Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Maeijer en Mooiman over de sterk achterblijvende bouw van zorgwoningen voor ouderen
Vragen van de leden Maeijer en Mooiman (beiden PVV) aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de sterk achterblijvende bouw van zorgwoningen voor ouderen (ingezonden 9 april 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 27 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Bouw ouderenwoningen blijft fors achter»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Begrijpt u de terughoudendheid van de zorgaanbieders vanwege risicovollere investeringen
door de aangekondigde aanpassing van de volledig pakket thuis (vpt) vergoeding? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ik begrijp dat veranderingen in de zorg onzekerheid met zich kunnen meebrengen, maar
ik verwacht dat er ook in de toekomst een grote vraag zal zijn naar geclusterde woonvoorzieningen
voor mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, waarbij geldt dat de vergoeding
voor de zorg redelijkerwijs kostendekkend moet zijn en blijven. Overigens worden ouderenwoningen
niet alleen gerealiseerd door zorgorganisaties, maar ook door woningbouwcorporaties
en private partijen.
Vraag 3
Wanneer verwacht u duidelijkheid te kunnen geven over de aanpassing van de vpt-vergoeding?
Antwoord 3
De introductie van een nieuwe leveringsvorm in de ouderenzorg – waarover in het Hoofdlijnenakkoord
Ouderenzorg (HLO) afspraken zijn gemaakt – vergt een wetswijziging. Op dit moment
wordt in overleg met alle betrokken HLO-partijen nagedacht over de vormgeving van
die nieuwe leveringsvorm voor Wlz-zorg thuis. Ik verwacht dat in het voorjaar 2027
een eerste voorstel voor internetconsultatie gereed is.
Vraag 4
Bent u bereid gezamenlijk met de woningcorporaties en zorgaanbieders tot een oplossing
te komen om een structureel tekort aan passende woonzorgplekken voor ouderen te voorkomen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Het is van groot belang dat we de aankomende jaren doorgaan met het bouwen van voor
ouderen geschikte woningen, en meer specifiek met geclusterde- en zorggeschikte woningen
waar ouderen met een zorgvraag kunnen wonen. Dat kunnen ook kleinschaligere woonzorgvormen
zijn. Ik onderken dat de bouw de afgelopen jaren is achtergebleven bij de opgave en
daarom zet het kabinet op allerlei manieren in op het vergroten van de planvorming
en realisatie van deze woonvormen. Hierover ben ik samen met de Minister van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening in nauw overleg met alle betrokken partijen, waaronder woningcorporaties
en zorgpartijen. Wij blijven in gesprek met de sector om knelpunten bij de realisatie
van nieuwe woonvormen voor ouderen weg te nemen.
Belangrijke elementen van de aanpak van het kabinet om de realisatie van woningtypes
geschikt voor ouderen te vergroten zijn het maken van programmatische afspraken in
de woondeals over de huisvestingsopgave voor ouderen, het voeren van gesprekken met
bestuurders in de woondealregio’s over de planvorming en realisatie van deze opgave
én het reserveren van extra middelen voor de realisatie van geclusterde en zorggeschikte
woningen. Ook kan na invoering van de Wet Regie bijvoorbeeld sterker worden gestuurd
op het bouwen voor ouderen. Gemeenten moeten in hun volkshuisvestingsprogramma’s aangeven
hoe zij invulling gaan geven aan deze bouwopgave.
Voor de zomer zal nader op het voorgaande worden ingegaan in een voortgangsbrief ouderenhuisvesting
aan uw Kamer, zoals ook toegezegd tijdens het commissiedebat over de Staat van de
Volkshuisvesting van 11 maart jl.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.