Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vermeer over groen gas
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over groen gas (ingezonden 15 april 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
27 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1808.
Vraag 1
Kunt u toelichten waarom is besloten om de GvO correctie voor de subsidieregeling
voor groen gas toe te passen met terugwerkende kracht over 2025, terwijl deze korting
in de voorlopige correctiebedragen en voorschotberekeningen voor 2025 niet was aangekondigd?
Antwoord 1
Het is binnen de systematiek van de SDE-regelgeving bekend dat (jaarlijkse) voorlopige
correctiebedragen bedoeld zijn voor de (jaarlijkse) subsidievoorschotten en een jaar
later worden bijgesteld op basis van de (jaarlijkse) definitieve correctiebedragen.
Dit betekent dat er dus geen sprake is van terugwerkende kracht als de definitieve
correcties afwijken (naar beneden of naar boven) van de daaraan voorafgaande voorlopige
correcties. Volgens de staatssteunregels moeten de inkomsten voor de waarde van Garanties
van Oorsprong (GvO) van groen gas in mindering worden gebracht zodra in het onafhankelijke
advies van PBL hier een waarde voor kan worden bepaald. Die waarde van de GvO van
groen gas was bij de voorlopige correctiebedragen 2025 voor groen gas nog niet bekend,
maar ten tijde van de definitieve correctiebedragen 2025 wel en dus moet daar dan
rekening mee worden gehouden.
Vraag 2
Erkent u dat groen gasondernemers hierdoor geen reële mogelijkheid hadden om hun contracten,
prijsafspraken of productie keuzes aan te passen, aangezien zij mochten vertrouwen
op de officiële publicaties van eind 2024 waarin geen GvO correctie voor 2025 was
opgenomen?
Antwoord 2
Zoals hierboven toegelicht is er sprake van een op voorhand bekend systeem binnen
de SDE++. Producenten van groen gas hebben overigens in tegenstelling tot andere technieken
binnen de SDE++ als voordeel dat ze gebruik kunnen maken van verschillende manieren
van stimulering (keuze tussen SDE++-subsidie of verplichtingen voor energie en vervoer).
Groengasprojecten kunnen dus per maand besluiten voor welke stimulering ze in aanmerking
willen komen. Zij kunnen hier bij het aangaan van hun contracten rekening mee houden.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de situatie waarin ondernemers die – op basis van de gepubliceerde
cijfers – in 2025 bewust kozen voor gesubsidieerde productie, nu worden geconfronteerd
met substantiële financiële achteruitgang die bij tijdige communicatie voorkomen had
kunnen worden?
Antwoord 3
Zoals aangegeven bij vraag 1 is het binnen de systematiek van de SDE-regelgeving bekend
dat voorlopige correctiebedragen bedoeld zijn voor de jaarlijkse subsidievoorschotten
en een jaar later kunnen worden bijgesteld op basis van de definitieve correctiebedragen.
Ik herken mij niet in het beeld dat de communicatie niet tijdig was. In de Kamerbrief
over de SDE++ 2023 van 17 februari 2023 was opgenomen dat gecorrigeerd zal worden
voor de GvO-waarde voor groengasprojecten vanaf 2023, zodra deze te bepalen is. In
het eindadvies voor de SDE++ 2025 (gepubliceerd op 21 februari 2025) heeft het Planbureau
voor de Leefomgeving voor het eerst een waarde voor de GvO opgenomen. Vervolgens is
hier via een Kamerbrief van 6 juni 2025 op gewezen. Daarna heeft RVO het ook nog opgenomen
in communicatie naar projecten.
Vraag 4
Bent u bereid compensatie of herstelopties te overwegen voor ondernemers die door
de retroactieve korting financieel zijn benadeeld, mede gezien het feit dat een deel
van hen bij tijdige kennisgeving had gekozen voor ongesubsidieerde productie, wat
financieel gunstiger zou zijn geweest?
Antwoord 4
Nee. Zoals eerder toegelicht is er sprake van een op voorhand bekend systeem met jaarlijkse
bijstellingen en is compensatie of een hersteloperatie daarom niet aan de orde.
Vraag 5
Waarom acht u deze maatregel zó noodzakelijk dat u ervoor kiest ondernemers met terugwerkende
kracht te belasten, terwijl een aangekondigde invoering vanaf 2026 beter zou passen
bij voorspelbaar, realistisch en uitvoerbaar energiebeleid, zoals ook in diverse beleidsadviezen
en politieke programma’s wordt benadrukt?
Antwoord 5
Zoals hiervoor aangegeven, er is geen sprake van aanpassing met terugwerkende kracht
maar van een op voorhand bekend systeem met jaarlijkse bijstellingen waar de subsidieontvangers
rekening mee houden. Een belangrijk uitgangspunt van de SDE++ is om de hoogte van
de subsidie te baseren op een zo goed mogelijke inschatting van de marktwaarde van
het product. Dat geldt zeker voor groen gas waar de waarde van GvO’s substantieel
kan zijn. Het bewust later invoeren van de correctie voor de waarde van GvO’s voor
groen gas staat op gespannen voet met de hiervoor geschetste uitgangspunten en zou
kunnen leiden tot niet toegestane overstimulering.
Het kabinet realiseert zich terdege dat de sector wacht op perspectief. Het opschalen
van de groengasproductie is een belangrijk element voor het verduurzamen en weerbaar
maken van de energievoorziening. Vanwege dit belang zet het kabinet in op inwerkingtreding
van een bijmengverplichting voor groen gas per 1 januari 2027. Dit biedt deze producenten
namelijk zekerheid op lange termijn en stimuleert zo verdere opschaling. Het wetsvoorstel
hiertoe is onlangs ingediend bij de Tweede Kamer.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.