Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jumelet over de uitwerking van een capaciteitsmechanisme om de voorzieningszekerheid van elektriciteit te borgen en de rol van kolencentrales
Vragen van het lid Jumelet (CDA) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de uitwerking van een capaciteitsmechanisme om de voorzieningszekerheid van elektriciteit te borgen en de rol van kolencentrales (ingezonden 7 april 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
22 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1805.
Vraag 1
Kunt u aangeven hoe het tijdspad eruitziet voor het invoeren van de capaciteitsmarkt
voor de leveringszekerheid van elektriciteit, zoals afgesproken in het coalitieakkoord?
Welke concrete stappen moeten nog worden gezet en binnen welke termijn verwacht u
dat het capaciteitsmechanisme operationeel kan zijn?
Antwoord 1
Zoals in het coalitieakkoord is opgenomen, zet het kabinet in op een capaciteitsmarkt
om de voorzieningszekerheid van elektriciteit te borgen. Op dit moment werkt het kabinet
aan de uitwerking van het tijdspad en de benodigde stappen hiervoor. Het kabinet beoogt
voor de zomer een brief over voorzieningszekerheid van elektriciteit naar uw Kamer
te sturen. In deze brief zal nader worden ingegaan op het tijdspad en de benodigde
concrete stappen.
Vraag 2
Op welke manier wordt bij het ontwerp van het capaciteitsmechanisme rekening gehouden
met de voorschriften uit Verordening (EU) 2019/943, met name ten aanzien van de CO2-emissienormen voor elektriciteitscentrales uit artikel 22 lid 4?
Antwoord 2
Het kabinet bekijkt momenteel hoe de afspraak uit het coalitieakkoord over introductie
van een capaciteitsmarkt het beste kan worden vorm gegeven. Hierbij wordt rekening
gehouden met de CO2-emissienormen voor elektriciteitscentrales en andere voorschriften uit Verordening
(EU) 2019/943. In de eerdergenoemde brief over het capaciteitsmechanisme zal dit onderdeel
worden toegelicht.
Vraag 3
Klopt het dat deze verordening voorschrijft dat energiecentrales alleen mogen deelnemen
aan een capaciteitsmechanisme indien zij minder dan 550 g CO2 per kWh uitstoten en gemiddeld minder dan 350 kg CO2 per kW geïnstalleerd vermogen per jaar?
Antwoord 3
Ja. Of cumulatief aan beide voorwaarden moet worden voldaan zal worden nagevraagd
in gesprekken met de Europese Commissie tijdens de verdere uitwerking van het capaciteitsmechanisme.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat het kabinet bij de verdere vormgeving van aanvullend beleid
voor leveringszekerheid van elektriciteit blijft streven naar de beste balans tussen
maatschappelijke kosten en baten, zoals eerder aangegeven in Kamerstuk 29 023, nr. 570?
Antwoord 4
Ja, dat kan ik bevestigen.
Vraag 5
In hoeverre zal er bij de inrichting van de capaciteitsmarkt aansluiting worden gezocht
bij hoe een dergelijk mechanisme in ons omringende landen zoals België al is ingericht?
Antwoord 5
Het kabinet vindt het belangrijk om de ontwikkelingen van omringende landen zoals
België aandachtig te volgen, zoals ook benadrukt in de Kamerbrief van mei 20251. De concrete inrichting van een capaciteitsmarkt en keuzes die daaruit voortvloeien,
worden momenteel uitgewerkt en zullen worden toegelicht in de aanstaande Kamerbrief.
Vraag 6 en 7
Welke mogelijkheden ziet u om bij de verdere uitwerking van een capaciteitsmechanisme
rekening te houden met de rol van bestaande kolencentrales in de voorzieningszekerheid
van elektriciteit, zoals dat o.a. ook in België is gedaan?
Hoe beoordeelt u de mogelijkheid om het capaciteitsmechanisme zo in te richten dat
deze centrales alleen in aanmerking komen voor deelname aan een capaciteitsmechanisme
indien zij voldoen aan strenge emissie-eisen zoals die uit de genoemde Europese Verordening,
waarmee een in aanmerking komende centrale minstens zo schoon dient te zijn als het
uitstootniveau van een gascentrale?
Antwoord 6 en 7
Volgens Europese verduurzamingseisen als onderdeel van de staatssteunregels waaraan
een capaciteitsmechanisme moet voldoen, zijn volledig kolengestookte centrales uitgesloten
van deelname aan dit mechanisme. Deze verordening geldt voor alle lidstaten waardoor
volledig kolengestookte centrales geen onderdeel van het Belgische capaciteitsmechanisme
zijn, of kunnen worden van een Nederlands capaciteitsmechanisme.
Wel zijn andere vormen van regelbaar vermogen, zoals gas-, waterstof- en biomassacentrales
toegestaan. Gelet op de Europese verduurzamingseisen en het beginsel van technologieneutraliteit,
kunnen kolencentrales deelnemen aan het capaciteitsmechanisme indien zij voldoen aan
de CO2-eisen. Dit kan door bijvoorbeeld gebruik te maken van een andere brandstof zoals
biomassa.
Vraag 8
Is het mogelijk om het capaciteitsmechanisme flexibel vorm te geven zodat ook innovatieve
technologieën, zoals waterstofcentrales of batterijsystemen, kunnen bijdragen aan
de leveringszekerheid?
Antwoord 8
Ja. Een capaciteitsmechanisme moet technologieneutraal zijn. Het is mogelijk om in
het ontwerp van een capaciteitsmechanisme keuzes te maken die gelijkwaardige deelname
van CO2-vrije technologieën zoals vraagrespons en energieopslag (o.a. via batterijsystemen)
stimuleren.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.