse van de internetconsultatie
door KPMG niet blijkt dat de kritiek zich vrijwel uitsluitend richtte op de voorgestelde
samenvoeging van de beroepen klinisch psycholoog en psychotherapeut.11
Uit de analyse blijkt dat in totaal 2.295 reactie op het conceptwetsvoorstel inhoudelijk
zijn geanalyseerd. KPMG concludeert dat circa 85% van de respondenten negatief stond
tegenover het wetsvoorstel in de voorgestelde vorm. Daarbij hadden de reacties betrekking
op meerdere onderdelen van het voorstel en niet uitsluitend op één specifieke samenvoeging.
In de analyse wordt onder meer gewezen op zorgen over de nieuwe beroepenstructuur,
de gehanteerde terminologie, de uitvoerbaarheid van het voorstel, het draagvlak binnen
de sector en de mogelijke gevolgen voor verschillende beroepsgroepen. Ook zijn afzonderlijke
reacties van K&J-psychologen in de analyse betrokken. Daarnaast liepen de reacties
uiteen ten aanzien van het deskundigheidsgebied van de nieuwe gz-psycholoog-generalist,
waaronder de samenvoeging van gz-psychologen en K&J-psychologen, en de gevolgen daarvan
voor de afbakening en herkenbaarheid van verschillende beroepsgroepen. Ook blijkt
uit deze analyse dat veel respondenten van mening waren dat het conceptwetsvoorstel
onvoldoende zou bijdragen aan de beoogde doelstellingen, waaronder het vereenvoudigen
van de beroepenstructuur in de psychologische zorg en het vergroten van de transparantie
voor patiënten en verwijzers en juist zou leiden tot meer onduidelijkheid.
Zoals in de brief aan uw Kamer van 12 november 202412 toegelicht is mede op basis van de zorgvuldige analyse van de reacties uit de internetconsultatie
geconcludeerd om het gehele conceptwetsvoorstel niet door te zetten.
Vraag 5
Erkent u dat een overgangsregeling voor K&J-psychologen een belangrijke bijdrage kan
leveren aan het verminderen van de wachtlijsten in de volwassen-ggz?
Antwoord 5
Ik deel de veronderstelling niet dat een overgangsregeling voor K&J-psychologen een
belangrijke bijdrage kan leveren aan het verminderen van de wachtlijsten in de volwassen-ggz.
De instroom in de opleiding tot gz-psycholoog wordt op dit moment toereikend geacht
om te voorzien in de verwachte zorgvraagontwikkeling. Het niet doorzetten van het
conceptwetsvoorstel heeft geen effect op de capaciteit van de betrokken zorgmedewerkers.
De instroom in de opleiding tot gz-psycholoog wordt op dit moment toereikend geacht
om te voorzien in de verwachte zorgvraagontwikkeling. Zoals aan uw Kamer op 22 mei
2026 gemeld, stel ik voor de gz-psycholoog opleidingsplaatsen beschikbaar conform
het demografische scenario van het Capaciteitsorgaan verminderd met het gemiddeld
aantal onbeschikte opleidingsplekken van de afgelopen drie jaar.13 Ik verwacht dat dit aantal gecombineerd met de reeds 21.451 in het BIG-register geregistreerde
gz-psychologen14 voor wat betreft deze beroepsgroep voldoende zal bijdragen aan de zorg in de ggz.
Het is belangrijk dat er niet meer wordt opgeleid dan door het Capaciteitsorgaan geadviseerd
om een zogenoemde varkenscyclus te voorkomen.
De oorzaken van de oplopende wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg zijn divers
en niet zonder meer terug te voeren op uitsluitend het aantal BIG-geregistreerde gz-psychologen.
Zoals in mijn brief aan uw Kamer op 22 mei 202615 gemeld zie ik dat het ophogen van het aantal opleidingsplekken van gz-psychologen
in algemene zin16, niet bijdraagt aan meer capaciteit in de gespecialiseerde ggz omdat – zoals ook
in diverse rapporten17 geconstateerd – de uitstroom van gz-psychologen uit de ggz-instellingen naar de vrijgevestigde
praktijken hoog is. Het moge duidelijk zijn dat met het meer opleiden van gz-psychologen
de verschuiving naar complexere zorg niet zomaar te realiseren valt. Om de verschuiving
naar complexere zorg te bevorderen zal ik een verkenning starten naar alternatieven
voor de huidige financiering, die middels een beschikbaarheidsbijdrage loopt, van
opleidingsplekken voor gz-psychologen. Daarbij zal ik nadrukkelijk de mogelijkheden
verkennen om de acute en complexe ggz beter in staat te stellen om prikkels in te
bouwen zodat de door hen opgeleide gz-psychologen langer voor de acute en complexe
ggz blijven behouden. Tegelijkertijd kan het bestaande proces, dat zorgvuldig is vormgegeven,
niet zomaar worden vervangen. Ook dat zal ik meenemen in de verkenning.
Hiernaast spelen ook organisatorische factoren een rol. De Inspectie Gezondheidszorg
en Jeugd (IGJ) signaleert dat een gebrek aan samenwerking tussen zorgaanbieders leidt
tot langere wachttijden en dat er nog onvoldoende afspraken zijn gemaakt over de verdeling
van verantwoordelijkheden voor cliënten die op een wachtlijst staan. Hierdoor kent
het terugdringen van de wachttijden in de ggz geen simpele oplossing, maar is een
brede aanpak en een lange adem nodig. Met het IZA, het Gezond en Actief Leven Akkoord
(GALA), de Aanpak Mentale gezondheid van ons allemaal en het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord
zetten we samen met aanbieders en verzekeraars belangrijke stappen.18
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat het voor de overgang van 18- naar 18+ zeer wenselijk is
dat K&J-psychologen via de BIG-registratie ook aan de slag kunnen als GZ-psycholoog?
Erkent u dat dit bijdraagt aan betere kwaliteit van zorg?
Antwoord 6
De overgang van 18- naar 18+ vraagt om goede samenwerking en afstemming tussen zorgprofessionals
in de jeugd- en volwassen-ggz, maar daarvoor is een specifieke overgang van K&J-psychologen
naar registratie als GZ-psycholoog niet noodzakelijk.
K&J-psychologen kunnen zorg verlenen aan jongvolwassenen van 18 tot circa 23 jaar
en aan ouders binnen de gezinscontext en kunnen bovendien zonder BIG-registratie voor
jongeren van 18 jaar en ouder, namelijk tot en met 19 jaar, regiebehandelaar zijn.
Vanaf 18-jarige leeftijd valt de zorg in beginsel onder de Zorgverzekeringswet en
is het Landelijk Kwaliteitsstatuut ggz (LKS) van toepassing.
Daarnaast bestaat er een overgangsregeling19 voor cliënten die tijdens hun behandeling 18 jaar worden: zij kunnen hun behandeling
tijdelijk voortzetten onder de Zorgverzekeringswet bij hun bestaande behandelaar,
mits deze is geregistreerd in het SKJ- of BIG-register. De regeling waarborgt continuïteit
van zorg en geldt maximaal 365 dagen na het bereiken van de 18-jarige leeftijd.
Voor inzet van de K&J-psychologen in het jeugdveld is een BIG-registratie geen voorwaarde.
Voor alle zorgmedewerkers in de jeugdhulp is de norm van de verantwoorde werktoedeling
van toepassing, en het daaraan gekoppelde kwaliteitskader jeugd. De focus ligt daarbij
op de inzet van SKJ óf BIG-geregistreerde zorgmedewerkers, rekening houdend met het
niveau van kennis/vaardigheden, en het kunnen werken volgens hun beroepscode en richtlijnen.
De K&J-psychologen kunnen zich bij het SKJ registeren, hier is niets aan veranderd.
De term regiebehandelaar volgt uit afspraken die veldpartijen zelf hebben gemaakt
in het Landelijk Kwaliteitsstatuut ggz en is alleen van toepassing op curatieve GGZ
die valt onder de Zorgverzekeringswet (18+). Voor de volwassen ggz geldt op grond
van het LKS dat het regiebehandelaarschap is voorbehouden aan zorgverleners met een
BIG-registratie. K&J-psychologen zonder BIG-registratie kunnen in de volwassen ggz
wel werkzaamheden verrichten binnen de behandeling, maar kunnen geen regiebehandelaar
zijn en dus geen eindverantwoordelijkheid dragen. Deze eis volgt uit de veldnorm,
het LKS, en niet uit de Wet BIG. De Wet BIG zelf stelt geen eisen aan het regiebehandelaarschap.
De eis uit het LKS kan als beperkend worden ervaren voor een brede en flexibele inzet
van K&J-psychologen. Aangezien deze beperking voortvloeit uit veldafspraken en niet
uit wettelijke bepalingen, ligt het in de rede dat het veld zelf ruimte creëert voor
meer flexibiliteit in de inzet van K&J-psychologen.
Zoals in de brief van 18 maart 202620 aan uw Kamer gemeld, is hierover, naar aanleiding van de motie van de leden Bushoff
(GroenLinks-PvdA) en Van den Hil (VVD) en de toezegging van mijn ambtsvoorganger in
het tweeminutendebat op 26 november 2025, in een rondetafelgesprek op 4 februari 2026
uitgebreid gesproken met veldpartijen in de ggz die onderdeel zijn van het LKS.21 Tijdens het rondetafelgesprek is afgesproken dat partijen met elkaar onderzoeken
waar het LKS de brede inzetbaarheid van K&J-psychologen precies raakt en welke eventuele
aanpassingen helpend kunnen zijn om de ervaren beperkingen op te lossen. Afgesproken
is dat partijen dit gezamenlijk oppakken en met elkaar bespreken in het bestuurlijk
overleg over het LKS. Ik heb er alle vertrouwen in dat partijen dit in het vervolg
samen oppakken en hierover concrete afspraken zullen maken.
Het uitgangspunt van de Wet BIG is dat beroepen alleen worden gereguleerd indien dat
noodzakelijk is voor het bewaken van de patiëntveiligheid en kwaliteit van de individuele
beroepsbeoefenaar.22 Het Zorginstituut Nederland heeft in 2022 aangegeven dat zwaardere regulering van
het beroep K&J-psycholoog door opname in het BIG-register in dat licht niet noodzakelijk
is, omdat de kwaliteit van de zorg reeds voldoende wordt gewaarborgd, onder meer via
het Kwaliteitsregister Jeugd.23 K&J-psychologen kunnen al werken in de jeugdhulp en kunnen dat blijven doen, aangezien
voor deze groep de norm van de verantwoorde werktoedeling van toepassing is.
Verzoeken tot regulering van beroepen komen niet altijd voort uit overwegingen van
patiëntveiligheid of kwaliteit van de individuele zorgverlener, maar hangen samen
met bijvoorbeeld verwachtingen over positie, beloning of declaratiemogelijkheden.24 Dit acht ik onwenselijk. Onnodige regulering kan de inzetbaarheid en mobiliteit van
zorgprofessionals beperken en daarmee negatieve effecten hebben op de arbeidsmarkt,
zoals tekorten en verminderde flexibiliteit. Daarom is het van belang terughoudend
om te gaan met regulering en alleen in te zetten waar dit daadwerkelijk noodzakelijk
is voor de kwaliteit van de individuele beroepsuitoefening en patiëntveiligheid.
Vraag 7
Erkent u dat de overgangsregeling van 365 dagen die op dit moment geldt, tekortschiet
voor een goede overgang? Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat jongvolwassenen
door het ontbreken van een goede overgangsregeling noodgedwongen opnieuw op een wachtlijst
komen?
Antwoord 7
Zoals ik in mijn brief van 18 maart 202625 aan uw Kamer gemeld, kunnen K&J-psychologen zorg verlenen aan jongvolwassenen van
18 tot circa 23 jaar en aan ouders binnen de gezinscontext. Vanaf 18-jarige leeftijd
valt de zorg in beginsel onder de Zorgverzekeringswet en is het Landelijk Kwaliteitsstatuut
ggz (LKS) van toepassing. De hierin opgenomen overgangsregeling26 van jeugd-ggz naar volwassen-ggz is sinds 1 januari 2017 van toepassing en is opgesteld
in samenwerking tussen zorgaanbieders, beroepsgroepen, zorgverzekeraars en andere
relevante betrokkenen.27
De periode rond het achttiende levensjaar is een kwetsbare fase voor jongeren met
psychische problematiek. Het is daarom van belang om de continuïteit van zorg te waarborgen
bij de overgang van jeugdhulp naar zorg op grond van de zorgverzekeringswet (Zvw).
De overgangsregeling dient hierin ter ondersteuning door behoud van de opgebouwde
behandelrelatie voor een periode van één jaar mogelijk te maken.
De overgangsregeling in het LKS kent een maximale duur van 365 dagen en is erop gericht
de continuïteit van zorg te waarborgen, door afronding van de behandeling of een zorgvuldige
overdracht naar de volwassen-ggz mogelijk te maken. Het is de bedoeling dat de overgangsregeling
in het LKS wordt benut als overbruggingsperiode om een soepele overgang zonder abrupte
beëindiging van zorg te realiseren. Dit betekent dat deze periode gebruikt wordt als
overbrugging van de jeugd-ggz naar de volwassen-ggz in het geval dat de behandeling
niet in deze periode kan worden afgerond. Binnen deze periode staat een zorgvuldige
voorbereiding op de overgang centraal.
Samen met gemeenten, jeugdhulpaanbieders en zorgverzekeraars wordt ingezet op verdere
verbetering van de overgang van jeugdhulp naar de volwassen-ggz als geheel. Dit onderwerp
maakt daarom onderdeel uit van de Versterkingsagenda Mentale Gezondheid en GGZ.
Vraag 8
Deelt u de mening dat dit, in tegenstelling tot wat u eerder in Kamerbrieven stelde,
juist een besparing kan opleveren in plaats van hogere kosten?
Antwoord 8
Die conclusie deel ik niet. Zoals eerder aan uw Kamer is toegelicht, is geconcludeerd
dat omzetting van K&J-psychologen naar een BIG-beroep kan leiden tot hogere zorgkosten.
Deze hogere zorgkosten vormden één van de redenen voor het niet doorzetten van het
conceptwetsvoorstel en is gebaseerd op de impactanalyse van SIRM.28 In dit rapport is expliciet berekend dat de opname van K&J-psychologen in artikel 3
Wet BIG zou leiden tot een stijging van loonkosten met circa € 6 miljoen per jaar,
uitgaande van ongeveer 460 fte K&J psychologen en een gemiddeld loonverschil van € 12.000
per fte. Wanneer deze berekening wordt doorgetrokken naar een groep van bijvoorbeeld
1.000 K&J-psychologen zal dit naar verwachting naar rato hoger uitkomen.
De beschikbaarheid van opleidingsplaatsen en de daaraan verbonden publieke bekostiging
is gebaseerd op de instroombehoefte op basis van de raming door het Capaciteitsorgaan.
Daar bovenop heeft het Zorginstituut Nederland in 2022 geconcludeerd dat er geen sprake
is van een eenduidige opleiding tot Kinder- en Jeugdpsycholoog NIP die voldoet aan
de criteria voor opname in artikel 3 van de Wet BIG. Daarbij heeft het Zorginstituut
vastgesteld dat meerdere routes kunnen leiden tot registratie als Kinder- en Jeugdpsycholoog
NIP, die inhoudelijk van elkaar verschillen en geen uniforme eindtermen kennen.29 Dit onderscheidt zich van de opleiding tot gz-psycholoog, die is vormgegeven als
een wettelijk gereguleerde BIG-opleiding met een landelijk vastgesteld curriculum,
uniforme opleidingseisen en publiekrechtelijke kwaliteitsborging. Voor de instroom
in de opleiding tot gz-psycholoog is daarbij niet alleen de eerdere opleiding van
betrokkenen relevant, maar ook de eisen die specifiek verbonden zijn aan het BIG-beroep
gz-psycholoog en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden.
Dat in het veld wordt gesproken over overlap of inhoudelijke verwantschap tussen opleidingen,
doet niet af aan het feit dat het gaat om twee verschillende opleidingen en beroepen
met onderscheidende kaders en eindtermen. Dat K&J-psychologen en gz-psychologen in
de praktijk vergelijkbare werkzaamheden kunnen verrichten in het jeugddomein, laat
dit onverlet. De keuze om al dan niet te starten met de opleiding tot gz-psycholoog
blijft een individuele keuze binnen deze bestaande structuur.
Ten slotte, zoals genoemd in de kabinetsreactie van 22 mei 2026 op de raming van het
Capaciteitsorgaan, ben ik voornemens om vanaf 2028 voor een beperkt aantal psychologen
een verkort opleidingstraject te realiseren.30 Dit om perspectief te bieden aan psychologen die al langere tijd wachten op een vervolgopleiding
tot gz-psycholoog en reeds veel werkervaring hebben. Hierbij zal de randvoorwaarde
gelden dat dit niet zal leiden tot een uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen
hoger dan de door het Capaciteitsorgaan geraamde aantallen.
Vraag 9 en 10
Erkent u dat een overgangsregeling voor K&J-psychologen, in tegenstelling tot wat
u eerder aangaf, juist leidt tot een méér flexibele arbeidsmarkt, aangezien zij vanwege
ontbrekende regelgeving nu niet kunnen doorstromen naar functies waar de meeste tekorten
zijn?
Erkent u vervolgens ook dat het gelijkschakelen van K&J-psychologen met GZ-psychologen
kan leiden tot minder administratieve lastendruk?
Antwoord 9 en 10
Het doel van de Wet BIG is om de patiëntveiligheid te bewaken en de kwaliteit van
de individuele beroepsbeoefenaar te bevorderen. Zoals ik op 18 maart 2026 aan uw Kamer
heb gemeld komen verzoeken tot regulering van beroepen niet altijd voort uit overwegingen
van patiëntveiligheid of kwaliteit van zorg, maar hangen deze samen met bijvoorbeeld
verwachtingen over positie, beloning of declaratiemogelijkheden.31 Dit acht ik onwenselijk. Onnodige regulering kan de inzetbaarheid en mobiliteit van
zorgprofessionals beperken en daarmee negatieve effecten hebben op de arbeidsmarkt,
zoals tekorten en verminderde flexibiliteit en onnodige administratieve lasten. Daarom
is het van belang terughoudend om te gaan met regulering en alleen in te zetten waar
dit daadwerkelijk noodzakelijk is voor de kwaliteit van de individuele beroepsuitoefening
en patiëntveiligheid.
Daarnaast wordt in het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
(AZWA) juist ingezet op het beter benutten van de beschikbare zorgcapaciteit door
middel van taakdifferentiatie en taakherschikking, waarbij taken worden verdeeld op
basis van competenties en bekwaamheid. In dat kader wordt ook gewerkt aan een betere
en doelmatigere invulling van opleidings- en instroomcapaciteit binnen de ggz, waaronder
voor het specialisme klinisch psycholoog, zodat schaarse capaciteit zo effectief mogelijk
wordt ingezet binnen het bestaande stelsel.
Daarmee wordt binnen het bestaande stelsel beoogd de inzet van professionals te optimaliseren
en de schaarse capaciteit zo doelmatig mogelijk in te zetten.
Vraag 11
Klopt het dat het mogelijk is om, zoals in de Twentse gemeenten blijkbaar het geval
is, af te wijken van het Landelijk Kwaliteitsinstituut GGZ (LKS) dat K&J-psychologen
zonder BIG-registratie geen regiebehandelaar kunnen zijn? Geldt dit dan uitsluitend
voor de Jeugdwet (jeugd-ggz) of ook voor de Zorgverzekeringswet (volwassen-ggz)?
Antwoord 11
K&J-psychologen kunnen zorg verlenen aan jongvolwassenen van 18 tot circa 23 jaar
en aan ouders binnen de gezinscontext en kunnen bovendien zonder BIG-registratie voor
jongeren van 18 jaar en ouder, namelijk tot en met 19 jaar, regiebehandelaar zijn.
Vanaf 18-jarige leeftijd valt de zorg in beginsel onder de Zorgverzekeringswet en
is het Landelijk Kwaliteitsstatuut ggz (LKS) van toepassing.
Daarnaast bestaat er een overgangsregeling32 voor cliënten die tijdens hun behandeling 18 jaar worden: zij kunnen hun behandeling
tijdelijk voortzetten onder de Zorgverzekeringswet bij hun bestaande behandelaar,
mits deze is geregistreerd in het SKJ- of BIG-register. De regeling waarborgt continuïteit
van zorg en geldt maximaal 365 dagen na het bereiken van de 18-jarige leeftijd.
Voor inzet van de K&J-psychologen in het jeugdveld is een BIG-registratie geen voorwaarde.
Voor alle zorgmedewerkers in de jeugdhulp is de norm van de verantwoorde werktoedeling
van toepassing, en het daaraan gekoppelde kwaliteitskader jeugd. De focus ligt daarbij
op de inzet van SKJ óf BIG-geregistreerde zorgmedewerkers, rekening houdend met het
niveau van kennis/vaardigheden, en het kunnen werken volgens hun beroepscode en richtlijnen.
De K&J-psychologen kunnen zich bij het SKJ registeren, hier is niets aan veranderd.
De term regiebehandelaar volgt uit afspraken die veldpartijen zelf hebben gemaakt
in het Landelijk Kwaliteitsstatuut ggz en is alleen van toepassing op curatieve GGZ
die valt onder de Zorgverzekeringswet (18+). Voor de volwassen ggz geldt op grond
van het LKS dat het regiebehandelaarschap is voorbehouden aan zorgverleners met een
BIG-registratie. K&J-psychologen zonder BIG-registratie kunnen in de volwassen ggz
wel werkzaamheden verrichten binnen de behandeling, maar kunnen geen regiebehandelaar
zijn en dus geen eindverantwoordelijkheid dragen. Deze eis volgt uit de veldnorm,
het LKS, en niet uit de Wet BIG. De Wet BIG zelf stelt geen eisen aan het regiebehandelaarschap.
De eis uit het LKS kan als beperkend worden ervaren voor een brede en flexibele inzet
van K&J-psychologen. Aangezien deze beperking voortvloeit uit veldafspraken en niet
uit wettelijke bepalingen, ligt het in de rede dat het veld zelf ruimte creëert voor
meer flexibiliteit in de inzet van K&J-psychologen.
Binnen het LKS is het zogenoemde «comply or explain»-principe van toepassing.33 Dit principe houdt in dat zorgaanbieders zich in beginsel aan het LKS houden, maar
daar incidenteel en gemotiveerd van kunnen afwijken in hun eigen kwaliteitsstatuut.
Zorgverzekeraars, IGJ en NZa houden hier toezicht op.
Partijen kunnen in beginsel zelf afspraken maken over de invulling van dit principe
binnen het LKS. Daarbij geldt wel dat eventuele uitzonderingen zeer specifiek moeten
worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar type zorgsetting en doelgroep. Het Ministerie
van VWS heeft hierbij geen inhoudelijke rol.
Het onderwerp van de brede inzetbaarheid van K&J-psychologen binnen het LKS is ook
aan de orde geweest tijdens het rondetafelgesprek dat op 4 februari 2026 met veldpartijen
uit de ggz heeft plaatsgevonden.34 In dat gesprek is afgesproken dat partijen met elkaar onderzoeken hoe K&J-psychologen
breder kunnen worden ingezet, onder andere door te kijken naar de mogelijkheden binnen
de veldafspraken in LKS. Tijdens het rondetafelgesprek is afgesproken dat partijen
met elkaar onderzoeken waar het LKS de brede inzetbaarheid van K&J-psychologen precies
raakt en welk eventuele aanpassingen helpend kunnen zijn om de ervaren beperkingen
op te lossen. Afgesproken is dat partijen dit gezamenlijk oppakken en met elkaar bespreken
in het bestuurlijk overleg over het LKS. Ik heb er alle vertrouwen in dat partijen
dit in het vervolg samen oppakken en hierover concrete afspraken zullen maken.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.