Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Belhirch over het bericht ‘AIVD: IS-aanhangers en rechts-extremisten steeds jonger’
Vragen van het lid Belhirch (D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «AIVD: IS-aanhangers en rechts-extremisten steeds jonger» (ingezonden 24 april 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 26 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1930.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «AIVD: IS-aanhangers en rechts-extremisten steeds jonger»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u reflecteren op de bevinding dat radicalisering steeds vaker plaatsvindt onder
jongeren en kinderen? Zijn de huidige beleidsinstrumenten om radicalisering te voorkomen
volgens u voldoende toegesneden op minderjarigen? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee,
welke mogelijkheden ziet u om deze groep beter te bereiken?
Antwoord 2
Radicalisering op jonge leeftijd is een groeiende zorg die ons allen aangaat. De afgelopen
jaren zijn meer jongeren, soms op zeer jonge leeftijd, aangehouden voor het voorbereiden
van een aanslag of vanwege andere misdrijven met een terroristisch oogmerk. De Algemene
Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AVID) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding
en Veiligheid (NCTV) waarschuwen al langere tijd voor de snelle (online) radicalisering
waarin steeds meer jongeren verstrikt raken.2 Ook het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) hebben
hun zorgen geuit over het aantal en de jonge leeftijd waarop jongeren verdacht worden
van bovengenoemde strafbare feiten.3 Jongeren bevinden zich in een fase waarin zij zoeken naar identiteit, betekenis en
persoonlijke waarden, wat hen ontvankelijker kan maken voor ideologieën die sterke,
duidelijke antwoorden bieden op complexe vragen. Wanneer er bij jongeren – naast de
identiteitsontwikkeling in hun jeugd – ook persoonlijke problematiek speelt, maakt
dit deze jongeren makkelijker beïnvloedbaar en vatbaar voor geweld en extremisme.
Nederland heeft een gevestigde robuuste (lokale) aanpak op het tegengaan van radicalisering,
extremisme en terrorisme. Deze aanpak is ideologie onafhankelijk en in principe toepasbaar
op iedere doelgroep en leeftijd. Gezien de actuele ontwikkelingen van een groeiende
groep radicaliserende jongeren, heeft de NCTV samen met ketenpartners het beleid ten
aanzien van jongeren getoetst, met als doel te bepalen of onderdelen doorontwikkeling
behoeven. In samenwerking met ketenpartners is geconstateerd dat de (lokale) aanpak
op minderjarigen toepasbaar is en dat keten breed aanscherpingen en intensiveringen
nodig zijn, zoals een betere bewustwording voor het onderwerp radicalisering bij jeugdprofessionals
en de (online) signaleringsstructuur.
Een van de aanscherpingen betreft de versterking van de aandacht voor preventie. Daarom
gaat mijn departement gezamenlijk met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
in gesprek met het veld en jongeren zelf over het verder verbeteren van de preventieve
inzet, onder meer middels een bijeenkomst dit najaar met experts uit de verschillende
domeinen, zoals het sociaal-, onderwijs- en het veiligheidsdomein.
Extra inzet op de ontwikkeling van kennis – over radicalisering bij jongeren en de
risico’s voor hen – is van groot belang bij professionals: van jongerenwerkers en
docenten, tot jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het Rijksopleidingsinstituut
tegengaan Radicalisering (ROR) biedt hiervoor de trainingen, workshops en presentaties
aan, zoals de training voor zorg-, jeugd- en welzijnsprofessionals en de vaardigheidstraining
«Omgaan met extreme idealen».
Vraag 3
In hoeverre beschikken gemeenten, scholen, jeugdzorginstellingen en wijkteams over
de expertise en capaciteit om signalen van radicalisering onder jongeren vroegtijdig
te herkennen en adequaat op te volgen? Hoe kunnen we deze organisaties beter betrekken
bij het signaleren en voorkomen van radicalisering?
Antwoord 3
De partners uit het veiligheids-, sociaal-, zorg- en onderwijsdomein werken samen
aan het signaleren en voorkomen van radicalisering binnen de lokale aanpak. In deze
lokale aanpak radicalisering, waar gemeenten regie op voeren, wordt daarom doorlopend
aandacht besteed aan en geïnvesteerd in de capaciteit van lokale professionals om
tijdig signalen van radicalisering te herkennen en hiernaar te kunnen handelen. Het
signaleren van deze radicalisering kent evenwel uitdagingen, zoals een beperkt online
zicht van lokale professionals of de complexiteit bij het inschatten of sprake is
van grootspraak of daadwerkelijke geweldsbereidheid onder jongeren. Ook kan het radicaliseringsproces
bij jongeren razendsnel verlopen. Dit kan het lastig maken om tijdig en effectief
in te grijpen.
Sinds 2015 worden gemeenten financieel ondersteund met Versterkingsgelden voor hun
aanpak. Met deze gelden worden ook lokale professionals getraind om hun kennis en
vaardigheden in het tegengaan van radicalisering en extremisme te vergroten. Daarnaast
kunnen gemeenten voor advies en ondersteuning terecht bij hun lokaal adviseur van
de NCTV en worden lokale professionals ondersteund door hulpverlenende organisaties,
bijvoorbeeld met het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE) en de gemeente. In aanvulling
op de doorlopende inzet, worden dit jaar ook bijeenkomsten in een pilotregio georganiseerd,
speciaal voor professionals uit het jeugddomein. Hierbij wordt extra inzet gepleegd
op een groep jeugdprofessionals, welke nog niet betrokken zijn in de (lokale) aanpak
van radicalisering, extremisme en terrorisme. Bijvoorbeeld door extra informatie te
verstrekken over de dreiging, de rol van de professional in de aanpak en het handelingsperspectief
dat zij hebben. Door op lokaal niveau deze professionals kennis te laten maken met
de aanpak, hen samen te brengen, en kennis te vergroten, zullen nieuwe samenwerkingen
tot stand komen tussen de partners binnen het preventieve veld en/of de persoonsgerichte
aanpak. Het kabinet zet voortdurend in op het vergroten en versterken van het signalerende
netwerk, overeenkomstig het coalitieakkoord, waarin is opgenomen dat de aanpak op
radicalisering – en dus ook de lokale aanpak – wordt versterkt. Hier zijn aanvullende
middelen voor vrijgemaakt. Momenteel wordt bekeken op welke wijze deze middelen het
effectiefst bijdragen aan het versterken van de aanpak.
De toenemende rol van de online leefwereld in het radicaliseringsproces van jongeren
is opvallend en heeft ook gevolgen voor de preventieve partners in het lokaal domein.
Het Ministerie van SZW zet zich daarom via lokale overheden en (jeugd)professionals
in op het vergroten van bewustwording, kennis en vaardigheden, handelingsperspectief
en samenwerking op de preventie van (online) radicalisering onder jongeren met specifieke
aandacht voor het structureel betrekken van het online domein bij lokale preventie.4
Vraag 4
Kunt u uiteenzetten welke maatregelen en beleidstrajecten op dit moment lopen om online
radicalisering tegen te gaan, specifiek gericht op sociale media, gamingplatforms
en online chatgroepen? Zijn er al resultaten bekend, bijvoorbeeld van de re-direct
methode, die u met de Kamer kan delen?
Antwoord 4
Online platformen hebben de verantwoordelijkheid hun gebruikers te beschermen en illegale
content te modereren. Ik spreek met platformen over de online dreiging, mijn zorgen
over online radicalisering, extremisme en terrorisme en om de platformen normerend
aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Dit jaar is gestart met de doorontwikkeling
van deze dialoog. Ik ben voornemens de dialoog uit te breiden, naar (bijvoorbeeld)
de AI-sector en in het najaar een bijeenkomst te organiseren met de in Nederland door
jongeren meest gebruikte sociale media-en gamingplatformen om mogelijkheden voor betere
samenwerking te verkennen, ter bestrijding van online radicalisering, extremisme en
terrorisme.
Voor een overzicht van maatregelen en beleidstrajecten om online radicalisering tegen
te gaan, verwijs ik uw Kamer naar de voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online (VAO)
inzake extremisme en terrorisme, die recent is verzonden aan uw Kamer.5
Vraag 5
Kunt u aangeven of u aanvullende maatregelen overweegt om online radicalisering en
de verspreiding van extremistisch gedachtegoed tegen te gaan, in bijzonder op het
gebied van contentmoderatie, toezicht op online platforms en afspraken met onder andere
social mediabedrijven?
Antwoord 5
Op dit moment wordt wetgeving geëvalueerd die relevant is voor de bestrijding van
online radicalisering, extremisme en terrorisme. Dit biedt mogelijkheden om daar waar
noodzakelijk aanscherpingen aan te brengen. In de recent verzonden Voortgangsbrief
Versterkte Aanpak Online kan uw Kamer nadere informatie vinden over de relevante wetgeving
die wordt geëvalueerd.6
Met de Verordening Terroristische Online-Inhoud (TOI-verordening) en de Digital Services
Act (DSA) beschikt de Europese Unie over concrete instrumenten om bepaalde illegale
online inhoud aan te pakken. De handhaving van de TOI-verordening is in Nederland
belegd bij de ATKM, en het toezicht op in Nederland gevestigde platformen binnen de
reikwijdte van de DSA bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Het toezicht op Very
Large Online Platforms (VLOPs) onder de DSA ligt primair bij de Europese Commissie.
In aanvulling op de aandacht voor de mogelijke inzet van verwijderverzoeken in de
evaluatie van de Uitvoeringswet TOI, loopt een beleidsverkenning naar dit instrument
als aanvulling op verwijderbevelen vanuit de ATKM. Er is sprake van een toename van
(gewelddadig) extremistisch content waarbij duiding van het terroristisch karakter
moeizaam is en daarom niet altijd binnen de reikwijdte van de ATKM valt. Op dit moment
worden de juridische en operationele mogelijkheden en implicaties van aanvullende
mogelijkheden om deze content te laten verwijderen in kaart gebracht. Ik streef ernaar
uw Kamer dit najaar te informeren middels de Voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online.
Vraag 6
Kunt u uiteenzetten of er best practices uit andere (Europese) landen zijn geïnventariseerd
ten aanzien van het tegengaan van online radicalisering? Welke van deze maatregelen
acht u kansrijk voor toepassing in Nederland of bent u bereid nader te onderzoeken?
Antwoord 6
Nederland heeft samen met Frankrijk het co-voorzitterschap van de Project Based Collaboration
(PBC) online. Het PBC is onderdeel van de EU Knowledge Hub met een focus op de preventie
van online radicalisering, specifiek gericht op de radicalisering van jongeren. Het
afgelopen jaar is waardevolle informatie opgehaald. Het komende jaar zullen drie aanvullende
sessies georganiseerd worden waarin het opstellen van strategieën gericht op innovatie,
verantwoordelijkheid van platformen, en vroeg signalering mechanismes aan bod komen.
In het kader van dit PBC worden trends, ontwikkelingen en «best practices» van de
verschillende lidstaten uitgewisseld. Eind 2026 levert de Europese Commissie een stappenplan
op dat EU-lidstaten kan helpen in het opzetten van een effectieve strategie tegen
online extremisme en terrorisme.
Aanvullend contact buiten de EU vindt ook plaats. Zo worden regelmatig ervaringen
gewisseld met Australië. Het uitwisselen van deze «best practices», werkt ondersteunend
aan de doorontwikkeling van initiatieven zoals de ReDirect-methode. Ook worden internationale
contacten benut om te spreken over onderwerpen die terugkomen in het coalitieakkoord,
zoals een minimumleeftijd voor sociale media en levert het interessante informatie
op ten behoeve van een verkenning naar een aanvullende maatregel als een zorgplicht.
Vraag 7
Kunt u aangeven in hoeverre Nederland samen met andere Europese landen optrekt bij
het toezicht op digitale platforms en de handhaving van contentmoderatie als het gaat
om de aanpak extremistische content? Welke trajecten lopen er binnen de Europese Unie
die kunnen bijdragen aan een effectieve aanpak van online radicalisering?
Antwoord 7
In het tegengaan van online extremisme en terrorisme is internationale samenwerking
essentieel. Het internet overstijgt iedere landsgrens. Voor een effectieve bestrijding
is een krachtig geluid en eensgezind optreden vanuit in ieder geval de Europese Unie
(EU), en bij voorkeur ook andere landen, noodzakelijk. Nederland zet voortdurend actief
in op het stimuleren van samenwerking op Europees en Internationaal niveau. Graag
verwijs ik uw Kamer voor meer informatie hierover naar de recent verstuurde Voortgangsbrief
Versterkte Aanpak Online.
Vraag 8
Kunt u reageren op de bevinding van de AIVD dat bewindspersonen, deurwaarders, journalisten,
rechters en lokale bestuurders in toenemende mate bedreigingen ontvangen uit de anti-institutionele
hoek, met als gevolg dat zij hun functie soms willen neerleggen? Kunt u uiteenzetten
welke ondersteuning wordt geboden aan deze hoeders van de democratie?
Antwoord 8
Bedreigingen aan het adres van (lokale) bestuurders zijn onacceptabel, uit welke hoek
deze ook komen. In april heb ik mij uitgesproken over bedreigingen richting het openbaar
bestuur en die boodschap wil ik graag herhalen. Verschillen van mening horen bij de
democratie; agressie, bedreiging en intimidatie niet. De berichten over toenemende
mate van bedreigingen vind ik dan ook zorgelijk. Ter ondersteuning van het lokale
bestuur zijn er vanuit het programma Weerbaar bestuur van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verschillende voorzieningen beschikbaar, zoals
een veiligheidsscan voor lokale bestuurders en bewustwordingssessies van het Ondersteuningsteam
Weerbaar Bestuur (OTWB). Bij meer dan 170 gemeenten heeft een bewustwordingssessie
plaatsgevonden, waarbij de nadruk ligt op weerbaarheid. Ook biedt het OTWB een hulplijn
aan die 24/7 bereikbaar is voor alle politieke ambtsdragers om praktische adviezen
te geven. Daarnaast draagt BZK bij aan de financiering van trainingen van het ROR.
Het ROR biedt trainingen aan ambtenaren en bestuurders van decentrale overheden om
de omgang met anti-institutionele tendensen te verbeteren en de weerbaarheid van instituties
tegen anti-institutionele tendensen te vergroten. Ook verleent de Expertise-unit Sociale
Stabiliteit (ESS), in opdracht van BZK, ondersteuning aan gemeenten bij een aanpak
op anti-institutionele tendensen. Hiertoe organiseert de ESS kennis- en leerbijeenkomsten
voor gemeenten en professionals uit het sociaal domein in verschillende regio’s in
het land om de bewustwording, kennis en netwerkvorming op anti-institutionele tendensen
te versterken.
Vraag 9
Kunt u reflecteren op de bevinding dat minderjarigen soms worden ingezet voor spionageactiviteiten
in opdracht van Rusland zonder dat zij zich hiervan bewust zijn? Kunt u aangeven hoe
het staat met de uitvoering van de motie Paternotte over een brede bewustwordingscampagne
via social media over de risico's van digitale spionage en buitenlandse wervingspogingen
(Kamerstuk 30 821, nr. 308)?
Antwoord 9
Ik vind het volstrekt onacceptabel als jongeren gerekruteerd worden, door Rusland
of andere statelijke actoren, om voor hen acties uit te voeren. De bevindingen hierover
van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zoals ook aangegeven in het recente jaarverslag
2025 van de AIVD, neem ik zeer serieus. Het kabinet maakt zich dan ook hard voor het
verhogen van de weerbaarheid van jongeren.
Momenteel werkt het kabinet aan een brede bewustwordingscampagne gericht op jongeren
over de risico’s van digitale spionage en buitenlandse wervingspogingen, conform de
motie Paternotte. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken hoe deze boodschap kan aansluiten
bij bestaande campagnes gericht op jongeren en hun omgeving over de gevaren van het
online domein, en deze kan versterken. Uw Kamer wordt op een nader moment over de
exacte uitvoering geïnformeerd.
Vraag 10
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het debat over terrorisme/extremisme op 27 mei
2026?
Antwoord 10
Ja.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.