Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Duijvenvoorde over door de politie georganiseerde iftarbijeenkomsten
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over door de politie georganiseerde iftarbijeenkomsten (ingezonden 18 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 29 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1555.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van berichten en op sociale media verspreide video’s waaruit
blijkt dat op verschillende locaties iftarbijeenkomsten zijn georganiseerd of gefaciliteerd
door de politie, onder meer in of bij politiebureaus, waarbij ook de islamitische
gebedsoproep (azan) te horen is?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat er op of bij meerdere politiebureaus iftarbijeenkomsten hebben plaatsgevonden
die door of met medewerking van de politie zijn georganiseerd of gefaciliteerd? Zo
ja, om welke locaties, data en gelegenheden ging het?
Antwoord 2
Het optreden van de politie moet passen binnen de kaders van de rechtsstaat en neutraal
zijn. Dat betekent dat zij onder diensttijd en in uniform niet actief deelnemen aan
religieuze uitingen zoals bidden, zingen en reciteren. Het is belangrijk dat de politie
in nauwe verbinding staat met de samenleving. Dit doet de politie onder andere om
begrip tussen de politie en verschillende doelgroepen in de samenleving te bevorderen,
en om toegankelijk te blijven als organisatie, het vertrouwen te versterken, bij te
dragen aan bevordering van sociale cohesie, contacten op te bouwen en preventief signalen
op te pikken. Dit zijn belangrijke elementen van gebiedsgebonden politiewerk en dragen
bij aan de legitimiteit en effectiviteit van de politieorganisatie.
Deelname aan en het faciliteren van gemeenschapsactiviteiten kan een bijdrage leveren
aan bovenstaande. Bijvoorbeeld als het gaat om religieuze vieringen zoals een paasontbijt,
kerstdiner of een maaltijd om het vasten te verbreken. Vaak gebeurt dit op uitnodiging
van lokale partners om de onderlinge verbinding te versterken.
Vraag 3
Klopt het dat in het in de video getoonde geval sprake was van een iftarbijeenkomst
waarbij de azan werd voorgedragen in aanwezigheid van politieagenten in uniform? Zo
ja, wie was verantwoordelijk voor de organisatie en op basis van welke overwegingen
is besloten deze bijeenkomst te houden?
Antwoord 3
Tijdens deze bijeenkomsten is het mogelijk dat er religieuze uitingen worden gedaan
door aanwezigen.
Voor de politie geldt dat de politie de neutraliteit behoudt door onder diensttijd
en in uniform niet actief deel te nemen aan religieuze uitingen zoals bidden, zingen
en reciteren. Optreden van de politie moet passen binnen de kaders van de rechtsstaat
en neutraal zijn.
Vraag 4
Acht u het passend dat in of bij politiebureaus expliciete religieuze uitingen of
rituelen plaatsvinden die behoren tot één specifieke godsdienst, terwijl de politie
een neutrale vertegenwoordiger van de rechtsstaat behoort te zijn?
Antwoord 4
De politie neemt deel aan bijeenkomsten in het teken van betekenisvolle dagen, of
faciliteert en organiseert deze zelf. Dit wordt onder andere gedaan tijdens verschillende
religieuze dagen of periodes, zoals Kerst, Pasen, Chanoeka, het Poerimfeest, en Holi
Phagwa. Hierbij wordt geen specifiek onderscheid gemaakt en wordt gestreefd naar een
goede mix van betekenisvolle dagen.1 Los van religieuze dagen of periodes maakt de politie ook op andere momenten en manieren
contact met burgers. In verschillende contexten sluit de politie aan bij uiteenlopende
maatschappelijke activiteiten, zoals buurtbijeenkomsten, herdenkingen en culturele
evenementen. De gekozen vorm verschilt per gemeenschap maar de insteek is altijd vanuit
maatschappelijke betrokkenheid en verbinding, niet vanuit een ideologie of een religie.
Vraag 5
Zijn er binnen de politie richtlijnen of protocollen voor het organiseren of faciliteren
van religieuze bijeenkomsten, zoals iftarmaaltijden, gebedsmomenten of andere religieuze
activiteiten, in politiegebouwen of tijdens politiegerelateerde evenementen? Zo ja,
kunt u deze met de Kamer delen?
Antwoord 5
De politie handelt op basis van de Grondwet en de belangrijkste waarden van onze democratische
rechtsstaat. De politie vertegenwoordigt de wet in een seculiere rechtsstaat, waar
religie en staat gescheiden zijn. Een geüniformeerde agent is een bijzondere vertegenwoordiger
van de overheid. De rol van de politie in onze democratische rechtsstaat is namelijk
essentieel en de aanwending van bevoegdheden van de politie en de inzet van geweldsmiddelen
kunnen diep ingrijpen op de (grond)rechten van burgers. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid
met zich mee en vereist een neutrale uitstraling. Om die reden moet elk vermoeden
van aantasting van die neutrale uitstraling worden vermeden. De beroeps- en gedragscode
is hierbij leidend. De korpsleiding ziet toe op de neutraliteit en op de juiste interpretatie
en uitvoering van deze beroeps- en gedragscode.
Ik heb uw Kamer toegezegd met de korpsleiding in gesprek te gaan zodat deelname aan
evenementen niet kan leiden tot (de schijn van) aantasting van de neutraliteit of
het gezag van de politie. Over de uitkomsten van dit gesprek wordt uw Kamer geïnformeerd
in het tweede halfjaarbericht.
Vraag 6
Worden bij dergelijke bijeenkomsten politiecapaciteit, werktijd, faciliteiten of andere
publieke middelen ingezet? Zo ja, kunt u inzicht geven in de aard en omvang van deze
inzet?
Antwoord 6
Maatschappelijke verbinding is een belangrijke randvoorwaarde voor goed en effectief
politiewerk. Alle hierop gerichte activiteiten zijn ingebed in de structuur van de
organisatie en geborgd in het beheersplan en de begroting. De politie-eenheden financieren
deze bijeenkomsten binnen de reguliere middelen en vanuit verschillende budgetten,
waaronder het GGP-budget, individuele teambudgetten of programma’s zoals Politie voor
iedereen en het Netwerk Divers Vakmanschap. De politie houdt geen landelijke registratie
bij van afzonderlijke maatschappelijke bijeenkomsten.
Vraag 7
Zijn er ook voorbeelden bekend waarbij andere religieuze tradities – zoals christelijke,
joodse of andere religieuze bijeenkomsten of rituelen – op vergelijkbare wijze door
of met medewerking van de politie in politiegebouwen zijn georganiseerd of gefaciliteerd?
Antwoord 7
Ja, dit wordt ook gedaan tijdens verschillende betekenisvolle dagen die o.a. terug
te voeren zijn op een geloofsovertuiging zoals Kerst, Pasen, Chanoeka, het Poerimfeest
en Holi Phagwa. Hierbij wordt geen specifiek onderscheid gemaakt en wordt gestreefd
naar een goede mix van betekenisvolle dagen.
Vraag 8, 9 en 10
Hoe verhoudt het faciliteren van expliciet religieuze activiteiten zich volgens u
tot de vereiste neutraliteit van de politie als overheidsinstelling?
Deelt u de zorg dat het faciliteren van expliciet religieuze activiteiten door de
politie het beeld kan wekken dat de politie zich met een specifieke religie identificeert,
en dat dit het vertrouwen in de neutraliteit en onpartijdigheid van de politie bij
delen van de samenleving kan ondermijnen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Acht u het wenselijk dat politieagenten in uniform aanwezig zijn bij of deelnemen
aan religieuze rituelen of oproepen, zoals het voordragen van de azan, in de context
van een door of met medewerking van de politie georganiseerde bijeenkomst?
Antwoord 8, 9 en 10
Ik herken het beeld dat de politie zich identificeert met een specifieke religie niet.
Zoals ik heb aangegeven in mijn antwoord op vraag vier is deelname van de politie
aan maatschappelijke ontmoetingen of het organiseren ervan, geen ideologische keuze,
maar onderdeel van goed en professioneel politiewerk. Om die reden neemt de politie
deel aan verschillende bijeenkomsten in het teken van betekenisvolle dagen, onder
andere dagen met een religieuze achtergrond. De politie bepaalt zelf aan welke dagen
specifiek aandacht wordt besteed. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt en wordt
gestreefd naar een goede mix van betekenisvolle dagen.2 Tijdens deze bijeenkomsten is het mogelijk dat er religieuze uitingen worden gedaan
door aanwezigen.
Voor de politie geldt dat de politie de neutraliteit behoudt door onder diensttijd
en in uniform niet actief deel te nemen aan religieuze uitingen zoals bidden, zingen
en reciteren. Optreden van de politie moet passen binnen de kaders van de rechtsstaat
en neutraal zijn.
Vraag 11
Bent u bereid te bezien of nadere richtlijnen nodig zijn om te waarborgen dat politiegebouwen
en politieactiviteiten een levensbeschouwelijk neutraal karakter behouden?
Antwoord 11
Ik heb uw Kamer toegezegd met de korpsleiding in gesprek te gaan om te waarborgen
dat deelname aan evenementen niet leidt tot (de schijn van) aantasting van de neutraliteit
of het gezag van de politie. In dit gesprek zal ik tevens uw vraag betrekken. Over
de uitkomsten van dit gesprek wordt uw Kamer geïnformeerd in het tweede halfjaarbericht.
Vraag 12, 13, 14 en 15
Is er bekend in hoeverre er onder politieagenten draagvlak bestaat voor het organiseren
of faciliteren van religieuze bijeenkomsten, zoals iftarbijeenkomsten, in of bij politiebureaus?
Zo ja, wat zijn de uitkomsten daarvan?
Hoe wordt binnen de politie omgegaan met politieagenten die zich levensbeschouwelijk
neutraal willen opstellen en daarom niet willen deelnemen aan religieuze bijeenkomsten
of rituelen, zoals iftarbijeenkomsten of het bijwonen van religieuze oproepen? Wordt
het weigeren van deelname formeel en informeel volledig geaccepteerd?
Kunt u aangeven of er binnen de politie signalen, meldingen of klachten bekend zijn
van politieagenten die zich onder druk gezet, ongemakkelijk of bezwaard hebben gevoeld
door het organiseren van religieuze bijeenkomsten in of bij politiebureaus?
Zijn er binnen de politie interne discussies, spanningen, ergernissen of vormen van
weerstand bekend onder medewerkers met betrekking tot het organiseren of faciliteren
van religieuze bijeenkomsten, zoals iftarbijeenkomsten, door of met medewerking van
de politie?
Antwoord 12, 13, 14 en 15
Zoals ik heb aangegeven is het bevorderen van de sociale cohesie en het creëren van
begrip tussen de politie en verschillende doelgroepen in de samenleving, onderdeel
van goed politiewerk. Er zijn bij mij geen signalen bekend van ongewenste druk of
weerstand bij medewerkers over deelname aan activiteiten die bovengenoemd doel dienen.
Deze deelname gebeurt vrijwillig en het staat medewerkers vrij om hierin een andere
keuze te maken.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.