Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Russcher over misstanden op locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), in het bijzonder het aanmeldcentrum Ter Apel en asielzoekerscentrum (AZC) Budel, op basis van de YouTube documentaire van Dutch Travel Maniac
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Justitie en Veiligheid over misstanden op locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), in het bijzonder het aanmeldcentrum Ter Apel en asielzoekerscentrum (AZC) Budel, op basis van de YouTube documentaire van Dutch Travel Maniac (ingezonden 31 maart 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 29 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1690.
Vraag 1
Bent u bekend met de documentaire van het YouTube-kanaal Dutch Travel Maniac, waarin
anonieme beveiligers, (voormalige) bewoners en winkeliers uitgebreid verklaren over
structurele misstanden op COA-locaties, waaronder het aanmeldcentrum Ter Apel en AZC
Budel?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2, 3 en 4
Kunt u bevestigen dat er op COA-locaties, zoals volgens de documentaire in Ter Apel
en Budel het geval is, op structurele basis drugs worden verhandeld, waaronder cocaïne,
speed en hasj?
Indien het antwoord op vraag twee bevestigend luidt, op welke locaties is dit het
geval en welke maatregelen zijn er tot dusver genomen om dit te bestrijden?
Indien het antwoord op vraag twee ontkennend luidt, hoe verklaart u de meerdere onafhankelijke
getuigenissen hierover?
Antwoord 2, 3 en 4
Ik erken dat drugshandel, zoals volgens de documentaire in Ter Apel en Budel het geval
is, voorkomt. Dat dit op structurele basis zou gebeuren, kan ik niet op basis van
beschikbare cijfers bevestigen.
Vraag 5
Klopt het dat er bij het betreden van AZC-terreinen geen standaard fouillering of
controle op contrabande plaatsvindt, met uitzondering van het gebouw van de Immigratie-
en Naturalisatiedienst (IND)?
Antwoord 5
Na eerste binnenkomst van de vreemdeling bij het aanmeldcentrum Ter Apel of Budel
vindt er een veiligheidsfouillering aan lichaam, kleding en bagage plaats. Dit om
de veiligheid van de (andere) aanvragers en medewerkers te waarborgen. De IND maakt
momenteel gebruik van de diensten van de Rijksbeveiligingsdienst (RBO) voor het uitvoeren
van deze werkzaamheden.
Zowel het AZC-terrein in Ter Apel als in Budel is extra beveiligd door plaatsing van
camera’s en een hekwerk. In Ter Apel is er een extra beveiligingsteam (intern bijstandsteam)
van Trigion ingezet. Veiligheid op de locatie borgt het COA dus middels bewaking en
toegangscontrole. Het zorgen voor een veilige leefomgeving voor alle bewoners en medewerkers
heeft de hoogste prioriteit.
Vraag 6 en 7
Indien het antwoord op vraag vijf bevestigend luidt, acht u dit verantwoord gegeven
de aanhoudende signalen over wapenbezit en drugshandel op deze locaties en bent u
bereid structurele toegangscontroles in te voeren?
Indien het antwoord op vraag vijf ontkennend luidt, hoe verklaart u de meerdere onafhankelijke
getuigenissen hierover?
Antwoord 6 en 7
Om de veiligheid op locatie te borgen is op de COA-locaties in Ter Apel en Budel bewaking
en toezicht aanwezig. Bij vermoedens van strafbare feiten wordt direct opgetreden.
Met deze werkwijze zie ik nu geen aanleiding om de bestaande toegangscontrole aan
te passen met permanente veiligheidsfouillering.
Vraag 8
Hoe verklaart u dat bewoners van AZC’s wapens zoals machetes, keukenmessen en glasscherven
in hun bezit kunnen hebben op het terrein?
Antwoord 8
Vooropgesteld: het bezit van wapens op COA-locaties is verboden. Bewoners worden hier
bij aankomst expliciet op gewezen in relatie tot de COA-huisregels. Daarin is onder
meer opgenomen dat illegale drugs en wapens verboden zijn. Desondanks komt incidenteel
wapenbezit voor, wat in de praktijk verband houdt met breder overlastgevend en crimineel
gedrag. Het COA doet aangifte van strafbare feiten (zoals wapenbezit) en/of doet melding
bij de politie in situaties waarbij de openbare orde en veiligheid in het geding is.
In die gevallen worden de wapens in beslag genomen. Aanvullend kan het COA een passende
maatregel opleggen en kan de IND het aanvraagproces versnellen.
Vraag 9
Welke maatregelen worden getroffen om wapenbezit op COA-locaties te voorkomen en te
bestrijden?
Antwoord 9
Wapenbezit en illegale drugs zijn volgens de huisregels van het COA verboden. Op basis
van de huisregels zijn COA-medewerkers onder voorwaarden bevoegd om de woonruimte
te betreden ter verplichte kamercontroles. Er vinden standaard periodieke kamercontroles
plaats op COA-locaties. Dit is tevens een contactmoment met de bewoner en dat draagt
bij aan signalering en sociale veiligheid. Daarnaast kan COA extra kamercontroles
uitvoeren bij signalen van strafbare feiten, zoals wapenbezit. Bij feitelijke signalen
van wapenbezit of illegale drugs, wordt er een melding gemaakt en/of aangifte gedaan
bij de politie. De politie start dan strafrechtelijk onderzoek. Waar van toepassing
legt het COA een maatregel op conform het Maatregelenbeleid van het COA en kan de
IND het aanvraagproces versnellen.
Vraag 10
Is het u bekend dat beveiligers op COA-locaties verklaren dat er op wekelijkse basis
massale vechtpartijen en steekincidenten plaatsvinden en dat er dagelijks kleinere
opstootjes zijn?
Antwoord 10
Ja, dit signaal is bekend. Trigion noteert in opdracht van COA als beveiligingsbedrijf
systematisch alle incidenten die plaatsvinden op iedere opvanglocatie van COA waar
zij een toezichthoudende of uitvoerende taak hebben.
Vraag 11
Kunt u een overzicht geven van het aantal geregistreerde geweldsincidenten op COA-locaties
over de afgelopen drie jaar, uitgesplitst naar type incident en locatie?
Antwoord 11
Jaarlijks publiceert het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum een overzicht
van incidenten en verdachtenregistraties van misdrijven onder COA-bewoners die betrokken
zijn bij overlast of verdacht worden van een misdrijf. De eerstvolgende zogeheten
Incidentenmonitor (rapportagejaar 2025) wordt voor het zomerreces met uw Kamer gedeeld.
Parallel publiceert het COA op haar website een overzicht van incidenten per locatie
van het voorgaande jaar. De geregistreerde incidenten uitgesplitst naar soort incident
en COA-locatie van eerdere jaren is online op de website van het COA te raadplegen.1
Vraag 12
Klopt het dat beveiligers op COA-locaties structureel te maken hebben met fysiek geweld,
waaronder bijten, bespugen en bedreigingen met wapens?
Antwoord 12
De laatste jaren is het aantal incidenten, gerelateerd aan middelengebruik, sterk
toegenomen. Dit heeft ook impact op de medewerkers van het COA helemaal als dat gepaard
gaat met agressie-incidenten.
Vraag 13
Wat doet u om de veiligheid van COA-medewerkers, daarmee dus ook de beveiligers, te
waarborgen?
Antwoord 13
Die inzet kent meerdere fronten. Primair wordt de veiligheid geborgd met permanent
toezicht en beveiliging en het inschakelen van de politie bij strafbare feiten. COA
huurt voor de beveiliging professionele beveiligingsbedrijven in. Trigion noteert
in opdracht van COA als beveiligingsbedrijf systematisch alle incidenten die plaatsvinden
op iedere opvanglocatie van COA waar zij een toezichthoudende of uitvoerende taak
hebben.
Daarnaast wordt ingezet op zorg en preventie op het gebied van middelengebruik van
bewoners.
Vraag 14
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat het COA verantwoordelijkheid hiervoor
afschuift naar de externe inhurende beveiligingsorganisatie?
Antwoord 14
Ik herken mij niet in dat beeld. Voor een veilige leefomgeving voor bewoners en medewerkers
is de inzet van gekwalificeerde externe beveiligers onmisbaar. COA heeft een wettelijke
taak voor wat betreft de opvang en begeleiding, maar heeft geen taak of bevoegdheden
om strafrechtelijk op te treden. Daarom schakelt COA bij strafbare feiten de politie
in.
Op lokaal niveau heeft COA vaak goede samenwerking met politie en gemeente, zodat
gezamenlijk op een veilige leefomgeving op en rond de COA locatie wordt ingezet.
Vraag 15 en 16
Herkent u het beeld dat beveiligers vrezen voor hun baan indien zij misstanden naar
buiten brengen?
Indien het antwoord op vraag 15 ontkennend luidt, waarom geven anonieme beveiligers
dit dan aan?
Antwoord 15 en 16
Nee, dat beeld herken ik niet. Beveiligingsbedrijf Trigion registreert in opdracht
van COA systematisch alle incidenten die plaatsvinden op iedere opvanglocatie van
COA waar zij een toezichthoudende of uitvoerende taak hebben.
Medewerkers van Trigion worden aangemoedigd om eventuele misstanden (ook vermeende)
te rapporteren. Dit kan en mag ook anoniem. Elke melding, anoniem of niet, wordt serieus
opgepakt en geëvalueerd. Voor het melden (ook anoniem) heeft Trigion specifieke procedures.
De mogelijkheid om (anoniem) te melden is zeker bekend bij de medewerkers van Trigion,
maar wellicht minder bij tijdelijk of recent in dienst getreden medewerkers. Het COA
zal bij Trigion aandacht vragen om de bekendheid van bestaande procedures verder te
vergroten.
Ik betreur dat het in deze uitzending gaat om anonieme melding(en) buiten de gangbare
procedures om. Deze manier van melden maakt dat gericht optreden niet mogelijk is.
Vraag 17
Bent u bereid een klokkenluidersregeling specifiek voor personeel op COA-locaties
in te richten of te versterken, zodat misstanden veilig kunnen worden gemeld?
Antwoord 17
Het COA besteedt veel aandacht aan veilig werken en integriteit op locaties, zowel
schriftelijk, digitaal als via het inrichten van loketten of centrale informatiepunten.
Misstanden kunnen nu al veilig worden gemeld. Ik zie daarom geen aanleiding om aanvullend
nog een specifieke regeling in te richten.
Vraag 18
Hoe reflecteert u op de stelling dat asielzoekers die daadwerkelijk uit oorlogsgebieden
zijn gevlucht, verklaren zich structureel onveilig te voelen op COA-locaties en dat
sommigen meubels tegen hun kamerdeur plaatsen om veilig te kunnen slapen?
Antwoord 18
Ik vind het onaanvaardbaar dat asielzoekers die gevlucht zijn voor oorlog en geweld,
zich hier op COA-locaties onveilig voelen. Laat helder zijn: dat bewoners zelf veiligheidsmaatregelen
zouden nemen, mag niet de oplossing zijn. COA-medewerkers zijn erop getraind om adequaat
te handelen bij signalen van onveiligheid. Indien sprake is van overlast of overtreden
huisregels kan het COA conform haar Maatregelenbeleid aan de betreffende bewoner een
passende maatregel op te leggen.
Vraag 19
Hoe reflecteert u op het feit dat vrouwen en gezinnen met kinderen in AZC’s aangeven
zich niet vrij te kunnen bewegen vanwege intimidatie en seksuele intimidatie door
medebewoners?
Antwoord 19
Ik onderstreep op dit punt de norm zoals eerder benoemd in antwoord op vraag 18. Het
kabinet zet zich verder in om kwetsbare bewonersgroepen, waaronder kinderen, nog meer
te beschermen. Daarom wordt nu de ambitie van het regeerprogramma uitgewerkt om betrokken
daders sneller onder verscherpt toezicht te plaatsen en verblijfsrechtelijke consequenties
toe te passen.
Het COA spant zich in om alleenstaande vrouwen op kamers te plaatsen waar ze zoveel
mogelijk bescherming of veiligheid ervaren. Alleenstaande vrouwen worden nooit in
een kamer geplaatst samen met mannen. Op de locaties wordt de fysieke veiligheid zo
goed als mogelijk gewaarborgd.
Het COA valt wettelijk verplicht onder de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
(net zoals alle beroepssectoren waarin professionals met kinderen en gezinnen werken).
Het COA werkt met opgeleide aandachtsfunctionarissen voor de meldcode. Zij zijn getraind
om signalen van geweld en onveiligheid (ook buiten het gezin) te herkennen en voeren
de regie over de meldcode. Signalen van onveiligheid worden gemeld bij Veilig Thuis.
Indien nodig wordt bij acute dreiging en op advies van de politie of Veilig Thuis
beschermde opvang aangeboden buiten het COA (bijvoorbeeld een plaatsing in de vrouwenopvang).
Hierbij geldt dat voor vrouwelijke asielzoekers hetzelfde recht op bescherming bestaat
als die geldt voor vrouwen in de Nederlandse samenleving. Ook streeft het COA ernaar
om op elke opvanglocatie een contactpersoon mensenhandel en mensensmokkel aan te stellen.
Deze is kennisdrager op dit gebied en het interne en externe aanspreekpunt bij zorgen
over mogelijke uitbuiting van bewoners.
Vraag 20
Kunt u bevestigen dat er gevallen bekend zijn waarin bewoners van AZC’s zich schuldig
hebben gemaakt aan aanranding en dat de betreffende daders slechts een zogenaamde
«time-out» kregen, bestaande uit een tijdelijke overplaatsing naar een soberere kamer,
waarna zij terugkeerden naar dezelfde locatie?
Antwoord 20
Vooropgesteld: aanranding is een ernstig zedendelict en volstrekt onacceptabel gedrag.
Bij (vermoedens van) strafbare feiten doet het COA daarom aangifte en/of melding bij
de politie. COA stimuleert ook bewoners aangifte en/of melding te doen van strafbare
feiten. Het is vervolgens aan de politie om nader onderzoek te doen. De politie stuurt
uiteindelijk het proces-verbaal naar het Openbaar Ministerie (OM). De officier van
justitie beoordeelt vervolgens of er voldoende bewijs is en of de verdachte strafrechtelijk
wordt vervolgd.
Ik hecht eraan deze route zo te benoemen, om te verduidelijken dat COA als opvang-
en begeleidingsinstantie slechts beperkte middelen en bevoegdheden heeft om bij incidenten
op locatie zelf te normeren. Bij strafbare feiten zoals aanranding zijn primair politie
en Openbaar Ministerie aan zet. Waar mogelijk legt het COA conform haar Maatregelenbeleid
daarnaast ook nog maatregelen op. Deze maatregelen kunnen variëren van een waarschuwing
tot intrekking van maximaal alle verstrekkingen inclusief ontzegging van toegang tot
de opvanglocatie of een overplaatsing naar de handhaving en toezichtlocatie (htl).
De meeste van deze maatregelen worden bij beschikking opgelegd en dienen voldoende
te worden gemotiveerd.
Vraag 21 en 22
Indien het antwoord op vraag twintig bevestigend luidt, acht u dit een passende sanctie
bij zedendelicten?
Indien het antwoord op vraag twintig ontkennend luidt, waarom geven beveiligers en
(oud)bewoners dit dan aan?
Antwoord 21 en 22
Bij ernstige incidenten, zoals een zedendelict, moet hard worden opgetreden. De primaire
route is aangifte bij de politie gevolgd door een strafrechtelijk traject. Daar waar
mogelijk legt het COA daarnaast een passende maatregel op kan de IND de aanvraagprocedure
versnellen.
Vraag 23 en 24
Klopt het dat de zogenaamde Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) op het terrein van Ter
Apel zodanig is ingericht dat bewoners eenvoudig over het hek kunnen klimmen en zich
weer vrij in het centrum van Ter Apel kunnen begeven?
Indien het antwoord op vraag 23 bevestigend luidt, welke maatregelen worden getroffen
om dit te voorkomen?
Antwoord 23 en 24
De vbl is de vrijheidsbeperkende locatie voor uitgeprocedeerde asielzoekers2 – mogelijk wordt in de vraagstelling de verscherpte toezichtlocatie bedoeld. De vtl
is geen gevangenis, maar een plek met extra begeleiding en toezicht. Mensen kunnen
derhalve naar buiten. De verscherpte toezichtlocatie (vtl) en procesbeschikbaarheidslocatie
(pbl) in Ter Apel zijn wel middels een hoog hek gescheiden van de rest van de locatie.
In geval van plaatsing in de vtl/pbl krijgen mensen een locatieverbod voor de rest
van de locatie. Het komt voor dat mensen die geplaatst zijn op vtl/pbl alsnog proberen
om over het hek te klimmen om zodoende toegang te hebben tot de rest van de locatie.
Vraag 25
Kunt u reflecteren op de verklaring van beveiligers dat naar schatting 80% van de
incidenten niet wordt gerapporteerd of openbaar gemaakt?
Antwoord 25
Het COA instrueert eigen medewerkers om incidenten consequent te registeren. Op die
manier vindt dossieropbouw plaats en wordt overlastgevend gedrag genormeerd.
Het COA is daarbij mede afhankelijk van bewoners van de locatie voor het rapporteren
van incidenten waar COA medewerkers zelf geen getuige van zijn geweest. Tegelijkertijd
moet worden erkend dat de situatie in Ter Apel, mede gelet op de hoge bezetting, regelmatig
onder druk staat. Dat neemt niet weg dat het uitgangspunt blijft dat incidenten moeten
worden gerapporteerd.
Vraag 26, 27 en 28
Kunt u uitsluiten dat het COA tijdens inspectiedagen of bezoeken van Tweede Kamerleden
bewust bewoners per touringcar laat wegrijden van locaties om de bezettingsgraad en
de situatie gunstiger voor te stellen dan deze in werkelijkheid is?
Indien het antwoord op vraag 26 bevestigend luidt, op basis waarvan kunt u dit uitsluiten?
Indien het antwoord op vraag 26 ontkennend luidt, bent u bereid hier onafhankelijk
onderzoek naar te laten doen?
Antwoord 26, 27 en 28
Het COA heeft mij verzekerd dat hier geen sprake van is. Het is immers het COA die
de afgelopen jaren aandacht heeft gevraagd voor de bezettingsgraden op locaties en
daarmee de noodzaak voor uitbreiden van structurele capaciteit.
Vraag 29
Klopt het dat bewoners die bij dergelijke verplaatsingen worden betrokken financiële
compensaties ontvangen?
Antwoord 29
Nee.
Vraag 30
Indien het antwoord op vraag 26 bevestigend luidt, om welke bedragen gaat het en uit
welke begrotingspost worden deze gefinancierd?
Antwoord 30
Zie antwoord 29.
Vraag 31
Bent u bereid structurele, onaangekondigde inspecties op COA-locaties in te voeren,
zodat een realistisch beeld van de dagelijkse situatie kan worden verkregen?
Antwoord 31
De Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) houdt toezicht op uitvoeringsorganisaties
die werken binnen de domeinen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De Inspectie
JenV voert regelmatig locatiebezoeken op COA-locaties uit, in Ter Apel is zelfs sprake
van doorlopend toezicht. De Inspectie JenV opereert onafhankelijk en bepaalt op basis
van de informatiebehoefte en risico’s waar zij toezicht uitvoert.
Vraag 32
Klopt het dat de eerste screening door de IND in sommige gevallen bestaat uit slechts
een beperkt aantal ja/nee-vragen?
Antwoord 32
Nee, dat klopt niet. De eerste screening wordt thans uitgevoerd door Dienst Identificatie
en Registratie Asielzoekers (DISA). Tijdens dit eerste contactmoment is het doel om
een asielzoeker te identificeren en registreren. Hiervoor worden gestandaardiseerde
vragen gesteld om feiten te checken, verkennende open vragen ter identificering en
biometrie afgenomen. De registratie dient als start voor het vervolgproces bij de
IND en toelating tot de opvang.
Vraag 33
Indien het antwoord op vraag 32 bevestigend luidt, acht u dit toereikend om potentiële
veiligheidsrisico’s te identificeren?
Antwoord 33
Zoals toegelicht in antwoord 32 zijn er meer mogelijkheden om veiligheidsrisico’s
te identificeren, waaronder de afname van biometrie.
Vraag 34
Wordt er bij de aanmelding in Ter Apel gebruikgemaakt van gezichtsherkenning of biometrische
verificatie? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit in te voeren?
Antwoord 34
DISA neemt biometrische gegevens (vingerafdrukken) en gezichtsopnamen (foto’s) af
met behulp van de Basis Voorziening Identiteit vaststelling (BVID)-zuil. Deze gegevens
worden vergeleken met de bestaande gegevens in de nationale en internationale (politie)
informatiesystemen HAVANK, EUVIS, EURODAC en SIS. Bij een «hit» in een van de systemen
informeert DISA de Koninklijke Marechaussee (KMar) en/of politie.
Vraag 35
Wat is uw reactie op het signaal dat asielzoekers massaal paspoorten en identiteitsdocumenten
weggooien of verscheuren voorafgaand aan hun aanmelding en dat er gehandeld wordt
in valse paspoorten via mensensmokkelnetwerken?
Antwoord 35
Het komt voor dat asielzoekers zich van identiteitsdocumenten ontdoen of valse/vervalste
identiteitsdocumenten overleggen. De ervaring is dat slechts een minderheid van de
asielzoekers identiteitsdocumenten overlegt waarmee hun identiteit kan worden gestaafd.
Wanneer een persoon asiel heeft aangevraagd, is het OM op dat moment niet-ontvankelijk
volgens jurisprudentie van de Hoge Raad. De zaak wordt dan geseponeerd. Vanzelfsprekend
blijft de mogelijkheid bestaan om verdachte (ook) te vervolgen voor andere feiten.
Het vervolgingsbeleid van het OM laat onverlet dat de IND in het kader van de asielaanvraag
het overleggen van valse identiteitsdocumenten of onjuiste verklaringen over identiteit,
nationaliteit en herkomst betrekt in de beoordeling van de asielaanvraag.
Vraag 36
Welke maatregelen worden getroffen om identiteitsfraude tegen te gaan?
Antwoord 36
Valse of vervalste identiteitsdocumenten die in de asielprocedure zijn overlegd, worden
door IND altijd overhandigd aan politie of KMar. Bij een redelijk vermoeden van fraude
met identiteits- of brondocumenten wordt aangifte gedaan. Ook wordt deze informatie
betrokken bij de inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag.
Artikel 31 van het Vluchtelingenverdrag heeft ten doel echte vluchtelingen die noodgedwongen
gebruik hebben moeten maken van valse of vervalste documenten om hun land te verlaten
te beschermen tegen strafrechtelijke vervolging mits zij zich onverwijld bij de autoriteiten
melden. Het is dan onvermijdelijk dat strafvervolging eerst kan plaatsvinden nadat
in de asielprocedure is vastgesteld dat de vreemdeling geen vluchteling is.
Er wordt daarom door het OM navraag gedaan bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst
of verdachte asiel heeft aangevraagd en na één week wordt nagegaan of de IND dit heeft
bevestigd. Wanneer een verdachte asiel heeft aangevraagd, is het OM op dat moment
niet-ontvankelijk volgens jurisprudentie van de Hoge Raad. De zaak wordt dan geseponeerd.
Als blijkt dat niet binnen een week asiel is aangevraagd, zal het OM in beginsel overgaan
tot strafvervolging. Vanzelfsprekend blijft de mogelijkheid bestaan om verdachte (ook)
te vervolgen voor feiten anders dan artikel 231 Sr.
Vraag 37
Kunt u toelichten waarom de politie, zoals door meerdere bronnen uit de documentaire
wordt gesteld, beperkt in staat is om op te treden tegen bewoners van AZC’s die zich
schuldig maken aan strafbare feiten, omdat deze geen Nederlandse identiteit hebben?
Antwoord 37
De politie is niet beperkt omdat bewoners van een AZC geen Nederlandse identiteit
zouden hebben, strafbare feiten zijn voor iedereen strafbaar. De dagelijkse orde en
naleving van huisregels liggen bij het COA en de particuliere beveiliging. De politie
treedt in de praktijk op zodra er een strafbaar feit is of als het COA/de beveiliging
de politie inschakelt, bij spoed komt de politie uiteraard direct.
Vraag 38
Is het u bekend dat winkeliers in de omgeving van AZC’s te maken hebben met bedreigingen,
bespuging, diefstal en seksuele intimidatie door bewoners?
Antwoord 38
Het is mij bekend dat ondernemers en omwonenden overlast ondervinden van een groep
asielzoekers. Daarom is de inzet vanuit de lokale driehoek, strafrechtketen en vreemdelingenketen
erop gericht om de daders snel en effectief aan te pakken om zo het draagvlak voor
de opvang van vluchtelingen, die ook last hebben van het gedrag van sommige medebewoners,
te behouden.
Vraag 39
Bent u bereid met de betrokken gemeenten in gesprek te gaan over aanvullende maatregelen
ter bescherming van lokale ondernemers?
Antwoord 39
Overlast wordt op lokaal niveau ervaren. Daarom is naast een nationale aanpak lokaal
maatwerk nodig. Om deze lokale aanpak binnen gemeenten te ondersteunen, is ook voor
2026 budget beschikbaar gesteld voor (gedeeltelijke) financiering van lokale maatregelen.
Deze regeling geeft gemeenten de mogelijkheid om zelf te bepalen welke maatregelen
het beste bij de ervaren problematiek past, zoals inzet van beveiligers of cameratoezicht
in winkelgebied.
Vraag 40
Hoe beoordeelt u het feit dat omwonenden van het AZC in Lochem een vergoeding van
1.000 euro van de overheid ontvangen om hun woningen beter te beveiligen? Wat zegt
dit volgens u over de veiligheidssituatie rondom AZC’s?
Antwoord 40
In dit verband verwijs ik naar de beantwoording van Kamervragen van 30 maart jl.3
Vraag 41 en 42
Deelt u de mening dat het onverantwoord is om nieuwe AZC’s te openen zolang de veiligheid
op bestaande locaties niet op orde is, zowel voor bewoners als voor omwonenden en
personeel?
Indien het antwoord op vraag 41 ontkennend luidt, waarom niet?
Antwoord 41 en 42
Het openen van een nieuwe COA-locatie gebeurt altijd met aandacht voor veiligheid,
waarbij het COA samenwerkt met gemeenten, politie en andere hulpdiensten. Veiligheid
is een integraal onderdeel van de opvangstrategie.
Vraag 43
Bent u bereid een onafhankelijk onderzoek te laten instellen naar de wijze waarop
het COA omgaat met veiligheidsincidenten, de registratie daarvan en het functioneren
van interne klachtenprocedures?
Antwoord 43
In dit verband verwijs ik naar de rol van de Inspectie van Justitie en Veiligheid,
zie antwoord 31.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.