Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid El Boujdaini over het bericht 'Nederlands grootste pensioenfonds stapt uit techbedrijf dat zaken doet met ICE'
Vragen van het lid El Boujdaini (D66) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het bericht «Nederlands grootste pensioenfonds stapt uit techbedrijf dat zaken doet met ICE» (ingezonden 9 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 28 mei
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1722.
Vraag 1
Hoe beoordeelt u het besluit van het grootste Nederlandse pensioenfonds (ABP) om zich
terug te trekken uit Palantir vanwege zorgen over mensenrechten en ethisch verantwoord
investeren?1
Antwoord 1
Een pensioenfondsbestuur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid bij een pensioenfonds
en ik geef daar geen oordeel over. Voor beleggingen zijn pensioenfondsen gehouden
aan de prudent person regel. Deze regel stelt dat het vermogen in het belang van de deelnemers en pensioengerechtigden
moet worden belegd. ABP weegt daarin tal van aspecten af, waaronder rendement, risico,
kosten, ethische aspecten, mensenrechten en duurzaamheid. Deze afwegingen en de uiteindelijke
investeringsbeslissingen die daaruit volgen zijn aan het ABP-bestuur.
Vraag 2
Deelt u de zorg dat afhankelijkheid van buitenlandse technologiebedrijven zoals Palantir
de digitale soevereiniteit van Nederland kan ondermijnen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het voorkomen en waar nodig mitigeren van risicovolle strategische afhankelijkheden
in digitale technologie is een prioriteit van het kabinet. Daarbij wordt gekeken naar
alle lagen van de digitale stack. Versterking van onze positie op AI heeft een centrale
plek in verschillende beleidskaders, zoals de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie
en de Nationale Technologiestrategie. Hiertoe neemt het kabinet stimulerende maatregelen
(promote), beschermende maatregelen (protect) en maatregelen tot het verdiepen van internationale samenwerking (partnership).
Vraag 3
Kunt u uiteenzetten waar binnen de overheid de diensten en producten van Palantir
worden gebruikt en waarvoor deze worden ingezet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
In antwoord op diverse Kamervragen van het lid Van Houwelingen (FvD),2, evenals van de leden Van Vroonhoven en Six Dijkstra,3 is aangegeven dat op dit moment alleen de politie en Defensie gebruik maken van Palantir.
De politie gebruikt de software van Palantir enkel binnen de zogenaamde «Raffinaderij».
«De Raffinaderij» is een analyseomgeving waar Palantir onderdeel van uitmaakt. Deze
wordt alleen aangewend voor de bestrijding van zware en georganiseerde criminaliteit
en het voorkomen van aanslagen.
Binnen de Nederlandse krijgsmacht wordt gebruik gemaakt van de Palantir-software in
het kader van interoperabiliteit tussen NAVO-partners ter ondersteuning van het militaire
optreden.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het gebruikmaken door Nederlandse (semi-)overheidsorganisaties van technologie van bedrijven zoals Palantir, waarover ernstige zorgen
bestaan over betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen? En op welke gronden wordt
dit beoordeeld?
Antwoord 4
Het kabinet zal zich immer inzetten voor de bescherming van mensenrechten en de democratische
rechtstaat, ook bij de inzet van technologie zoals AI. Daarbij heeft het kabinet ook
aandacht voor de mogelijk discriminerende aspecten van technologie, en het beschermen
van de democratie.
Vraag 5
Welke ethische kaders hanteert het kabinet bij de inkoop en inzet van data-analyse-
en AI-systemen van commerciële partijen zoals Palantir, en hoe worden deze kaders
in de praktijk toegepast en gehandhaafd?
Antwoord 5
Vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) werk ik aan een AI-inkoopaanpak.
Hierin worden de inzichten uit de ethische kaders omtrent algoritmen en AI vanuit
de overheid gebundeld, zoals het Algoritmekader en de leidraad van de Community of
Practice Digitale Innovaties vanuit het Expertisecentrum Aanbesteden PIANOo. Daarin
wordt bijvoorbeeld aangespoord een Fundamental Rights Impact Assessment (FRIA) uit
te voeren, wat volgens de AI-verordening verplicht wordt bij hoog-risico AI-systemen.
Een mogelijke invulling van zo’n FRIA is het Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes
(IAMA). De uitkomsten van een IAMA kan leiden tot het treffen van maatregelen om mensenrechten
te beschermen door de opdrachtgever of opdrachtnemer. In het Commissiedebat Digitaliserende
overheid van 29 januari 2026 heeft de toenmalige Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties
en Digitale Zaken toegezegd dat deze AI-inkoopaanpak in 2026 met uw Kamer zal worden
gedeeld.
Vraag 6
Welke concrete waarborgen, zoals toezicht, impact assessments en transparantiemechanismen,
worden ingezet om te voorkomen dat het gebruik van dergelijke technologie leidt tot
discriminatie, profilering of schending van privacyrechten?
Antwoord 6
Voorafgaand aan een voorgenomen gegevensverwerking, al dan niet door een leverancier
van diensten, wordt een data protection impact assessment (DPIA) uitgevoerd om de
risico’s voor de rechten en vrijheden van betrokkenen in kaart te brengen. Beoordeeld
wordt welke (aanvullende) maatregelen getroffen moeten worden om eventuele risico’s
voor de bescherming van persoonsgegevens en de rechten en vrijheden van betrokkenen
zoveel mogelijk te mitigeren. In geval van doorgifte van persoonsgegevens aan landen
buiten de EER wordt een data transfer impact assessment (DTIA) uitgevoerd, om te beoordelen
of het betreffende land of internationale organisatie een passend beschermingsniveau
waarborgt. Zoals eerder gemeld, wordt de FRIA volgens de AI-verordening verplicht
bij hoog-risico AI-systemen. Een mogelijke invulling van zo’n FRIA is het IAMA. Wat
de verantwoorde en transparante inzet van algoritmen en AI binnen de overheid betreft,
wordt daarnaast ook ingezet op instrumenten als het Algoritmeregister en het Algoritmekader.
In mijn brief aan de Kamer van 20 april heb ik u tevens geïnformeerd over de wijze
waarop het kabinet voornemens is het toezicht op de naleving van de Europese AI-verordening
vorm te geven.4
Bij een verwerking van persoonsgegevens door een leverancier worden met deze leverancier
afspraken gemaakt over de naleving van de mitigerende maatregelen. Deze maatregelen
gelden voor de gehele toeleveranciersketen. De verwerkingsverantwoordelijke kan bij
de leverancier informatie opvragen over de naleving van de betreffende maatregelen.
Het uitvoeren van dergelijke assessments is een verantwoordelijkheid van de verwerkingsverantwoordelijke.
Vraag 7
Bent u bereid om aanvullende richtlijnen of toetsingskaders te ontwikkelen voor samenwerking
met technologiebedrijven die actief zijn in veiligheids- en surveillancedomeinen,
die de digitale soevereiniteit ten goede komen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
In de NDS wordt onder de versneller versterking digitale weerbaarheid en digitale
autonomie tevens gewerkt aan kaders die de digitale autonomie ten goede komen. Deze
kaders worden sectorneutraal opgesteld, waardoor deze kaders naast het veiligheids-
en surveillancedomein, ook in andere situaties gebruikt kunnen worden.
Vraag 8
Bent u bereid om, in navolging van het besluit van ABP, voortaan expliciet en vooraf
te toetsen of samenwerkingen met technologiebedrijven zoals Palantir verenigbaar zijn
met Nederlandse en Europese normen, en deze toets openbaar te maken? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 8
Zoals uit de voorgaande antwoorden ook blijkt zijn er diverse instrumenten, of worden
deze op dit moment ontwikkeld, waarmee getoetst wordt of, op welke wijze en met welke
eventuele aanvullende maatregelen bepaalde diensten verenigbaar zijn met Nederlandse
en Europese normen. Het openbaar maken van dergelijke toetsen is aan de opdrachtgevende
organisatie zelf, maar is niet wettelijk verplicht. Er kunnen moverende redenen zijn
om dit ook niet te doen.
Vraag 9
Zou u deze vragen afzonderlijk van elkaar kunnen beantwoorden?
Antwoord 9
Ja.
Ondertekenaars
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.