Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Raijer over het artikel 'UvA student sails with flotilla to Gaza: 'We are preparing for the worst'''
Vragen van het lid Raijer (PVV) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het artikel «UvA student sails with flotilla to Gaza: «We are preparing for the worst»» (ingezonden 24 april 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 2 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1832.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «UvA student sails with flotilla to Gaza: «We are preparing
for the worst»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u aangeven of u het wenselijk vindt dat docenten studenten aanmoedigen om dergelijke
gevaarlijke reizen naar onder andere Gaza te ondernemen? Zo nee, welke maatregelen
gaat u hierop ondernemen?
Antwoord 2
Het kabinet doet geen uitspraken over individuele casuïstiek.
In algemene zin is het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor de
Gazastrook rood. Dat betekent dat het advies is aan Nederlanders: wat uw situatie
ook is, reis hier niet heen, het is er te gevaarlijk. Ook waarschuwt het ministerie
in het reisadvies dat de Nederlandse vertegenwoordiging niet kan helpen als Nederlanders
in de Gazastrook in de problemen komen. Het reisadvies is helder, het is onverstandig
dit te negeren.
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat studenten alleen recht hebben op studiefinanciering wanneer
zij hun studie daadwerkelijk volgen en niet door eigen toedoen of vrijwillige uitstapjes
bewust studievertraging veroorzaken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Nee, voor een aanspraak op studiefinanciering is het niet vereist dat iemand daadwerkelijk
de studie volgt. Ook vervalt hun aanspraak niet op het moment dat zij door eigen toedoen
bewust studievertraging veroorzaken. De aanspraak op studiefinanciering is verbonden
aan de inschrijving bij een opleiding die aanspraak geeft op studiefinanciering, en
daarnaast aan het voldoen aan de overige leeftijds- en nationaliteitseisen. Daarbij
is wel het aantal maanden prestatiebeurs dat een student kan ontvangen gemaximeerd.
Bij studievertraging kan een student gedurende de opleiding dus in de leenfase terecht
komen en geen recht meer hebben op een prestatiebeurs. Wanneer de student niet binnen
de diplomatermijn een diploma haalt, wordt de prestatiebeurs bovendien niet omgezet
in een gift. Het is aan de student zelf om tegen deze achtergrond keuzes te maken
om ingeschreven te blijven staan of de studie (tijdelijk) te stoppen.
Vraag 4
Kunt u bewerkstelligen dat studenten die deelnemen aan extremistische activiteiten
hun recht op studiefinanciering verliezen en bovendien worden geschorst of van hun
onderwijsinstelling worden verwijderd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Waar het gaat om studiefinanciering vervalt de aanspraak alleen als is vastgesteld
dat de student een uitreiziger is.2 Daarvan is sprake als uit een melding van bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen-
en veiligheidsdiensten blijkt dat er een gegronde reden bestaat dat de student zich
buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie.3 Op basis daarvan kan ik als Minister van OCW besluiten de aanspraak op studiefinanciering
te laten vervallen.
Waar het gaat om schorsing of verwijdering van een student van de onderwijsinstelling,
heb ik als Minister van OCW daartoe geen mogelijkheden. Die bevoegdheid ligt bij het
bestuur van de onderwijsinstellingen op grond van de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW). Wanneer een student de huisregels overtreedt
en een veilige leer- en/of werkomgeving voor studenten en/of medewerkers schaadt,
kan het instellingsbestuur die student voor maximaal een jaar de toegang tot de gebouwen
en terreinen ontzeggen of de inschrijving voor eenzelfde periode beëindigen. Wanneer
een student de huisregels overtreedt, ernstige overlast heeft veroorzaakt en ook na
waarschuwingen daarmee niet is gestopt, kan het instellingsbestuur die student de
toegang tot de instelling definitief ontzeggen of zijn inschrijving beëindigen.4 Een instellingsbestuur neemt een dergelijk besluit niet lichtvaardig en de impact
is groot, mede ook tegen het licht van het recht op onderwijs. Daarom wordt tegen
dit soort besluiten vaak in beroep gegaan bij een rechter. Uit de rechtspraak blijkt
het belang van een gedegen belangenweging en proces, voordat tot zo’n beslissing kan
worden overgegaan. Een schorsing moet evenredig zijn aan de mate waarin de huisregels
zijn overtreden. Daarbij moet waar mogelijk de onderwijsvoortgang niet onevenredig
worden belemmerd als gevolg van een maatregel. Ook moet eerst gekeken worden of op
andere manieren het gedrag kan worden gewijzigd. Als dit na aanhoudende pogingen niet
lukt, kan een student definitief worden uitgeschreven.
Vraag 5
Welke maatregelen wil u nemen om vroegtijdige radicalisering in het onderwijs, vooral
de breed geaccepteerde linkse radicalisatie, aan te pakken om deze situaties in de
toekomst te voorkomen?
Antwoord 5
Ik heb geen signalen dat er sprake is van breed geaccepteerde linkse radicalisatie
in het onderwijs.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.