Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jagtenberg over het bericht dat Defensie vasthoudt aan een zerotolerancebeleid voor drugs
Vragen van het lid Jagtenberg (D66) aan de Staatssecretaris van Defensie over het bericht dat defensie vasthoudt aan zero-tolerancebeleid voor drugs (ingezonden 1 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Boswijk (Defensie) (ontvangen 27 mei 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1990.
Vraag 1
Klopt het dat met het zero-tolerancebeleid sollicitanten bijvoorbeeld worden afgewezen
op basis van het roken van een joint in hun tienerjaren?
Antwoord 1
Het zerotolerancebeleid zoals we dat bij Defensie kennen ten aanzien van drugs is
niet onverkort van toepassing op aspirant-militairen. Wel wordt sollicitanten gevraagd
naar drugsgebruik, waarbij drugsgebruik in het verleden afhankelijk van de omstandigheden
en bijvoorbeeld de geambieerde functie wordt meegenomen in de beoordeling.
Vraag 2
Kunt u exact toelichten op basis waarvan (welk verleden en/of gebruik) defensiepersoneel
kan worden ontslagen of als ongeschikt kan worden bestempeld tijdens een sollicitatie?
Antwoord 2
Er is sprake van een beoordeling op een algeheel beeld van een sollicitant, waarbij
specifiek ten aanzien van drugs de frequentie, recentheid, context van drugsgebruik,
het soort drugs en de leeftijd worden meegenomen bij de afweging. Daarnaast is de
reden van het gebruik en het eventuele disfunctionele gedrag als gevolg hiervan ook
van belang. Dit geldt zowel voor de psychologische selectie als de medische keuring.
In dit laatste geval wordt vooral gekeken naar middelenafhankelijkheid, -misbruik
en functioneren.
Vraag 3
Kunt u voor de afgelopen tien jaar aangeven hoeveel militairen er jaarlijks vanwege
drugsgebruik zijn ontslagen en hoeveel sollicitanten zijn afgewezen vanwege drugsgebruik
in het verleden?
Antwoord 3
Uit een eerdere inventarisatie is gebleken dat in de afgelopen vijf jaar jaarlijks
aan tussen de 45 en de 65 militairen ontslag is verleend onder toepassing van het
drugsbeleid. Omdat er geen centrale registratie plaatsvindt van ontslagen wegens drugsgebruik,
kan ik met u op dit moment geen gegevens delen van langer geleden.
Over cijfers van het aantal sollicitanten dat is afgewezen vanwege drugsgebruik beschik
ik niet, aangezien niet wordt geregistreerd dat een sollicitant specifiek op basis
van drugsgebruik wordt afgewezen. Bij de psychologische selectie valt drugsgebruik
onder diverse beoordelingspunten, bijvoorbeeld discipline en psychische belastbaarheid
of morele verantwoordelijkheid en algemene stabiliteit. Bij de medische keuring kan
middelenafhankelijkheid of verslaving betrekking hebben op meerdere bijzondere functie-eisen
van de militair, waaronder emotionele piekbelasting en waakzaam kunnen zijn.
Vraag 4 en 5
Hoe verhoudt dit beleid zich tot de huidige maatschappelijke realiteit waarin (beperkt)
recreatief gebruik van bijvoorbeeld cannabis voorkomt, zonder dat dit leidt tot disfunctioneren?
Overwegende dat uit onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat een kwart van de
Nederlanders wel eens wiet of cannabis heeft gebruikt, erkent u dat de keuze voor
een zero-tolerancebeleid een groot deel van de Nederlanders uitsluit van actief dienen
voor Defensie? Zo niet, hoe kunt u dit onderbouwen?
Antwoord 4 en 5
Het gezamenlijk kabinetsbeleid is gericht op het voorkomen van drugsgebruik. Het gebruik
van drugs past niet in een normale, gezonde leefstijl en draagt bij aan de instandhouding
van een criminele industrie. Deze uitgangspunten gelden zeker voor defensiepersoneel,
mede gezien de taakstelling. Defensie hecht aan het huidige zerotolerancebeleid, omdat
de veiligheid, inzetgereedheid en het goede functioneren van militairen vooropstaan.
In een cultuur waarin het onderling vertrouwen in elkaars capaciteiten en waakzaamheid
voorop staat, is het essentieel dat het belang hiervan niet alleen wordt uitgesproken,
maar ook wordt gehandhaafd. Het gebruik of in bezit hebben van drugs door militairen
wordt niet getolereerd. Het drugsbeleid bij Defensie heeft daarmee een zekere afschrikwekkende
functie, die met voorgaande redenen wordt gerechtvaardigd.
Vraag 6 en 7
Deelt u de constatering dat het huidige beleid geen ruimte laat voor maatwerk en proportionaliteit,
bijvoorbeeld bij een eenmalige overtreding zonder relatie tot de dienst?
Acht u het proportioneel dat een militair voor een eenmalig incident met softdrugs
zijn gehele loopbaan kan verliezen, terwijl andere gedragingen (zoals overmatig alcoholgebruik)
niet altijd tot vergelijkbare sancties leiden?
Antwoord 6 en 7
Zoals ik in mijn Kamerbrief van 13 april 2026 op vragen van het lid Van den Brink
(CDA) (2026Z02311) schreef, hanteert Defensie in de kern een zerotolerancebeleid op het gebied van
drugs. Het gebruik of bezit van drugs, om welke reden dan ook, door militairen wordt
niet getolereerd en hierop volgt in de regel ontslag. De enige uitzondering die is
geformuleerd, betreft het eenmalig gebruik van softdrugs door een militair in privétijd,
zonder relatie tot de dienst. In dat geval kan worden volstaan met een waarschuwing.
Ik realiseer me dat een ontslag voor de betrokken militair en diens naasten grote
persoonlijke gevolgen kan hebben. Daarom vind ik het belangrijk dat in die gevallen
waarin de onverkorte toepassing van het beleid tot onevenredige uitkomsten voor de
militair leidt, er de ruimte is om met inachtneming van de specifieke omstandigheden
tot een afgewogen besluit te komen waarin het organisatiebelang en het persoonlijk
belang op een zorgvuldige manier tegen elkaar zijn afgewogen.
Defensie onderzoekt of en op welke wijze die ruimte kan worden vormgegeven zonder
dat dit een negatieve weerslag heeft op de helderheid en houdbaarheid van het onderliggende
drugsbeleid. Het in een dergelijk geval kunnen bieden van een tweede kans heeft als
secundair effect dat de uitstroom wordt beperkt. Daarnaast is er een Defensiebreed
programma ontwikkeld gericht op bewustwording, voorlichting en preventie van alcohol-
en drugsgebruik, hetgeen in de loop van dit jaar stapsgewijs binnen de organisatie
wordt uitgerold.
Vraag 8
Hoe verhoudt het zero-tolerancebeleid op het gebied van drugs zich tot het beleid
op het gebied van alcohol? Erkent u dat in veel gevallen alcoholgebruik gevaarlijker
is voor militairen dan (het ooit gerookt hebben van) een joint?
Antwoord 8
De risico’s van alcohol- en drugsgebruik zijn niet altijd direct vergelijkbaar en
hangen sterk af van de context en specifieke situatie. Zo geldt tijdens uitzendingen
en missies in principe een strikt alcoholverbod, waarbij alleen de Commandant der
Strijdkrachten op basis van het type missie kan besluiten tot een uitzondering. Defensie
erkent dat alcoholgebruik net als drugsgebruik schadelijke effecten kan hebben op
inzetbaarheid, veiligheid en groepsdynamiek. Daarom is er blijvende aandacht voor
bewustwording, voorlichting en preventie van alcoholgebruik. Dit beleid wordt momenteel
verder versterkt door gerichte campagnes en interventies, gericht op het voorkomen
van risicovol gedrag en het bevorderen van verantwoord gebruik binnen de organisatie.
Hiermee streeft Defensie ernaar een veilige, professionele en goed functionerende
krijgsmacht te waarborgen.
Vraag 9
Erkent u dat het vreemd is dat het roken van een joint zoals omschreven in het artikel
van de NOS leidt tot ontslag terwijl drankgebruik compleet wordt geaccepteerd?1
Antwoord 9
Binnen Defensie wordt drankgebruik niet compleet geaccepteerd. Zie ook vraag 8.
Vraag 10
Hoe beoordeelt u het risico dat waardevolle en schaars opgeleide militairen verloren
gaan door een strikt sanctieregime, terwijl Defensie tegelijkertijd kampt met personeelstekorten?
Antwoord 10
Het risico dat militairen de organisatie verlaten door een streng drugsbeleid is reëel,
vooral in een periode waarin Defensie kampt met personeelstekorten. Het zerotolerancebeleid
is echter primair gericht op het waarborgen van veiligheid, inzetbaarheid en discipline
binnen de krijgsmacht. Defensie weegt deze uitgangspunten zorgvuldig af tegen de personele
uitdagingen. Tegelijkertijd wordt actief geïnvesteerd in werving, behoud en preventie,
onder andere door bewustwordingscampagnes en ondersteuning van militairen bij verantwoord
gedrag. Op deze manier probeert Defensie het verlies van ervaren personeel zoveel
mogelijk te beperken, terwijl het sanctieregime gehandhaafd blijft om de operationele
gereedheid en het vertrouwen binnen de organisatie te beschermen.
Vraag 11
Bent u bekend met signalen dat militairen of aspirant-militairen zich gedwongen voelen
om niet eerlijk te zijn over eerder (incidenteel) drugsgebruik uit angst voor afwijzing?
Zo niet, hoe duidt u het feit dat aspirant-defensiepersoneel op online fora informatie
en strategieën deelt over hoe om te gaan met vragen over hun drugsgebruik in hun tienerjaren?
Antwoord 11
Ja, hier zijn we ons van bewust. Ik ga er evenwel vanuit dat sollicitanten naar waarheid
verklaren tijdens de sollicitatieprocedure.
Vraag 12
Hoe beoordeelt u wetenschappelijke inzichten, zoals onderzoek waaruit blijkt dat beperkt
drugsgebruik in het verleden geen negatieve correlatie heeft met functioneren of prestaties
binnen de krijgsmacht?2
Antwoord 12
Zoals eerder aangegeven worden sollicitanten gevraagd naar drugsgebruik, waarbij drugsgebruik
in het verleden afhankelijk van de omstandigheden en bijvoorbeeld de geambieerde functie
wordt meegenomen in de beoordeling. Het roken van een enkele joint in het verleden
is op zichzelf geen reden om een sollicitant af te wijzen. Tijdens het selectieproces
maken wij op basis van de beschikbare informatie en verschillende selectiecriteria
een inschatting van de geschiktheid van een kandidaat. Zie ook beantwoording bij vragen
1, 2 en 3.
Vraag 13
Welk wetenschappelijk bewijs ligt er onder de keuze om te kiezen voor een zero-tolerancebeleid
voor zowel soft- als harddrugs? Kunt u een overzicht geven van de onderzoeken die
aantonen dat het gebruik (in het verleden) van softdrugs een groter risico vormt voor
het functioneren van (aspirant-)militairen dan drankgebruik?
Antwoord 13
De reden om binnen Defensie een zerotolerancebeleid voor drugs te hanteren is omdat
een direct en onvoorwaardelijk inzetbare krijgsmacht een scherp drugsbeleid vereist,
gezien de negatieve effecten van drugs op de inzetbaarheid. Ook vanuit een oogpunt
van veiligheid van het personeel is het ontoelaatbaar dat militairen drugs gebruiken,
mede vanwege de lange periode waarin de werkzame stoffen in het lichaam actief blijven.
Daarnaast kan gezamenlijk drugsgebruik leiden tot een groepsbinding die is gebaseerd
op negatieve gronden, wat een extra reden vormt om actief op te treden tegen drugs
binnen de krijgsmacht. Tot slot zijn er aantoonbare verbanden tussen drugshandel en
andere vormen van criminaliteit en wordt het aanzien van het militaire ambt ernstig
geschaad wanneer militairen zich op enigerlei wijze inlaten met drugs.
Vraag 14
Bent u bereid om (in overleg met militairen, vakbonden en experts) te komen tot een
herziening van het drugsbeleid waarin proportionaliteit, maatwerk en evidence-based
beleid centraal staan?
Antwoord 14
Zoals ik eerder heb benadrukt, hecht Defensie aan het huidige zerotolerance beleid,
vanwege het grote belang dat wordt gehecht aan de veiligheid, inzetgereedheid en het
goede functioneren van militairen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat de discussie
over drugsgebruik niet alleen draait om sanctionering, maar ook aspecten als preventiebeleid
en het gebruik van alcohol omvat. Daarom is het van belang om het beleid periodiek
op compleetheid en effectiviteit te bezien. Momenteel vindt een dergelijk onderzoek
plaats, waarbij relevante stakeholders actief worden betrokken.
Ondertekenaars
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.