Schriftelijke vragen : De klimaatzaak Bonaire
Vragen van de leden Van Oosterhout en Tseggai (beiden GroenLinks-PvdA) aan Minister van Klimaat en Groene Groei over de klimaatzaak Bonaire (ingezonden 26 mei 2026).
Vraag 1
Zijn de verschillende verantwoordelijke ministeries reeds in gesprek met de eisers
in de Klimaatzaak Bonaire, zijnde Greenpeace Nederland en de acht inwoners van Bonaire?
Zijn alle verantwoordelijke ministeries van plan dit te doen in het geval dit nog
niet is gebeurd? Zo nee, waarom niet?
Vraag 2
Wat zijn de consequenties van het vonnis voor het huidige doel voor 55% reductie van
broeikasgasemissies in 2030 uit de nationale Klimaatwet?
Vraag 3
Gezien het feit dat de rechtbank oordeelt dat de Staat heeft nagelaten om te kwantificeren
hoeveel emissieruimte Nederland nog heeft als eerlijk deel van het mondiale emissiebudget
dat resteert om de opwarming tot 1,5 °C te beperken, hoe gaat u dit nu alsnog kwantificeren
zodat het klimaatbeleid en de klimaatdoelen in lijn komen met dit resterende budget?
Vraag 4
Bent u bekend met de kwantificering van de emissieruimte door het Ministerie van Financiën
in het «Blauwe Boekje 2023–2024», waar de rechtbank in het vonnis naar verwijst? Zo
ja, kunt u overwegen om de Minister van Financiën te vragen om een actualisatie van
deze berekening? Hoe zorgt u dat er bij deze kwantificering en het vaststellen van
nieuwe klimaatdoelen ruimte is voor inspraak en publieksconsultatie en dat dit proces
gebaseerd is op de meest recente inzichten van de klimaatwetenschap?
Vraag 5
Welke concrete stappen neemt u nu, gezien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is,
om uitvoering te geven aan de veroordeling van de rechtbank om uiterlijk binnen 18 maanden,
dus 28 juli 2027 nieuwe, bindende en economie-brede klimaatdoelen in de Klimaatwet
vast te leggen?
Vraag 6
Hoe interpreteert u de vaststelling van de rechtbank dat het onrechtmatig is dat er
geen bindende nationale klimaatdoelstellingen zijn om de emissies van internationale
lucht- en scheepvaart terug te dringen?
Vraag 7
Wat betekent het vonnis in de Bonaire Klimaatzaak voor het CO2-plafond voor de internationale lucht- en scheepvaart dat is voorgenomen in het coalitieakkoord?
En hoe verhoudt het openen van Lelystad Airport zich tot de uitspraak?
Vraag 8
Bent u bekend met het rapport «Effectinschatting klimaatmaatregelen Coalitieakkoord»
van onderzoeksbureau Kalavasta, waaruit volgt dat er een gat van tenminste 6 megaton
is tussen het huidige Nederlandse klimaatbeleid en het 2030-doel van 55% reductie?
Welke maatregelen, zowel normerend als beprijzend, gaat u nemen om dit gat te dichten
en uitstootreductie te versnellen, inclusief voor lucht- en scheepvaart?
Vraag 9
Kunt u aangeven wat de consequentie van het klimaatzaakvonnis is voor methaan en andere
broeikasgasemissies in de landbouw en hoe dit zich verhoudt tot het eerdere vonnis
van de rechtbank Den Haag in de rechtszaak van Greenpeace tegen de Staat over stikstofdepositie?
Vraag 10
Klopt het dat de Verenigde Staten en/of Amerikaanse bedrijven gas en/of olie willen
winnen voor de kust van de BES-eilanden en de CAS-eilanden? Kunt u een overzicht bezorgen
van alle fossiele winningsprojecten op de eilanden, in de territoriale wateren en
in de nabijheid van de territoriale wateren van de BES- en CAS-eilanden?
Vraag 11
Welke instantie beslist of dergelijke winningsprojecten al dan niet mogen doorgaan?
Vallen dergelijke winningsprojecten onder de Nederlandse Mijnbouwwet?
Vraag 12
Bent u het ermee eens dat dergelijke fossiele winningsprojecten door een niet-Europese
mogendheid tot een geopolitiek onwenselijke ontwikkeling kan leiden?
Vraag 13
Waarom zijn adaptatiemaatregelen op Bonaire systematisch later opgepakt dan in Europees
Nederland, en hoe gaat u deze achterstand inhalen? Zal een dergelijke inhaalbeweging
voldoende zijn om de mensen op Bonaire effectief te beschermen tegen schade ten gevolge
van klimaatrampen?
Vraag 14
Wat betekent het vonnis voor Saba en Sint-Eustatius, en in hoeverre wordt hier nu
opvolging aan gegeven, inclusief preventieve maatregelen om alle inwoners van de BES-eilanden
te beschermen tegen klimaatrampen en daarbij de gelijkwaardigheid van inwoners te
borgen?
Vraag 15
Heeft u kennisgenomen van het feit dat de rechtbank Den Haag stelt dat het huidige
adaptatiebeleid voor Bonaire onvoldoende en zelfs discriminatoir is? Welke conclusies
trekt u uit de erkenning dat het Nederlandse beleid discriminatoir is?
Vraag 16
Hoe gaat u om die discriminatie tegen te gaan het «gelijkwaardig beschermingsniveau»
voor de BES-eilanden wettelijk verankeren? Is er voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
reeds een analyse gebeurd, waarbij voor ieder eiland afzonderlijk een inschatting
is gemaakt van de kwetsbaarheid voor toenemende klimaatrampen alsook van hun financiële
en andere capaciteit om adequaat op rampen te reageren? Krijgen de eilanden dezelfde
veiligheidsnormen (overstromingskansen) als de Nederlandse kust?
Vraag 17
Bent u bereid om per direct dezelfde overstromingskansnormen wettelijk te verankeren
voor Bonaire als voor Europees Nederland of, indien deze overstromingskansnormen onvoldoende
zijn om alle inwoners van Bonaire afdoende te beschermen, bent u bereid striktere
normen voor Bonaire wettelijk te verankeren? Zo nee, welke normen zullen dan worden
toegepast om te voldoen aan het discriminatieverbod?
Vraag 18
Hoe garandeert u dat de geëiste kustbescherming op Bonaire uiterlijk in 2030 volledig
geïmplementeerd is, en welk budgettair pad is hiervoor nu reeds vastgelegd om te voorkomen
dat plannen slechts bij ambities blijven?
Vraag 19
Waarom is de waterveiligheid van Bonaire nog niet structureel gekoppeld aan het Deltafonds?
In hoeverre kan en zal het Deltafonds worden opengesteld voor de BES-eilanden? Zal
de regering ervoor zorgen dat er voldoende budget in het fonds is voor de adaptatienoden
van zowel Europees als Caraïbisch Nederland? Wat is hiervoor nodig?
Vraag 20
Bent u bereid om aanvullend een meerjarig Klimaatadaptatiefonds Caribisch Nederland
op te richten zodat naast de benodigde en omvangrijke investeringen in adaptatiemaatregelen
ten aanzien van waterveiligheid, ook maatregelen in het kader van bijvoorbeeld hitte,
gezondheid en natuur tijdig kunnen worden gefinancierd? Of middels welke fondsen zal
u zorgen voor een equivalent beschermingsniveau tegen klimaatverandering op Bonaire?
Vraag 21
Tot welke Europese fondsen hebben de BES-eiland toegang voor de financiering van adaptatie-
en mitigatiemaatregelen? Hebben ze gelijke toegang tot alle fondsen die de lidstaten
ter beschikking staan als gemeenten in continentaal Europa of worden ze hiervan uitgesloten?
Hebben ze toegang tot Europese fondsen voor internationale klimaatadaptatie?
Vraag 22
Is de toegang van BES- en CAS-eilanden tot Europese financiering gelijkwaardig aan
de toegang van de Franse overzeese departementen en gebieden, zoals het Franse gedeelte
van Sint-Maarten?
Vraag 23
Hoe kan het dat na orkaan Irma het Franse deel van Sint-Maarten beter beschermd was
en/of sneller kon heropbouwen dan het deel binnen het Koninkrijk der Nederlanden?
Wat zijn de oorzaken hiervan? Welke verschillen zaten er in de toegang tot Europese
financiering? En hoe verschilde de financiering voor zowel preventieve maatregelen
als voor wederopbouw vanuit Den Haag met de financiering vanuit Parijs?
Vraag 24
Wat zijn de risico's voor de CAS- en BES-eilanden van de aangekondigde Super El Niño?
Wat is de huidige staat van paraatheid van de verschillende eilanden? Wat doet u om
de eilanden te ondersteunen in hun weerbaarheid tegen dit fenomeen? Welke extra stappen
worden er gezet?
Vraag 25
Welke extra expertise en uitvoeringskracht acht het Rijk voor het Openbaar Lichaam
Bonaire nodig om ervoor te zorgen dat er voldoende lokale capaciteit is om de plannen
uit te voeren?
Vraag 26
Welke bijkomende maatregelen gaat u nemen opdat de BES-eilanden op korte termijn volledig
overgaan op duurzame energie, zodat de eilanden minder afhankelijk worden van fossiele
import?
Vraag 27
Hoe kunt u ervoor zorgen dat energie betaalbaar is voor inwoners van Bonaire, ook
gezien de toenemende noodzaak van energieverbruik voor airconditioning als gevolg
van de opwarming van de aarde?
Vraag 28
Kunt u aangeven welke maatregelen u treft tegen de gevolgen van de toenemende hitte
en extreme neerslag op Bonaire? Welke aanvullende stappen zijn noodzakelijk en wat
is de investeringsopgave hiervan?
Vraag 29
Welke maatregelen kan het kabinet nemen tegen de onder andere door klimaatverandering
veroorzaakte sargassumcrisis, die de economie van Caraïbisch Nederland ernstig schaadt,
met name in toerisme en visserij?
Vraag 30
Hoe beoordeelt u de relevantie van de rechtsoverwegingen in het Bonaire-vonnis voor
de overige landen binnen het Koninkrijk (Aruba, Curaçao en Sint Maarten), gezien de
gedeelde verantwoordelijkheid voor de waarborging van mensenrechten (artikel 43 Statuut)?
Erkent u dat de Staat der Nederlanden een coördinerende en faciliterende verantwoordelijkheid
heeft om te waarborgen dat ook de inwoners van de CAS-eilanden een gelijkwaardig niveau
van mensenrechtelijke bescherming tegen klimaatgevaren genieten, met in ogenschouw
nemend het vereiste respect voor de autonome status van deze landen?
Vraag 31
Bent u bereid om, in de geest van het vonnis, proactief met de regeringen van de CAS-eilanden
in gesprek te gaan over een Koninkrijksbreed Klimaatfonds, zodat ook daar de noodzakelijke
adaptatiemaatregelen om mensen(rechten) te beschermen in de klimaatcrisis gefinancierd
kunnen worden die de lokale draagkracht te boven gaan?
Vraag 32
Bent u het ermee eens dat, aangezien het Koninkrijk der Nederlanden de officiële verdragspartij
is bij de UNFCCC, de belangen van de CAS-landen en BES-eilanden integraal onderdeel
moeten zijn van de Nederlandse en dus ook Europese inzet in internationale klimaatonderhandelingen?
Kunt u toelichten hoe de structurele consultatie met de regeringen en lokale besturen
van deze eilanden is vormgegeven in de aanloop naar de jaarlijkse COPs?
Vraag 33
Erkent u dat «effectieve bescherming», zoals geëist in het vonnis, onmogelijk is zonder
een structurele meerjarige financiering die direct aansluit op de lokale behoeften
die aan de Klimaattafel zijn geformuleerd? Hoeveel extra middelen zijn er volgens
u nodig, en hoeveel middelen zal het Rijk beschikbaar stellen en wanneer besluit u
hierover?
Vraag 34
Op welke wijze beschermt het kabinet het cultureel erfgoed op de zuidpunt van Bonaire
(zoals de slavenhuisjes) dat door de zeespiegelstijging reeds in 2050 dreigt te verdwijnen?
Vraag 35
Hoe waarborgt u dat inwoners van Bonaire en de Klimaattafel Bonaire een doorslaggevende
stem krijgen in het nationale adaptatieplan dat uiterlijk in 2030 geïmplementeerd
moet zijn?
Vraag 36
Hoe zult u garanderen dat adaptatieprocessen op de BES-eilanden lokaal geleid kunnen
worden?
Vraag 37
Bent u bekend met de motie van de Eilandsraad van Bonaire, waarin het Bestuurscollege
wordt opgeroepen om de Nederlandse Staat te houden aan de rechtskracht van het vonnis?
Welke aspecten van deze motie gaat u uitvoeren? En kunt u toezeggen dat alle aanbevelingen
die voortvloeien uit de motie van de Eilandsraad integraal onderdeel worden van de
Nederlandse inzet tijdens de komende Klimaattop (COP), om Bonaire als internationaal
voorbeeld van «Small Island Justice» te positioneren? Hoe beoordeelt u de passage
in de motie die spreekt over de «historische schuld» en de plicht van Nederland om
de kwetsbaarste delen van het Koninkrijk prioritair te beschermen?
Vraag 38
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden voorafgaand aan het plenaire
debat over het vonnis inzake de Bonaire Klimaatzaak?
Indieners
-
Gericht aan
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Indiener
Sjoukje van Oosterhout, Kamerlid -
Medeindiener
Mikal Tseggai, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.