Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Keijzer over het bericht ‘GELEKT. Woordenlijst MinOCW: 'Gouden Eeuw', 'Midden-Oosten', 'slaaf', 'blank', 'Holocaust' (?), 'zittenblijver', 'Gen Z', 'dames en heren' FOUT’'
Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «GELEKT. Woordenlijst MinOCW: «Gouden Eeuw», «Midden-Oosten», «slaaf», «blank», «Holocaust» (?), «zittenblijver», «Gen Z», «dames en heren» FOUT» (ingezonden 10 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
22 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1761.
Vraag 1
Wat is het doel van deze taalgids en is het doel van de gids bereikt?1
Antwoord 1
Naar aanleiding van maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de Black Lives Matter demonstraties
en het Toeslagenschandaal hebben zowel de toenmalig Minister-President als de toenmalige
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besloten tot een rijksbrede inzet tegen
discriminatie en racisme. Binnen OCW heeft dit geleid tot een tijdelijke programmatische
aanpak, met de OCW Agenda tegen Discriminatie en Racisme die door mijn voorgangers
met uw Kamer is gedeeld in 2022.2 In deze Agenda werd het belang van «inclusief taalgebruik» benoemd. De taalgids is
daarna ambtelijk tot stand gekomen als beoogd hulpmiddel, slechts voor medewerkers
van het ministerie.
Vraag 2
Wanneer is het Programma tegen Discriminatie en Racisme (PDR) ontstaan en waar is
besloten een taalgids te maken? Wanneer bent u of uw voorganger akkoord gegaan met
de taalgids?
Antwoord 2
Zie het antwoord op vraag 1.
Vraag 3
Wat zijn de kosten verbonden aan dit programma?
Antwoord 3
Voor de tijdelijke programmatische aanpak is tussen 2022–2028 incidenteel € 12,4 miljoen
extra vrijgemaakt.3 Dit geld is begroot voor projecten, samenwerking en subsidies o.a. op het gebied
van lesmateriaal, onderadvisering, kennis over koloniaal- en slavernijverleden en
het tegengaan van discriminatie en racisme op de werkvloer.
Vraag 4
Tijdens het Vragenuurtje liet de Staatssecretaris de Kamer weten deze Taalgids min
of meer overbodig te vinden en deze «in de kast te leggen». Bent u ervan op de hoogte
dat in de Taalgids staat dat deze elk jaar zal worden herzien? Wat vindt u daarvan?
Antwoord 4
Zoals ik heb aangegeven is de taalgids niet langer in gebruik op het ministerie. De
digitale versie van de gids is niet meer te raadplegen via het OCW-Rijksportaal voor
(OCW-)ambtenaren, en fysieke exemplaren zijn voor zover mogelijk teruggenomen. Geplande
herzieningen van de taalgids vinden dus niet plaats. De motie Van Houwelingen c.s.4 beschouw ik met deze acties als uitgevoerd. Uiteraard blijft het ministerie vanuit
ambtelijk vakmanschap streven naar zorgvuldige, gelijkwaardige, duidelijke en begrijpelijke
communicatie in woord en geschrift.
Vraag 5
Bent u voornemens om de makers van deze Taalgids de opdracht te geven geen jaarlijkse
herziening te maken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer heeft u dat gedaan of gaat
u dat doen?
Antwoord 5
Ja. Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 6, 7 en 8
Hoeveel fte c.q. personen werken bij de afdeling die deze taalgids hebben gemaakt?
Hoeveel fte c.q. personen van andere afdelingen hebben geholpen bij het tot stand
brengen van deze taalgids? Van welke afdelingen waren deze fte c.q. personen?
Hoeveel uur is er in totaal aan deze taalgids besteed?
Antwoord 6, 7 en 8
Eén medewerker van het ministerie heeft de ontwikkeling van de taalgids in de periode
tussen de zomer van 2023 en de zomer van 2025 begeleid, naast andere werkzaamheden.
Daarnaast waren zo’n 30 tot 35 medewerkers voor enkele uren in die periode betrokken,
door mee te denken of mee te lezen.
Vraag 9
Wat zijn de werkzaamheden van het PDR? Vanuit welke behoefte bestaat dit programma
en welk probleem lost het op?
Antwoord 9
De programmatische aanpak ziet onder meer op: de OCW-brede coördinatie op de uitvoering
van de Strategie Bestrijding Antisemitisme, de samenwerking met de Nationaal Coördinator
tegen Discriminatie en Racisme, de OCW-brede coördinatie op het «proces na de komma»
met beleidsintensiveringen op het koloniaal- en slavernijverleden en de samenwerking
met de Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding. Zie het antwoord op vraag
1 voor het ontstaan van de tijdelijke programmatische aanpak van discriminatie en
racisme en de OCW Agenda tegen Discriminatie en Racisme.5
Vraag 10
Hoeveel en welke organisaties c.q. organisatieonderdelen c.q. mensen zijn om advies
gevraagd bij het vormgeven van het PDR in het algemeen en de Taalgids in het bijzonder?
Antwoord 10
De taalgids is ambtelijk ontwikkeld op basis van wat het ministerie al had samengebracht
binnen het OCW-domein aan maatschappelijke en sectorale bronnen op het gebied van
inclusieve taal. Uit het bestaande netwerk van externe adviseurs is nadere expertise
gebruikt, waaronder van ECHO Expertisecentrum Diversiteitsbeleid en IZI Solutions.
Vraag 11
Welke en hoeveel ministeries maken nog meer gebruik van dit soort taalgidsen of vergelijkbare
regels dan wel adviezen?
Antwoord 11
Het Ministerie van Algemene Zaken heeft het rijksbrede Taalkompas ontwikkeld, een
praktische schrijfhulp voor alle rijksambtenaren, met kennis over transparant, begrijpelijk
en toegankelijk communiceren vanuit de rijksoverheid. Daarnaast ben ik niet bekend
met rijks- of departementale taalgidsen.
Omdat het zorgvuldig, gelijkwaardig, duidelijk en begrijpelijk communiceren onderdeel
is van het ambtelijk vakmanschap, ga ik er vanuit dat ambtenaren zich per onderwerp
zullen bekwamen, specifiek op het eigen dossier, voor eigen gebruik. Bijvoorbeeld
zoals het Programma Maritiem Erfgoed van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed heeft gedaan
voor het eigen team en de directie Emancipatie van OCW heeft gedaan op het gebied
van gender en lhbtiq+.
Vraag 12
Wordt deze Taalgids meegestuurd aan contacten van het ministerie? Zo ja, wanneer en
aan wie?
Antwoord 12
De taalgids is nadrukkelijk ontwikkeld als naslagwerk alleen voor medewerkers van
het ministerie. De gids is daarnaast op een enkel specifiek verzoek gedeeld met collega’s
van andere rijksorganisaties.
Vraag 13
Zijn dergelijke taalgidsen dan wel taaladviezen onderdeel van subsidievoorwaarden?
Zo ja, welke?
Antwoord 13
Nee.
Vraag 14
Kan de Minister toezeggen om bij haar collega’s aan te dringen om elke taalgids van
andere ministeries te delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
Nee, ik laat het aan de andere bewindspersonen om hier de afweging over te maken.
Vraag 15
Heeft u aan de landen c.q. de inwoners in het Midden-Oosten gevraagd of zij voortaan
«Zuidwest-Azië» genoemd willen worden? Zo ja, welke waren het eens en welke niet?
Zo nee, getuigt het niet van een neokoloniale benadering van deze landen door te bepalen
hoe ze genoemd moeten worden?
Antwoord 15
Nee. Het uitgangspunt van de taalgids was gelijkwaardige communicatie te bevorderen
zonder drempels.
Vraag 16
Heeft u representatief onderzoek gedaan onder Generatie X of zij die benaming vervelend
vinden? Zo nee, waar baseert u dan de overtuiging op dat zij zich gekwetst voelen
om zo genoemd te worden?
Antwoord 16
Nee. Zie het antwoord op vraag 15.
Vraag 17
Heeft u bij de afweging om Generatie X een kwetsende naam te vinden afgewogen dat
het voorstelbaar is dat de Generatie X dermate veel levenservaring heeft dat zij een
kwalificatie als «Generatie X» ook nog wel overleven?
Antwoord 17
Nee. Zie het antwoord op vraag 15.
Vraag 18
Waar komt volgens de bewindspersonen de behoefte vandaan om taal te «dekoloniseren»?
Antwoord 18
De suggesties in de taalgids waren in lijn met de inspanningen van het kabinet in
het vervolgtraject excuses Slavernijverleden.6
Vraag 19
Hoe is er in de Taalgids gekomen tot het «doorbreek van machtsverhoudingen»? Hoe bepaal
je hoeveel macht iemand heeft? En wie gaat dan de macht verdelen? Is het aan de overheid
om die veronderstelde macht te verdelen? Zo ja, waar baseert u dat dan op?
Antwoord 19
De taalgids had als doel om bewustwording te vergroten van hoe taal in bepaalde situaties
als ongelijk of afstandelijk kan worden ervaren. De gids beoogde handvatten te geven
om in communicatie onnodige drempels te verlagen en toegankelijker en gelijkwaardiger
te formuleren.
Vraag 20
Tijdens het Vragenuurtje van 7 april jl. leek de Staatssecretaris aan te geven dat
de Taalgids op eigen ambtelijk initiatief tot stand is gekomen. Klopt dat? Zo nee,
waarom zei de Staatssecretaris dat dan? Zo ja, is het aan ambtenaren om het bij uitstek
politieke vraagstuk van verdeling van macht te adresseren met een Taalgids?
Antwoord 20
De tijdelijke programmatische aanpak van discriminatie en racisme is een formeel besluit
geweest. De taalgids is ambtelijk tot stand gekomen als beoogd hulpmiddel, slechts
voor medewerkers van het ministerie.
Vraag 21
Heeft u aan inheemse volkeren gevraagd of zij het vervelend vinden om «inheems» genoemd
te worden en of zij voortaan liever «oorspronkelijke bewoners» willen worden genoemd?
Zo nee, is dit dan niet bij uitstek een neokoloniale benaderingswijze van deze volkeren?
Antwoord 21
Nee. Zie het antwoord op vraag 15.
Vraag 22
Vanuit waar komt de behoefte bij u om illegale vluchtelingen voortaan «mensen die
op de vlucht zijn» te noemen? Welk probleem lost dit volgens u op?
Antwoord 22
Zie het antwoord op vraag 15.
Vraag 23
Hoe denkt u dat het schrappen van de woorden «Moederdag» en «Vaderdag» overkomt op
mensen die de afgelopen maanden hun vader of moeder hebben verloren en dit jaar Moederdag
of Vaderdag met groot gemis vieren? Heeft u deze groep gevraagd of zij het eens zijn
met het schrappen van het woord «Moederdag» en «Vaderdag»? Telt het gekwetst zijn
van deze groep als aanleiding om een taalgids aan te passen c.q. af te schaffen? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 23
Nee. Zie het antwoord op vraag 15.
Vraag 24
Hoe reflecteert u op het feit dat zelfs «Beste dames en heren» moet worden vervangen
voor «Beste collega, Beste geadresseerde, Beste mensen»? Bent u het eens dat het Ministerie
van OCW volledig is doorgeslagen?
Antwoord 24
Nee. Zie het antwoord op vraag 15.
Vraag 25
Waar is volgens u het dedain vandaan gekomen op het Ministerie van OCW om voor een
brede groep te bepalen wat die wel en niet mogen zeggen?
Antwoord 25
Zie het antwoord op vraag 15.
Vraag 26
Bent u het eens met de stelling dat de Taalgids vol staat met tegenstrijdigheden?
Bent u het eens dat uitgangspunt 1 wordt ondermijnd door uitgangspunt 5; als je mensen
als groep behandelt, kun je ze niet meer als individu behandelen. Wie mag er eigenlijk
nog spreken namens de groep?
Antwoord 26
Laat me vooral zeggen dat het belangrijk is dat mensen niet gereduceerd worden tot
een eigenschap of kenmerk. Het uitgangspunt van de taalgids was gelijkwaardige communicatie
te bevorderen zonder drempels.
Vraag 27
Aangezien deze taalgids tot stand kwam met kennis en advies van verschillende deskundigen
en organisaties die zich inzetten voor antidiscriminatie, welke deskundigen en organisaties
zijn dat? Worden deze geheel of gedeeltelijk betaald uit de door de Staatssecretaris
genoemde € 40.000? Zo nee, waar dan uit? Wat is dan het totaalbedrag?
Antwoord 27
De taalgids is ambtelijk ontwikkeld op basis van wat het ministerie al had samengebracht
binnen het OCW-domein aan maatschappelijke en sectorale bronnen op het gebied van
inclusieve taal. Uit het bestaande netwerk van externe adviseurs is expertise gebruikt
(€ 3.388). Deze kosten vallen onder het eerder genoemde budget van de tijdelijke programmatische
aanpak.
Vraag 28
Hoe kijkt u aan tegen de zin in de Taalgids: "Om gelijkwaardigheid te bevorderen,
is soms een onconventionele aanpak nodig»? Bent u het eens dat die onconventionele
aanpak verdacht veel lijkt op dat ambtenaren gaan bepalen wat gelijkwaardigheid is
en daar «onconventionele» taal voor ontwikkelen?
Antwoord 28
Nee. Zie het antwoord op vraag 15.
Vraag 29
Hoe werkt deze Taalgids volgens u door in delen van het onderwijs? Is daar actief
beleid op? Zo ja, waarom wordt dat wenselijk geacht?
Antwoord 29
Nee, het uitgangspunt van de taalgids was om gelijkwaardige communicatie te bevorderen
zonder drempels. Zie verder het antwoord op vraag 20.
Vraag 30
Bent u bekend met de wetenschappelijke theorieën die stellen dat de taal die je spreekt
invloed heeft op hoe je denkt, waarneemt en de wereld begrijpt? Bent u het eens met
de stelling dat deze taalgids invloed heeft op de manier van denken van ambtenaren
en daarbuiten? Is dat wenselijk?
Antwoord 30
Taal doet er toe in alle aspecten van onze samenleving. Het uitgangspunt van de taalgids
was gelijkwaardige communicatie te bevorderen zonder drempels.
Vraag 31
In het boek van George Orwell, 1984 staat het volgende citaat: «Don’t you see that
the whole aim of Newspeak is to narrow the range of thought?»; ziet u hoe met deze
Taalgids en de daarin opgenomen «newspeak» uiteindelijk het denken beperkt wordt?
Zo nee, waarom niet?7
Antwoord 31
Nee, zie het antwoord op vraag 15.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Martin Bosma
(PVV), ingezonden 9 april 2026 (vraagnummer 2026Z07498)
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.