Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 949 Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/970 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen (Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen)
ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE WET GELIJKE BEHANDELING VAN MANNEN EN VROUWEN
ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE WET ALLOCATIE ARBEIDSKRACHTEN DOOR INTERMEDIAIRS
ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE WET OP DE ONDERNEMINGSRADEN
ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET MEDEZEGGENSCHAP OP SCHOLEN
ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
ARTIKEL VI. INWERKINGTREDING
ARTIKEL VII. CITEERTITEL
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Wet gelijke behandeling
van mannen en vrouwen en enige andere wetten te wijzigen in verband met de implementatie
van Richtlijn (EU) 2023/970 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023
ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen
en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie
en handhavingsmechanismen (PbEU 2023, L 132);
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE WET GELIJKE BEHANDELING VAN MANNEN EN VROUWEN
De Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen wordt als volgt gewijzigd:
A
De paragraafaanduiding «§ 1. Algemeen» wordt vervangen door «Hoofdstuk 1. Algemeen».
B
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. In deze wet wordt verstaan onder:
categorie van werknemers:
werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten;
direct onderscheid:
indien een persoon op grond van geslacht op een andere wijze wordt behandeld dan een
ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld;
gelijkwaardige arbeid:
arbeid waarvan is vastgesteld dat die gelijkwaardig is overeenkomstig de in artikel 8,
tweede lid, bedoelde criteria;
indirect onderscheid:
indien een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen van
een bepaald geslacht in vergelijking met andere personen bijzonder treft;
kwartielloonschaal:
schaal waarin werknemers over vier gelijke groepen worden verdeeld op basis van hun
loonniveau, van laag naar hoog;
loon:
de vergoeding door de werkgever aan de werknemer verschuldigd voor diens arbeid, zijnde
het basisloon en de aanvullende of variabele componenten;
loonkloof:
het verschil in gemiddelde loonniveaus tussen de vrouwelijke en mannelijke werknemers
van een werkgever, uitgedrukt in percentages van het gemiddelde loonniveau van mannelijke
werknemers;
loonniveau:
het brutoloon;
mediaan loonniveau:
het loonniveau waarbij de ene helft van de werknemers van een werkgever meer en de
andere helft minder verdient;
mediane loonkloof:
het verschil tussen het mediane loonniveau van vrouwelijke en mannelijke werknemers
van een werkgever, uitgedrukt als een percentage van het mediane loonniveau van de
mannelijke werknemers;
onderscheid:
elk direct en indirect onderscheid op basis van geslacht, alsmede de opdracht daartoe;
Onze Minister:
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2. Een nieuw lid wordt toegevoegd, luidende:
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de toepassing van een
of meer artikelen de begrippen, bedoeld in het eerste lid, nader worden bepaald, waaronder
in ieder geval de begrippen basisloon, brutoloon en loonkloof.
C
Na artikel 1c wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 1d
In afwijking van artikel 2a, eerste lid, van de Wet gelijke behandeling op grond van
handicap of chronische ziekte wordt de informatie, bedoeld in artikelen 3, vijfde
lid, 10a en 10b, verstrekt op een wijze die toegankelijk is voor personen met een
handicap of chronische ziekte.
D
In artikel 3 worden, onder vernummering van het vijfde lid tot het achtste lid, drie
leden ingevoegd, luidende:
5. Bij de aanbieding van een betrekking, bij de behandeling bij de vervulling van een
openstaande betrekking of bij arbeidsbemiddeling, wordt informatie verstrekt over
het op objectieve en genderneutrale criteria gebaseerde loon of de bandbreedte van
het loon voor de betreffende functie en, indien van toepassing, de relevante bepalingen
van de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst.
6. De informatie wordt verstrekt:
a. op een zodanige wijze dat er geïnformeerde en transparante onderhandelingen over het
loon kunnen worden gevoerd;
b. in ieder geval voorafgaand aan de onderhandelingen over het loon.
7. Het is niet toegestaan vragen te stellen over het loon in de huidige of eerdere arbeidsverhoudingen.
E
De paragraafaanduiding «§ 2. Gelijke beloning voor arbeid van gelijke waarde» wordt
vervangen door «Hoofdstuk 2. Gelijk loon voor gelijke of gelijkwaardige arbeid».
F
Na hoofdstukaanduiding «Hoofdstuk 2. Gelijk loon voor gelijke of gelijkwaardige arbeid»
(nieuw) en voor artikel 7 wordt een paragraafaanduiding ingevoegd, luidende:
§ 2.1. Algemeen
G
Artikel 7 komt te luiden:
Artikel 7
1. Onverminderd artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ontvangen vrouwen
en mannen gelijk loon voor gelijke of gelijkwaardige arbeid.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt arbeid gewaardeerd volgens een systeem
als bedoeld in artikel 8, eerste lid. Bij gebreke van een zodanig systeem wordt de
arbeid gelet op de beschikbare gegevens naar billijkheid gewaardeerd.
3. Op de criteria voor het bepalen van het loon, de loonniveaus en de loonontwikkeling
van werknemers is artikel 8, tweede lid, tweede zin van toepassing.
H
Artikel 8 komt te luiden:
Artikel 8
1. De werkgever beschikt over een systeem voor functiewaardering en -indeling dat gelijk
loon voor gelijke of gelijkwaardige arbeid waarborgt.
2. Het systeem, bedoeld in het eerste lid, omvat alle criteria die relevant zijn voor
de waardering en indeling van functies en in ieder geval vaardigheden, inspanningen,
verantwoordelijkheden en arbeidsomstandigheden. Deze criteria zijn objectief en genderneutraal,
mogen niet direct of indirect gebaseerd zijn op het geslacht van de werknemers en
worden op objectieve en genderneutrale wijze toegepast.
I
In artikel 9, eerste lid, wordt «een werknemer van de andere kunne voor arbeid van
gelijke waarde» vervangen door «een werknemer voor gelijke of gelijkwaardige arbeid».
J
Na artikel 10 worden twee paragrafen ingevoegd, luidende:
§ 2.2. Loontransparantieverplichtingen
Artikel 10a
1. De werkgever verschaft aan de werknemers gemakkelijke toegang tot de criteria die
worden gebruikt voor het bepalen van het loon en de loonniveaus van de werknemers.
2. De werkgever met ten minste vijftig werknemers verschaft aan de werknemers tevens
gemakkelijke toegang tot de criteria die worden gebruikt voor het bepalen van de loonontwikkeling
van de werknemers.
3. Het aantal werknemers over enig kalenderjaar wordt berekend aan de hand van het totale
aantal werknemers dat in het voorgaande kalenderjaar voltijds- en deeltijdsarbeid
heeft verricht, waarbij:
a. onder werknemer wordt verstaan degene die in dat kalenderjaar een arbeidsovereenkomst
of een publiekrechtelijke aanstelling met de werkgever had;
b. een arbeidskracht die ter beschikking was gesteld als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdeel c, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, wordt meegerekend
bij het aantal werknemers van degene aan wie die arbeidskracht ter beschikking is
gesteld;
c. deeltijdarbeid in fracties van arbeidsjaareenheden wordt uitgedrukt.
Artikel 10b
1. De werkgever verstrekt aan de werknemer op diens verzoek schriftelijke informatie
over diens individuele loonniveau en over de naar geslacht uitgesplitste gemiddelde
loonniveaus voor categorieën van werknemers die dezelfde of gelijkwaardig werk verrichten
als de werknemer.
2. Indien de ontvangen informatie onjuist of onvolledig is, verstrekt de werkgever aan
de werknemer op diens verzoek gemotiveerd aanvullende en redelijke verduidelijkingen
en details met betrekking tot de verstrekte gegevens.
3. De werkgever verstrekt de informatie, bedoeld in het eerste lid, binnen een redelijke
termijn, en uiterlijk binnen twee maanden na de datum waarop het verzoek is gedaan.
4. De werkgever informeert zijn werknemers jaarlijks over het recht op informatie en
over de stappen die de werknemer moet doorlopen om dit recht uit te oefenen.
5. Werknemers worden niet belet informatie over hun loon bekend te maken ten behoeve
van de toepassing van het beginsel van gelijk loon.
6. Ieder beding in strijd met het vijfde lid is nietig.
Artikel 10c
1. De werkgever met ten minste 250 werknemers, stelt jaarlijks, en de werkgever met
ten minste honderd maar minder dan 250 werknemers stelt elke drie jaar, de volgende
informatie vast over diens organisatie betreffende het voorgaande kalenderjaar:
a. de loonkloof;
b. de loonkloof in aanvullende of variabele componenten;
c. de mediane loonkloof;
d. de mediane loonkloof in aanvullende of variabele componenten;
e. het aandeel vrouwelijke en mannelijke werknemers dat aanvullende of variabele componenten
ontvangt;
f. het aandeel vrouwelijke en mannelijke werknemers in elke kwartielloonschaal; en
g. de loonkloof tussen werknemers, uitgesplitst naar categorieën van werknemers en naar
basislonen en aanvullende of variabele componenten.
2. Het aantal werknemers, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend overeenkomstig de
wijze bedoeld in artikel 10a, derde lid.
3. Het bestuur van de werkgever bevestigt de getrouwheid van de informatie.
4. De werkgever verstrekt de in het eerste lid bedoelde informatie aan Onze Minister.
Die informatie wordt in afwijking van artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet
bestuursrecht uitsluitend op elektronische wijze verstrekt.
5. De werkgever verstrekt aan de werknemers de informatie, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel g.
6. Op verzoek van een werknemer is de werkgever verplicht binnen een redelijke termijn
en uiterlijk binnen twee maanden na de datum waarop het verzoek is gedaan, de verstrekte
informatie gemotiveerd te verduidelijken, te specificeren en indien van toepassing
de loonverschillen toe te lichten.
7. Indien de loonverschillen niet gerechtvaardigd worden op basis van objectieve en
genderneutrale criteria, verhelpt de werkgever de verschillen binnen een redelijke
termijn.
8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot deze rapportageverplichting, waaronder in ieder geval over de wijze
van vaststelling van de informatie, bedoeld in het eerste lid, en elektronische verzending,
bedoeld in het vierde lid.
Artikel 10d
1. De werkgever, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, is verplicht een loonevaluatie
uit te voeren, indien:
a. uit de informatie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, een loonkloof blijkt van vijf
procent of meer in een categorie van werknemers;
b. de werkgever deze loonkloof niet kan rechtvaardigen op basis van objectieve en genderneutrale
criteria; en
c. de werkgever deze ongerechtvaardigde loonkloof niet binnen zes maanden na de datum
van informatieverstrekking, bedoeld in artikel 10c, vierde lid, heeft verholpen.
2. De loonevaluatie omvat:
a. een analyse van het aandeel vrouwelijke en mannelijke werknemers in elke categorie
van werknemers;
b. informatie over de gemiddelde loonniveaus van vrouwelijke en mannelijke werknemers
en de aanvullende of variabele componenten voor elke categorie van werknemers;
c. de loonkloof in elke categorie van werknemers;
d. redenen voor de loonkloof, bedoeld onder c, op basis van eventuele objectieve en genderneutrale
criteria;
e. het aandeel vrouwelijke en mannelijke werknemers dat na terugkeer van zwangerschaps-
of bevallingsverlof, geboorteverlof, ouderschapsverlof of zorgverlof een loonsverhoging
heeft genoten, indien een loonsverhoging zich heeft voorgedaan in de relevante categorie
van werknemers tijdens de periode waarin het verlof is opgenomen;
f. de maatregelen om ongerechtvaardigde loonverschillen aan te pakken; en
g. een evaluatie van de doeltreffendheid van maatregelen die zijn genomen naar aanleiding
van eerdere loonevaluaties.
3. De werkgever verstrekt de loonevaluatie aan de werknemers en aan Onze Minister.
4. De werkgever verhelpt aan de hand van de maatregelen, bedoeld in het tweede lid,
onder f, ongerechtvaardigde loonverschillen binnen een redelijke termijn. De uitvoering
van de maatregelen omvat in ieder geval een analyse van bestaande genderneutrale systemen
voor functiewaardering en -indeling of de invoering van die stelsels teneinde ongerechtvaardigde
loonverschillen uit te sluiten.
Artikel 10e
Onze Minister is belast met:
a. het analyseren van oorzaken van loonkloven;
b. het ontwikkelen van instrumenten om loonverschillen te helpen beoordelen;
c. het verzamelen van de gegevens, bedoeld in artikel 10c, eerste lid;
d. op een gemakkelijk toegankelijke en gebruikersvriendelijke manier de in artikel 10c,
eerste lid, onderdelen a tot en met f, bedoelde gegevens onverwijld bekendmaken en
toegang geven tot, voor zover beschikbaar, de gegevens, bedoeld in die onderdelen,
die over de voorgaande vier jaar zijn ontvangen;
e. het verzamelen van de loonevaluaties, bedoeld in artikel 10d, derde lid;
f. het verzamelen van gegevens over het aantal en de soorten klachten over verboden onderscheid
die bij de daarvoor bevoegde instanties aanhangig zijn gemaakt.
Artikel 10f
1. Persoonsgegevens die op grond van artikel 10b tot en met 10e worden verwerkt, worden
uitsluitend gebruikt voor de toepassing van het beginsel van gelijk loon.
2. De werkgever kan van werknemers eisen dat zij zich aan het bepaalde in eerste lid
houden.
§ 2.3. Bijzondere regels inzake rechtsbescherming
Artikel 11
1. Voor de beoordeling of sprake is van gelijke of gelijkwaardige arbeid wordt betrokken
alle arbeid waarvan de voorwaarden voor het loon zijn te herleiden tot één bron die
de loonelementen bepaalt die relevant zijn voor de vergelijking tussen werknemers.
2. De beoordeling of werknemers zich in een vergelijkbare situatie bevinden, wordt niet
beperkt tot werknemers die tegelijkertijd met de betrokken werknemer in dienst zijn.
3. Bij gebreke van een reële referentiepersoon kan ander bewijsmateriaal worden gebruikt
om het vermeende loonverschil te bewijzen.
Artikel 11a
Het is aan een werkgever die een loontransparantieverplichting als bedoeld in artikel 3,
vijfde of zesde lid, dan wel de artikelen 10a tot en met 10d, niet heeft nageleefd,
om in geval van een vordering wegens verboden onderscheid, aan te tonen dat daarvan
geen sprake is. Dit geldt niet wanneer de werkgever aantoont dat het niet naleven
van de verplichting onmiskenbaar onopzettelijk en van geringe aard was.
Artikel 11b
De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer
in of buiten rechte de aan hem toegekende rechten van gelijk loon voor gelijke of
gelijkwaardige arbeid geldend maakt, een andere werknemer bij het geldend maken van
dezelfde aan die werknemer toegekende rechten ondersteunt of een klacht hierover indient.
Artikel 11c
Onverminderd het bepaalde in artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
kan de rechter in het kader van een vordering wegens verboden onderscheid de werkgever
die bij vonnis in het gelijk wordt gesteld, veroordelen in de kosten, indien hij van
oordeel is dat de werknemer gegronde redenen had om de vordering in te stellen en
veroordeling in de kosten passend is.
K
In artikel 12 wordt «deze paragraaf» vervangen door «dit hoofdstuk».
L
De paragraafaanduiding «§ 3. Gelijke behandeling wat betreft pensioenvoorzieningen»
wordt vervangen door «Hoofdstuk 3. Gelijke behandeling wat betreft pensioenvoorzieningen».
M
In artikel 12a wordt «deze paragraaf» vervangen door «dit hoofdstuk».
N
De paragraafaanduiding «§ 4. Slotbepalingen» wordt vervangen door «Hoofdstuk 4. Toezicht
en bestuursrechtelijke handhaving».
O
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, wordt na «dit toezicht» ingevoegd «, met uitzondering van het
bepaalde bij of krachtens de artikelen 8, 10a, 10c, eerste, derde, vierde en zesde
lid, en 10d,».
2. In het eerste en tweede lid wordt «Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid»
telkens vervangen door «Onze Minister».
P
Na artikel 21 worden zes artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 22
Als overtreding wordt aangemerkt het niet naleven van de artikelen 8, 10a, 10c, eerste,
derde, vierde en zesde lid, en 10d alsmede de daarop berustende bepalingen.
Artikel 22a
1. De bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar kan namens de Minister aan
de werkgever een eis stellen betreffende de wijze waarop een of meer bepalingen gesteld
bij of krachtens deze wet moeten worden nageleefd.
2. Een eis vermeldt van welke bepalingen hij de wijze van naleving voorschrijft en bevat
de termijn waarbinnen aan de eis moet zijn voldaan.
3. De werkgever is verplicht om aan de eis te voldoen.
4. Een eis kan worden gesteld tot naleving van de verplichtingen, bedoeld in artikel 22.
Artikel 22b
1. De bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar legt namens de Minister voor
de overtreding van verplichtingen, bedoeld in artikel 22 op:
a. een eis tot naleving;
b. een schriftelijke waarschuwing;
c. een last onder dwangsom;
d. een bestuurlijke boete.
2. Onze Minister stelt beleidsregels vast over de schriftelijke waarschuwing en de last
onder dwangsom.
Artikel 22c
1. De bestuurlijke boete die voor een overtreding kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste
het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek
van Strafrecht.
2. Onverminderd het eerste lid wordt de op te leggen bestuurlijke boete verhoogd met
100 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het derde lid, indien:
a. binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding
eenzelfde of een vergelijkbare overtreding is geconstateerd;
b. een bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding is opgelegd; en
c. die bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
3. Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin in ieder geval de boetebedragen voor
de overtredingen worden vastgesteld. Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien een artikel gesteld bij deze wet op grond waarvan een bestuurlijke
boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd.
Artikel 22d
Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, verstrekt desgevraagd aan de bij
besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar de inlichtingen die redelijkerwijs
voor die tenuitvoerlegging nodig zijn.
Artikel 22e
1. De bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren maken teneinde de naleving
van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8, 10a, 10c, eerste, derde, vierde
en zesde lid, en 10d, te bevorderen en inzicht te geven in het uitvoeren van toezicht
op grond van deze wet openbaar dat:
a. een maatregel als bedoeld in artikel 22b, eerste lid, is opgelegd; of
b. na een afgerond onderzoek geen overtreding is geconstateerd.
2. Bij de openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, is artikel 5.1, eerste lid, onderdelen
c, d en e, en tweede lid, onderdeel f, van de Wet open overheid van overeenkomstige
toepassing.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot
de openbaar te maken gegevens, waaronder de mogelijke reactie van een belanghebbende
in verband met de openbaarmaking van diens gegevens, de termijn waarop deze gegevens
beschikbaar worden gesteld en de wijze waarop de openbaarmaking plaatsvindt.
4. Indien geen overtreding is geconstateerd als bedoeld in het eerste lid, is op dat
besluit tot openbaarmaking artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van
toepassing.
5. De openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet eerder dan nadat tien
werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit aan belanghebbende bekend is
gemaakt.
6. Bij de openbaarmaking wordt vermeld of tegen een maatregel als bedoeld in artikel 22b,
eerste lid, een rechtsmiddel is ingesteld dan wel of daartoe de mogelijkheid bestaat.
7. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van
de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter
een uitspraak heeft gedaan.
8. Indien de openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, in strijd is of zou kunnen komen
met het doel van het toezicht op de naleving van deze wet blijft openbaarmaking achterwege.
Q
Voor artikel 23 worden een hoofdstukaanduiding en een artikel ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 5. SLOTBEPALINGEN
Artikel 22f
Bij algemene maatregel van bestuur wordt de datum vastgesteld waarop werkgevers de
informatie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, uiterlijk voor het eerst na de inwerkingtreding
van de Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen aan Onze Minister
verstrekken, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen werkgevers met ten minste
150 werknemers en werkgevers met ten minste honderd maar minder dan 150 werknemers.
ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE WET ALLOCATIE ARBEIDSKRACHTEN DOOR INTERMEDIAIRS
Na artikel 12a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Artikel 12b. Informatie gelijk loon voor gelijke of gelijkwaardige arbeid
1. In geval van een aanbieding van een betrekking, verstrekt degene aan wie een arbeidskracht
mogelijk ter beschikking wordt gesteld de informatie, bedoeld in artikel 3, vijfde
lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen aan degene die de arbeidskracht
ter beschikking stelt.
2. Degene aan wie een arbeidskracht ter beschikking is gesteld, verstrekt de criteria,
bedoeld in artikel 10a, eerste en tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen
en vrouwen aan degene die de arbeidskracht ter beschikking stelt.
3. Degene aan wie een arbeidskracht ter beschikking is gesteld, verstrekt de in artikel 10b,
eerste lid, bedoelde informatie over de naar geslacht uitgesplitste gemiddelde loonniveaus
voor categorieën van werknemers aan degene die de arbeidskracht ter beschikking stelt.
4. Degene die de arbeidskracht ter beschikking stelt, verstrekt aan degene aan wie de
arbeidskracht ter beschikking wordt gesteld tijdig alle informatie over het loon van
terbeschikkinggestelde arbeidskrachten die noodzakelijk is om te voldoen aan de verplichting,
bedoeld in artikelen 10c, eerste lid, en 10d, eerste lid, van de Wet gelijke behandeling
van mannen en vrouwen.
5. De informatie, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt met gebruikmaking van een
daartoe opgesteld model zoals vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij
regeling van Onze Minister.
ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE WET OP DE ONDERNEMINGSRADEN
De Wet op de ondernemingsraden wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 27, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:
c. een regeling op het gebied van beloning, aangaande:
1°. een beloningssysteem of een systeem voor functiewaardering en -indeling;
2°. de objectieve en genderneutrale criteria die op grond van artikel 8, tweede lid, van
de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten grondslag liggen aan het systeem
voor functiewaardering en -indeling van de onderneming;
3°. de indeling in categorieën van werknemers als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van
de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
4°. de wijze waarop ongerechtvaardigde verschillen op grond van artikel 10c, zevende lid,
van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, verholpen worden;
5°. de loonevaluatie, bedoeld in artikel 10d, vierde lid, van de Wet gelijke behandeling
van mannen en vrouwen, waaronder een plan van aanpak om ongerechtvaardigde verschillen
in nauwe samenwerking met de ondernemingsraad te verhelpen.
B
Artikel 31d, eerste lid, komt te luiden:
1. De onderneming verstrekt, mede ten behoeve van de bespreking van de algemene gang
van zaken van de onderneming, aan de ondernemingsraad schriftelijk informatie over
de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per verschillende
groepen van de in de onderneming werkzame personen. De onderneming raadpleegt de ondernemingsraad
over de getrouwheid van de informatie, genoemd in artikel 10c, eerste lid, van de
Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
C
Artikel 35 c wordt als volgt gewijzigd:
1. In artikel 35c, derde lid, wordt na «voor zover het betreft een arbeids- en rusttijdenregeling,»
ingevoegd «onderdeel c, onder 2 en 3,».
2. In artikel 35 c, vierde lid, wordt na «artikel 27, eerste lid, onderdeel b, » ingevoegd
« onderdeel c, onder 2 en 3,».
ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET MEDEZEGGENSCHAP OP SCHOLEN
A
Aan artikel 8, tweede lid, onderdeel f, wordt een zin toegevoegd, luidende: Het bevoegd
gezag raadpleegt de medezeggenschapsraad over de getrouwheid van de informatie, genoemd
in artikel 10c, eerste lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en
geeft daarbij desgevraagd inzicht volgens welke methode deze informatie is verzameld.
B
Aan artikel 12 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
3. De instemming over het beleid met betrekking tot de toekenning van salarissen, toelagen
en gratificaties aan het personeel of de functiebeloning als bedoeld in het eerste
lid, onderdeel g respectievelijk i behelst mede:
a. de vaststelling van objectieve en genderneutrale criteria, bedoeld in artikel 8, tweede
lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
b. een indeling in categorieën van werknemers als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van
de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
c. de wijze waarop ongerechtvaardigde verschillen worden verholpen op grond van artikel 10c,
zevende lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
d. de loonevaluatie, bedoeld in artikel 10d, vierde lid, van de Wet gelijke behandeling
van mannen en vrouwen, waaronder een plan van aanpak om ongerechtvaardigde verschillen
te verhelpen binnen een redelijke termijn.
ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
A
Artikel 9.32 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het vijfde tot en met tiende lid tot zesde tot en met elfde
lid, wordt na het vierde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
5. Het instellingsbestuur verstrekt, mede ten behoeve van de bespreking van de algemene
gang van zaken in de universiteit, aan de universiteitsraad schriftelijk informatie
over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per
verschillende groepen van de in de universiteit werkzame personen. Het instellingsbestuur
raadpleegt de universiteitsraad over de getrouwheid van de informatie, genoemd in
artikel 10c, eerste lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en geeft
daarbij desgevraagd inzicht volgens welke methode deze informatie is verzameld.
2. In het zevende lid (nieuw) wordt «Onverminderd het vijfde lid» vervangen door «Onverminderd
het vijfde en zesde lid».
B
Aan hoofdstuk 9, titel 2, paragraaf 1 wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 9.36a Instemmingsrecht gelijke beloning
Onverminderd artikel 9.36, tweede lid, behoeft het instellingsbestuur de voorafgaande
instemming van het deel van de universiteitsraad dat uit en door het personeel is
gekozen, voor een door het instellingsbestuur te nemen beslissing op het gebied van
beloning van het personeel van de universiteit, aangaande:
1°. de objectieve en genderneutrale criteria die op grond van artikel 8, tweede lid, van
de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten grondslag liggen aan het systeem
voor functiewaardering en -indeling van de universiteit;
2°. de indeling in categorieën van werknemers als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van
de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
3°. de wijze waarop ongerechtvaardigde verschillen worden verholpen op grond van artikel 10c,
zevende lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
4°. de loonevaluatie, bedoeld in artikel 10d, vierde lid, van de Wet gelijke behandeling
van mannen en vrouwen, waaronder een plan van aanpak om ongerechtvaardigde verschillen
te verhelpen binnen een redelijke termijn.
C
Artikel 10.19 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het vijfde tot en met tiende lid tot zesde tot en met elfde
lid, wordt na het vierde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
5. Het instellingsbestuur verstrekt, mede ten behoeve van de bespreking van de algemene
gang van zaken in de hogeschool, aan de medezeggenschapsraad schriftelijk informatie
over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per
verschillende groepen van de in de hogeschool werkzame personen. Het instellingsbestuur
raadpleegt de medezeggenschapsraad over de getrouwheid van de informatie, genoemd
in artikel 10c, eerste lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en
geeft daarbij desgevraagd inzicht volgens welke methode deze informatie is verzameld.
2. In het zevende lid (nieuw) wordt «Onverminderd het vijfde lid» vervangen door «Onverminderd
het vijfde en zesde lid».
D
Na artikel 10.24 wordt het volgende artikel ingevoegd:
Artikel 10.24a Instemmingsrecht gelijke beloning
Onverminderd artikel 10.24, tweede lid, behoeft het instellingsbestuur de voorafgaande
instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel
is gekozen, voor elke door het instellingsbestuur te nemen beslissing met betrekking
tot
c. een regeling op het gebied van beloning, aangaande:
1°. de objectieve en genderneutrale criteria die op grond van artikel 8, tweede lid, van
de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten grondslag liggen aan het systeem
voor functiewaardering en -indeling van de hogeschool;
2°. de indeling in categorieën van werknemers als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van
de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
3°. de wijze waarop ongerechtvaardigde verschillen worden verholpen op grond van artikel 10c,
zesde lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
4°. de loonevaluatie, bedoeld in artikel 10d, vierde lid, van de Wet gelijke behandeling
van mannen en vrouwen, waaronder een plan van aanpak om ongerechtvaardigde verschillen
te verhelpen binnen een redelijke termijn.
E
In artikel 11.13, eerste lid, wordt «Op de medezeggenschap zijn de artikelen 9.30
tot en met 9.36 en 9.48 van overeenkomstige toepassing» vervangen door «Op de medezeggenschap
zijn de artikelen 9.30 tot en met 9.36a en 9.48 van overeenkomstige toepassing».
ARTIKEL VI. INWERKINGTREDING
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
ARTIKEL VII. CITEERTITEL
Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen
en vrouwen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.