Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Faber over de toepassing van snelrecht bij Azc-demonstrant en niet bij A12-bezetter
Vraag van het lid Faber (PVV) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de toepassing van snelrecht bij Azc-demonstrant en niet bij A12-bezetter (ingezonden 29 april 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 28 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Azc-demonstrant snel berecht, A12-bezetter niet: wanneer
wordt supersnelrecht ingezet»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe vaak werden er in de afgelopen drie jaar strafzaken afgedaan via snelrecht of
supersnelrecht? En voor verdenking van welke strafbare feiten werd (super)snelrecht
ingezet?
Antwoord 2
In de afgelopen drie jaar zijn in totaal 25181 zaken afgedaan via (super)snelrecht.
Het gaat hierbij om vermogensdelicten, misdrijven tegen openbare orde en gezag, geweldsdelicten,
verkeersdelicten, drugsdelicten, wapenmisdrijven, overige misdrijven uit het Wetboek
van strafrecht en misdrijven uit andere wetten.
Vraag 3
Waarom worden strafzaken tegen azc-demonstranten wel afgedaan via het (super)snelrecht
en niet bij A12-bezetters? De zes bestuurders die de A12 blokkeerden leenden zich
toch ook voor (super)snelrecht nu zij op heterdaad werden betrapt? En hoe zit dat
met de A12-bezetters, zij werden door de politie verwijderd van de snelweg, dan was
het bewijs toch ook direct voorhanden?
Antwoord 3
De inhoud van de boodschap van demonstranten speelt geen rol bij de wijze van afdoening
van strafbare feiten. (Super)snelrecht is een versnelde wijze van afdoen waarbij de
verdachte al binnen enkele dagen voor de rechter verschijnt. Deze vorm van afdoeding
wordt gebruikt voor eenvoudige zaken (als bedoeld in art 368 Wetboek van Strafvordering)
waarbij het bewijs snel beschikbaar moet zijn. Daarnaast moet het dossier voldoende
duidelijk, eenvoudig én compleet te zijn. Alhoewel de verdachte niet hoeft in te stemmen
met de toepassing van (super)snelrecht, moeten de rechten van de verdachte in voldoende
mate worden gewaarborgd. Voor de toepassing van (super)snelrecht moet dus aan een
aantal voorwaarden zijn voldaan. Daarom kan het voorkomen dat bij sommige voorvallen
(super)snelrecht wél en bij andere (vergelijkbare) voorvallen (super)snelrecht niet
kan worden toegepast. Zelfs komt het voor dat ten aanzien van verdachten die allen
betrokken zijn bij hetzelfde voorval, voor de ene verdachte (super)snelrecht wél mogelijk
is en voor de andere niet.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het er sterk op lijkt dat het Openbaar Ministerie en de rechter
de azc-demonstraties de kop wil indrukken, aangezien (super)snelrecht voornamelijk
wordt ingezet voor het maken van een statement?
Antwoord 4
Zoals in het antwoord op vraag 3 is toegelicht, is de toepassing van (super)snelrecht
afhankelijk van de omstandigheden. Het OM en de rechter behandelen personen die strafbare
feiten plegen niet verschillend op basis van het onderwerp van de demonstratie.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.