Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Huidekooper en Klos over milieunormen voor windturbines op land
Vragen van de leden Huidekooper en Klos (beiden D66) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Klimaat en Groene Groei over milieunormen voor windturbines op land (ingezonden 15 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens
de Minister van Klimaat en Groene Groei (ontvangen 22 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de brede oproep van onder andere bouwbedrijven, netbeheerders, gemeenten
en milieuorganisaties om te kiezen voor milieunormen voor windturbines op land op
basis van geluid en slagschaduw, in plaats van vast te houden aan generieke afstandsnormen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de stelling dat generieke afstandsnormen een slechte voorspeller
zijn van ervaren hinder door windturbines, in vergelijking met normen gebaseerd op
geluid en slagschaduw?
Antwoord 2
Een generieke afstandsnorm biedt op zichzelf geen aanvullende bescherming tegen hinder
voor bewoners in de nabijheid van windturbines.2 Het geluidniveau op de gevel van een woning kan niet een-op-een vertaald worden naar
een vaste afstand tot de windturbine, omdat dit van vele factoren afhankelijk is.
Voorbeelden hiervan zijn: het type windturbine, bodemgesteldheid, bebouwing/obstakels/begroeiing
in de omgeving, en weersomstandigheden. De mate van hinder door slagschaduw wordt
niet alleen bepaald door de afstand vanaf de windturbine, maar ook door de oriëntatie
van het windpark, de blootstellingsduur en de frequentie van het passeren van de wieken.
Een afstandsnorm zal daarom normering voor geluid en slagschaduw niet kunnen vervangen
en kan alleen als aanvullende norm gehanteerd worden om duidelijkheid en zekerheid
te bieden aan omwonenden.
Vraag 3
Kunt u toelichten in hoeverre het uitblijven van definitieve, werkbare milieunormen momenteel leidt tot stilstand of vertraging van windprojecten, met name op
locaties waar de ruimte schaars is, zoals nabij bedrijventerreinen, infrastructuur
en havens?
Antwoord 3
De Monitor Wind op Land laat zien dat de realisatiegraad van windturbines op land
na 2021 afneemt. Ook zitten er minder projecten voor de realisatie van windturbines
op land in de pijplijn. Dit komt door meerdere factoren, zoals netcongestie, vertragingen
door bezwaar- en beroepsprocedures, beperkingen als gevolg van defensieactiviteiten,
en door onzekerheid over de besluitvorming rond landelijke milieunormen.3
Vraag 4
Sinds de uitspraak van de Raad van State in juni 2021 (het Nevele-arrest) wordt er
gewerkt aan nieuwe landelijke milieunormen; welke specifieke factoren hebben ertoe
geleid dat dit proces tot op heden nog niet is afgerond, en op welk moment kan de
Kamer de normen tegemoetzien?
Antwoord 4
Het vorige kabinet heeft besloten de indiening van de AMvB milieunormen aan de Tweede
Kamer aan het volgende kabinet te laten. Het nieuwe kabinet beraadt zich momenteel
over de afstandsnormen. In het commissiedebat Hernieuwbare Energie van 15 april jl.
is toegezegd voor de zomer de Tweede Kamer hierover te informeren.
Vraag 5
In hoeverre kunnen landelijke normen voor geluid en slagschaduw bijdragen aan zowel
de bescherming van omwonenden als aan het vergroten van onze energieonafhankelijkheid?
Antwoord 5
Bij de totstandkoming van de geluidsnormen in het ontwerpbesluit is uitgegaan van
de bestaande kennisbasis over de relatie tussen windturbinegeluid en gezondheid. Deze
toont aan dat er een duidelijk verband is tussen het geluidniveau van windturbines
en de kans op hinder. De geluidnormen regelen daarom het beschermingsniveau voor omwonenden
tegen hinder door windturbinegeluid.
Ook zijn in het ontwerpbesluit bepalingen opgenomen ter beperking van hinder van slagschaduw.
Voor beide normeringen geldt dat deze enerzijds voldoende bescherming moeten bieden
aan omwonenden en anderzijds plaatsingsruimte moet bieden aan windenergie omdat dit
nodig is in het voorzien van leveringszekerheid en onafhankelijkheid van energie,
en voor het behalen van klimaatdoelstellingen.
Naar verwachting leiden de nieuwe milieunormen tot meer duidelijkheid en zekerheid
voor investeerders en exploitanten, wat bijdraagt aan het vergroten van de investeringsbereidheid
in windturbines die bijdraagt aan het voorzien van leveringszekerheid.
Vraag 6
Bent u bereid om landelijke milieunormen voor windturbines op land vast te stellen
die gebaseerd zijn op geluid, slagschaduw en externe veiligheid, met ruimte voor lokaal
maatwerk om specifieke gebiedskansen (zoals in havengebieden) te benutten?
Antwoord 6
Het ontwerpbesluit bevat landelijke milieunormen voor geluid, slagschaduw en externe
veiligheid. Voor geluid en externe veiligheid geldt dat hierbij ruimte wordt gelaten
voor lokaal maatwerk door het gebruik van grenswaardes en standaardwaarden. Dit biedt
het bevoegd gezag ruimte om lokaal een goede afweging te kunnen maken van economische
en maatschappelijke belangen, zoals de gezondheidsbescherming van bewoners en de duurzame
energiedoelstellingen.4
Vraag 7
Kunt u reflecteren op de mogelijke negatieve effecten van starre afstandsnormen voor
de technologische innovatie, zoals de ontwikkeling van stillere, efficiëntere en hogere
windturbines?
Antwoord 7
Innovatie is essentieel in de doorontwikkeling van windturbines. Deze markt is constant
in ontwikkeling en aan innovatie onderhevig, en betreft een Europese en mondiale markt
aangelegenheid. Met een generieke afstandsnorm geldt in het algemeen dat deze minder
ruimte biedt om effecten van innovaties te accommoderen.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u het risico dat generieke afstandsnormen dwingen tot de bouw van meer,
maar lagere turbines, en wat zijn daarvan de gevolgen voor de maatschappelijke kosten,
de efficiëntie van het stroomnet en de impact op de biodiversiteit?
Antwoord 8
Nieuwe milieunormen kunnen de mogelijkheden voor grotere windturbines op land beperken.
De maatschappelijke kosten, efficiëntie van het stroomnet en impact op de biodiversiteit
worden per project beoordeeld, hier kunnen beperkt generieke uitspraken over worden
gedaan. Ter ondersteuning van een zorgvuldige belangenafweging geldt een mer-beoordelingsplicht
bij een park van 3 turbines of meer waarmee de milieueffecten en de effecten op biodiversiteit
in beeld worden gebracht.
Vraag 9
In hoeverre vormen generieke afstandsnormen een barrière voor de broodnodige «repowering»
(het vervangen van oude door moderne turbines) op bestaande locaties, en acht u deze
belemmering wenselijk in het licht van de klimaatdoelen en onze energie-afhankelijkheid?
Antwoord 9
Het repoweren van windturbines is van groot belang om ook in onze toekomstige vraag
naar elektriciteit te kunnen voorzien. Dit laten recente studies naar de potentie
van windturbines op land ook zien.5 Generieke afstandsnormen kunnen de mogelijkheden voor repowering beperken. Deze overweging
neemt het kabinet mee in de besluitvorming over de milieunormen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.