Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Meetelen over het bericht 'Kinderen weggehaald uit gezinshuis waar vuurwapens werden gevonden. ‘Dit verdient niet de schoonheidsprijs’'
Vragen van het lid Van Meetelen (PVV) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Kinderen weggehaald uit gezinshuis waar vuurwapens werden gevonden. «Dit verdient niet de schoonheidsprijs»» (ingezonden 17 april 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 22 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1839.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat kinderen maandenlang verbleven in een Fries gezinshuis
waar vuurwapens, munitie en zelfs materiaal in verband met ricine zijn aangetroffen,
en beseft u hoe ontluisterend dit is voor het vertrouwen in de jeugdzorg?1
Antwoord 1
Ja. Bij een uithuisplaatsing moeten kinderen en hun ouders erop kunnen vertrouwen
dat het kind op een veilige plek terechtkomt. Het incident bij dit Fries gezinshuis
waar vuurwapens en munitie zijn aangetroffen schaadt dit vertrouwen.
Vraag 2
Hoe kan het in vredesnaam dat kinderen die door de overheid uit hun thuissituatie
zijn gehaald zogenaamd voor hun veiligheid, vervolgens terechtkomen in een gezinshuis
van een potentiële terrorist en waar zulke levensgevaarlijke spullen aanwezig blijken
te zijn? Welke screening heeft bijvoorbeeld ooit plaatsgevonden op dit gezinshuis,
op de gezinshuisouders en op hun directe leefomgeving, en hoe kan het dat die screening
kennelijk totaal onvoldoende was?
Antwoord 2
Wettelijk is vastgelegd dat elke jeugdhulpmedewerker – en dus ook elke gezinshuisouder
– beschikt over een geldig Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Beide gezinshuisouders
beschikten over een geldig VOG. Gezinshuisouders zijn daarnaast gescreend (onder meer
door de hoofdaannemer2) en zijn daarnaast ook regelmatig bezocht door de hoofdaannemer, door een gedragsdeskundige
en andere betrokkenen bij de zorg aan de jeugdigen in dit gezinshuis. In deze casus
hebben professionals en omstanders kennelijk geen eerdere signalen gehad van wapenbezit,
bezit van andere gevaarlijke stoffen of van mogelijk terroristische motieven van de
gezinshuisouder.
Vraag 3
Waarom zijn deze kinderen niet onmiddellijk weggehaald na de inval van 11 juni 2025,
maar hebben zij nog maanden in deze onaanvaardbare situatie moeten verblijven? Wie
nam dat besluit, op basis waarvan, en acht u dat besluit achteraf nog steeds verdedigbaar?
Welke instanties waren bijvoorbeeld op welk moment op de hoogte van de inval, de aangetroffen
wapens en de verdere veiligheidsrisico’s, en wie heeft vervolgens nagelaten om direct
in te grijpen?
Antwoord 3
De drie jeugdigen in dit gezinshuis zijn niet direct na de inval overgeplaatst. Dit
is een afweging geweest van de betrokken organisaties. Ik heb begrepen dat over de
mogelijke gevolgen voor de drie jeugdigen uitgebreid overleg is geweest met de betrokken
organisaties, met de kinderen zelf en met de biologische ouders. Bovendien bleek uit
de afstemming tussen het Openbaar Ministerie en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
(IGJ) dat er geen direct gevaar zou zijn voor de veiligheid van de kinderen in dit
gezinshuis, omdat de gezinshuisvader niet meer in het huis verbleef.
Vraag 4
Hoeveel andere gezinshuizen, pleeggezinnen of vergelijkbare jeugdhulplocaties zijn
de afgelopen vijf jaar in beeld geweest wegens wapens, geweld, extremisme, criminaliteit,
terrorisme of andere acute veiligheidsrisico’s? Kunt u daarvan een volledig overzicht
naar de Kamer sturen? Indien registratie ontbreekt, bent u bereid ervoor te zorgen
dat een registratiesysteem landelijk wordt ingesteld, zodat de Kamer helder inzicht
krijgt?
Antwoord 4
Er worden geen cijfers bijgehouden van het aantal gezinshuizen, pleeggezinnen of andere
jeugdhulplocaties waar geweld, extremisme, criminaliteit, terrorisme of andere soortgelijke
acute veiligheidsrisico’s zijn. Bij het Landelijk Meldpunt Zorg van de IGJ kunnen
professionals en burgers signalen delen of meldingen doen over mogelijk onveilige
situaties in de jeugdhulp. Bij misdrijven of andere acute situaties in verband met
criminele activiteiten van jeugdhulpmedewerkers, adviseert de IGJ ook te melden bij
de politie. Een apart registratiesysteem voor dit type meldingen is op dit moment
niet aan de orde.
Vraag 5
Welke directe maatregelen gaat u nu nemen om te voorkomen dat kinderen elders in Nederland
op dit moment nog in een vergelijkbaar onveilige jeugdhulpsetting verblijven en bent
u bereid alle gezinshuizen in Nederland versneld door te lichten op veiligheid, antecedenten,
wapenbezit, criminele contacten en signalen van radicalisering of extremisme, en de
Kamer vóór het zomerreces over de uitkomsten te informeren?
Antwoord 5
Met de gezinshuissector span ik mij in voor veilige en kwalitatief goede zorg. Daartoe
worden kwaliteitscriteria voor de gezinshuizen momenteel herzien, vanuit het netwerk
Kwaliteit en Blijvend Leren (KBL). Een geldig VOG is niet voldoende, daarom zal in
deze kwaliteitscriteria ook specifiek aandacht zijn voor de screening en selectie
van gezinshuisouders. Daarnaast heeft de IGJ in 2025 verschillende aanbevelingen gedaan
ter verbetering van de kwaliteit en veiligheid van gezinshuiszorg. Met de sector geef
ik hier opvolging aan.
Vraag 6
Kunt u zich indenken hoe de ouders van deze uithuisgeplaatste kinderen zich moeten
voelen nu blijkt dat hun kinderen in een gezinshuis met vuurwapens, munitie en ricine-gerelateerd
materiaal verbleven? Zo ja, begrijpt u dat dit ook bij andere ouders van uit huis
geplaatste kinderen leidt tot diep wantrouwen, angst en onzekerheid over de veiligheid
van hun kind? En wat gaat u concreet doen om dat wantrouwen en die onzekerheid weg
te nemen?
Antwoord 6
Ja. Zoals ik aangaf in mijn antwoord onder 1, moeten kinderen en hun ouders bij een
uithuisplaatsing erop kunnen vertrouwen dat het kind op een veilige plek terechtkomt.
Het incident bij dit Fries gezinshuis waar vuurwapens en munitie zijn aangetroffen
schaadt dit vertrouwen. Ik maak me sterk voor een veilige jeugdzorg. Dat doe ik samen
met professionals, aanbieders en gemeenten. Specifiek voor gezinshuizen werken we
aan een verbeterslag in kwaliteit, zie ook mijn antwoord onder 5.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.