Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op de leden Kathmann en Moorman, Dassen, Teunissen en Beckerman over het blokkeren van lhbtiq+-accounts door Meta
Vragen van het lid Kathmann, Moorman (beiden GroenLinks-PvdA), Dassen (Volt), Teunissen (PvdD) en Beckerman (SP) aan de Staatssecretarissen van Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het blokkeren van queer accounts door Meta (ingezonden 4 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat) en de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 2 juni 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2058.
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Meta blokkeert opnieuw tientallen queer accounts op
Instagram» en «Meta heft de blokkade van queer-Instagramaccounts deels op, maar de
angst voor herhaling blijft: «Het duwt je terug de kast in»»?1,
2
Antwoord 1
Ja, daar zijn we mee bekend.
Vraag 2
Vindt u het acceptabel dat Meta wederom eenzijdig de accounts van tientallen queerorganisaties
en queer personen heeft geblokkeerd of zelfs permanent heeft verwijderd?
Antwoord 2
De online publieke ruimte moet veilig, toegankelijk en inclusief zijn. Het is onacceptabel
als de toegang tot de online publieke ruimte, waar het maatschappelijk debat en commercie
plaatsvindt, ongelijk zou zijn op grond van identiteitskenmerken. Discriminatie is
in strijd met wet- en regelgeving.
Vraag 3
Heeft u sinds de beantwoording op de vragen van de leden Dassen en Kathmann over een
soortgelijke situatie in december 2025, meer informatie gekregen over de moderatiekeuzes
door Meta?3
Antwoord 3
Nee, over de moderatiekeuzes van Meta en soortgelijke situaties hebben wij niet meer
informatie gekregen sinds december 2025.
Vraag 4
Bent u sinds de beantwoording op de bovengenoemde vragen nog verder in contact geweest
met Meta over het eenzijdig blokkeren van queer accounts? Zo ja, wat was uw inzet
bij deze gesprekken?
Antwoord 4
Ja, de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit heeft deze signalen
in een recent gesprek met Meta aan de orde gebracht. Daarbij is het belang van een
sociaal veilige omgeving voor iedereen benadrukt. Er is ook op ambtelijk niveau contact
geweest met Meta om meer informatie te ontvangen.
Vraag 5
Herkent u de signalen van de getroffen accounts dat het vaak niet lukt om in contact
te komen met een echt persoon bij Meta om bezwaar te kunnen maken? Wat kan u hiertegen
doen?
Antwoord 5
De signalen van de getroffen accounts dat het niet altijd lukt om in contact te komen
met een echt persoon bij Meta zijn bij ons bekend. Op grond van artikel 12 van de
digitaledienstenverordening (Digital Services Act, «DSA») is Meta er echter toe verplicht
om afnemers van de dienst de mogelijkheid te bieden om rechtstreekse en efficiënte
communicatiemiddelen te kiezen die niet uitsluitend op geautomatiseerde instrumenten
berusten. Ook moet zij op grond van artikel 20 DSA een gemakkelijk toegankelijk en
gebruikersvriendelijk klachtenafhandelingssysteem hebben. Hierin moeten gebruikers
voldoende nauwkeurige en naar behoren gemotiveerde klachten in kunnen dienen. Besluiten
over die klachten moeten worden genomen onder toezicht van gekwalificeerd personeel
en niet alleen op basis van geautomatiseerde middelen. Niet-naleving van deze verplichting
kan resulteren in handhavend optreden door de bevoegde toezichthouder. In oktober
2025 heeft de Commissie voorlopige bevindingen gepubliceerd in het onderzoek naar
Meta. Daarin concludeert zij dat Meta de DSA overtreedt, onder meer door gebruikers
niet voldoende in staat te stellen om inhoudsmoderatiebeslissingen aan te vechten.
Meta wordt nu in staat gesteld hierop te reageren, waarna de Commissie een definitief
oordeel velt.4
Vraag 6
Zijn er signalen dat online accounts worden getroffen door gecoördineerde massameldingen
van gebruikers of groepen die het oneens zijn met de inhoud van de accounts? Wat doet
Meta om zulke gecoördineerde massameldingen tegen te gaan, met name als deze zich
richten tegen minderheidsgroepen?
Antwoord 6
Nee, informatie over eventuele gecoördineerde massameldingen is bij ons niet bekend.
Platforms, waaronder Meta, zijn zelf het best in staat om uit te leggen wat zij doen
om dergelijke activiteiten tegen te gaan.
Vraag 7
Kunt u ingaan op de onevenredig grote gevolgen die zulke blokkades hebben voor queerorganisaties
en personen die voor hun zichtbaarheid en bereik afhankelijk zijn van grote online
platforms?
Antwoord 7
Wanneer accounts van personen en organisaties op zeer grote online platforms worden
geschorst of verwijderd, kan dit aanzienlijke gevolgen hebben voor hun zichtbaarheid,
community-opbouw en hun inkomsten. Het zonder geldige reden blokkeren van lhbtiq+
personen en lhbtiq+-organisaties kan ervoor zorgen dat deze organisaties en personen,
uit angst voor repercussies, niet meer het gevoel hebben dat ze zich vrij kunnen uiten
en deel kunnen nemen aan het publieke debat. Dat druist in tegen het recht op vrijheid
van meningsuiting. Dit is niet alleen pijnlijk en schadelijk voor de getroffenen,
maar ook voor de gemeenschappen waartoe zij behoren of voor wie zij opkomen. De effecten
beperken zich niet slechts tot de getroffenen, maar iedereen die zich met die persoon
of organisatie identificeert. En daarmee treft het onze hele vrije democratische samenleving.
Vraag 8
Hoe ziet u het blokkeren van queer accounts in het licht van artikel 35 van de Digital
Services Act (DSA) die stelt dat platforms structurele risico’s op haat en discriminatie
moet bestrijden?
Antwoord 8
Op grond van artikel 34 en 35 van de DSA moeten aangewezen zeer grote online platforms,
waaronder Instagram en Facebook, de zogenaamde systeemrisico’s die voortvloeien uit
het ontwerp of uit de werking van hun dienst en de daaraan verbonden systemen, identificeren
en beperken. Tot deze risico’s behoren ook eventuele werkelijke of voorzienbare negatieve
effecten op de uitoefening van de grondrechten. Voorbeelden hiervan zijn het recht
op non-discriminatie, negatieve effecten met betrekking tot gendergerelateerd geweld
en negatieve gevolgen voor het lichamelijke en geestelijke welzijn. Als zeer grote
online platforms structureel lhbtiq+-accounts blokkeren of anders behandelen, voldoen
zij niet aan deze verplichting. In dat geval kan de Europese Commissie, als primaire
toezichthouder van de DSA ten aanzien van zeer grote online platforms, handhavend
optreden.
Vraag 9
Vindt u dat Meta een verantwoordelijkheid heeft om een veilige en vrije omgeving te
bieden voor queer content? Hoe spant u zich vanuit het perspectief van emancipatie
in om dit te waarborgen?
Antwoord 9
Ja, iedereen heeft een verantwoordelijkheid voor het creëren van een sociaal veilige
omgeving voor iedereen. Dat geldt zeker voor grote socialemediaplatforms zoals Meta,
maar ook voor bedrijven, maatschappelijke organisaties, burgers en de overheid zelf.
Dit uitgangspunt heeft de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit
recentelijk aan de orde gebracht in een gesprek met Meta. Het uitgangspunt staat ook
centraal in ons interdepartementaal Plan van aanpak tegen online discriminatie.5 Binnen dit plan werken we nauw samen met de Ministeries van Justitie en Veiligheid
en Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
In het plan is aandacht voor de veiligheid van lhbtiq+ personen evenals in de Versterkte
aanpak lhbtiq+-veiligheid.6 Een van de doelstellingen uit de Versterkte aanpak is dat verschillende organisaties
op dit thema elkaar versterken.
We zullen de Kamer informeren over de voortgang van beide plannen voor het einde van
2026. Ook kan de Kamer in september de Emancipatienota van dit kabinet verwachten,
met daarin de inzet van het kabinet voor het bevorderen van gelijkwaardigheid voor
iedereen.
Aanvullend gaan we naar aanleiding van deze berichtgeving samen verkennen of, en zo
ja, welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn om de positie van lhbtiq+ personen
online te versterken.
Vraag 10
Bent u bereid om te onderzoeken of de aanname klopt dat minderheidsgroepen onevenredig
vaak en hard worden geraakt door de niet-transparante moderatie van Meta?
Antwoord 10
Het is aan de bevoegde toezichthouder om na te gaan of (zeer grote online) platforms
zich houden aan de DSA. Relevant in dit verband is ook dat de DSA voorziet in een
mechanisme voor erkende onderzoekers om toegang te krijgen tot gegevens van zeer grote
online platforms voor onderzoek dat bijdraagt aan het analyseren van systeemrisico’s
en de doeltreffendheid van risicobeperkende maatregelen daartegen.
Vraag 11
Bent u bereid zich in te zetten om de geblokkeerde of verwijderde accounts Nederlandse
personen en organisaties te herstellen? Welke mogelijkheden heeft u hiertoe?
Antwoord 11
Op het moment van beantwoording van deze vragen is een aantal geblokkeerde en/of verwijderde
accounts van Nederlandse personen en organisaties hersteld. Niet alle problemen zijn
echter verholpen. Het is niet een taak van de overheid om in individuele geschillen
te treden. Inmiddels is bekend geworden dat een aantal organisaties Meta heeft gesommeerd
om aan de verplichtingen op grond van de DSA te voldoen.7 Het kabinet staat voor strikte naleving van de DSA en (bestuursrechtelijke en civielrechtelijke)
handhaving daarvan. Daarnaast zet het kabinet, vanuit het plan van aanpak tegen online
discriminatie, in op het makkelijker maken voor gebruikers om hun rechten ten opzichte
van de platforms uit te oefenen.
Vraag 12
Is het blokkeren van accounts, zonder waarschuwing of motivering, in strijd met de
DSA?
Antwoord 12
Ja. Op grond van artikel 17 van de DSA moeten hostingdiensten, waaronder online platforms,
een duidelijke en specifieke motivering geven wanneer zij bepaalde beperkingen opleggen
aan afnemer van de dienst. Hieronder valt ook het beperken van de zichtbaarheid van
door de afnemer verstrekte informatie of gehele of gedeeltelijke schorsing of beëindiging
van diens account. Ook moeten zij de gebruiker in staat stellen gratis en elektronisch
een klacht in te dienen tegen dat besluit. Afnemers kunnen op grond van de DSA geschillen
met een online platform over inhoudsmoderatie voorleggen aan gecertificeerde buitengerechtelijke
geschillenbeslechtingsorganen. Dit kan onverminderd hun recht om hetzelfde geschil
aan de rechter voor te leggen.8 Wanneer online platforms zich niet aan deze verplichtingen houden, dan is sprake
van een overtreding van de DSA en kan de bevoegde toezichthouder daartegen optreden.
Vraag 13
Welke gevolgen zijn er voor grote online platforms die zich herhaaldelijk niet aan
de DSA houden? Wat hebben toezichthouders nodig om harder en sneller op te kunnen
treden?
Antwoord 13
Wanneer zeer grote online platforms zich (herhaaldelijk) niet aan de DSA houden, kan
de Europese Commissie handhavend optreden. De DSA geeft de Europese Commissie verschillende
bevoegdheden, zoals het vaststellen van een niet-nalevingsbesluit en het opleggen
van een boete ter hoogte van 6% van de wereldwijde omzet. De eerste boete onder de
DSA is eerder dit jaar uitgedeeld aan X. Er lopen diverse andere onderzoeken en procedures
tegen andere online platforms, waaronder Facebook en Instagram. De Europese Commissie
heeft vooralsnog niet aangegeven dat zij meer of andere bevoegdheden, instrumenten
of andere middelen nodig heeft.
Vraag 14
Bent u het ermee eens dat grote online platforms, die dusdanig veel invloed hebben
op het publieke debat en het bereik van organisaties, volledige openheid moeten geven
over hun moderatiecriteria en werkwijze? Voorziet de DSA voldoende in deze transparantieverplichting
volgens u?
Antwoord 14
Ja. De DSA voorziet in een dergelijke verplichting. Op grond van artikel 14 DSA moeten
aanbieders van tussenhandeldiensten, waaronder (zeer grote) online platforms, in hun
algemene voorwaarden informatie opnemen over eventuele beperkingen die zij aan het
gebruik van hun dienst opleggen met betrekking tot door de afnemers van de dienst
verstrekte informatie. Die informatie moet gegevens omvatten over eventuele beleidsmaatregelen,
procedures, maatregelen en instrumenten die worden ingezet voor inhoudsmoderatie inclusief
algoritmische besluitvorming en menselijke controle, alsook de procedurevoorschriften
van hun interne klachtenafhandelingssysteem. De informatie moet in duidelijke, eenvoudige,
begrijpelijke, gebruiksvriendelijke en ondubbelzinnige taal worden beschreven. De
informatie moet openbaar beschikbaar zijn in een gemakkelijk toegankelijk en machineleesbaar
formaat.
Vraag 15
Kunt u deze vragen afzonderlijk en tijdig vóór het commissiedebat sociale media en
inmenging van 4 juni 2026 beantwoorden?
Antwoord 15
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.