Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Schutz over het bericht 'Man mishandelt buschauffeur omdat hij geen taxiservice krijgt'
Vragen van het lid Schutz (VVD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Man mishandelt buschauffeur omdat hij geen taxiservice krijgt» (ingezonden 25 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) en de Staatssecretaris van
Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 26 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Man mishandelt buschauffeur omdat hij geen taxiservice
krijgt»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat agressie en geweld tegen OV-personeel en reizigers volstrekt
onacceptabel is en dat zij veilig hun werk moeten kunnen doen dan wel veilig moeten
kunnen reizen?
Antwoord 2
Uiteraard delen wij die mening. Het openbaar vervoer (OV) moet op elk moment van de
dag een plek zijn waar iedereen, zowel reiziger als personeel, zich welkom en veilig
voelt.
Vraag 3 en 6
Ziet u aanknopingspunten om OV-personeel – dat ook werkzaam is ten behoeve van een
publieke taak – net zo te beschermen als op p.11 in het Regeerakkoord met hulpverleners
wordt beoogd? («Veiligheid begint dichtbij: in je eigen huis, straat of buurt. Veiligheid betekent
zonder angst naar huis kunnen, weten dat hulp komt als je die nodig hebt en erop kunnen
vertrouwen dat regels voor iedereen gelden. Maar we zien nu te vaak geweld op straat.
Hulpverleners worden belaagd. Aangiften blijven te lang liggen. Wij willen een land
waarin criminelen niet vrijuit gaan en waar gezag wordt gerespecteerd»).
Welke aanvullende maatregelen overweegt u om de veiligheid van OV-personeel en reizigers
structureel te verbeteren?
Antwoord 3 en 6
Vanuit het Ministerie van IenW, als beleidsverantwoordelijk departement voor sociale
veiligheid in het OV, worden er verschillende maatregelen genomen om de sociale veiligheid
in het OV te verbeteren. Zo zijn de boetes voor zwartrijden in het OV per oktober
2025 verhoogd en wordt in gezamenlijkheid met JenV gewerkt aan de toegang tot het
Rijbewijzenregister voor OV-boa’s, wat hun zelfstandige taakuitvoering versterkt.
Conform het coalitieakkoord werkt het Ministerie van JenV samen met en IenW daarnaast
aan aanvullende opties voor OV-boa’s om sneller de identiteit van overlastgevers vast
te kunnen stellen en daarmee de escalatie van situaties te voorkomen. Binnen dat kader
is uw Kamer in het tweede halfjaarbericht politie 2025 geïnformeerd over de verkenning
naar toegang, onder voorwaarden, tot de strafrechtketendatabank en de basisvoorziening
vreemdelingen.
Daarnaast neemt de OV-sector zelf maatregelen. Zo zijn er in de afgelopen jaren camera’s
geplaatst op stations, meer stations afgesloten met poortjes, werkt de sector met
veel incidentendata voor de datagestuurde inzet van personeel én kunnen NS-reizigers
in het hele land onveilige situaties in treinen en stations via WhatsApp melden. Vanuit
de behoefte om extra te investeren in sociale veiligheid, investeert IenW 34,4 miljoen
euro in de veiligheid op en rond stations. Van dit bedrag wordt 12 miljoen euro als
subsidie aan NS verstrekt voor de aanschaf van bodycams voor hoofdconducteurs en is
20 miljoen euro bestemd voor het programma «Een veilig station; altijd voor iedereen»
waarbij via stationsdeals maatwerkafspraken worden gemaakt om de veiligheid te vergroten.
Met de resterende 2,3 miljoen euro is NS gecompenseerd voor de extra beveiligingskosten
gemaakt in 2024 op station Maarheeze.
In het kader van de essentiële samenwerking tussen partijen wordt onder leiding van
IenW gewerkt aan het opstellen van een nieuw landelijk convenant sociale veiligheid
in het OV 2026–2030, onder andere in samenwerking met mijn departement en vervoerders.
Aanvullend op dit convenant wordt een werkagenda opgesteld. Op deze wijze kunnen wordt
de komende jaren invulling gegeven aan het verbeteren van de veiligheid in het OV.
Vanuit het Ministerie van JenV wordt ingezet op beter opsporen en vervolgen van de
daders. Zo vallen werknemers van OV-bedrijven onder de Eenduidige Landelijke Afspraken
(ELA) tussen politie en OM, waarmee zaken onder meer geprioriteerd worden en in beginsel
een substantieel hogere straf wordt geëist.
Vraag 4 en 5
Hoeveel meldingen van agressie en geweld tegen OV-personeel zijn in de afgelopen vijf
jaar geregistreerd en kunt u deze cijfers uitsplitsen naar vervoersmodaliteit (bus,
tram, metro, trein) en naar aard van het incident?
In hoeveel van deze gevallen heeft geweld tegen OV-personeel geleid tot strafrechtelijke
vervolging en veroordeling? Acht u de huidige strafrechtelijke afdoening afdoende
afschrikwekkend? Zo ja, waar blijkt dat uit?
Antwoord 4 en 5
Er worden door het Openbaar Ministerie (OM) en de politie geen cijfers bijgehouden
van specifiek meldingen van agressie en geweld tegen OV-personeel of uitsplitsingen
naar vervoersmodaliteit. Ook aantallen van vervolging en veroordeling zijn dus niet
beschikbaar. Wel publiceren de politie en het OM jaarlijks algemene cijfers over geweld
tegen functionarissen met een publieke taak, waaronder OV-personeel.
Vraag 7
Ziet u bijvoorbeeld mogelijkheden om strafbare feiten tegen de lichamelijke integriteit
van OV-personeel en reizigers in vervoersmiddelen en op bus-, tram- en treinstations
als gekwalificeerde delicten aan te merken, zodat zwaardere strafrechtelijke sancties,
eventueel met een minimumstraf, kunnen worden opgelegd en het openbaar ministerie
aan dat gekwalificeerde karakter gebonden is?
Antwoord 7
Wij erkennen het belang van hard optreden tegen dergelijke feiten. Recent heeft de
Raad van State advies uitgebracht voor het wetsvoorstel taakstrafverbod bij geweld
tegen personen met een publieke taak (waaronder OV-personeel). Het kabinet beziet
nu hoe het met dit traject verder gaat.
De Minister van JenV zal uw Kamer op korte termijn informeren over de uitvoering van
de motie van de leden Yeşilgöz-Zegerius (VVD) en Van der Plas (BBB) om wetgeving voor
te bereiden waarin minimumstraffen worden ingevoerd voor opzettelijk geweld tegen
hulpverleners, met inachtneming van het opzetvereiste.2
Vraag 8 en 9
Bent u daarnaast bereid te onderzoeken of, naast de vigerende CBb-jurisprudentie waarin
vervoersverboden als civielrechtelijk worden aangemerkt, een publiekrechtelijk levenslang
en tijdelijk maar langdurig landelijk toepasbaar OV-verbod toegevoegde waarde kan
hebben voor personen die zich schuldig maken aan geweld of aantasting van de lichamelijke
integriteit van OV-personeel en medereizigers, zowel in als buiten vervoersmiddelen?
Onder welke omstandigheden wel of niet?
In welke mate kan de ernst van het gevolg van de aantasting van de persoonlijke integriteit
van OV-personeel en reizigers door molest of anderszins daarbij medebepalend zijn?
Antwoord 8 en 9
Wij vinden het heel belangrijk dat OV-personeel veilig zijn werk kan doen. Geweld
of aantasting van de lichamelijke integriteit moet passend bestraft worden. In de
Wet Personenvervoer is geen maximale duur van reis- of verblijfsverbod opgenomen.
Op basis van deze wet kunnen vervoerders zelf een reis- of verblijfsverbod opleggen.
Het OM heeft in samenspraak met vervoerders en politie een leidraad ontwikkeld voor
het opleggen van reis- en verblijfsverboden. Deze is begin 2026 geüpdatet en met alle
vervoerders gedeeld.
Bij de oplegging van een dergelijk verbod wordt het proportionaliteitsbeginsel meegewogen.
De duur van een dergelijk verbod staat in verhouding tot het strafbare feit waar iemand
van wordt verdacht. Op de overtreding van het verbod staat een gevangenisstraf van
ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie (€ 5.500).
Voorgenoemd verbod staat geheel los van de strafzaak en betreft dan ook geen bestraffing
maar een instrument met als doel het bevorderen van de sociale veiligheid in het openbaar
vervoer. Een levenslang of zeer langdurig via het strafrecht opgelegd OV-verbod zal
zich slecht verhouden tot o.a. artikel 2 van het Vierde Protocol van het Europees
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, waarin
het recht op bewegingsvrijheid is beschermd. Ook een strafrechtelijk opgelegd reisverbod
zou daarom beperkt moet worden in tijd en plaats.
Vraag 10
Ziet u meerwaarde in een strafrechtelijke grondslag waardoor een rechter in voorkomende
gevallen een levenslang of tijdelijk, maar langjarig OV-verbod als bijkomende straf
zou kunnen opleggen? Bijvoorbeeld omdat de duur van een OV-verbod eventueel langer
kan zijn?
Antwoord 10
Geweld tegen personen met een publieke taak, waaronder OV-personeel, leidt volgens
de strafvorderingsrichtlijnen tot een aanmerkelijk zwaardere strafeis door het OM.
De Minister van JenV ziet geen mogelijkheden om, naast de bestaande strafrechtelijke
handhavingsmogelijkheden en de bevoegdheid van de vervoerder om een OV-verbod op te
leggen een extra strafrechtelijke sanctiemogelijkheid in het leven te roepen die erop
neerkomt dat de rechter een levenslang OV-verbod kan opleggen. Zie daarvoor ook de
eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals benoemd onder de beantwoording
van vraag 8.
Vraag 11
Ziet u mogelijkheden om de overtredingen van een OV-verbod, opgelegd door een boa,
een politieagent of een rechter, strafrechtelijk zwaarder te sanctioneren?
Antwoord 11
Het opleggen van een OV-verbod is geen strafrechtelijke handeling en kan dus ter aanvulling
op de in de vraag gestelde partijen ook door de vervoerder worden opgelegd. Op overtreding
van een OV-verbod staat een gevangenisstraf van ten hoogste twee maanden of een geldboete
van de tweede categorie (€ 5.500). Het is ons niet gebleken dat deze straf te licht
zou zijn in vergelijking met de strafmaat voor overige delicten.
Vraag 12
Hoe wordt momenteel toezicht gehouden op naleving van bestaande civiel- en/of publiekrechtelijke
vervoersverboden door vervoerders, boa's en politie? Acht u dit systeem voldoende
effectief en handhaafbaar? Zo nee, welke verbetermogelijkheden ziet u?
Antwoord 12
Toezichthouders van OV-bedrijven houden primair de controles op het bij je hebben
van een geldig vervoersbewijs en constateren daarmee als eerste het overtreden van
een reis- of verblijfsverbod. Overtreding van een reis- of verblijfsverbod is strafbaar
gesteld in artikel 101 WP2000. Boa’s van OV-bedrijven kunnen dit strafbare feit in
beginsel zelfstandig handhaven en afhandelen. Bij een grote gevaarzetting wordt de
politie om assistentie gevraagd. Deze taakverdeling is in de basis op orde, maar er
wordt doorlopend bezien hoe de invulling van deze handhaving kan worden verbeterd,
bijvoorbeeld door het verbeteren van de informatiepositie van de (OV-)boa, zodat deze
zelfstandiger overtreders kan identificeren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.