Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Westerveld, Mutluer en Vliegenthart over vrouwen die dakloos raken door huiselijk geweld
Vragen van de leden Westerveld, Mutluer en Vliegenthart (allen GL-PvdA) aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over vrouwen die dakloos raken door huiselijk geweld (ingezonden 26 februari 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport), mede namens de Minister
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (ontvangen 22 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met aflevering 4 van de NTR-podcast «Waar slaap je» waarin verhalen
gedeeld worden van vrouwen die door huiselijk geweld dakloos raken?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u de signalen dat er in Nederland vrouwen dakloos raken als gevolg van partnergeweld?
Deelt u de mening dat deze groep vrouwen momenteel tussen wal en schip valt, omdat
zij enerzijds niet in aanmerking komt voor opvang of urgentie en anderzijds niet financieel
in staat is om duurzame huisvesting te bekostigen? Zo ja, welke maatregelen bestaan
er momenteel voor deze groep en acht u die toereikend?
Antwoord 2
Het is mij bekend dat sommige vrouwen dakloos raken als gevolg van partnergeweld.
Dit is zorgwekkend en onwenselijk. Gemeenten hebben een breed ambulant aanbod vanuit
de Wmo 2015 en Jeugdwet, gericht op het voorkomen van escalatie van sociale problematiek
en situaties van onveiligheid. Indien een situatie onhoudbaar blijkt, kan opvang nodig
zijn. Bij zowel de vrouwenopvang (VO) als de maatschappelijke opvang (MO) is sprake
van wachtlijsten en tekorten, mede vanwege schaarste op de woningmarkt en personele
tekorten. Dit betekent dat gemeenten moeten afwegen wie zij kunnen helpen. Ik herken
de signalen dat gemeenten een strenger toegangsbeleid hanteren om te bepalen wie toegang
krijgt tot de vrouwenopvang of maatschappelijke opvang. Hoewel gemeenten er alles
aan doen om dit te voorkomen, kan dit leiden tot schrijnende situaties.
Maatschappelijke opvang is een tijdelijke vorm van onderdak met begeleiding en is
bedoeld voor mensen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de
samenleving. Om te beoordelen of iemand toegang heeft tot de maatschappelijke opvang,
moet een gemeente onderzoek doen of iemand zelfredzaam is en vervolgens een formeel
besluit nemen. Het ontbreken van passende huisvesting op zichzelf is in de regel niet
voldoende om iemand aan te merken als «niet zelfredzaam». Gemeenten zijn niet verplicht
zelfredzame gezinnen toegang te geven tot de opvang, maar mogen hiertoe wel besluiten.
De vrouwenopvang is bedoeld voor slachtoffers van huiselijk geweld die thuis niet
meer veilig zijn en acuut hulp nodig hebben. De opvanginstelling beoordeelt aan de
hand van een risicoscreening of toegang tot de vrouwenopvang noodzakelijk is of dat
andere (ambulante) interventies passender zijn. Als toegang noodzakelijk is neemt
de gemeente (meestal de centrumgemeenten) daartoe een formeel besluit.
Het is van belang dat slachtoffers van huiselijk geweld die dakloos raken zo snel
mogelijk veilig onderdak vinden. De huidige krapte op de woningmarkt kan het snel
vinden van onderdak belemmeren. Slachtoffers van huiselijk geweld die uitstromen uit
de vrouwenopvang komen op dit moment in aanmerking voor urgentie, wanneer de betreffende
gemeente een huisvestingsverordening heeft opgesteld met daarin opgenomen een urgentieregeling.
Dit betekent dat zij, bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang dienen
te krijgen. Vrouwen die niet in aanmerking komen voor de opvang en/of een inkomen
hebben dat boven de inkomensgrens voor een sociale huurwoning ligt, krijgen niet automatisch
urgentie. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werkt aan het wetsvoorstel
Versterking regie op de volkshuisvesting, waarmee alle gemeenten verplicht een huisvestingsverordening
met urgentieregeling moeten opstellen. Dit wetsvoorstel ligt momenteel in de Eerste
Kamer ter behandeling. Met deze wet krijgen slachtoffers van huiselijk geweld die
uitstromen uit de vrouwenopvang in elke gemeente verplicht urgentie. Zie hiervoor
verder het antwoord op vraag 3. Daarnaast blijft de Minister van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening zich inspannen voor verdere uitbreiding van het woningaanbod.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het zeer zorgwekkend is dat vrouwen die trauma hebben opgelopen
door geweld, vervolgens ook hun thuis moeten verlaten? Zo ja, kunt u toelichten of
er specifiek beleid is voor deze groep en welke concrete maatregelen u neemt om deze
vrouwen te helpen?
Antwoord 3
Ja, het is zorgwekkend dat vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld hun huis
moeten verlaten. De schaarste op de woningmarkt en in de opvang maakt dat er niet
altijd gelijk een passende plek beschikbaar is. Zoals ook in de beantwoording van
vraag 2 benoemd, is voor zowel slachtoffers van huiselijk geweld evenals voor dakloze
personen hulp- en ondersteuningsaanbod beschikbaar. Dit aanbod bestaat enerzijds uit
opvang (vrouwenopvang en maatschappelijke opvang) en anderzijds uit ambulante ondersteuning.
De capaciteit van de vrouwenopvang staat onder druk. Om die reden is per 2026 structureel
12 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van opvangcapaciteit. Gemeenten
en opvanginstellingen zetten zich nu in om deze uitbreiding te realiseren.
Daarnaast kan op dit moment de huisvestingsverordening met daarbij urgentieregelingen
op basis van de Huisvestingswet 2014 worden ingezet door gemeenten voor de versnelde
huisvesting van deze doelgroep. Gemeenten zijn momenteel nog niet verplicht een huisvestingsverordening
op te stellen. Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting
dient iedere gemeente een huisvestingsverordening op te stellen, waarmee vrouwen die
slachtoffer zijn van huiselijk geweld en uitstromen uit een vrouwenopvang worden aangemerkt
als een verplichte urgentiecategorie. Dit betekent dat zij met voorrang gehuisvest
dienen te worden door gemeenten. De verplichte urgentie geldt ook voor mensen die
uitstromen uit de maatschappelijke opvang en (dreigend) dakloze gezinnen met minderjarige
kinderen.
Vraag 4
Kunt u aangeven hoeveel personen er (gemiddeld) per jaar ten gevolge van partnergeweld
noodgedwongen hun huis moeten verlaten? Indien exacte gegevens ontbreken, kunt u een
schatting geven? Bent u bereid om de aantallen in beeld te brengen?
Antwoord 4
Er wordt niet landelijk bijgehouden hoeveel personen als gevolg van partnergeweld
hun woning noodgedwongen moeten verlaten. Wel is er de afgelopen jaren gewerkt aan
beter onderzoek naar dakloosheid en de capaciteit van de vrouwenopvang, wat ervoor
zorgt dat de groep beter in beeld is. In de regionale ETHOS-tellingen wordt in regionale
rapportages gerapporteerd over de aanleiding van de dakloosheid. Huiselijk geweld
is hierin opgenomen als één van de mogelijke aanleidingen. Dit percentage verschilt
per regio. Daarnaast bestaat er met de monitor Veilige Opvang van de VNG en Valente
een beeld van het aantal slachtoffers dat gebruik maakt van de vrouwenopvang.
Vraag 5
Welke concrete aanvullende acties zijn er geweest of maatregelen genomen sinds de
presentatie van het Nationaal Actieplan Dakloosheid, waarin vrouwen alsmede mensen
met complexe problematiek en kinderen en slachtoffers van huiselijk geweld als specifieke
aandachtsgroepen worden genoemd?
Antwoord 5
Vrouwen, mensen met complexe problematiek en kinderen en slachtoffers van huiselijk
geweld zijn in het Nationaal Actieplan Dakloosheid niet opgenomen als specifieke aandachtsgroep
ten opzichte van andere dakloze mensen. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid richt
zich op alle mensen in Nederland die dakloos raken.
Sinds de start van de ETHOS-tellingen zijn dakloze vrouwen en kinderen in steeds meer
regio’s beter in beeld, waarbij opvalt dat de groep groter is dan eerder werd gedacht.
Steeds meer regio’s nemen deze groepen daardoor beter mee in het woningbouwbeleid
en de acties om dakloosheid tegen te gaan. Met het aangenomen amendement Grinwis2 worden (dreigend) daklozen met minderjarige kinderen aangemerkt als een urgentie
categorie op grond van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Dit betekent
dat zij met voorrang recht hebben op een woning.
Vraag 6
Hoe wordt in beleid rekening gehouden met de gevolgen van (dreigende) dakloosheid
voor kinderen die met hun moeder moeten meeverhuizen of in instabiele woonsituaties
terechtkomen?
Antwoord 6
Volgens het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), moet bij
alle maatregelen betreffende kinderen, het belang van het desbetreffende kind als
eerste in overweging worden genomen (artikel 3). Daarnaast moet volgens artikel 9
gewaarborgd worden dat een kind niet wordt gescheiden van diens ouders, tenzij dit
in het belang van het kind is. Gemeenten hebben de verplichting deze rechten te waarborgen.
In algemene zin ben ik van mening dat gemeenten de totale gezinssituatie in ogenschouw
moeten nemen bij de beoordeling van huisvestings- en opvangvraagstukken. Dat betekent
onder andere dat gemeenten zich rekenschap moeten geven van het belang van een betrokken
kind in de algehele belangenafweging ten behoeve van de beoordeling van urgentieverklaringen.
Het is aan gemeenten om in een concreet geval een gedegen afweging te maken. Daarnaast
worden (dreigend) dakloze gezinnen met minderjarige kinderen een verplichte urgentiecategorie
met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting, zoals
in het antwoord op vraag 3 is vermeld.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het gewenst is dat slachtoffers van partnergeweld zo snel mogelijk
een veilig dak boven het hoofd moeten krijgen in de vorm van verblijf in een blijf-van-mijn-lijf-huis
of urgentie op een (sociale) huurwoning, ongeacht de gemeente waar zij wonen? Zo ja,
op welke wijze wilt u dit bewerkstelligen? Welke (financiële) knelpunten ziet u hierbij
en welke rol is hierin weggelegd voor de Rijksoverheid in de ondersteuning van gemeenten?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ja, deze mening deel ik. Slachtoffers van huiselijk geweld die thuis niet meer veilig
zijn door hoge veiligheidsrisico’s en wie acuut hulp nodig hebben, kan een plek in
de vrouwenopvang worden geboden. Op dit moment wordt gewerkt aan capaciteitsuitbreiding
van deze opvang, zie ook het antwoord op vraag 3. Voor slachtoffers van huiselijk
geweld die uitstromen uit de vrouwenopvang naar een woning geldt op dit moment al
dat, als een gemeente een urgentieregeling vaststelt, deze groep wordt aangemerkt
als een urgente groep en met voorrang moet worden gehuisvest. Ook mag een gemeente
tegen deze groep geen bindingseisen opwerpen; een slachtoffer moet in alle gemeenten
urgentie kunnen aanvragen. Het aantoonbaar hebben van binding met de gemeente waar
de aanvraag wordt ingediend is dus geen voorwaarde voor het verkrijgen van urgentie.
Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting verplicht elke gemeente over een
huisvestingsverordening te beschikken met daarin tenminste een urgentieregeling opgenomen.
Dit betekent dat deze slachtoffers in alle gemeenten in aanmerking komen voor urgentie
op een huurwoning ongeacht de gemeente waar zij wonen of zijn opgevangen. Ik hecht
eraan te benadrukken dat het van belang is dat slachtoffers van huiselijk geweld snel
zicht krijgen op huisvesting. Dat vraagt van gemeenten ook om goede afspraken met
buurgemeenten of andere woningmarktregio’s te maken, zodat snelle huisvesting gerealiseerd
kan worden, bijvoorbeeld ook in een andere regio dan waar het slachtoffer binding
mee heeft. Op dit moment werkt de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijk Ordening
de regeling hierover verder uit. Deze aspecten krijgen daar ook een plek in. Zie voor
verdere toelichting het antwoord op vraag 3.
Vraag 8
Herkent u de (financiële) knelpunten bij blijf-van-mijn-lijf locaties, met negatieve
gevolgen voor de kwaliteit en privacy van dergelijke locaties? Bent u ook bekend met
voorbeelden van locaties waar dit juist heel goed is ingericht, zoals in de gemeente
Den Bosch? Hoe kijkt u naar dergelijke voorbeelden en hoe kijkt u naar de mogelijkheid
voor minimumrichtlijnen voor kwaliteit en privacy? Welke financiering zou nodig zijn
voor de invoering van dergelijke richtlijnen?
Antwoord 8
Binnen de vrouwenopvang wordt op dit moment al gewerkt met diverse kwaliteitskaders
en overkoepelende afspraken. Een voorbeeld is het Keurmerk «Veiligheid in de Vrouwenopvang».
Dit is een kwaliteitskeurmerk dat kwaliteit en veiligheid van de opvang waarborgt.
Onderdeel van dit keurmerk is bijvoorbeeld het normenkader, waarin normen zijn opgenomen
waarop de opvangorganisaties worden getoetst. Gemeenten en opvangorganisaties werken
met dit keurmerk en hechten groot belang aan de veiligheid en de kwaliteit van ondersteuning
van slachtoffers van huiselijk geweld. Er bestaat breed draagvlak voor het gebruik
van beschikbare (normen)kaders.
Vraag 9
Herkent u het beeld dat slachtoffers van partnergeweld die niet in aanmerking komen
voor sociale huur, noodgedwongen zijn aangewezen op dure particuliere of middenhuurwoningen,
waardoor zij juist na een gewelddadige relatie in ernstige financiële problemen of
schulden terechtkomen?
Antwoord 9
Ik herken het beeld dat slachtoffers van partnergeweld veelal behoefte hebben aan
een snelle oplossing voor hun situatie en dat daaraan niet altijd op korte termijn
tegemoet kan worden gekomen door een sociale huurwoning. Het creëren van gelijke kansen
voor kwetsbare woningzoekenden in iedere gemeente is één van de aanleidingen geweest
voor het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Met het verplichten van
een huisvestingsverordening met daarin een urgentieregeling voor verplichte groepen,
komen urgent woningzoekenden overal in Nederland in aanmerking voor urgentie. Of een
slachtoffer van partnergeweld vervolgens in financiële problemen of schulden terecht
komt, is afhankelijk van meerdere factoren en de individuele situatie van de persoon.
Het ondersteuningsaanbod dat hiervoor beschikbaar is, is beschreven in vraag 10. Zoals
ook in het antwoord op vraag 3 genoemd wordt door de Minister van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening sterk ingezet op het vergroten en beter benutten van de woningvoorraad.
Ook dit zal bijdragen aan snellere oplossingen voor slachtoffers van partnergeweld.
Vraag 10
Herkent u dat deze financiële problematiek vaak wordt verergerd doordat dwingende
controle, financieel geweld en lopende juridische procedures (zoals alimentatiegeschillen,
omgangsregelingen of verdeling van bezittingen) nog lange tijd voortduren na de scheiding?
Welke gevolgen heeft dat volgens u voor de bestaanszekerheid en veiligheid van deze
vrouwen?
Antwoord 10
Het is bekend dat huiselijk geweld voor slachtoffers kan leiden tot financiële problematiek,
bijvoorbeeld wanneer sprake is van dwingende controle, financieel of economisch geweld.
Het is van belang dat slachtoffers van huiselijk geweld informatie en passende ondersteuning
ontvangen, bijvoorbeeld gericht op het oplossen van financiële problematiek en het
versterken van de bestaanszekerheid.
Femmes for Freedom heeft materialen gemaakt voor vrouwen in deze situatie, zoals een
geldboekje en een flyer over financiële zelfredzaamheid, en informatie voor hulpverleners3.
Op verschillende manieren wordt ingezet op het ondersteunen van vrouwen in deze situatie.
In het algemeen ondersteunt het Ministerie van SZW in het kader van het versterken
van het recht op zelfbeschikking de financiële zelfbeschikking van vrouwen uit gemarginaliseerde
gemeenschappen (zoals bepaalde migrantengroepen) en/of afhankelijkheidssituaties,
onder andere via een project van Diversion met migrantenvrouwenorganisaties en via
een pilot met Single Super Mom. Ook werken diverse ministeries samen aan de versterking
van sociaaljuridische en financiële dienstverlening (zoals Sociaal Raadslieden en
Juridische loketten); deze wordt ook beter vindbaar gemaakt via de website www.sociaaljuridischekaart.nl. In enkele steden zijn vrouwenrechtswinkels opgezet. SZW ondersteunt bijvoorbeeld
de vrouwenrechtswinkel van Femmes for Freedom in Utrecht. Vrouwen in kwetsbare situaties
kunnen daar terecht voor gratis juridisch en financieel advies. De vrouwenrechtswinkel
helpt ook bij doorverwijzing naar de juiste lokale (hulp)instanties.
Verder is informatie over geldzaken en levensgebeurtenissen beschikbaar via Geldfit,
het Nibud, Wijzer in geldzaken en Overheid.nl. Via Geldfit zijn ook lokale hulproutes
bij geldzorgen te vinden, zoals de gemeente en vrijwilligers, die mensen ondersteunen
bij geldvragen. Geldfit en vrijwilligers helpen met de potjescheck, waarmee mensen
kunnen nagaan waar ze recht op hebben. Binnenkort zal een pagina over wat te doen
bij (dreigende) dakloosheid worden toegevoegd aan de Geldfitwebsite. De Nederlandse
Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) heeft recent een werkwijzer gemaakt voor gemeenten
over financiële hulp aan mensen die (dreigend) dakloos zijn en welke regelzaken hun
financiële redzaamheid kunnen bevorderen4.
Vraag 11
In hoeverre houden de huidige urgentiecriteria voor huisvesting naar uw mening rekening
met de cumulatie van partnergeweld, financieel geweld en schuldenproblematiek, ook
wanneer iemand formeel boven inkomensgrenzen uitkomt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Ik herken dat slachtoffers van huiselijk geweld vaak te maken hebben met complexe
problematiek. Daarom is het belangrijk dat deze groep recht heeft op urgentie voor
huisvesting. Uitstroom naar een woning op een veilige plek is een belangrijke voorwaarde
voor herstel. Zoals in het antwoord op vraag 3 en 7 is omschreven, hebben slachtoffers
van huiselijk geweld die uitstromen uit de vrouwenopvang of waarvoor door de gemeente
een beschikking is afgegeven recht op urgentie voor huisvesting, als de gemeente een
huisvesteringverordening en urgentieregeling heeft. Door woningcorporaties wordt rekening
gehouden met de financiële situatie van deze slachtoffers bij het toewijzen van de
sociale huurwoning.
Met het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting worden voor alle gemeenten
uniforme voorwaarden verbonden aan de urgentieregeling.
Deze voorwaarden worden, na inwerkingtreding van het wetsvoorstel, opgenomen in de
regeling versterking regie volkshuisvesting.
Vraag 12 en 13
Herkent u de signalen dat er in de huidige praktijk een gat lijkt te bestaan, waarbij
enerzijds wordt gezegd dat het geen veiligheidsprobleem is en anderzijds wordt gezegd
dat het geen woonprobleem is, met als gevolg dat er onvoldoende regie en verantwoordelijkheid
wordt genomen door betrokken organisaties en overheidslagen? Zo ja, deelt u de mening
dat dit tot gevaarlijke en onwenselijke situaties kan leiden? Welke concrete maatregelen
gaat u nemen om dit gat te dichten?
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat er een gebrek is aan regie in gevallen
waar sprake is van (dreigende) dakloosheid als gevolg van partnergeweld? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen om dit op te lossen, zowel op
de korte als op de lange termijn? Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat
slachtoffers van partnergeweld hiermee uit het zicht dreigen te verdwijnen? Zo ja,
welke concrete maatregelen neemt u om dit te voorkomen?
Antwoord 12 en 13
Het is van belang dat slachtoffers van huiselijk geweld die dakloos dreigen te raken
tijdig worden ondersteund. Ik zie dat er uitdagingen bestaan voor deze doelgroep,
zoals voldoende passende huisvesting en beperkte capaciteit in de vrouwenopvang en
maatschappelijke opvang. Het Rijk ondersteunt gemeenten door bijvoorbeeld betaalbare
woningbouw te stimuleren en middelen beschikbaar te stellen voor de uitbreiding van
het aantal plekken in de vrouwenopvang. Ten aanzien van de huisvesting legt het wetsvoorstel
Versterking regie volkshuisvesting verplichtingen vast die deze groep gaan helpen
bij het sneller vinden van een passende woning en daarmee kunnen werken aan verder
herstel. Zoals in de voorgaande antwoorden beschreven gaat de verplichte urgentieregeling
die alle gemeenten straks, met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel, moeten hebben
hierbij helpen. Ook het volkshuisvestingsprogramma, dat gemeenten, provincies en het
Rijk moeten opstellen gaat hieraan bijdragen. Gemeenten worden hiermee gevraagd integraal
beleid te maken hoe te voorzien in de woon- en zorg/ondersteuningsbehoeften van de
aandachtsgroepen, waaronder (dreigend) daklozen en slachtoffers van huiselijk geweld.
De bouw van woningen is niet op korte termijn gerealiseerd en vraagt lange termijn
inzet. Daarom wordt ook aan tijdelijke oplossingen gewerkt, zoals de inzet van flexwoningen.
De Ministeries VWS en BZK en de VNG blijven over deze vraagstukken in gesprek.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Mede namens
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.