Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bikker, Dobbe, Tijs van den Brink, Diederik van Dijk, Struijs en Dassen over de Zembla- uitzending 'Gokkers in je tijdlijn
Vragen van de leden Bikker (ChristenUnie), Dobbe (SP), Tijs van den Brink (CDA), Diederik van Dijk (SGP), Struijs (50PLUS) en Dassen (Volt) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de Zembla-uitzending «Gokkers in je tijdlijn» (ingezonden 28 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 1 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1954.
Vraag 1
Bent u bekend met de Zembla uitzending «Gokkers in je tijdlijn», waarin wordt gesteld
dat ondanks het rolmodellenverbod sinds 2022 meer dan de helft van de legale online
gokaanbieders nog altijd betrokken is bij influencer en affiliate constructies?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op de bevindingen uit deze uitzending, en wat zegt dit volgens u
over de werking van het rolmodellenverbod en het Besluit ongerichte reclame kansspelen
op afstand (Besluit orka)?
Antwoord 2
Ik vind de signalen die naar voren komen in de uitzending van Zembla zorgelijk en
neem deze serieus. Het inzetten van rolmodellen, waaronder streamers en influencers,
voor online kansspelreclame is sinds de inwerkingtreding van het rolmodellenverbod
per 30 juni 2022 niet toegestaan. Dit verbod is destijds ingevoerd om met name jongeren
en jongvolwassenen beter te beschermen tegen de risico’s van kansspelen en negatieve
beïnvloeding door rolmodellen in dat kader. Jongeren zijn bijzonder kwetsbaar voor
beïnvloeding, omdat de impulscontrole op die leeftijd nog onvoldoende is ontwikkeld.
Het beeld dat uit de uitzending naar voren komt, laat zien dat er in de praktijk constructies
zijn gebruikt die op gespannen voet staan met de bedoeling van de regelgeving. Dat
vind ik kwalijk, des te meer als deze constructies gebruikt worden om jongeren te
bereiken.
De Kansspelautoriteit (Ksa) is belast met het toezicht op de naleving van de reclameregels
voor kansspelen en heeft aangegeven dat zij, mede op basis van ontvangen signalen,
haar handhaving op dit punt heeft geïntensiveerd.
Vraag 3
Klopt het dat er na deze uitzending in feite twee conclusies mogelijk zijn: ofwel
het rolmodellenverbod was juridisch duidelijk maar is jarenlang onvoldoende gehandhaafd,
ofwel het verbod was zo onduidelijk dat aanbieders via influencers, streamers en affiliates
materieel hetzelfde konden blijven doen als verboden reclame? Welke conclusie acht
u de juiste, en wat gaat u doen om dit probleem op te lossen?
Antwoord 3
Ik kom niet tot één van beide geschetste conclusies. Het rolmodellenverbod is zowel
in de tekst van de regelgeving als in de toelichting daarop duidelijk van toepassing
op influencers en daarmee op streamers.
In de uitzending van Zembla wordt weergegeven dat in de praktijk constructies zijn
toegepast waarbij is getracht de reikwijdte van het verbod te beperken. Naar aanleiding
van signalen hierover heeft de Ksa haar toezicht en handhaving op deze constructies
gericht en verduidelijkt dat dergelijke constructies in strijd zijn met de regels.
Zoals ook in de Zembla-uitzending genoemd wordt, hebben de aangesproken vergunninghouders
hun overeenkomsten met deze streamers en hun platforms beëindigd. Om eventuele verdere
onduidelijkheid, onder andere op dit punt, weg te nemen, heeft de Ksa in februari
van dit jaar het rolmodellenverbod verder verduidelijkt.2
Vraag 4
Hoeveel onderzoeken heeft de Kansspelautoriteit sinds 2022 ingesteld naar overtredingen
van het rolmodellenverbod en verwante reclamebeperkingen, en welke sancties zijn daarbij
opgelegd? Acht u deze handhaving effectief?
Antwoord 4
De Ksa houdt doorlopend toezicht op de naleving van het rolmodellenverbod en aanverwante
reclamebeperkingen. Daarbij verricht de Ksa risicogestuurd onderzoek naar mogelijke
overtredingen, onder meer op basis van signalen, meldingen en eigen monitoring. De
Ksa rapporteert hierover periodiek in onder meer haar jaarverslagen en toezichtcommunicatie.
Exacte cijfers worden daar niet bij genoemd. Wel blijkt uit het jaarverslag 2025 dat
de Ksa ook in dat jaar nog een aantal overtredingen van het rolmodellenverbod heeft
geconstateerd. De Ksa geeft aan daartegen te hebben opgetreden en hierover actief
te hebben gecommuniceerd, mede om toekomstige overtredingen te voorkomen. Daarnaast
zijn waarschuwingen gegeven bij overtredingen van het verbod op sportsponsoring, waarna
de betreffende reclame-uitingen zijn beëindigd. Er zijn geen grote overtredingen geconstateerd
na invoering van het verbod op sportsponsoring per 1 juli 2025. De kleinere overtredingen,
zoals het verkopen van merchandise met het logo van een kansspelaanbieder, zijn gestaakt
nadat de desbetreffende aanbieders hierop zijn aangesproken.
De Ksa maakt gebruik van zowel formele als informele toezichtinterventies. Uit het
jaarverslag blijkt dat in 2025 nadrukkelijker is ingezet op informele interventies,
met name op het terrein van reclame, om overtredingen snel te beëindigen en aanbieders
duidelijkheid te geven over de geldende normen.
In algemene zin blijkt uit de meest recente monitoringsrapportages van de Ksa dat
de zichtbaarheid van kansspelreclame sinds de invoering van de aangescherpte regels
is afgenomen, ook in de online omgeving. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat reclame
via sociale media een belangrijk aandachtspunt blijft. De Ksa heeft aangegeven haar
toezicht daarop verder te intensiveren.
Vraag 5
Erkent u dat het beschermingsdoel van het rolmodellenverbod niet kan worden uitgehold
door te verwijzen naar juridische constructies (zoals contracten met affiliates of
websites) wanneer het feitelijke effect gelijk blijft: normalisering van gokken en
beïnvloeding van jongeren en kwetsbare groepen? Bent u bereid vast te leggen dat bij
toezicht en handhaving de feitelijke beïnvloeding leidend is in plaats van de contractvorm?
Antwoord 5
Ja, het uitgangspunt van het rolmodellenverbod is bescherming van mensen tegen risico’s
van gokken, in het bijzonder kwetsbare groepen zoals jongeren.
In de beleidsregels en de toezichtspraktijk heeft de Ksa verduidelijkt dat influencers
die via affiliatie reclame maken ook onder het rolmodellenverbod vallen. Aanbieders
zijn verantwoordelijk voor alle werving- en reclameboodschappen waar zij direct of
indirect voor betalen. Deze werving en reclame moet telkens aan de wet- en regelgeving
voldoen.
Vraag 6
Deelt u de zorg dat jongeren en jongvolwassenen via influencers, livestreams en «informatieve»
content alsnog structureel met gokreclame worden geconfronteerd, juist omdat deze
minder herkenbaar en daardoor effectiever kan zijn? Hoe wordt deze blootstelling momenteel
gemonitord en bent u bereid die monitoring te versterken?
Antwoord 6
Ja, die zorg deel ik. Juist reclame via influencers, livestreams en content die informerend
van aard lijkt te zijn, kan voor kwetsbare groepen, waaronder jongeren en jongvolwassenen,
minder herkenbaar zijn als reclame.
De Ksa monitort actief het gebruik van rolmodellen, zoals influencers en streamers,
bij zowel legale als illegale gokaanbieders. Daaronder vallen ook uitingen op sociale
mediaplatforms, livestreamingsdiensten en andere online kanalen waar jongeren en jongvolwassenen
vaak actief zijn. Hiervoor gebruikt de Ksa verschillende monitoringsinstrumenten.
Daarnaast heeft de Ksa een doorlopend proces om signalen over de inzet van rolmodellen
voor gokreclame direct op te pakken. Dan gaat het bijvoorbeeld om signalen van consumenten,
maatschappelijke organisaties en andere toezichthouders. De Ksa geeft daarbij prioriteit
aan interventies gericht op het aanpakken van illegale gokreclame met bijzondere aandacht
voor de bescherming van kwetsbare groepen.
Tegelijkertijd is toezicht op online content complex, omdat er sprake is van veel
uitingen die, als het gaat om illegaal aanbod, snel worden aangepast of verwijderd.
Daarom houdt de Ksa risicogestuurd toezicht waarbij met de capaciteit en middelen
die voorhanden zijn een inschatting wordt gemaakt van het risico van bepaalde signalen.
Ik kijk bij de voorziene wetswijziging voor online gokken ook naar uitvoeringsaspecten
in monitoring, toezicht en handhaving op het gebied van reclame.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat websites, vergelijkingspagina’s, streamkanalen en affiliate
constructies die financieel afhankelijk zijn van speelgedrag of verliezen van spelers,
feitelijk functioneren als verkapte reclame en niet als neutrale informatievoorziening?
Acht u het wenselijk dat zulke constructies binnen het huidige reclameregime zijn
toegestaan?
Antwoord 7
Wanneer sprake is van reclame, moeten deze uitingen als zodanig herkenbaar zijn en
voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Dit geldt ook voor vergelijkingssites,
affiliates en andere. De vergunde aanbieders van kansspelen zijn ervoor verantwoordelijk
dat in de overeenkomsten met reclamepartijen deze regels worden nageleefd.
Vraag 8
Nu het zo lijkt te zijn dat dat het onderscheid tussen directe reclame, indirecte
promotie, affiliates en zogenaamd informatieve doorverwijzing voor spelers nauwelijks
nog zichtbaar en voor toezicht steeds moeilijker handhaafbaar is, deelt u de mening
dat reclame voor online kansspelen in brede zin zou moeten worden verboden, juist
om administratief ontwijken te voorkomen?
Antwoord 8
In lijn met het coalitieakkoord werk ik aan een verbod op reclame voor online kansspelen.
Bij de vormgeving daarvan kijk ik nadrukkelijk naar de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid,
mede met het oog op het voorkomen van ontwijkingsgedrag.
Vraag 9
Bent u bekend met de oproep van Verslavingskunde Nederland en de Nederlandse ggz voor
een totaalverbod op gokreclame? Deelt u de opvatting dat een dergelijk verbod effectiever
en eenvoudiger handhaafbaar kan zijn dan in elk geval het huidige stelsel van gedeeltelijke
beperkingen maar ook het in het coalitieakkoord aangekondigde reclameverbod voor online
gokken?
Antwoord 9
Ja, ik ben bekend met deze oproep. Voor zover bij mij bekend betreft de oproep van
de Nederlandse ggz en Verslavingskunde Nederland een volledig reclameverbod voor online
gokken, zoals ook geuit in een eerdere brief aan de vaste Kamercommissie voor Justitie
en Veiligheid.3
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 8 werk ik, in lijn met het coalitieakkoord
en de oproep van de Nederlandse ggz en Verslavingskunde Nederland, aan een verbod
op reclame voor online kansspelen. Daarbij vind ik het van belang dat het verbod uitvoerbaar
en handhaafbaar is, mede met het oog op het voorkomen van ontwijkingsgedrag. Eenduidigheid
in regelgeving kan daaraan bijdragen. Ik geef nu prioriteit aan wijzigingen in wet-
en regelgeving voor kansspelen op afstand in verband met de zorgelijke ontwikkelingen
aldaar. Nadat het wetgevingstraject rond kansspelen op afstand is afgerond, buig ik
mij over de eventuele resterende vraagstukken met betrekking tot het landgebonden
aanbod.
Vraag 10
Kunt u deze vragen afzonderlijk en ruim voorafgaand aan het commissiedebat over kansspelen
op 24 juni 2026 beantwoorden?
Antwoord 10
Ja.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.