Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder inzake de uitspraak van het Kifid over de incassodienstverlening van Klarna
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de uitspraak van het Kifid over de incassodienstverlening van Klarna (ingezonden 22 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 1 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1914.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Klarna geeft toe incassowerkzaamheden uit te voeren»1 en de bindende uitspraken van het Kifid2 waar geconcludeerd wordt dat uitgesteld betalen een vorm van kredietverstrekking
is waarvoor een kredietwaardigheidstoets is vereist?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Zijn er door de Inspectie Justitie en Veiligheid handhavende maatregelen getroffen
waardoor Klarna zich inmiddels heeft geregistreerd in het Incassoregister, of was
de registratie uit eigen beweging?
Antwoord 2
Het is mij niet bekend of de registratie van Klarna het gevolg is van handhavend optreden,
van de beantwoording van eerdere Kamervragen, of dat deze uit eigen beweging heeft
plaatsgevonden.
De Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: Inspectie) doet geen uitspraken over
individuele gevallen. Op grond van artikel 3 lid 5 van de Wet kwaliteit incassodienstverlening
(hierna: Wki) wordt uitsluitend informatie over schorsingen en doorhalingen actief
openbaar gemaakt. Opgelegde sancties zoals boetes en dwangsommen worden weliswaar
in het register opgenomen, maar maken geen onderdeel uit van het openbare deel van
het register en zijn daarmee niet voor iedereen te raadplegen. Buiten het register
om bestaat in de Wki geen andere grondslag om handhavend optreden in individuele gevallen
openbaar te maken.
Vraag 3
Heeft u signalen van de Inspectie Justitie en Veiligheid gekregen over de effectiviteit
en reikwijdte van hun instrumentarium om adequaat toe te zien op de Wet kwaliteit
incassodienstverlening?
Antwoord 3
Ja, de Inspectie heeft signalen afgegeven over de effectiviteit van haar instrumentarium
en bevoegdheden. Ik neem deze signalen serieus.
In de brief van 9 maart 2025 heeft mijn voorganger uw Kamer geïnformeerd over de invoeringstoets
die wordt uitgevoerd naar de werking van de Wki in de praktijk. De beleidsreactie
op deze invoeringstoets ontvangt uw Kamer binnenkort, waarin ik nader inga op de signalen
van de Inspectie en de maatregelen die ik naar aanleiding daarvan tref.
Vraag 4
Voldoet Klarna, met de registratie in het Incassoregister, nu aan alle kwaliteitseisen
uit de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening?
Antwoord 4
De beoordeling of een individuele incassodienstverlener voldoet aan alle kwaliteitseisen
uit de Wki is aan de Inspectie als toezichthouder. Zoals toegelicht in de beantwoording
op vraag 2 is de Inspectie niet bevoegd om uitspraken te doen over individuele gevallen.
Vraag 5
Wat is uw reactie op de uitspraak van het Kifid in de zaak die consumenten hebben
aangespannen tegen Klarna? Zijn er als gevolg van deze uitspraak mogelijke gevolgen
voor andere klanten van Klarna? Zo ja, welke?
Antwoord 5
Het kabinet heeft kennisgenomen van de uitspraken van het Kifid over Klarna, evenals
van vergelijkbare uitspraken in de rechtspraak, waarover eerder vragen zijn beantwoord.3 Het kabinet treedt niet in individuele gevallen, maar verwacht wel dat aanbieders
hun werkwijze toetsen aan geldende wet- en regelgeving en relevante uitspraken.
Het uitgangspunt blijft dat het hanteren van een verdienmodel waarbij wordt geanticipeerd
op niet-nakoming van een consument niet mogelijk is zonder te voldoen aan de voorschriften
van de CCDI.4 In enkele uitspraken in de rechtspraak en van het Kifid, heeft Klarna niet kunnen
onderbouwen dat deze kosten geen onderdeel uitmaken van een verdienmodel. Klarna heeft
aangegeven voornemens te zijn in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van het Kifid.
Tegelijkertijd zijn in de rechtspraak ook andersluidende oordelen geveld. Twee rechtbanken
oordelen juist dat Klarna voldoende heeft onderbouwd dat de bedongen rente en incassokosten
geen deel uitmaken van haar verdienmodel.5
Bovengenoemde uitspraken zijn alle gedaan tussen partijen en hebben in beginsel alleen
rechtsgevolgen voor die specifieke zaak. Het Kifid heeft aangegeven elke klacht op
zijn eigen merites te beoordelen en is bekend met de uitspraken waarin Klarna in het
gelijk is gesteld. Het is niet bekend of in die zaken dezelfde vragen zijn gesteld
als de Geschillencommissie van het Kifid heeft gedaan en welke antwoorden door Klarna
zijn gegeven. Tegelijkertijd heeft het Kifid aangegeven klachten in vergelijkbare
gevallen in beginsel langs dezelfde lijn te beoordelen. Dit betekent dat de uitspraak
mogelijk bredere uitwerking kan hebben voor andere klanten van Klarna die zich in
een vergelijkbare situatie bevinden.
Consumenten die menen dat zij hierdoor zijn benadeeld, kunnen zich wenden tot het
Kifid of tot de rechter om hun individuele situatie te laten beoordelen. Het is daarbij
wel belangrijk om te vermelden dat in uitspraken in hoger beroep, zowel bij het Kifid
als in rechtspraak, een ander oordeel kan worden geveld.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de stellingname van het Kifid dat BNPL-dienstverlening een lening
is waar een kredietwaardigheidstoets op vereist is, in relatie tot inwerkingtreding
van de nieuwe richtlijn consumentenkrediet? Wat betekent dit voor de periode tot inwerkingtreding
van de richtlijn?
Antwoord 6
Op dit moment vallen BNPL-aanbieders in bepaalde gevallen nog onder een uitzondering
in de wet, namelijk wanneer sprake is van «onbetekenende kosten». Indien kosten, zoals
aanmanings- of incassokosten, echter op zichzelf een verdienmodel vormen, is geen
sprake meer van onbetekenende kosten. De uitzondering is dan niet van toepassing,
waarmee de regels voor kredietverlening van toepassing zijn, inclusief de verplichting
tot kredietwaardigheidstoetsing.
Het is aan het Kifid om in individuele zaken te oordelen hoe BNPL-dienstverlening
moet worden gekwalificeerd. Daarbij kijkt het Kifid naar het huidige wettelijke kader
en de toepasselijke feiten en omstandigheden van het geval. De interpretatie van het
Kifid kan richtinggevend zijn voor de praktijk, maar laat onverlet dat uiteindelijk
ook de rechter hierover kan oordelen.
Vanaf het moment van implementatie van de herziene Europese richtlijn consumentenkrediet
zullen aanbieders van uitgestelde betaling onder het kredietregime vallen.6 Dit betekent dat aanbieders verplicht worden om een kredietwaardigheidstoets uit
te voeren en aan dezelfde strenge regels moeten voldoen als andere kredietverstrekkers.
Tot het moment van inwerkingtreding blijft het huidige wettelijke kader van toepassing.
De toepassing en interpretatie daarvan worden nader ingevuld in de rechtspraak en
mede beïnvloed door oordelen van het Kifid.
Vraag 7
Op welke wijze wordt de kredietwaardigheidstoetsing in lagere regelgeving van de aanstaande
Implementatiewet richtlijn consumentenkrediet verwerkt? Wat wordt hierbij de grens
en verschillende niveaus van kredietwaardigheidstoetsing?
Antwoord 7
Het kabinet werkt aan de implementatie van de herziene richtlijn consumentenkrediet,
waarmee ook BNPL-aanbieders onder het kredietregime worden gebracht. Het wetsvoorstel
is recent aan de Tweede Kamer aangeboden. Het implementatiebesluit herziene richtlijn
consumentenkrediet wordt nog vóór het zomerreces gedurende een periode van vier weken
aan uw Kamer voorgelegd in het kader van een voorhangprocedure.7
In het implementatiewetsvoorstel is een proportionele kredietwaardigheidsbeoordeling
voorgesteld, die rekening houdt met de kenmerken van het krediet, zoals aard, duur,
waarde en risico’s van het krediet voor de consument. Deze norm wordt verder uitgewerkt
in het implementatiebesluit herziene richtlijn consumentenkrediet, in lijn met de
vereisten uit de richtlijn. Zoals gebruikelijk bij andere typen kredietovereenkomsten,
zal de norm in de praktijk worden ingevuld door de markt, in overleg met de Autoriteit
Financiële Markten (AFM).
Daarnaast zullen aanvullende waarborgen gaan gelden, zoals een verbod op het aanbieden
van BNPL aan minderjarigen en de verplichting voor aanbieders om zich aan te sluiten
bij het Kifid.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.